Wellicht heb je weleens vaker een blog van mijn digitale pen gelezen. De echte fan weet dat ik een bijzondere band heb met het land Mali. Het geboorteland van mijn lieve vrouw. In 2011 trouwden we er, aan de oevers van de Niger in de prachtige stad Ségou. Een herinnering die nog altijd vers in mijn geheugen staat.
Wie Mali een beetje kent, denkt al snel aan een aantal wat grotere steden zoals Gao, Mopti en natuurlijk het mythische Timbuktu. Over die laatste zijn ook vele muzikale odes geschreven. Maar mijn ode gaat over de hoofdstad, Bamako. Een stad met een kleine 2 miljoen inwoners.
Toen wij het land verlieten in 2011 was het een arm, maar bovenal een gastvrij land. Mensen stonden altijd klaar voor elkaar en voor jou. Toeristen trokken met pinasses over de Niger, bezochten de lemen moskee van Djenné of maakten de tocht naar het Dogonland. Een streek die bekend staat om haar typische bergwoningen. Overal werd gelachen, gegeten en muziek gemaakt.
Wat me misschien nog wel het meeste is bijgebleven is dat wanneer je lopend over de straten van de dorpjes en steden ging, er een geur van leven naar je toe kwam. Langs de straat stonden rokende houtskoolvuurtjes waarop vlees lag te garen. Op markten lagen stapels mango’s die nauwelijks rijper konden zijn. Bananen hingen in grote trossen te wachten op een koper. En als het tijd was om te eten, schoof de hele familie aan rond één grote schaal. Iedereen at met de hand, de gesprekken gingen door en voor je het wist was de schaal leeg.
Dat is Mali.
Hoeveel pijn deed het dan ook dat in 2011, 1 maand na ons vertrek, dat alles kantelde, met de start daarvan in Libië. Nota bene op het vliegveld waar wij nog een avondje hebben moeten wachten. De val van Moammar Khadafi in Libië zorgde ervoor dat grote groepen zwaarbewapende strijders terugkeerden naar de Sahel. De situatie in Noord-Mali escaleerde razendsnel. Rebellen en later ook jihadistische groeperingen namen steden als Gao en Timbuktu in. Muziek werd op veel plekken verboden. Muzikanten sloegen op de vlucht. Zo ook de leden van Songhoy Blues.
In 2012 werd het dusdanig onveilig dat zij uit hun stad moesten vertrekken. Vandaar ook de titel van hun debuutalbum “Music In Exile”. Ze staan in Mali bekend als punkband van de woestijn. Niet omdat ze als The Ramones klinken, maar voornamelijk door hun houding. Hun teksten schuwen de politiek niet. Ze zingen over vrijheid, over de verdeeldheid in hun land en over de kracht van muziek als verzet.
Vanaf dat debuut bleef de groep muziek uitbrengen, en dat begon ook op te vallen in Europa. Daar werd hun muziek meer en meer opgepikt. Met Résistance uit 2017 kwamen ze met een prachtig album als resultaat, waarop zelfs Iggy Pop op meedoet (check hun nummer Sahara!). Mijn keuze viel op Bamako van datzelfde album. Misschien wel het meest optimistische nummer.
Waar de internationale media Mali en Afrika vaak reduceren tot oorlog, armoede en politieke instabiliteit, laat Songhoy Blues een heel ander beeld zien. Bamako bruist. Je hoort de stad bijna ademen. Dat je ongedwongen op stap kunt, kunt dansen, zingen en heerlijk eten en drinken. Dat alles op een voortdurende ritmesectie en daaroverheen de zo kenmerkende woestijn-gitaar toonladders. Met als resultaat dat je nauwelijks kan blijven stil zitten.
Juist doordat ik Bamako een beetje heb leren kennen, raakt het nummer me extra. Ik zie geen anonieme Afrikaanse miljoenenstad voor me. Ik zie de stoffige straten, de overvolle taxi’s, de markten, de muziek die uit winkels klinkt en de eindeloze bedrijvigheid. Ik ruik weer het eten dat op straat wordt bereid. Ik hoor de gesprekken die overal om je heen plaatsvinden.
Voor Songhoy Blues is Bamako de plek waar een nieuw hoofdstuk begon. Voor mij is het de toegangspoort tot een land waar ik dierbare herinneringen aan bewaar.
Misschien schreef Songhoy Blues Bamako tegen beter weten in. Anno 2026 geldt voor grote delen van Mali een negatief reisadvies en is een bezoek voor de meeste Europeanen niet verantwoord. We zijn er als gezin sinds 2011 dan ook niet meer geweest. Maar gelukkig bestaat er zoiets als muziek. Soms brengt een nummer je terug naar een plek waar je voorlopig alleen nog in gedachten kunt zijn. En heel soms is dat meer dan genoeg.
“Waar kan ik heen, ik kan niet naar Duitsland. Wil niet naar Duitsland, daar zijn ze zo streng.” Waar we deze vakantie wel naar toe gaan? Naar Leeds, Belgrado, Havana en uiteindelijk weer naar huis. Een hele maand songtitels en bandnamen met de mooiste bestemmingen. “En de USSR….dat gaat me net te ver.”
