Er zijn weinig Nederlandse bands die een liveplaat uitbrengen. Dawn Brothers doen het, en waarom ook niet? Hun rootsrock komt juist live geweldig tot zijn recht. De band bestaat tien jaar en voor hun was dat een mooie aanleiding om na meerdere studioalbums nu dan hun livereputatie vast te leggen. Het door Pablo van de Poel geproduceerde Under the Cover of the Midnight Hour – Live klinkt alsof je zelf in de zaal staat en rootsrockt van begin tot eind. Tijd dus voor een gesprekje met zanger/gitarist Bas van Holt.
Nadat ik Bas had gefeliciteerd, brandde hij los over het festival dat zij in LantarenVenster zouden gaan vieren op 11 april ter ere van hun verjaardag. Een verjaarsfeest met een aantal gasten die zij zelf ‘erg vet’ vinden, waaronder Tim Knol, Gumbo Night, The Rhythm Chiefs en Romy Liz Rose. Het festival was van tevoren al lang en breed uitverkocht. Uiteraard keek Bas ernaar uit.
En ja, vanwege de verjaardag dus ook een livealbum. Dat hebben we vorig jaar opgenomen in het Zonnehuis. Dat is een prachtige locatie in Amsterdam Noord. Ik vind het wel de mooiste zaal van het land. Er kunnen zo’n vijfhonderd man in. Paradiso organiseerde dat. We kregen al langer de vraag ‘wanneer brengen jullie nou een keer een livealbum uit?’ Onze muziek komt live eigenlijk beter tot zijn recht dan in de studio. Het was een soort van logisch om het te doen.
En dan, we bestaan straks tien jaar, dus een mooi moment om te doen of was het een samenloop van omstandigheden?
Ja, dat, we groeiden er naartoe en dachten toen dat het mooi zou zijn voor het tienjarig bestaan. We zijn ook een echte liveband, zijn ook zo begonnen en het is onze meest natuurlijke vorm. Ik ben ook heel blij met het album. We hoefden ook geen keuzes te maken.
Hoe bedoel je geen keuzes te maken? Als je een studioalbum opneemt ben je er heel anders mee bezig: wat moet erop, hoe wil je dat de productie klinkt. Ook ben je aan songs aan het schrapen en schaven. Live speel je wat je goed kent. Het was ook best een lange toer en dan ben je zó op elkaar ingespeeld, dan ben je echt op je best.
Brengt het nog extra spanning mee als je weet dat de show wordt opgenomen?
Dat zou kunnen, door je meer bewust te zijn van wat er gaat gebeuren, maar nee, je moet het gewoon laten flowen. Jezelf zijn. Als je al zolang speelt, heb je een eigen vocabulaire in je spel. Die moet je gewoon laten spreken.
We zijn ook een echte liveband. Het is onze meest natuurlijke vorm.
Maar vertel eens, Pablo van der Poel, de verbondenheid tussen DeWolff en jullie. Hoe zit dat?
Ja, we leerden hem kennen via de muziek. Pablo heeft onze eerste twee albums geproduceerd en we hebben meer samen gedaan. Onder andere het Next of Kin-project, waar ook Tim Knol aan meedeed, en daarna Double Cream, vanwege onze gezamenlijke liefde voor sixties soul en R&B. Onze ode aan de Stax-sound. Ik spreek Pablo ook regelmatig. We delen dezelfde muziekvoorkeuren. En net als wij, willen ook zij zich voortdurend vernieuwen.
Julie spelen ook vaak in het buitenland.
Ja, vorig jaar in Zweden geweest en Duitsland. Wel heel tof hoe ze daar reageren. Het rootsrockgenre is in Zweden best groot. Allemaal van die gasten met grote stukken land, shotguns en oudere Chevy’s. The Swedish Dream. Mensen zijn veel opener richting iets wat zij niet zo goed kennen. Luisteren veel makkelijker. Als je daar een rustig nummer speelt luisteren ze aandachtig. Hier gaan ze staan ouwehoeren. Ja, echt hoor. Nederland is soms gewoon een campingland. Lekker simpel. Dus ook heel dankbaar om over de grens te mogen spelen. Ja, voor je eigenwaarde is dat heel belangrijk. Ook hoe je wordt ontvangen en op een andere manier enthousiast over je worden.
Straks jullie eigen festival. En daarna? Andere festivals en jullie gaan iets doen met The Last Waltz las ik?
We doen wat festivals, meer wat kleinere, al is Bospop weer een flinke. Van de zomer beginnen we ook aan een nieuw album. Aan het eind van het jaar gaan we aan de slag met The Last Waltz, die bestaat straks vijftig jaar. Het is ook nog een beetje voor ons tienjarig bestaan, ons jubileumjaar. Er doen meer mensen mee. Tim Knol weer, Cato van Dijck van My Baby, Nico Dijkshoorn, Ian Siegal, een bluesgigant. En Pablo, ja, ook hij weer, haha, maar ook Luka. Omdat we met hun de laatste jaren hebben gewerkt leek het ons leuk ze uit te nodigen voor die tour. We gaan de nummers niet precies naspelen. Doen het op onze eigen manier. Het is meer het vieren van die scene. Maar The Band is wel onze grootste inspiratiebron.
Tien Jaar. Een hoogtepunt? Hoogtepunten?
Ja, fysiek zeg ik toch wel dat we gestaag zijn gegroeid. Veel gespeeld. Langzaam routine opgebouwd. Begonnen in kleine zalen. Eerst speel je voor tien man, dan twintig en weer later nog meer. Mensen die ons zagen zeiden het tegen anderen en elke keer kwamen er mensen bij. Een sneeuwbal die langzaam rolde. We hebben ook een keer in Zuid-Afrika gespeeld, een festival midden in de woestijn, met een gehuurd Hammondorgel dat op een generator draaide en daardoor vals klonk. Maar toch een geweldige show, met gigantische stofwolken omdat al die mensen aan het dansen waren. Dat soort herinneringen. En spiritueel is het hoogtepunt dat ik nog steeds heel erg van deze muziek hou, wij allemaal. Ook dat je nog steeds zoekt naar vernieuwing, naar een sound hoe jij muziek ervaart. Klinkt een beetje zweverig, maar het is wel wat het is.
Mooi. Steeds meer mensen erbij die jullie goed vinden. Nu een liveplaat bij het tienjarig bestaan. Dat lijkt eigenlijk een cadeau voor alle fans.
Ik hoop dat ze het een cadeau vinden. Ik vind hem heel tof. Pablo heeft het geluid uit de zaal er mooi in gemixt zonder bijvoorbeeld het applaus te versterken. Alle instrumenten worden apart opgenomen, maar doordat ook het zaalgeluid erin zit klinkt het alsof je als luisteraar tussen de bezoekers in de zaal staat.
Under the Cover of the Midnight Hour – Live komt vandaag uit. Luister alvast naar hun recente release Seven Year Itch. Een liedje dat duidelijk is geïnspireerd op The Band. Maar, op het album hoor je ook invloeden van The Allman Brothers Band en Little Feat en, in de schitterende afsluiter Devil Woman, is het bijna Deep Purple, vond Bas. Niet zo gek met zijn geweldige gitaarsolo.
Afbeelding: Josephine Degenaar
