Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: Elbow

Elbow, hoe verzin je zo’n bandnaam? Simpel, hij komt uit de BBC-serie The Singing Detective. Volgens een van de karakters uit de serie is ‘elbow’ een van de sensueelste Engelse woorden. Niet door de betekenis, maar vanwege het gevoel dat het geeft als je het woord uitspreekt of leest.

En dan te bedenken dat Elbow al de derde naam van de band was, die vanaf 1991 bij elkaar is, eerst onder de naam Mr Soft en daarna Soft.

Namen kiezen mag dan niet de sterkste kant zijn van Guy Garvey en zijn vrienden uit Manchester, succesvol is de band inmiddels wel. Dat succes kwam ze niet zomaar aanwaaien. Pas in 2001 komt het debuutalbum Asleep In The Back uit. Sindsdien wordt bij ieder album de fanschare steeds weer iets groter.
En dat terwijl hun muzikale koers niet radicaal wijzigt: het vijftal maakt al jarenlang goed doordachte alternatieve popsongs, die de tijd dat we met z’n allen nog van Coldplay hielden in herinnering roept.

Vanaf album nummer vier, The Seldom Seen Kid (2008), gaat het ineens hard. De plaat weet de prestigieuze Mercury Music Prize voor het beste Britse album in de wacht te slepen en het gedragen One Day Like This schopt het tot een radiohit. De definitieve doorbraak volgt drie jaar later met het meest recente studioalbum Build A Rocket Boys. Vooruitgeschoven single Lippy Kids haalt zelfs de top 40. Optredens op Pinkpop en Lowlands zijn groots en meeslepend en bevestigen de status van Elbow als Bekende Band.

Keuze Martijn Vet: Red (2001)

A tragedy waiting to happen; zo erg gaat het toch niet worden met Elbow?

Gaat het altijd verkeerd als een band te groot wordt? Niet per se, maar het gevaar ligt natuurlijk op de loer. Te gemakzuchtige liedjes, een switch naar wanstaltige Eurodisco, de druk van je platenmaatschappij en de wens om nog meer mensen te pleasen, ik kan me er van alles bij voorstellen.

Gaat dat ook met Elbow gebeuren? Ik had twee jaar geleden goede hoop toen een stel muziekjournalisten die het laatste album al hadden geluisterd op Twitter deden voorkomen alsof Build A Rocket Boys een volkomen compromisloze plaat zou zijn. De wens was denk ik de vader van de gedachte. Ik vind het zeker geen slecht album, maar het Grote Gebaar is bij flink wat songs toch aanwezig, met de aanstekerdraak Open Arms als dieptepunt.

Wat de toekomst brengt, alleen Elbow weet het. Zeker is dat ieder album voor mij altijd vier, vijf absolute klassiekers bevat. Het mooiste vind ik nog altijd het eerste nummer dat ik ooit van ze hoorde, Red, van het debuutalbum. Niet groots, maar ingetogen, ongelofelijk subtiel van opbouw en ontroerend mooi gezongen. Met de door de ziel snijdende regels:

This can’t go on too long
You’re a tragedy starting to happen

Zo erg wordt het niet met Elbow. Toch?

Keuze Marjolein van Elteren: Scattered Black And Whites (2001)

Een prachtig nummer over hoe de kleinste dingen, zoals een geur, je herinneren aan iets uit je jeugd

Elbow, een band die niet zou misstaan in een ondergewaardeerde bands battle  volgens velen. Niet gek ook, aangezien ze in Nederland pas met Lippy Kids (2011) hun eerste Top 40 hit hadden – ze bestaan al sinds 1991.

Tien jaar na de oprichting van de groep bracht Elbow hun eerste album uit, Asleep In The Back. Een enorm sterk debuut met prachtige nummers als Red, Powder Blue en Newborn. Als laatste nummer op dat album staat Scattered Black And Whites, een nummer waar Guy Garvey in een interview met Drowned in Sound (2009) het volgende over zegt:

It’s still considered the best song we’ve ever written by lots of fans, and I can’t say I disagree. It’s memories, snapshots of childhood mixed together in the same way I used to mix together black and white photographs on the floor, to mix up my memories and find inspiration.

Een prachtig nummer dat gaat over hoe soms de kleinste dingen zoals een bepaalde geur je kunnen herinneren aan iets uit je jeugd, een stukje nostalgie. Een nummer dat zowel warme gevoelens als tranen oproept.

Scattered Black and Whites is een nummer dat nooit als single is uitgebracht op een album dat eigenlijk pas gevonden werd door het grote publiek nadat Elbow een Mercury Prize won en op grote zomerfestivals stond, maar het is zo de moeite waard.

Keuze Marèse Peters: The Everthere (2005)

De lyrische kwaliteiten van Guy Garvey raken mij diep

Zowel bij mij als bij het grote publiek brak Elbow in 2008/2009 door met het album The Seldom Seen Kid. Voorwaar een prachtig album, met schitterende nummers. En toch, als ik zin heb in een goeie dosis Elbow, dan luister ik bijna altijd naar het album dat ze drie jaar daarvoor maakten: Leaders Of The Free World. Ik kan er niet echt de vinger op leggen waarom, maar de nummers van dat album raken me dieper dan de nummers van The Seldom Seen Kid.

De teksten op Leaders Of The Free World van een eenzame schoonheid. Regels als Coming home I feel like I / designed these buildings I walk by uit de opener Station Approach vind ik regelrechte poëzie. Zanger Guy Garvey is daar verantwoordelijk voor. Hij is zalig talig. Niemand anders dan hij krijgt zulke mateloos fascinerende zinnen uit zijn pen: There’s a hole in my neighbourhood down which of late I cannot help but fall (uit Grounds for Divorce) en: I never know what I want but I know when I’m low that I / I need to be in a town where they know what I’m like and don’t mind (ook uit Station Approach).

Ook The Everthere raakt mij vooral vanwege de tekst. Muzikaal gezien is het niet eens zo’n interessant nummer. Als je daarvan houdt, dan kun je beter naar de prachtige emotionele opbouw van Great Expectations of het geraffineerd eenvoudige Puncture Repair luisteren. Maar met de tekst van The Everthere overtreft de poëtisch-romantische Garvey zichzelf.

Qua thematiek raakt The Everthere aan When I’m 64 van The Beatles. Als ik later oud en grijs ben, zorg jij dan voor me? De Fab Four maakten er een koddig liedje van, misschien juist om de ernst van de vraag te verzachten. Maar Elbow kiest voor de volle zwaarte van het onderwerp:

If I lose a sequin here and there
More salt than pepper in my hair
Can I rely on you when all the songs are through
To be for me the everthere

De beelden die Garvey gebruikt om het ouder worden te beschrijven zijn even prachtig als ontroerend. If I lose a sequin here and there: sequins zijn lovertjes of pailletjes. De glans en glitter van de jeugd. Later komt het refrein in iets gewijzigde vorm terug:

If I lose a sequence here and there
And take my time on every stair
Can I rely on you when this whole thing is through
To be for me the everthere

In plaats van sequin gebruikt hij nu sequence: een opeenvolging van zinnen of handelingen. Zorg je ook nog voor me als ik niet meer samenhangend kan praten? Als het niet meer goed met me gaat? Dit is een vraag die iedereen wel eens bezighoudt, maar misschien niet altijd durft te stellen. Garvey doet het. En hoe. Hartverscheurend mooi, als je het mij vraagt.

Keuze Eric van den Kieboom: The Loneliness Of A Tower Crane Driver (2008)

Een soort Barclay James Harvest meets Sigur Rós

Eerst was er The Loneliness Of A Long Distance Runner, niet bepaald het beste nummer van het Iron Maiden-album Somewhere In Time. Maar die titel bleef wel in je kop hangen. Jaren later maakt Elbow een nummer over de eenzaamheid van een ander persoon. Ongewild moet je bij het horen van de titel aan Lee Towers denken.

Het is een soort Barclay James Harvest meets Sigur Rós; de strijkers roepen herinneringen op aan Barclay James Harvest op, de sfeer rond het nummer lijkt weer op die van de IJslandse band. Vanaf de eerste tel grijpt het je bij je keel met die dreigende trom. Dan worden de strijkers ingezet en voorzicht komt Guy Garvey erbij, om rustig het eerste couplet te zingen. En  na anderhalve minuut leggen de strijkers een warm muzikaal tapijt weg. Hoogtepunt één.

Het tweede couplet pakt Guy al wat meer uit en even later – bijgestaan door het koor – werken ze toe naar een enorme bombast, waarbij je als het ware van de grond af komt, tot ongeveer 4:10 minuten. Hoogtepunt twee.

Om daarna weer terug op dat tapijt terug gelegd te worden. Zó sluit je een nummer af.

Keuze Ton van Hoof: Weather To Fly (2008)

Ik had zo maar verliefd kunnen worden op Guy, op dit liedje ben ik het al

Ik associeer mezelf nogal met zanger Guy Garvey. Ook een anti-held. Niet het voorbeeld van een pop/rock ster. Beetje dikkig. Zelfrelativerend. Bier drinkend. Humorvol. Niet zoveel met uiterlijke schijn bezig.

Tot zover de uiterlijke kenmerken waarom ik Elbow op spreekwoordelijke handen draag. Hoofdzaak is de muziek. Naast de wat stevigere songs als Grounds For Divorce grossiert de band in sferische pop, waarbij de zang van Guy de muzieklijnen draagt als een eigen melodie.

Maar goed, Weather To Fly. In België officieel uitgebracht  en zelfs een relatief grote hit geweest. Het liedje dat begint met de kopstem van Guy die zingt I’ve had the time of my life. Mooi, genieten van wat je doet. Min of meer terugkijken op dat wat je de afgelopen tijd gedaan hebt, en daar van genieten. Mensen klagen toch al te veel, dus een positieve noot is altijd goed in het leven. Positieve plannen maken, die ook bezongen worden in deze chanson.

Elbow neemt je in Weather To Fly mee op een melancholische vlucht, want het is tenslotte ‘weather to fly’. Dan maak je daar gebruik van tenslotte.

Tekstueel staat de song als een klok, ook instumentaal klopt het helemaal. Mooi gedragen trompet-/bugellijnen, die stemmig afsluiten, en mij telkenmale kippevel doen geven.

Als ik liefdevolle gevoelens voor mannen zou hebben, zou ik Guy kunnen liefhebben en adoreren. Zo weet hij mij te raken, met stem en voorkomen. Ik had zo maar verliefd kunnen worden op Guy. Op zijn muziek en Weather To Fly ben ik het tenslotte al.

Keuze Victor Romijn: The Birds (2011)

Alleen een band die goed in zijn vel zit durft een album te openen met een epos van acht minuten

Ik ben pas laat Elbow gaan waarderen. Vrienden van me waren al jaren aan het dwepen met de band, maar het duurde bij mij toch echt tot mijn vriend Sytse erover blogde, dat mijn interesse gewekt werd. Inmiddels waren ze al aangeland bij het vijfde album Build A Rocket Boys.

Niet veel later stonden ze in de HMH. Sytse had een kaartje teveel gekocht, dus ging ik met hem en zijn vrienden naar het concert. Vooraf had ik alvast een beetje ingeluisterd met de laatste twee albums zodat ik goed voorbereid was.

Het concert opende net als het album met het prachtige The Birds. Langzaam opbouwend en meeslepend, zoals ik mijn liedjes graag heb. De stem van Guy die je zachtjes meeneemt in zijn verhaal, helemaal niet overhaast maar elk woord zorgvuldig afwegend. Elk woord past perfect op zijn plaats. Ik merk dat de band goed in zijn vel zit. Alleen bands die een flinke dosis zelfverzekerdheid hebben durven een album te openen met een acht minuten durend epos. En Elbow komt er mee weg. Zo goed zelfs dat je je haast afvraagt hoe ze in hemelsnaam het hele album op dit niveau gaan blijven.

Tijdens het concert (een van de besten van 2011) overtuigden ze me van hun kracht. Ik ben niet langer een Elbow-leek, maar zal elke stap die ze zetten blijven volgen en heb hoge verwachtingen voor hun toekomstige werk.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.