Eurosonic Noorderslag, dag 3 (slot). Nog een laatste avond te gaan en ook dit muziekfestival kan van de bucketlist. Dat ik Noorderslag op zaterdag op voorhand had geschrapt, zou achteraf een wijs besluit blijken. Drie dagen rondlopen op een conferentie en dan ’s avonds ook nog bandjes kijken tot in de vroege uurtjes, daar bleek ik met mijn 52 lentes niet meer op gebouwd. Een ernstige mate van overbelasting, aldus de conclusie van huisarts en fysiotherapeut, nadat ze mij half kreupel hun praktijk binnen zagen strompelen. Gelukkig geen overbelasting van mijn oren! In drie dagen hoor ik veel moois voorbijkomen, zoals Gentse punk-funk sensatie Lézard, een update van de Wicker Man-soundtrack via de New Eves en de tranentrekkende, met John Grant-vibes omgeven pracht van Dressed Like Boys.

En dan die geweldige setting: wat een machtig mooie muziekstad blijkt Groningen te zijn! Dankzij de speciaal voor het veertigjarig bestaan vervaardigde podwalk van de NPS (aanrader!) leer ik tal van muzikale hotspots kennen. Een ongekend hoge dichtheid wat betreft live locaties, een direct gevolg van een gemeentelijke maatregel uit de jaren zeventig om ruimere openingstijden te gunnen aan drinkgelegenheden met een podium. Naast Vera en Simplon zie ik bandjes in Huize Maas, gymnasium H.N. Werkman Stadslyceum, de Machinefabriek en de oogverblindende schouwburg. Uitgerekend op een van de minst tot de verbeelding sprekende locaties – een soort vliegtuighangar waar ooit het voormalige Stripmuseum huisde – zie ik een optreden om helemaal stil van te worden: electronicawonder Gaia Banfi.

Terwijl een meute pubers de stoep voor de onder het MXT-podium gelegen MacDonalds bezet houdt, bestijg ik de tegen de buitenzijde van het gebouw gelegen ijzeren trappen voor een optreden van mustbejohn (front stage). Zijn mix van Arctic Monkey’s-bravoure en de swagger van Baxter Dury (vooral in de kneiter Good To Me) staat live nog in de grondverf. Na een nummer of vijf begeef ik me naar de overzijde van de zaal, om me tijdig te installeren voor het kleine podium waar Gaia Banfi aansluitend op zal treden. De nietszeggende beschrijving op de ESNS-website – Een experimentele mix van pop en elektronische klanken – doet geen recht aan de wijze waarop de expressieve zangeres ons van achter een zakformaat synthesizerpark vanaf de eerste seconde stevig bij de lurven grijpt.

Ademloos kijk ik toe hoe de fragiel ogende, in zichzelf gekeerde Banfi zich emotioneel laat gaan. De intensiteit waarmee ze haar ziel en zaligheid blootgeeft aan het muisstille publiek doet in de verte denken aan een Italiaanse tegenhanger van Portishead en Beth Gibbons. Geen idee waar ze over zingt, maar wat komt prijsnummer Piazza Centrale die avond hard bij me binnen. Sinds ik via collegablogger Alex van der Meer de Genuese bard Fabrizio De André leerde kennen, werd ik niet zo gevloerd door wat met afstand de mooiste taal van Europa moet zijn. Wanneer ik later op de avond van mijn laatste ESNS-dag op de fiets spring voor een tocht van 45 minuten naar mijn B&B in Haren levert Gaia Banfi de soundtrack die me heelhuids doet overkomen. Hemeltje, wat zeg ik: hemels!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.