We zullen we nou krijgen?! We staan in de hitlijsten, Josh! Die had Lou Barlow even niet aan zien komen. De altrock goegemeente waarschijnlijk ook niet. Al geruime tijd timmerde hij met lofi indierockers Sebadoh aan de weg. Met Bakesale (1994) hadden ze net een voorlopig hoogtepunt bereikt. Dat hij krap een jaar later als de Folk Implosion ook nog tot de mainstream zou doordringen, leek te mooi om waar te zijn. Toch was dat precies wat er gebeurde: met een volstrekt ander geluid – lofi meets hiphop-beats – staken ze wonderkind Beck naar de kroon (Natural One luistert als een evenknie van Loser). Als de filiaalhouder van FRS even van huis was, draaiden we op koopavonden in de Eindhovens winkelcentrum de Heuvelgalerij even voor negenen het nummer op vol vermogen.

De soepele vloervuller groeide uit tot filmthema tegen wil en dank van Kids. Nogal een anomalie: de arthouseklassieker biedt een deprimerend inkijkje in de New Yorkse jeugdcultuur van de jaren negentig, die je als kijker murw geslagen achterlaat. Regisseur op leeftijd Larry Clark (twintig jaar eerder maakte hij iconische foto’s van jongeren aan de zelfkant in Tulsa, Oklahoma) en scriptschrijver Harmony Korine hadden Lou benaderd om Kids van een passende score te voorzien. De laatste had vermoedelijk het rammelende Sentridoh in gedachten, Lou’s zolderkamervlijt van vlak na zijn vertrek uit Dinosaur Jr. Lou koos er echter voor om Dr. Dre en PIL’s Keith Levene te channelen. Mogelijk is dat de reden dat je Natural One niet over de aftitelrol hoort, waar je het eigenlijk zou verwachten.

Barlow’s partner-in-crime in de Folk Implosion was ene Josh Davis, een fan met wie hij aan het knutselen was geslagen. Aanvankelijk slechts penvrienden, die elkaar over een weer cassettebandjes stuurden, sloegen ze op zeker moment de handen ineen en profileerden zich als de anti-Jon Spencer Blues Explosion. Hun debuut bevatte nauwelijks aanwijzingen waar ze als soundtrackcomponisten toe in staat bleken. Geholpen door een dure studio en gadgets als een oscillator en een mellotron, lieten ze hun gezamenlijke experimenteerdrift op de loop. Het leverde een van de meest geliefde soundtracks van de jaren 90 op, met een mix van underground-klassiekers (Daniel Johnston, Slint) en een indringende score met hoogtepunten als Jenny’s Theme, Wet Stuff en Daddy Never Understood.

Die top 40-notering voor Natural One in Amerika zorgde ervoor dat de majors in de rij stonden om ze te tekenen. De heren kozen er echter voor om hun indielabel trouw te blijven, in de hoop op meer creatieve armslag bij een volgend album. Ondanks behoorlijke kritieken en nummers als Insinuation en Burning Paper die de vibe van Kids doortrokken, sloeg Dare To Be Surprised niet aan. Dat er spaarzaam werd getoerd – in ’97 zag ik de heren als voorprogramma van Smiths-klonen Gene – zal ze weinig geholpen hebben. Jaren was Natural One onvindbaar op Spotify (een rechtenkwestie die nogal wat soundtrackcompilaties treft), maar in 2021 brachten de heren Music For Kids op de markt. De volledige score, plus nummers die het niet haalden en een vooruitblik naar Dare To Be Surprised.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.