De naam Harmen Ridderbos zal niet bij iedereen direct een belletje doen rinkelen. Maar wie de afgelopen jaren in Groningen of ver daarbuiten een beetje heeft opgelet, kan hem bijna niet gemist hebben. Als belangrijk onderdeel van Town Of Saints speelde hij zich een weg door zalen, clubs, festivals en landen. Folk, punk, energie, vaart. Altijd in beweging. Daarnaast was en is er nog van alles: Electropoëzie, CAW CAW, productiewerk, samenwerkingen. Ridderbos is niet iemand die stilzit. Zijn nieuwste project heet Weird Youth, waarvan deze maand het eerste album uitkwam – Season One. Vandaag – op 24 april – wordt het album gepresenteerd in Vera, in zijn woonplaats Groningen.
Season One. Een titel die klinkt als een begin. Maar dat is het niet alleen, de plaat is ook een afbakening van een periode. We spraken met Harmen Ridderbos over zijn muzikaal verleden, over vrijheid, over een turbulente tijd. En over een plaat die bewust niet te netjes mocht klinken.
“Op een gegeven moment word je een beetje meegesleept in het idee dat je dat succes moet verlengen. En daardoor begon ik het minder leuk te vinden.”
Town of Saints is de naam waarmee voor velen het verhaal begint. Voor Ridderbos zelf ook wel, al zegt hij het met enige voorzichtigheid. “Town of Saints is wel de band waarmee ik tussen aanhalingstekens doorbrak. We speelden veel, kregen airplay, stonden op festivals. Maar ik had eigenlijk helemaal niet zo’n commerciële instelling.”
Dat wringt vroeg of laat. Zeker als succes zich begint te gedragen als iets dat verlengd moet worden. “Op een gegeven moment word je een beetje meegesleept in het idee dat je dat succes moet verlengen. En daardoor begon ik het minder leuk te vinden.” Toch zat daar ook weer een les in. Over wat wel en niet telt. “Onze laatste Town of Saints- plaat hebben we weer helemaal voor onszelf gemaakt. Dat was heel fijn. Maar dan merk je ook: als je er geen commerciële insteek aan geeft, gebeurt er ook minder.”
Met Weird Youth lijkt vrijheid weer leidend. Ridderbos deed het zelf, op een 8-sporen recorder, en speelde voor het eerst alles zelf in. Dat Season One juist nu verschijnt, is geen toeval. De plaat groeide in een periode waarin nogal wat verschuivingen hadden plaatsgevonden. “Het album gaat eigenlijk over een turbulente periode. Ik ben uit elkaar gegaan na een relatie van dertien jaar, en ook de band stopte. Ik ben weer in Groningen gaan wonen. Je zou het een soort midlifecrisis kunnen noemen. Maar het is vooral een periode waarin alles veranderde.”
Daarmee valt ook de titel op zijn plek. Season One is geen vrijblijvende vondst. “Het oude moest afgesloten worden om iets nieuws te beginnen. Daarom heet het ook Season One. Het is echt het begin van een nieuwe tijd.”
“Als het emotioneel is, hoeft het niet netjes te zijn.”
Dat nieuwe zit niet alleen in de titel, maar ook in de toon van de plaat. Neem Four Oh, een nummer dat terugkijkt en toch niet in zwaarte blijft hangen. Ridderbos: “Het gaat over veertig worden. Het is een melancholisch nummer, maar ook met berusting. Dat het ook oké is, en misschien zelfs beter wordt.”
Muzikaal beweegt Weird Youth zich ergens tussen warmte en rafelrand. Je hoort een liefde voor klassieke liedjes, voor melodie, voor de jaren zeventig misschien ook wel. Maar nooit als stijloefening. Eerder als grondtoon. Daaroverheen ligt iets dat af en toe schuurt en dat de boel levend houdt. De plaat is niet gemaakt om netjes te klinken. Ridderbos: “Het is opgenomen op cassette, dus het is niet helemaal zuiver of hi-fi. Dat maakt het juist mooi. Het is een beetje gruizig, dichtbij.”
De nummers ademen, slingeren soms een beetje, laten ruimte voor ruis en oneffenheid. Alsof de muziek niet op afstand wil blijven. Alsof ze liever een beetje wiebelt dan helemaal vastgezet wordt. Ook in de zang hoor je dat terug. Niet gepolijst, niet op zoek naar perfectie. Soms breekbaar, soms scherp, soms bijna pijnlijk direct. Dat blijkt ook de bedoeling. “Het moest ook niet netjes klinken. Als het emotioneel is, hoeft het niet netjes te zijn.” Er zit liefdesverdriet in deze plaat, zegt hij. Boosheid ook. Verliefdheid. Allemaal tegelijk bijna. Dat maakt Season One geen eenduidige breakup-plaat en ook geen vrolijk nieuw begin. Season One klinkt als een document van overgang. Van iemand die iets afsluit zonder precies te weten wat ervoor in de plaats komt, maar doorgaat. Tijd beweegt niet alleen vooruit; wat geweest is, blijft meebewegen. Juist in die gelaagdheid kan iets nieuws ontstaan, muziek die ergens over gaat.
Als eerste kennismaking met de plaat verscheen het nummer Let’s Bob Ross It. Een titel die lichtvoetig klinkt, maar meer in zich draagt. In de bijbehorende video probeert Ridderbos een zelfportret te schilderen. Maar dat is alles behalve een poging tot perfectie. “Ik ben helemaal geen goede schilder,” zegt hij daar zelf over. “Maar dat is ook het idee. Het hoeft niet goed te zijn.”
Het past bij de plaat. Het proberen – en accepteren – dat niet alles strak hoeft te zijn om het helemaal te doen kloppen.
(tekst gaat verder onder de clip)
Zogezegd presenteert Weird Youth Season One op 24 april in Vera, Groningen, met support van Broeder Dieleman en In Good Spirit. Ridderbos: “Vera is voor mij de plek waar ik me het meest thuis voel.” En er mag iets gevierd worden ook. Niet alleen de plaat, maar ook de mensen met wie hij die avond op het podium staat. “Ik speel met een band van vrienden. Dat is echt bijzonder.”
Hierna volgen onder meer nog shows op 30 april in het Paardcafé in Den Haag en op 3 mei in Gigant in Apeldoorn.
Season One is te beluisteren en aan te schaffen via de bandcamppagina van Weird Youth.
Foto: Abel de Kam
