Ondergewaardeerde Liedjes


Dutch Metal-battle

Muzikaal staat Nederland internationaal vooral bekend om dance. Wie echter de meest recente exportcijfers bestudeert, ziet dat er daarnaast nóg een genre is dat er uitspringt. Nou ja… twee genres. Eerst is er ‘genre op zich’ André Rieu, met zijn wapperende manen en walsende orkest. Daarnaast zijn het de wapperende manen van de Nederlandse metalbands die bovengemiddeld veel over de grens te zien zijn. Zo bovengemiddeld veel, dat we er hier in Nederland eigenlijk amper zicht op hebben.

Waar de internationaal zo vermaarde dj’s nog regelmatig even invliegen om op een Nederlands podium hun handjes in de lucht te gooien, doen de meest succesvolle metalbands zoals Legion Of The Damned, Epica, Heidevolk, Komatsu of Within Temptation dit amper. Simpelweg omdat hun schema’s elders zo vol zijn. Alleen van Within Temptation weet Nederland wel dat ze het internationaal goed doen, maar hun geluid is amper representatief te noemen voor het veelkleurige roestpalet dat zich op de zware metalen uit de Lage Landen heeft afgezet. Vandaar bij deze een ondergewaardeerd staalkaartje.

Keuze Ronald Eikelenboom: Sleeze Beez – Hot and Heavy…Women (1987)

Het moet schudden, niet rammelen

Als vrouwen mij naar hun figuur vragen, is de kans groot dat ik vroeg of laat antwoord met: Het moet schudden, niet rammelen. Het blijft een kwestie van smaak, maar ik bedank voor Barbiepoppetjes. Liever hommelheupen dan een wespentaille. Sleeze Beez drukt het wat minder subtiel uit, maar de boodschap blijft hetzelfde.

Sleeze Beez ontstond in de hoogtij dagen van de hairmetal in 1987. Het debuut Look Like Hell werd opgenomen met de Belgische zanger Tigo ‘Tiger’ Fawzi. Eén jaar later was de band twee zangers verder en vond zijn definitieve vorm met zanger Andrew Elt. Met hem neemt de band het album Screwed Blued & Tattooed op.

Aan waardering heeft het Sleeze Beez nooit ontbroken. Na een Amerikaanse tour als voorprogramma voor Skid Row volgde er een eigen vier maanden- durende headline tour door Amerika en Canada met een totaal van negentig shows. In 1995 toert de band uitgebreid in Japan, waar hairmetal nog mateloos populair is en de band een live album opneemt. In Nederland moet de band het doen met het clubcircuit en na een paar rondjes zijn ze wel uitgespeeld, zeker als drummer en drijvende kracht Jan Koster met een polsblessure te kampen krijgt. In 1996 valt dan ook het doek voor Sleeze Beez. In juni 2010 komt de band weer bij elkaar voor een reünieconcert als voorprogramma van Aerosmith in het Gelredome, gevolgd door een éénmalig optreden in Paradiso in februari 2011.

En toch. Ondanks al die waardering is Sleeze Beez een ondergewaardeerde band. Of ligt dat aan het genre? Hoe dan ook, vette metal bands Need Loving Too.

Keuze Dimitri Lambermont: Gorefest – The  Glorious Dead (1992)

Wat een strot

Iedereen die een beetje van deathmetal houdt, weet dat De Grunt een zeer belangrijk onderdeel is van het ‘evil’ geluid van een band. Je kunt nog zulke lage riffs spelen, nog zo gooien met blastbeats en nog zulke gruwelijke teksten schrijven… Zodra de zanger zijn strot opent moet het klinken als een ranzige, blubberende afvoerput.

Een smerige, roestige, diepe stortkoker waar de laatste bloederige restjes van je slachtoffer door worden weggespoeld. Het strottenhoofd als directe verbinding met de zevende ring van de hel. Heb je dat niet als band, dan val je toch snel af. Klinkt aardig, maar die zanger bakt er niets van. Niet beroemd. Hop in de uitverkoopbak. Jammer joh.

Begin jaren ’90 begint het opeens te zoemen in de Nederlandse metalscene. Het gerucht gaat dat wij Nederlanders sinds kort ook een zanger met een Echte Strot hebben. Een grunt uit de diepste onzalige diepten van de harige anus van Beëlzebub. Blubberig en laag. Het Zeeuwse Gorefest laat van zich horen.

Even een flashback… Dit zijn de jaren van Headbangers Ball op MTV. Van het magazine Aardschok. De jaren waarin metalfestival Dynamo Open Air in Eindhoven duizenden metalfans uit de hele wereld weet te trekken. En ik was daarbij. In die modderige oase van metal, bier, hamburgers en verdomd veel Duitsers. Metalbroeders en zusters onder elkaar. Zuipen, schreeuwen, headbangen en hop de pit in. Eén groot kolkend metalfeest. Horns in de lucht en gaan.

Maar goed… Nederland en deathmetal? Een echte grunt? Zo’n diepe? Met blubber en al? Dat was toch even andere koek. Tot zich in 1993 boven Eindhoven donkere wolken beginnen te vormen en langharig tuig uit Goes, Zeeland (of all places) de grond doet schudden.

The Eindhoven Insanity – zoals de CD van het optreden van Gorefest later bekend wordt – laat een deathmetalband horen in optima forma. En dat uit Nederland! Uit fucking Goes! Met een gitarist die de achternaam Bonebakker draagt! Voornaam Boudewijn. Een allervriendelijkste zanger genaamd Jan Chris de Koeyer. Kan het Nederlandser? Iemand spruitjes bij de blastbeat?

The Eindhoven Insanity is live opgenomen op Dynamo Open Air in 1993. De CD komt enkele maanden later uit. Het is mijn eerste kennismaking met Gorefest. En die kennismaking begint gelijk lekker met The Glorious Dead, waarvoor ik hier wil pleiten. Vier minuten en vijftig seconden lang dalen we af in de diepste, donkerste krochten die deathmetal voort weet te brengen. De Apocalyps is er niets bij. Deathmetal van de bovenste plank. Uit Zeeland.

Voor uw beeld; Gorefest deelt dat jaar het podium met Annihilator, Anthrax, Biohazard, Fear Factory, Kong, Monster Magnet en Suicidal Tendencies. Dat zijn echt geen kleine namen. Maar de Gorefesters weren zich kranig. De band is technisch dik in orde, maar ze maken vooral indruk dankzij die strot van Jan Chris de Koeyer. Wat een blubberende grunt!

For god and the country you raised your head
Who remembers your name the glorious dead

Niet dat ze nou opeens als een donderslag op aarde stonden. Tegen de tijd dat ze Dynamo spelen is Gorefest al voorprogramma geweest voor Carcass en op toer geweest met Deicide en Atrocity. Na Dynamo in 1993 gaan ze op toernee met Death. Death? Ja de band waaraan deathmetal zijn naam heeft te danken. Dan weet je het wel. De Nederlanders maken echt indruk binnen de scene.

Terzijde! Bijna was er helemaal geen Gorefest op Dynamo geweest. Aan het eind van 1992 gaat Gorefest op tournee door Europa met de Amerikaanse deathmetalband Deicide. Ik heb hier al eens over deze fijne satanisten geschreven. De leden van Gorefest ontsnappen in Zweden aan de dood als tijdens één van hun optredens een bomaanslag (WTF!) wordt gepleegd. Verantwoordelijk hiervoor zijn Scandinavische black-metalfanatici. Altijd gezellig.

Na Dynamo slaat Gorefest aan het experimenteren. Ze verlaten langzaam maar zeker de deathmetal. En dat wordt ze eigenlijk niet geheel in dank afgenomen. Melodieuze zangpartijen. Een toetsenist. U kent het wel. Langzaam maar zeker zakken ze af richting lichtere, meer groovende vormen van metal. De strot blijft, maar het werk wordt toegankelijker.

Ondanks tournees met Judas Priest en een voorprogramma bij Deep Purple lijkt de rek er een beetje uit. In 1998 dooft de Zeeuwse formatie langzaam uit en in 1999 maakt De Koeijer het einde van Gorefest bekend in Aardschok magazine. In 2004 proberen ze het nog een keer en in 2009 is het dan toch echt afgelopen. De Zeeuwse deathmetalbolus is op.

Luister je terug naar dat optreden uit 1993 dan blijft vooral overeind dat Gorefest in die tijd bij de top van de deathmetal-elite hoort. Wat een geluid. En wat een strot.

Keuze Edgar Kruize: Gorefest – Low (1994)

Iemand hard op zijn muil willen slaan

Ik ben geen typische ‘metalhead’ die met zijn vuist in de lucht vooral met het hoofd wil zwiepen tot de onvermijdelijke nekhernia volgt. Nee, zodra de gitaren wat harder worden, prefereer ik meer melodieuze en naar blues neigende hardrock of anderzijds meer naar progrock neigende metal, met ingewikkelde tempowisselingen en spannende structuren. Toch heb ik midden jaren ’90 wel een flinke duik genomen in de wat lompere harde hoek, typisch gevalletje van ‘teenage angst’ dat er uit moest. Ik ging naar Dynamo Open Air voor de wat meer melodieuze crossover/hardrock/metal van Urban Dance Squad, Clawfinger en Life Of Agony. Ik trof daar echter ook de Zeeuwse band Gorefest, die mij volledig uit mijn legerkistjes blies. Frontman Jan Chris de Koeyer bulderde zijn teksten het veld over alsof hij met één been in de hel stond, de gitaren sneden door mijn ziel en de opgefokte bas- en drumpartijen maakten dat ik ter plekke zin kreeg om iemand vol en heel hard op zijn muil wilde slaan. Niet gedaan, zo ben ik dan ook weer niet. Maar de deathmetal van Gorefest was een openbaring.

Hun cd Erase gekocht, die her en der best – doch relatief – toegankelijk was. De titeltrack maakte de meeste indruk op me, met zijn lekkere tempowisselingen, voortstuwende groove en bulderende vocalen. Maar het was opener Low die ik het meest draaide: een nummer dat met zijn licht funky basgeluid makkelijk binnenkwam, maar daarna al vrij snel de diepte in ging. Ik bulderde in mijn beste raspstem graag mee. ‘Looowww, looooowwww, loooowww… a growing fear!’. De fase waarin ik naar Gorefest luisterde heeft hooguit een jaar of twee geduurd, maar maakte wel indruk.

Dik 10 jaar later werk ik voor metalband Epica aan hun audio book The Road To Paradiso, een project dat uitmondt in – de naam zegt het al – een show in de Amsterdamse poptempel. In de show is ruimte voor diverse gasten, waaronder Jan Chris de Koeyer van Gorefest, die meedoet op het nummer Consign To Oblivion, een track waarin het refrein ook een ‘Looowww, looooowwww’, segment bevat. Nu ken ik dat Epica-nummer goed; ik vind het een van de betere nummers uit de beginperiode van de band. Maar in Paradiso gebeurt het gek genoeg dat De Koeyer dat segment inzet en ik vanuit de zaal uit een instinctieve reflex niet zoals het hoort ‘low to the ground we feel safe’ (de Epica-tekst) meebrul, maar puur door zijn stem en intonatie de Gorefest-tekst ‘low, a growing fear’ uit volle borst inzet. Dat nummer zit dus kennelijk best diep in mijn ziel verankerd…

Keuze Marèse Peters: The Gathering – Liberty Bell (1999)

Stoer

Soms droom ik ervan dat ik net zo vrouwelijk-stoer ben als Anneke van Giersbergen. Die sierlijke tattoos. Die verleidelijke lach. En ja, die fenomenale stem.

In 1995 maakten we daar kennis mee. Strange Machines was een echte metalhit en iedereen keek naar Anneke. Hoe ze daar als meisje totaal op haar gemak stond te headbangen tussen al die langharige kerels van The Gathering. Iedereen die vond dat hij (m/v) een goede muzieksmaak bezat, had het album Mandylion in de kast staan. Ook ik.

Een aantal jaren later kocht ik in een opwelling How to Measure a Planet (1999) van The Gathering. Een briljante opwelling. Want wat een tof album is dat. De bombastische gothmetal hebben ze ingeruild voor een wat subtielere, meer ingetogen variant. De nummers zijn rustig, etherisch bijna, maar steken zeker niet minder vernuftig in elkaar. Ook Anneke is hier weer op haar best. Uitschieter is het meest rockende nummer: Liberty Bell. Wat had ik dat graag een keer live meegemaakt!

Helaas kan dat niet meer, want Anneke en The Gathering horen niet meer bij elkaar. Sinds 2007 zingt Anneke solo. En niet alleen metal. Ze doet gewoon precies waar ze zelf in heeft. Erg stoer.

Extra Keuze Richard Rombouts: Ayreon – Day Seven: Hope (2004)

Lichtvoetig

Ik las het ‘manuscript’ van deze battle en mijn eerste gedachte was dat we er in geslaagd waren een mooie verzameling pleurisherrie bij elkaar te zoeken. Ik ben liefhebber van stevig gitaarwerk aangevuld met rauwe stemgeluiden en mijn andere bijdrage past hierbij naadloos aan. Maar hoe goed de verzameling ook is, zonder tegenwicht veranderd het al snel een kakofonie van geluid. Ongetwijfeld zullen degenen die niet gecharmeerd zijn van het genre het als kaka-fonie bestempelen, dus laat mij alsnog iets lichtvoetigers bijdragen. Puristen zullen stellen dat symfonische rock hier niet tussen hoort, maar wikipedia zegt anders. Dus lekker puh!

Arjen Lucassen alias Ayreon maakt symfonische rock en onlangs heb ik (hier) al een blog met interview over hem en mijn favoriete Ayreon-album, The Human Equation, geschreven. Een heel stevig conceptalbum, maar in mijn oren melodischer dan de eerder vermelde herrie mede door het gebruik van aparte instrumenten en rustige passages. Heel even wilde ik voor Day Eleven: Love kiezen, omdat daar een keur van bekende metal-artiesten hun kunsten vertonen. James LaBrie, Heather Findlay (Mostly Autumn), Irene Jansen (ex-Karma), Magnus Ekwall (The Quill) en Mikael Åkerfeldt. Of het rustige Web Of Lies van het album 01011001, subtiel gedragen door Simone Simons.

Maar Hope, ook wel bekend onder de titel Come Back To Me, is een duet tussen de zanger van Dream Theater (de comateuze patient) en Arjen Lucassen (als beste vriend). En juist hierdoor werd dit de uiteindelijke keuze, want in de regel houdt Arjen stijf zijn mond en laat zijn gitaren en keyboard spreken.

Hope (Come Back To Me) is vanwege het synthesizerloopje zo’n typisch deuntje dat niet meer uit je hoofd gaat. Als een luchtig intermezzo tussen het geweld van het album en deze battle.

Keuze Richard Rombouts: Anne Frank Zappa – I Breathe Fire (2010)

Optredens in Schubbenkutteveen beu

Is garagepunk metal? De meningen zijn verdeeld, dus laten we de stelling eens langs de definitie-lat leggen:
– Metal is een muziekstroming die begin jaren zeventig van de 20ste eeuw is ontstaan en voortkwam uit de hardrockmuziek. Vinkje
– Het wordt gekenmerkt door agressieve ritmes, zwaar versterkte elektrische gitaren en duistere tonen. Vinkje
– In metal wordt gezongen over eigen of maatschappelijke problemen, horror, religie, oorlog, nihilisme en fictionele of macabere onderwerpen. Vinkje
– Metal kenmerkt zich door snelheid, meer nog dan hardrock, dat naast snelle nummers ook vaak trage nummers kent. Vinkje
De teerling is geworpen.

Anne Frank Zappa zou eerst The Aids Babies gaan heten, maar dat vonden ze politiek niet correct. De naam is nu dus ontleend aan Anne Frank en Frank Zappa, vanwege zijn album Does Humor Belong In Music? Als het aan het Rotterdamse punkrocktrio Anne Frank Zappa ligt wel. Zij kiezen voor deze originele bandnaam. In een interview stelde drummer Marcel Alexander Wiebenga: Maar in deze tijden van Geert Wilders is het ook interessant om te zien wanneer mensen zich beledigd voelen. Maar tot nu toe was mijn moeder de enige die klaagde: zij is een enorme Frank Zappa-fan. Kijk, daar kan ik op de koffie komen.

De band is in 2007 opgericht en telt dus 3 bandleden; de bovenvermelde drummer, zanger en gitarist Jerry Hormone én zangeres en gitariste Ella Bandita. Ze heeft opgetreden op Lowlands, The Great Escape en de Melkweg en DWDD. Het geluid van de band kenmerkt zich door een hoog volume resulterend in vervorming, veelvuldig gebruik van gitaarfeedback en het ontbreken van een basgitaar. De nummers zijn kort. In 2010 brachten ze een EP uit met zes nummers; low-fi opgenomen middels een viersporenrecorder en klinkt alsof deze rechtstreeks in het Achterhuis is opgenomen: rauw, puur, vuig, snel en energiek. In hun filosofie is punk gewoon lol maken. Speciaal voor de promotie van het nummer I Breathe Fire trok de band naar Noorwegen om daar in de bossen een clip te maken. Overigens is de main-riff is wel keihard gejat van het intro van Jumping Jack Flash.

Blijft het bij een éénmalige release of gaan we in de toekomst meer van Anne Frank Zappa horen? Ik zal de spanning maar gelijk breken: 15 september 2011 speelde Anne Frank Zappa haar laatste optreden op het Incubate festival in Tilburg. Of zoals Hormone zei: Het was strak! Als een jong kutje. Nou ja, wel van boven de zestien dan. Misschien komt dat omdat we voor dit optreden hebben geoefend. Misschien willen we nog een keer oefenen, maar dit kan ook de laatste keer geweest zijn. We doen alleen nog maar leuke optredens, en dit was er zeker een. Voor ons geen optredens in Schubbenkutteveen meer.

En nu?, vroeg ik Jerry Hormone: Officieel zijn we eigenlijk nooit gestopt. We werden afgeleid en gingen andere dingen doen. Ryanne (Ella) doet tegenwoordig de band Dool en maakt een programma voor BNN over de zin en onzin van gender. Marcel Wiebenga is mede-eigenaar van een bedrijf dat liedjes onder autoreclames zet en decadente feestje op boten in Cannes geeft. Ik heb de kinderboekenserie Borre geschreven, debuteerde begin dit jaar met de literaire verhalenbundel Het is maar Bloed en in november komt het debuutalbum Stout! Stout! Stout! van mijn band The Jerry Hormone Ego Trip uit. Een reünie zie ik zo snel niet gebeuren. We zijn druk met andere dingen. Maar als iemand z’n dikke portemonnee trekt, waarom niet?

Keuze Timo Morsink: Textures – New Horizon (2016)

Nieuwe ronde, nieuwe kansen, nieuwe richting

Ik was op een gratis festival met muziek uit alle windrichtingen. Textures was een beetje de vreemde eend in de bijt. Keiharde metal en grunts. Zo hard en zo verschrikkelijk onverstaanbaar, dat mijn oren – ondanks oordopjes – na 5 nummers een rustpauze eisten. Even een afstandje nemen.

Het was duidelijk dat ik niet in de rij zou gaan staan voor een gesigneerde CD van de boys. Gek van metal en harde muziek, maar dit was over ‘the top’. Tot mijn stomme verbazing kwam 2016 (na een stilte van 5 jaar) een nieuw album uit, Phenotype, dat niet uitsluitend meer uitging van grunts als kunstvorm. Maar ook (in perspectief, natuurlijk) rustige ballads ertussen tot zelfs een zen-achtig nummer als Zman: dit betekent tijd in het Hebreeuws en vloeit naadloos over in Timeless.

Het album kent in tegenstelling tot de voorganger(s) meerstemmige samenzang en (nieuwe) zanger Daniël de Jongh heeft zijn eigen componerende stempel op het album kunnen drukken. De ‘single’ van het album is New Horizon en deze titel dekt inderdaad de nieuwe richting van de band.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *