Gisteren was het de Werelddag van de Migranten en Vluchtelingen. Een initiatief van de Rooms-Katholieke kerk. Nou zijn wij hier bij Ondergewaardeerde Liedjes niet zo rooms, laat staan roomser dan de paus, maar wel hebben wij hart voor vluchtelingen en migranten. En natuurlijk zijn er liedjes gemaakt over deze twee doelgroepen die door menigeen in een verdomhoekje worden gestopt. Het blijven nou eenmaal makkelijke zondebokken: ook al hebben ze ergens niet of nauwelijks schuld aan, ze krijgen ‘m wel.
Laten we het daarom eens van de muzikale kant bekijken, want over vluchten en migreren is – zoals over zovele onderwerpen – door en over al het leed mooie muziek gemaakt. En die verdient, net als de vluchteling en de migrant, waardering.
Keuze Johan Hol: Carlos Mejía Godoy – No Pasarán (1980)
Als je vriend opeens je vijand wordt
Het is april 1983. De Sandinisten hebben in Nicaragua in 1979 de Somoza-dicatuur omvergeworpen, maar zijn in de jaren daarna verwikkeld geraakt in een burgeroorlog met de Contras. Een oorlog die tot 1990 zal duren en mede mogelijk is gemaakt door Amerikaanse inmenging.
In hoofdstad Managua vindt op 24 april 1983 een groot vredesconcert plaats ter ondersteuning van de Sandinisten. Het nummer No Pasarán werd het onofficiële volkslied van verzet tijdens het concert en werd uitgevoerd door Carlos Mejía Godoy, een van de grootste artiesten in Nicaragua. Godoy wordt vaak ‘de ziel van Nicaragua’ genoemd, omdat hij met zijn muziek de identiteit, taal en strijd van het Nicaraguaanse volk als geen ander verwoordt.
Terwijl Carlos jarenlang wordt omarmd door de Sandinisten, krijgt zijn leven opeens een zeer verrassende wending als vanaf 2014 steeds meer mensen in opstand komen tegen de Sandinistische regering, die vanaf 2007 tot op de dag van vandaag onafgebroken aan de macht is.
Het conflict escaleert in april 2018 en iedereen die kritiek heeft op het regime is zijn leven niet zeker. Ook Carlos Mejía Godoy niet: de gevierde muzikant; het muzikale geweten van Nicaragua wordt politiek vluchteling en vestigt zich uiteindelijk in Californië, waarmee het nummer No Pasarán opeens een hele andere lading krijgt.
Keuze Erik Stam: The Pogues – Thousands Are Sailing (1988)
De Ieren
Dat mensen hun land uit vluchten is van alle tijden, op vele manieren en vanuit – en naar – alle hoeken van de wereld. 85 Jaar geleden voeren jonge (meestal) mannen in open bootjes vanuit Nederland richting Engeland. Tegenwoordig denken we vooral aan mensen die met een klein bootje de Middellandse zee oversteken. Soms herhaalt een emigratiestroom zich. Halverwege de 19e eeuw vluchtten veel Ierse gezinnen richting het westen om aan de hongersnood te ontsnappen. Een dikke 100 jaar later gebeurde iets vergelijkbaars. In de jaren 80 van de vorige eeuw vertrokken veel Ieren opnieuw, nu niet door honger maar door een algemene economische malaise. Het gevolg was hetzelfde. Veel Ieren vertrokken richting de Verenigde Staten. In de tussentijd was er veel veranderd. De reis werd, in tegenstelling tot de 19e eeuw, over het algemeen wel overleefd, maar eenmaal aangekomen werden de nieuwkomers niet bepaald met open armen ontvangen. Veel van hen belandden in de illegaliteit.
In Thousands are Sailing trekken The Pogues een parallel tussen deze twee periodes. En misschien ook wel een link met de eerste optredens (in 1986) in de VS van de band zelf. En nu? Zullen er nog veel Ieren zijn die overwegen naar de VS te vluchten? De stroom lijkt eerder omgekeerd op gang te komen.
Keuze Joris van der Aart: Manu Chao – Clandestino (1998)
Het droevige bestaan van de illegale vluchteling
Ieder mens wil het beste van zijn leven maken. Dat is makkelijk praten als je zoals wij in een van de meest welvarende landen ter wereld bent geboren. Maar de wereld is niet eerlijk verdeeld. Wat als je een arm land opgroeit zonder werk, zonder eten, zonder veiligheid? Dan ga je elders je geluk zoeken. Maar dat staan landen niet toe. Dan stuit je op regels. Heb je niet de juiste papieren? Dan bestempelen ze je als illegaal.
Het droevige bestaan van de illegale vluchteling is wat Manu Chao in Clandestino beschrijft. Hij schreef het nummer omdat hij om zich heen zag hoe de situatie van vluchtelingen steeds slechter werd en de repressie in het westen steeds heviger. Sowieso staat Manu Chao wel bekend om zijn stevige linkse politieke opvattingen en activisme. Dat hoor je dus ook terug in zijn muziek.
Clandestino kwam uit in 1998. Twintig jaar later bracht Manu Chao nog eens een jubileumeditie van het album uit met drie extra nummers, onder andere over de erbarmelijke leefomstandigheden in migrantenkampen in de Verenigde Staten. Ondertussen leven we in 2026. De situatie is er niet beter op geworden; integendeel. Op illegalen wordt letterlijk gejaagd. Het maakt een nummer als Clandestino relevanter dan ooit.
Keuze Remco Smith: Calexico – Chrystal Frontier (2000)
Een gezicht en een verhaal
Calexico maakt veelal lome, broeierige muziek. Muziek waarbij je ratelslangen een goed heenkomen ziet vinden, waar schorpioenen in de zon liggen. Muziek die het gevoel overbrengt van de verzengende hitte van de woestijn, een plek waar je niet veel meer wilt doen dan onderdak vinden en muziek maken met een licht onderhuidse spanning.
Chrystal Frontier is op het eerste oor een dissonant. Pah-pah-paaaaaah klinken de mariachi-trompetten. Vertrouwd, haast gezellig. Schijn bedriegt. Chrystal Frontier vertelt de verhalen van Marco, Amalia en Ramon, die de armoede en het geweld in Midden-Amerika willen ontvluchten, weten dat ze ongewenst zijn op de door hen gewenste bestemming maar toch op zoek zijn naar een beter bestaan, waarvoor ze wel de kristallen grens over moeten zien te komen.
Bij vluchtelingen gaat het al snel over aantallen (123 miljoen oorlogsvluchtelingen in 2024!) en de gevolgen van die aantallen voor de mensen die wonen op de bestemming. Onze samenleving kan die vluchtelingenstroom niet aan. Een doelbewuste poging tot ontmenselijking: het begrip vluchtelingenstroom is abstract. Getallen dragen geen gevoel over en dat hoort bij ontmenselijking. De verhalen van de mensen die oorlog en geweld ontvluchten, worden niet verteld. Hiermee voelen we niet dat er mensen achter zitten. Calexico heeft drie vluchtelingen een verhaal en daarmee een gezicht gegeven.
Keuze Patrick Schellen: Oi Va Voi – Refugee (2003)
Trouw blijven aan je wortels
Oi Va Voi is een Britse band met joodse wortels. In het Jiddisch betekent de bandnaam ‘o lieve God’. Het Jiddisch wordt ook wel joods-Duits genoemd. Het is afkomstig van de Asjkenazische joden die in centraal Europa leefden. Om bekende redenen is deze gemeenschap bijna niet meer in dit gebied woonachtig. De kleine groep die de Tweede Wereldoorlog heeft overleefd is daarna meestal vertrokken naar landen zoals de Verenigde Staten of Israël. Niet in de laatste plaats door voortdurend antisemitisme onder het bewind van de Sovjet-Unie. Tegenwoordig wordt het Jiddisch nog door zo’n 3 miljoen joden gesproken, vooral door immigranten die zich elders gevestigd hebben en hun nakomelingen.
Van een soortgelijke afkomst is de klezmer-muziek, een stroming die ook een belangrijke invloed heeft gehad op het geluid van Oi Va Voi. Door deze keuzes verbindt de band zich met de cultuur van vervolgde joden die Europa ontvlucht zijn. Kortom, de muziek van Oi Va Voi ademt in alles het thema van deze battle. Dat ze dan ook nog eens een nummer hebben gemaakt met de titel Refugee maakt het voor mij wel de voor de hand liggende keuze. De tekst verwijst naar de afwijzingen die een vluchteling telkens krijgt.
You ask me
Why it is I come to you
When someone else is just as good
I asked them but they said the same
Didn’t even ask my name
Desinteresse, onverschilligheid noem het hoe je het wilt. Vluchtelingen zijn vaak niet welkom geweest. De joden hadden er in de twintigste eeuw mee te maken en andere groepen hebben er ook nu weer mee te maken.
Keuze Erwin Tijms: Omar Souleyman – Ya Bnayya (2017)
De Syriër die Zweden niet in mocht
De muziekgeschiedenis kent veel artiesten die vluchteling waren of zijn. De ouders van Freddie Mercury vluchtten met hem uit Zanzibar na de revolutie van 1964. Fugees vernoemden zich zelfs naar hun achtergrond als Haïtiaanse vluchtelingen. Maar ook meer recent zijn er artiesten te vinden die vluchteling zijn. Niet verbazingwekkend gezien al het oorlogsgeweld dat er tot op de van vandaag in de wereld is.
Omar Souleyman is zo’n artiest: afkomstig uit Noordoost-Syrië, waar hij zong op bruiloften. Zijn uiterst dansbare variant op dabke-muziek werd een jaar of vijftien geleden populair, eigenlijk in dezelfde periode als het uitbreken van de Syrische burgeroorlog. Door die burgeroorlog vluchtte hij zoals zoveel Syriërs naar Turkije, waar hij een bakkerij begon voor Syrische vluchtelingen. Nadat hij in Turkije beschuldigd werd van terrorisme na een bezoek aan Syrië, vestigde hij zich enkele jaren gelden in Erbil, in Koerdisch Irak.
De moderne, elektronische dabke van Omar Souleyman maakte hem een graag geziene gast op Europese festivals. Dat leverde nog wel eens problemen op: Zweden weigerde hem aanvankelijk een visum, uit angst dat hij er asiel aan zou vragen. Een bijzondere situatie, want de optredens waren onderdeel van een wereldtournee en hij moest toch echt verder na zijn bezoek aan Zweden. Uiteindelijk kwam het toch rond en kon hij er optreden.
De videoclip bij Ya Bnayya is een bijzondere: het is beeldmateriaal van een Syrische bruiloft in Turkije, waar Omar Souleyman zelf zong. Het was ook niet zomaar een bruiloft, maar die van zijn eigen zoon. Er is heel wat dabke, traditionele dans, in te zien.
Keuze Jeroen Mirck: Hurray for the Riff Raff – Precious Cargo (2022)
Me hate you, I.C.E.
Als kind van Puerto Ricaanse migranten weet de Amerikaanse singer-songwriter Alynda Segarra als geen ander hoe het is om te vluchten naar het land dat vluchtelingen momenteel het leven zo zuur maakt. Toch ging ze dat politieke thema lang uit de weg. Was ze wel degene om dit onderwerp te adresseren? En wat moest ze er dan precies over zeggen?
Met de band Hurray for the Riff Raff profileert Segarra zich als country-artiest. Ze klinkt soms Amerikaanser dan Amerikaans, maar koos er in 2016 voor om ook eens over haar geboorteland te zingen, in het prachtige nummer Pa’lante. Sindsdien komt politiek vaker langs. Op het album Life on Earth uit 2022 oordeelt ze keihard over het immigratiebeleid van de Verenigde Staten. Dat doet ze in het nummer Precious Cargo, waarin ze haar country-stem voor het extra indringende effect heeft ingewisseld voor spoken word.
Precious cargo at the river
Me swimming just to get across
With the babies on my shoulder
Grab my neck so they don’t get lost
We made it through the jungle
No water there for two weeks
Many dead that we walked by
And thugs hiding in the trees
We made it to the border
I jumped and I was detained
They split me from my family
Now the light begins to fade
They took me to the cold room
Where I slept down on the floor
Just a foil for a blanket
For sеventeen days or more
Segarra beschrijft in Precious Cargo het verhaal van een vriend, die sinds zijn vlucht vastzit in een Amerikaans detentiecentrum van ICE. Deze immigratiedienst kwam onlangs in het nieuws omdat een ICE-agent op straat in Minneapolis een vrouw in een auto had geliquideerd. Vier jaar geleden vertolkte Segarra al het sentiment van veel migranten jegens deze dienst: “Me hate you, I.C.E.”
Bijdrage Willem Kamps: Phantom Spell – A Distant Shore (2025)
One-Man-Band
Talloze vluchtelingen kiezen noodgedwongen voor de gevaarlijke route over het water. Veelal in overvolle en gammele bootjes. Van daaraf nog één keer een blik op de kust die zij verlaten en later, met voldoende geluk, een blik op de kust die zij hopen te bereiken. Daar moest ik aan denken bij de powerballad A Distant Shore van Phantom Spell.
Phantom Spell is een one-man-band. Niet zo eentje met één voet op een basdrum, de ander op een hi-hat, belletjes om het onderbeen, een mondharmonica in een beugel om de nek, een gitaar in de hand en de mond voor een microfoon. Nee, Kyle McNeill (zanger/gitarist van Seven Sisters) bespeelt alle instrumenten én zingt, maar neemt die laag voor laag en instrument voor instrument op. Inmiddels vastgelegd op twee albums: Immortal’s Requiem en Heather & Hearth.
Wat de naam Phantom Spell doet vermoeden, klopt; het is harde (prog)rock, in de lijn van Kansas, Rainbow en Iron Maiden, alsof de seventies nog niet voorbij zijn: melodische zang en vingervlug en vlijmscherp gitaar- en toetsenwerk. Ik denk ook niet dat Kyle, zoals ik, aan vluchtelingen dacht, maar aan zijn tekst kun je natuurlijk zelf een invulling geven. Neem bijvoorbeeld deze zin:
Far away upon a distant shore
Life may find a way.
Precies dat is wat een vluchteling hoopt: een leven dat beter uitpakt dan voorheen. Hij kan in ieder geval in alle vrijheid luisteren naar goede muziek: Phantom Spell’s A Distant Shore.
