Die ene rotte appel in de fruitmand. Of dat lekkende ei in de doos als je in de supermarkt staat. Het kaasplateau waarvan er één kaasje toch wel erg afwijkt van jouw smaakverwachting. Artiesten doen dit ook wel eens. Alle songs op een album volgens een bepaald stramien, behalve eentje. Soms is dat bewust, een andere keer kan het een geintje zijn. Heeft jouw favoriete band een prachtige plaat gemaakt die jij op je romantische samenzijn met jouw partner graag laat horen, blijkt er op het einde toch nog die beuker te horen waardoor minstens een van jullie richting de gordijnen rent.
Een vreemde eend in de bijt kan lekker zijn (het Rivella-gevoel, zeg maar). Maar ook een geweldige verpester van de sfeer. En is het dan nog wel ondergewaardeerd? Voor de bijzondere gevallen bedachten we deze keer een Odd one out-battle. Kies jouw favoriete vreemde track!
Keuze van Annemarie Broek: Ivy League – Dear Old Dutch (1967)
Ik vond de muziek van Ivy League zo mooi, dat ik als tiener hun verzamelaar Sounds Of The Ivy League kocht. Naast al hun bekende hits stond Dear Old Dutch er ook op. Dat was een kort vocaal nummertje.
Ivy League was een trio zingende heren, sterk wisselend van samenstelling, met als oerleden John Carter en Ken Lewis. Later deden bijvoorbeeld ook Perry Ford , (daar is-t-ie weer) Jimmy Page, Tony Burrows en andere tijdgenoten mee.
Het trio had aanvankelijk succes als backing vocals bij Tom Jones, Sandie Shaw en The Who (Can’t Explain), maar besloot door dit succes eigen nummers te gaan opnemen. Ik noem een paar van hun hits: Tossing And Turning, Funny How Love Can Be en That’s Why I’m Crying.
Toen John Carter de groep verliet, werd zijn plaats ingenomen door Tony Burrows, aan wie ik in 2020 een artikeltje wijdde.
Het nummer Dear Old Dutch dateert nog uit 1982, is ooit gezongen door Maurice Cavalier en veel later nog door Hermans Hermits. Het valt uit de toon van deze LP doordat het een zeer kort nummer is en bovendien a capella werd vertolkt.
Keuze Klaas Kloosterman: Genesis – More Fool Me (1973)
Saai niemandalletje op een klassiek album
In 1973 bracht Genesis het album Selling England By The Pound uit. Hun meest kleurrijke ooit. Alle stijloefeningen van voorganger en beste plaat Foxtrot worden nog eens dunnetjes, ehhh…. nee, sterk aangezet overgedaan. Zowel de langste gitaarsolo als ook de meest tijdrovende vingeroefening op de ARP Pro Soloist zijn op het album terug te vinden.
En hun bijna beste nummer ooit: Dancing Out With The Moonlit Knight.
Kant een van het album eindigt met een Rutherford/Collins compositie ‘More Fool Me’, een nogal onnozel liefdesliedje.
The day you left
Well I think you knew you’d not be back
Well at least it would seem that way
Because you never said goodbye
In dit nummer geen sfeervolle gitaarpartijen, om nog maar te zwijgen over mistige mellotronlijnen of spitsvondige gedachtenkronkels van Peter Gabriel. Nee, een bloedeloze voor zich uit mompelende Collins.
Tijd om even een blowtje te draaien en een glas cola in te schenken.
Pas later realiseerde ik me dat Collins eigenlijk een prima zanger is, wiens stem prachtige harmonieën weefde met Gabriels vocale capriolen. En nog weer later, dat hij als leadvocalist in ieder geval één fantastisch album met Genesis afleverde toen Gabriel er de brui aan gaf.
Keuze Willem Kamps: Clearlight – Narcisse et Goldmund (1975)
Cult
“Een cultroman die door elke generatie opnieuw wordt ontdekt”, aldus uitgeverij De Bezige Bij in 2020. Het boek (ook bekend als Death and the Lover) van Herman Hesse verscheen voor het eerst in 1930 en krijgt nog steeds herdrukken. Het inspireerde in 1975 het Franse collectief Clearlight tot het lied Narcisse et Goldmund en is een ietwat vreemde eend in de bijt op hun tweede album Forever Blowing Bubbles.
Clearlight’s eersteling Clearlight Symphony was een geweldige psychedelisch symfonische plaat, die eveneens het predicaat cult verdient. Met Forever Blowing Bubbles sloeg de band, onder leiding van toetsenist Cyrille Verdaux, een andere weg in, die van de jazzrock/-fusion, al hoor je echo’s van hun Symphony. Was die eerste volledig instrumentaal, op Bubbles staan twee liedjes, waaronder Narcisse et Goldmund.
Narcisse heeft de vorm van een middeleeuws madrigaal en wordt hemels gezongen door Brigitte Roy. Het was vermoedelijk een eenmalige exercitie want er is echt niets van haar te vinden (cult?). Zonde want wat heeft zij een heldere en zuivere klank. Haar zang wordt afgewisseld met een fladderende dwarsfluit en naar het einde toe komt zo’n echo van Symphony, de mellotron op standje voices. Een vreemde, maar wonderschone eend in de bijt die het album vervolmaakt.
Herman Hesse was in 1975 al dertien jaar dood, anders had ie het op zeker gekocht.
Keuze Quint Kik: The Kinks – (Wish I Could Fly Like) Superman (1979)
Knipoog naar Kiss
Het moest er een keer van komen: de langverwachte doorbraak van de Kinks in Amerika. Lang gold de band als de enige die er niet in was geslaagd die lucratieve markt open te breken. Waar tijdgenoten The Who en de Stones bakken met geld naar een belastingparadijs harkten, golden de Kinks in de jaren zestig als persona non grata na een schermutseling tussen Ray Davies en een televisietechnicus c.q. vakbondsman.
Tegen de tijd dat ze eindelijk het land weer in mochten, lagen de gloriejaren van hun even briljante als typisch Engelse singles achter hen en was de band zich gaan toeleggen op conceptalbums (meer daarover in onze recente podcast). Maar welke Amerikaan zat nou te wachten op Rays mijmeringen over Old England, het vertrek van zijn zus naar de nieuwe wereld of de nietsontziende muziek- en entertainmentindustrie?
Om de sportarena’s van Amerika te veroveren, moest eind jaren zeventig het roer om. Albumtitels als Low Budget en Give The People What They Want wonden er geen doekjes om. Maar een knipoog naar Kiss’ I Was Made For Loving You was zelfs voor Davies-begrippen next level: een odd one out op een verder door van dik hout zaagt men planken-hardrock gedomineerd album.
Keuze Jeroen Mirck: Extreme – More Than Words (1990)
La-di-da-da-di-da-da-da-da
Als muzikant is niks menselijks je vreemd, dus maak je soms een uitstapje naar een stijl of genre waar je trouwe fans toch even aan moeten wennen. Je doet dat uit nieuwsgierigheid, uit verveling of gewoon als grap. Meestal gaat het om albumtracks die mensen snel weer vergeten. Bij de Amerikaanse hardrockband Extreme werd het echter haar allergrootste hit.
Extreme’s tweede album Pornograffitti uit 1990 was een frisse mix van hardrock, glamrock en funk, maar wat klonk daar ineens als vijfde track, direct na de adrenaline-funkrock van Get the Funk Out? Een mierzoete akoestische ballad met zachte samenzang van de ruige rockers Gary Cherone en Nuno Bettencourt. More Than Words werd een wereldhit en boorde een breed publiek aan, maar de rechtgeaarde hardrockfan haakte af. Dit was toch echt andere koek dan de gastoptredens van Extreme bij MTV’s Headbangers Ball. Andersom leverde het onverwachte succes ook andere afhakers op, want concerten van de band bleken hard en eng voor de gemiddelde bakvis die Extreme van de Top-40 kende.
Persoonlijk kon ik de eclectische stijl van Extreme indertijd best waarderen, maar tegelijk heeft dat gebrek aan focus de band zeker ook parten gespeeld om relevant te blijven. Niet kiezen is ook een keuze. Wie alles wil zijn, is feitelijk niks. De heren hadden zeker talent, maar leken iedereen te willen pleasen. Ze zongen over meer dan woorden, maar vergaten zichzelf uit te spreken. Wat rest is een klein gefragmenteerd oeuvre. La-di-da-da-di-da-da-da-da.
Keuze Erik Stam: Low – Sunshine (1994)
Low mag er zijn
In 1994 kwam de debuutplaat van Low, I Could Live In Hope uit. Net na het hoogtepunt van de Grunge maar desondanks een typische midden jaren 90 plaat. Langzaam en vol sfeer. Beetje in de lijn van Mazzy Star en het nummer Lullaby staat terecht ook in de Snob 2000. En alle nummers hebben één woord als titel, dat op zich al vind ik mooi.
Na 10 nummers, iets meer dan 50 minuten sluit het prima en passend af met Rope. En elke keer stink ik er weer in. Wie heeft bedacht dat er na Rope nog een versie moet komen van You Are My Sunshine? Gelukkig heet het op de plaat alleen Sunshine, waardoor de trend van één woord per titel blijft bestaan maar dat is dan ook het enige positieve aan het nummer. Misschien is het bedoeld als grapje, bijvoorbeeld om te laten zien dat ze echt wel een positief nummer konden zingen. Ik heb geen idee maar wat mij betreft past het totaal niet bij de andere nummers op de plaat.
Low mag er zijn, I Could Live In Hope absoluut ook, maar laat Sunshine alsjeblieft achterwege.
Keuze Sander Bouwman: R.E.M. – Airportman (1998)
Oké, computer/commuter
In het laatste jaar van de vorige eeuw ging ik studeren. Vooral in de eerste maanden moest ik nog vaak met de trein, de intercity tussen Arnhem en Utrecht. Mijn meest trouwe medereizigers waren mijn grijze Sony Discman en zwarte Sennheiser koptelefoon. De cd die de meeste kilometers met me op pad ging, was van R.E.M.: Up. Halverwege Ede-Wageningen en Veenendaal de Klomp besloot ik definitief: dit is de beste band op aarde.
Enkele jaren daarvoor was reeds een cruciaal jaar voor de leden van R.E.M. aangebroken. Voor het eerst in de nineties gingen ze weer eens serieus touren, iets dat ze in de eighties vrijwel non-stop hadden gedaan. De tour werd echter abrupt gecanceld, vanwege een hersenaneurysma van drummer Bill Berry. Er kwam nog een prachtplaat (New Adventures in Hi-Fi) met Berry op drums, maar er was letterlijk en figuurlijk iets geknapt in de band. Naast de broze gezondheid was er een zoektocht naar een nieuw geluid. Buck/Mills/Stipe wilden meer elektronica in de muziek. Meer OK Computer. Bill niet. Hij wilde stoppen, maar alleen als de overige bandleden beloofden dat zij wel doorgingen.
OK Bill. Resultaat: Up. Met vooral een (okéje) drumcomputer en sessiedrummers (Martin, Waronker). Het luidde een nieuwe artistieke richting in voor de band. Meer sferisch, minder standaard liedjesstructuren.
Het minst R.E.M.-achtige nummer is de opener: Airportman. Is het wel een liedje te noemen? Volgens Mike Mills een duidelijk statement: If you can appreciate this song, then you’ll really like everything else. Dit is de nieuwe band, een bewuste uitdaging voor de luisteraar.
Great opportunity
Blinks
The people mover
Discounted
Afscheid nemen van het vertrouwde succes dat je was. Een vlucht op zoek naar je nieuwe zelf. Kan ook een treinreis zijn.
Keuze Patrick Schellen: Le Vibrazioni – Insolita (2008)
Een single op een liveplaat
Ik wilde al langer eens bloggen over Le Vibrazioni. In thuisland Italië een grote band maar hier totaal genegeerd. En dat vind ik eigenlijk best gek. Laura Pausini, Eros Ramazzotti en Suikerklontje (Zucchero) hebben allemaal bewezen dat Nederland best open staat voor Italiaanse muziek. Waarom deze band dan niet? Singles Dedicato A Te en Vieni Da Me waren in de zomer van 2003, toen ik in Italië werkte, niet van de radio te krijgen. Je hoorde de nummers overal.
Maar goed, terug in Nederland, een oorverdovende stilte wat betreft Le Vibrazioni. Een keer heeft er een optreden van de band in Amsterdam gepland gestaan, maar zonder duidelijke communicatie werd die tour enkele weken voor aanvang afgelast. Het zou me niet verbazen als door een gebrek aan promotie de kaartverkoop tegenviel. Gelukkig waren hun albums (met dank aan het internet) hier wel te krijgen. En op hun liveplaat En Vivo uit 2008 staat deze odd one out. De losse single die verder op geen enkel album terecht kwam.
Keuze Ed van Nunen: My Morning Jacket – Highly Suspicious (2008)
Peanut butter pudding surprise
De eerste jaren was My Morning Jacket een alt-rock band geënt op Neil Young en The Band, onder leiding van Jim James. Nederland was het eerste land dat My Morning Jacket oppikte en de potentie van de band zag. Zoals in deze Lola Da Musica documentaire. In 2008 met het album Evil Urges veranderde hun sound behoorlijk. Maar het meest drastische verandering in sound, en anders dan de rest, is het geweldige en absurde nummer Highly Suspicious van dat album. Een soort electro-funk nummer, gezongen met cartooneske stemmen als boze politiemannen, en Jim die er met een kopstem, als Prince op acid, een idiote tekst overheen zingt. In die tijd deed ik voor Fileunder een interview met gitarist Carl Broemel en kwam dat nummer ook ter sprake. Fileunder bestaat al lang niet meer en het interview staat niet meer online, daarom hier Carl’s antwoord toen ik bovenstaande beschrijving van dat nummer aan ‘m voorlegde:
Haha. Ja, dat klopt wel ongeveer. Jim had van dat nummer een demoversie gemaakt, alleen door hemzelf gezongen. In Colorado kwamen we met de rare achtergrondzang. We stelden onszelf voor als van die chagrijnige Engelse bobbies. Van die politiemannen met grote snorren. Dat nummer blijkt van alle nieuwe nummers wel het meeste een love it or hate it nummer te zijn. Daar krijgen we heel wisselende reacties op. Ik vind het een erg leuk nummer, met toch wel een serieuze ondertoon.
In het nummer komt heel vaak “peanut butter pudding surprise” voor. Carl heeft ook geen idee wat het betekent. Als je het opzoekt kom je ook alleen bij dit nummer van MMJ terecht. Live kunnen ze het ook. En hoe. Zo goed dit:
Keuze Remco Smith: Damien Jurado – Silver Joy (2014)
Spreken is zilver
Het beluisteren van Brothers and Sisters of the Eternal Son van Damien Jurado is best een bevreemdende ervaring. De muziek is rijk georkestreerd, met belletjes, roffels, space-geluiden en geluidseffecten. De muziek sluit wel aan bij de hoes, waar een man in een soort maanlandschap naar een capsule loopt. Jurado maakt geen futuristische muziek en toch krijg ik bij die beluistering altijd die associatie.
En daar komt dan die wat wonderlijke afgeknepen stem van Jurado overheen. Een stem waar je wel aan kunt wennen maar als die je niet van meet af aan grijpt, is dat best lastig denk ik. Lukt het wel om je er aan over te geven, dan is Brothers and Sisters een zeer ondergewaardeerd en prachtig album. Met tekstueel een vreemde voorliefde voor zilver: Silver Timothy, Silver Donna, Silver Malcolm, Silver Katherine en Silver Joy.
Silver Joy is de vreemde eend in de bijt. Jurado zingt aanzienlijk lager dan hij op de rest van de plaat doet. Het arrangement is een stuk kaler dan gewend. Mogelijk daardoor komt Silver Joy extra hard binnen. En dan ook nog die eerste zin: Let me sleep….. voor mensen met insomnia best een veel voorkomende verzuchting. Daarna pakt Jurado de lijn van wat spacey muziek en afgeknepen stem weer op. En die komt door Silver Joy juist extra hard binnen.
Keuze Erwin Tijms: The 1975 – I Like It When You Sleep, For You Are So Beautiful Yet So Unaware Of It (2016)
Wat een jaar!
Het was een tijdje een running gag tussen mijn broer, zus en mij. Hij was zoals zovelen vernoemd naar aanleiding van een liedje uit de jaren ’70. Over vrouwen met haar voornaam zijn ook veel liedjes geschreven, door artiesten van Lou Reed tot Young Miko. Zelfs over haar geboortedag was een liedje gemaakt. En over mij? Niets. Geen enkel liedje over mijn voornaam, laat staan over mijn geboortedag (overigens de een na slechtste dag om geboren te zijn, volgens kenners).
Totdat daar ineens verandering in kwam. Het was mijn zus die me erop wees, pure millennial dat ze is: er was een band die zichzelf de naam The 1975 had gegeven. Naar mijn geboortejaar. Hoop verscheen aan de horizon. Die hoop verdween al een beetje toen ik de singles hoorde. Het zat goed catchy in elkaar, dat zeker, maar dat soort pop-rock was niet echt mijn smaak. Tekstueel was het in het begin ook nog niet veel, al is het latere werk geëngageerder geworden. Maar goed, beggars can’t be choosers, dus ik luisterde naar wat de band uitbracht.
Het tweede album borduurde muzikaal op dezelfde pop-rock voort als de eerste. Wel een intrigerende titel: I Like It When You Sleep, For You Are So Beautiful Yet So Unaware Of It. En het titelnummer was prachtig. Geen pop-rock, maar een lang, lieflijk nummer dat ambientesk begint en halverwege versnelt. Grotendeels instrumentaal, muzikaal interessant en totaal anders dan de andere nummers. Deze kon me wel bekoren!
Keuze Johan Hol: Júníus Meyvant – Undravera (2022)
100% IJsland
Iedere battle is weer een nieuwe kans om wat minder bekende artiesten onder de aandacht te brengen. Nu zal voor een aantal doorgewinterde medebloggers Júníus Meyvant geen nobele onbekende artiest meer zijn, maar het kan nooit kwaad om hem weer eens onder de aandacht te brengen. Zijn laatste album – Guru – in ondertussen alweer zo’n 4 jaar oud. Tijd voor nieuw werk zou je zeggen.
Het nummer dat ik voor deze battle heb gekozen komt ook van Guru. Het is de afsluiter van – tot op dit moment – het enige Meyvant album dat ik echt heb zien uitkomen; of met andere woorden: waarvan ik wist dat het eraan zat te komen en meteen al vanaf dag een heb beluisterd.
Wat dit nummer zo anders maakt dan de andere nummers op het album? Te beginnen de taal: het is het enige nummer op het album dat niet in het Engels is. Maar meer dan dat is het de zang; niet (of nauwelijks; zou ie er toch nog ergens tussen zitten?) door Unnar Gísli Sigurmundsson (artiestennaam: Júníus Meyvant) zelf, maar wel door een IJslands mannenkoor.
Keuze Freek Janssen: Foo Fighters – Show Me How (2023)
Ook aan de ergste rouw komt een einde
Foo Fighters staat niet bekend als de meest afwisselende band. Eigenlijk maken ze al dezelfde muziek sinds This Is A Call, midden jaren negentig. Verder is het een prima band: ze hebben een paar hele toffe liedjes en zelfs albums gemaakt, live is het een feestje, maar ze zullen nu niet bepaald herinnerd worden vanwege hun muzikale vernieuwingen.
But Here We Are uit 2023 was een album dat ineens met kop en schouders boven de rest van het oeuvre uit stak. Niet helemaal onverwacht: drummer Taylor Hawkins was nog niet zo lang geleden overleden en de band verwerkte dat verlies met dit album. Het staat vol met liedjes over verdriet, pijn en half verwerkte gevoelens.
Show Me How is duidelijk de odd one out op het album; qua sfeer, toon, maar ook muzikale beleving. Dat is met name te danken aan Violet Grohl, die het liedje samen met vader Dave voor haar rekening neemt, en hem er eigenlijk uit zingt. Show Me How ademt uit: het komt wel weer goed, ook aan de ergste rouw komt een einde.
Headerfoto door Bob Jenkin (via Unsplash)
