Ondergewaardeerde Liedjes


Groente en Fruit-battle

Vullen of voeden? Vandaag kozen we voor het laatste met het onderwerp groente en fruit. Muzikale vitamientjes om lekker vanuit de hangmat naar te luisteren. Of in de strandstoel. Een gezonde smoothie van allerlei smaakjes: vitamine M die naar meer smaakt.

Keuze Willem Kamps: The Move – Blackberry Way (1968)

Zuur en zoet

Letterlijk vertaald denk je misschien: Blackberry Way, dat is vast een straat in de vruchtenbuurt, ergens in Engeland, bijvoorbeeld Birmingham. Oké, Birmingham klopt, daar loopt Roy Wood, maar het ligt net even anders. Het is de weg, het leven waarin Roy verzeild is geraakt nu zijn meisje er vandoor is gegaan. Roy heeft verkeerde dingen gezegd en ze is pleite. Up yours, doei! Staand op de hoek van de straat, in de stromende regen, verdwaald in zijn hoofd, vraagt Roy zich af wat ie moet doen, want hij zit helemaal niet te wachten op die sombere, braamzwarte manier van leven.

Goodbye Blackberry Way
I can’t see you
I don’t need you
Goodbye Blackberry Way
Sure to want me back another day

Gepikeerd, geprikkeld, alsof Roy in een bramenstruik is gedonderd. Stampvoetend maakt hij zich uit de voeten: Good [stamp] bye [stamp]Black [stamp] berry [stamp] Way [stamp, stamp, stamp, stamp] I [stamp] can’t [stamp] see [stamp] you [stamp]. Gitaar, bas en drums stampen nijdig mee. Alleen de mee schrijdende mellotron maakt dat Roy niet al het gevoel voor decorum verliest en toch met een zekere gratie afscheid neemt. Vergeet ook niet, beste Roy, fruit moet rijpen, dan wordt het vanzelf zoet.

Maar eh, Roy Wood, wie…? Wood was zanger, gitarist en songschrijver van The Move. Zijn loopbaan kenmerkt zich door een hoeveelheid aan bands. Zo richtte hij met andere Move-leden Bev Bevan en Jeff Lynne, het Electric Light Orchestra op, alvorens snel weer te vertrekken naar Roy Wood’s Wizzard. Vóór The Move zat ie onder andere in The Idle Race, qua sound een logische voorloper van The Move. Het voert te ver om alle bands te noemen waar Roy deel van heeft uitgemaakt (veelal met zijn naam in de bandnaam) en met wie ie allemaal heeft gespeeld. Eentje nog: hij heeft bij Bo Diddley alle nummers gebast bij diens London Sessions.

Erg honkvast was Roy dus niet, wellicht dat zijn meisje dat snel in de gaten had. Wat moet ik met zo’n vent, zal ze gedacht hebben. Type sombermans, beetje driftig, erg met zichzelf ingenomen en in voor wisselende contacten. Al was dat laatste misschien noodgedwongen. Als je zo met jezelf bezig bent en alleen jouw ideeën wilt uitvoeren, dan lopen de anderen wel weg, mocht jij het niet doen. Maar om Wood nou tot één grote zuurpruim te bombarderen voert wat te ver, al is zijn carrière wel te definiëren als een Blackberry Way. Roy’s way of life. Links en rechts vruchten afwerpend of plukkend. Soms te vroeg, wat zuur, maar ook genoeg zoete. Ik stamp het er maar even in: Blackberry Way heeft misschien een zwart randje; het stond wel op 1 in de UK.

Keuze Peter van Cappelle: Badfinger – Apple Of My Eye (1973)

Afscheidslied voor het label waar ze zoveel aan te danken hadden

Het verhaal van Badfinger is zowel fascinerend als zeer triest. Even kort voor wie het niet kent: de start van hun carrière kon niet beter beginnen toen ze een contract kregen bij het Apple label van The Beatles. Een aantal succesvolle platen volgende met onder andere het door Paul McCartney geschreven Come And Get It, No Matter What, Day After Day en Baby Blue (dat ruim 42 jaar later een tweede leven kreeg door het gebruik in de laatste aflevering van Breaking Bad).

Echter, ze hadden met Stan Polley een onbetrouwbare manager die er met het grote geld vandoor ging en de band berooid achter liet. De twee voornaamste leden Pete Ham en Tom Evans zagen geen licht meer in de duisternis en maakten beiden een einde aan hun leven. Terwijl jaren later het door hun geschreven Without You, dat eerder een hit werd voor Harry Nilsson, opnieuw een wereldwijde hit werd in de (vreselijke) versie van Mariah Carey.

Maar we nemen nog even een stapje terug. Badfinger had dus eerst een platencontract bij Apple Records. Helaas was de administratie van het label één grote fiasco, en maakten ze in 1974 (op aanraden van Polley) de overstap naar Warner Bros Records. Er volgde in 1973 nog één album op het Apple logo: Ass. De single die ervan werd gekozen was dubbelzinnig en sprak boekdelen: Apple Of My Eye. De tekst klinkt alsof het gaat over het einde van een relatie, maar Pete Ham bedoelde een andere relatie dan een liefdesrelatie. Het was een afscheidslied dat was gericht aan het label waar ze veel aan te danken hadden, maar dat ze achterlieten in een chaos. Helaas ging het de band hierna niet veel beter af.

Keuze Richard Rombouts: Gavin Friday – Apologia (1989)

Steen(vrucht)goed

Groente en fruit als onderwerp. Keuze zat. Aubergine, kool, asperges, maar ook een hele fruitmand kwam in gedachten voorbij. Een suggestief liedje over bananen misschien? Of een lekkere woordspeling op fruit? Twijfel, want je wil met iets goeds op de proppen komen.

Ik had al snel mijn keuze gemaakt: Prince met Peach, ondanks dat hij eigenlijk niet over fruit zingt. Superondergewaardeerd. Een schitterende clip er bij gevonden, maar binnen een week was deze weer van YouTube verwijderd. Twee weken geleden een andere clip gevonden; helaas…….vier dagen later weg. Er is er nog ééntje, maar met een abominabele video en geluidskwaliteit. We moeten tegenwoordig minimaal twee keer per maand alle bijdragen over Prince controleren of de YouTube link nog actief is, want er is kennelijk een webpolitie-eenheid actief die werkelijk alles van de man op YouTube en Spotify afrukken. Zal wel weer met geld te maken hebben. Schijt aan de fans. Dus maar iets anders.

Toch maar weer een woordspeling? The Virgin Prunes, bijvoorbeeld. Een Ierse post-punkband, maar hun muziek heeft mij nooit kunnen bekoren. Evenals hun ‘stage-act’; te pretentieus. Maar goed; het is wel een bruggetje van suggestief fruit naar zanger Gavin Friday, die na negen jaar de band verliet om in 1986 te gaan schilderen. Drie jaar later kwam zijn solodebuut, Each Man Kills the Thing He Loves. Met Apologia; een lied dat door haar soberheid en tekst opvalt.

Wat heeft het nu nog met groente of fruit te maken? Niets, helemaal niets. En dus biet ik mijn excuses aan.

Keuze Hans Dautzenberg: Erykah Badu – Appletree (1997)

Op het kruispunt van soul en hip-hop

Via een huisgenootje mocht ik eens meekijken in de LP-kast van een bevriende lokale diskjockey, die zo aardig was om wat platen uit te lenen. Terwijl ik nog aan het bijkomen was van de aanblik van zijn enorme platenverzameling, luisterde ik halfjes naar zijn adviezen. En zo kwam ik thuis met een onbekend stapeltje albums, als een stapel spannende surprises die zich één voor één lieten openen. Betreffende DJ was wat ouder dan ik en had bovendien veel voor mij onbekende soul en R&B in zijn verzameling. Ik weet inmiddels niet meer wat er allemaal bij de surprises zat (dit was begin jaren ’80), behalve twee namen: Flora Purim en Betty Wright. Flora Purim is een Braziliaanse jazz zangeres, die met vele grote namen (Dizzy Gillespie, Return to Forever, Chick Corea) heeft gewerkt. Ik herinner me van haar album Carry On (m.m.v. onder andere Sheila E.)  de opener Sarara en vooral het heerlijke en verrassende titelnummer, dat opent als een lekkere smooth 70’s funk om rond minuut 2 over te gaan in een swingende Braziliaanse salsa. Ik heb het nog steeds ergens op een cassette staan. Luisteren!

Van Betty Wright heb ik toen met het album Betty Wright Live kennis gemaakt. In eerste instantie vond ik het ‘wel aardig’, maar pas in de loop van jaren ben ik het wat vaker gaan draaien. Er schijnt twijfel te zijn over de vraag of het album wel echt live is opgenomen, maar wat duidelijk is, is dat Wright het beste tot haar recht komt in een live-setting. Wat een kracht, wat een performance.

Van Betty Wright is het een kleine stap naar de neo-soul van de jaren 1990. Niet alleen is zij tot inspiratie geweest (en is haar werk gesampled) voor latere generaties, ook heeft Wright persoonlijk samengewerkt met (onder andere) Angie Stone en Erykah Badu. Die laatste heet eigenlijk Erica Wright (geen familie voor zover ik weet). Ik leerde haar kennen door dat sloom slepende maar intrigerende klaagnummer Tyrone. In de uitverkoop pikte ik daarna een keertje haar eerste, Baduizm mee. Dat bleek een klein juweeltje. Wat een lekker los jazzy album op het kruispunt van soul en hip-hop, waar Badu soepeltjes zingend en rappend overheen laveert. Appletree is daar een heel mooi voorbeeld van. Voor je het weet zit je mee te tikken.

Keuze Erwin Herkelman: Sander Kleinenberg – The Fruit (2004)

Wát een groove

Nee… het plaatje zit niet heel ingewikkeld in elkaar. En nee… de tekst is niet hoogstaand. Maar wát een ongelooflijke groove heeft dit nummer! Zet hem op in een live-set en de dansvloer kan volledig los. En om het af te toppen krijg je na twee minuten nog even een break waar je helemáál van uit je dak gaat. Het is dan ook een heerlijke festival-knaller: The Fruit van Sander Kleinenberg. De Nederlandse DJ begon op 15-jarige leeftijd met draaien en waar hij eerst nog een verscheidenheid aan muziekstijlen voorbij liet komen, richtte hij zich al gauw op de dance. In 1998 vestigde hij zijn naam definitief en was hij ook te bewonderen in vermaarde Engelse clubs als Gatecrasher en Cream.

Commercieel brak hij twee jaar later door met My Lexicon. Een trancy, bijna dromerig liedje dat nét niet de Tipparade haalde. Met The Fruit had hij iets meer succes. Het nummer haalde de Tipparade wel maar dat was ook tegelijkertijd het eindstation. Een Top 40-notering zat er niet in. Maar inmiddels was hij al wel bezig met het remixen van tracks van artiesten als N.E.R.D. en Janet Jackson. Maar zijn voornaamste wapenfeit was de remix van Rock Your Body van Justin Timberlake. Een bewerking die hem zelfs een USA Dancestar Award opleverde.

Maar ík herinner hem vooral van The Fruit. Een plaatje dat zijn collega DJ’s gráág voorbij lieten komen op de vele festivals die ik destijds bezocht. Gegarandeerd dat het publiek de handjes in de lucht gooide en even lekker ging slepen en sliden op die heerlijke groove.

Keuze Ronald Eikelenboom: Hallo Venray – Orange (2005)

Hoe dan ook lekker

Bij groente en fruit is er één album waar ik direct aan moet denken: Vegetables & Fruit uit 2005 van Hallo Venray. Orange gaat meer over de kleur dan over de vrucht, oranje en groen op de muur, alsof het groenten en fruit is. Of een verkleurd kerstkostuum. Of de lampjes van de stereo, waar verder geen geluid uit komt.

En dan perst zanger/gitarist Henk Koorn er tot slot nog even een Neil Young-solo uit. Je kan er geen maaltijd mee maken, maar lekker is het wel.

Keuze Remco Smith: Spoon – You Got Yr. Cherry Bomb (2007)

De beste rockband van nu

Ik geloof niet dat dit liedje echt over fruit gaat, eerlijk gezegd, laat ik mij thuis ontvallen. Alsof er ooit muziek over fruit is gemaakt! was de repliek. Dat is natuurlijk ook zo. Absolutely Free was nog een soort van groente/fruit plaat (Cabbage is a vegatable!), maar bleek uiteindelijk een conceptplaat over pruimen. En dat gaat het toch weer gewoon niet over groente en fruit.

Spoon dus. Spoon is de beste band van nu. En buitengewoon ondergewaardeerd. Van alle ondergewaardeerde platen van Spoon is Ga Ga Ga Ga Ga de beste. De liedjes zijn goed, gedurfd ook. Luister eens naar dat magistrale Don’t make me a target waarmee de plaat begint. De onnavolgbare tempoverandering halverwege. Het voortstuwende, aanvankelijk ontzettend irritante maar uiteindelijk onontkoombare The Ghost of your Lingers. The Underdog, dat zo’n perfect popliedje is dat het verbaast dat dat niet in de top 10 van de Snob 2000 is gekomen. Spoon weet het goede rockgevoel te combineren met de juiste zorg en het juiste oor om de liedjes precies dat te geven wat zij nodig hebben (handklap! Blazers!). En dan nog de lekkere rauwe stem van Britt Daniels. Onbegrijpelijk dat deze topband zo ontzettend ondergewaardeerd is.

Op Ga Ga Ga Ga Ga staat You got yr. Cherry Bomb. Kersen dus. Maar ik heb niet het gevoel dat het liedje daar over gaat.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *