Als bloggers van Ondergewaardeerde Liedjes hebben we een RIP-groep. Zodra één van ons een overleden muzikant signaleert – gehoord bij het nieuws, van iemand anders, gelezen op de socials of op een muzieksite – dan gooit-ie het in de groep. De oh’s en ach’s vliegen je dan om de oren en meestal steekt iemand zijn vinger op. Dan volgt binnen enkele dagen een blog over de overledene.

Niet elke verscheiden muzikant valt die eer te beurt. Voor hen hebben we het jaarlijkse vangnet op de eerste maandag van het nieuwe jaar: de In Memoriam-battle. De musici in het hieronder vermelde register mogen we zeker niet vergeten. Tja, en zit je daar dan nog niet bij, dan ben je beyond ondergewaardeerd. Ons medeleven en onze excuses aan hun nabestaanden en fans. Het leven bestaat (bestond) uit keuzes maken.

Keuze Annemarie Broek: De Butterflies – Willem wordt wakker (1958)

I.M. Luc van Colmjon – Toeval bestaat niet!

Luc en Godert van Colmjon waren twee ondernemende broertjes met leuke stemmetjes. Om het magere huishoudgeld wat aan te vullen en om hun school te kunnen betalen, gingen ze optreden op bruiloften en partijen. Ze waren zeer herkenbaar met hun deftige pak met vlinderdas. Daarom kregen ze als artiestennaam The Butterflies.

Bij toeval werden ze ontdekt door de platenmaatschappij. Muzikant/arrangeur/componist Pierre Wijnnobel ontfermde zich over het tweetal. Hun eerste plaatje heette Dixieland en was een vertaling van jazz-standard Muskrat Ramble, dat faam verwierf in de versie van Louis Armstrong. Wijnnobel vertaalde dit nummer en hoewel het stamt uit 1956, kan ik me nog fragmenten van de tekst herinneren. “Want wij zijn stapelgek op Dixieland – spelen wij een goeie dixieland – nou dan zijn we in ons element – alle andere muziek is goed wanneer je tachtig bent” enzovoorts.

Hun volgende hitje was Willem Wordt Wakker, een vertaling van de Everly’s hit Wake Up Little Suzie. Het was 1958 mensen, en de rock ‘n’ roll was nog maar net doorgebroken in Nederland. Die twee jonge knapen zongen het allereerste Nederlandse rock ‘n’ roll-nummer ooit!

In 1961 mocht het duo op bescheiden schaal nog even vlammen met het nummer Brigitte Bardot, dat ze zelf vertaald hadden, maar The Emeralds gingen er met de eer vandoor. Toeval bestaat niet!

Keuze Guido de Greef: Tom Lehrer – The Elements (1959)

I.M. Tom Lehrer – Elementair cabaret

There’s antimony, arsenic, aluminum, selenium,
And hydrogen and oxygen and nitrogen and rhenium,
And nickel, neodymium, neptunium, germanium,
And iron, americium, ruthenium, uranium

De eerste keer dat ik The Elements van Tom Lehrer hoorde was toen de chauffeur van de auto het onderweg naar huis van een pubquizkampioenschap opzette. Geliefd bij iedere nerd, omdat de tekst bestaat uit alle – op het moment van componeren – bekende elementen.

‘Hij is gestopt met optreden toen Henry Kissinger de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Hij besloot toen dat satire dood was,’ zo legde de chauffeur uit. Die opmerking maakte me in één klap fan.

Lehrer was een wonderkind dat al op jonge leeftijd Broadwayliedjes op de piano speelde. Tijdens zijn studie wiskunde aan Harvard University trad hij op met satirische liedjes die meer raakvlakken hebben met het klassieke Nederlandse cabaret dan met Broadway. Dat was soms wennen voor de muzikanten. Toen Lehrer z’n liedje Poisoning Pigeons In The Park wilde opnemen, schrok de pianist zo van de titel dat ie van z’n stoel viel.

The Elements mist dat cabaretelement, maar het heeft wel een pointe, waarin Lehrer het typisch Bostonse accent op de hak neemt:

These are the only ones of which the news has come to Ha’vard,
And there may be many others but they haven’t been discavard

Begin jaren zeventig stopte Lehrer met optreden. Niet vanwege die Nobelprijs voor de Vrede, maar omdat hij klaar was met muziek schrijven. Die mythe over Kissinger kwam ‘m wel goed uit. Op 26 juli 2025 overleed Lehrer, 97 jaar oud. Hij laat een bescheiden oeuvre na, uit de oertijd van de popmuziek.

The Elements blijft populair. Toen Daniel Radcliffe in 2010 te gast was bij The Graham Norton Show declameerde hij de song, waarmee hij de liedjes van Lehrer bij een hele generatie Potterheads introduceerde. Het is nog steeds geliefd bij iedereen die een exemplaar van het periodiek systeem boven het bed heeft hangen.

Keuze Quint Kik: Lou Christie – She Sold Me Magic (1969)

I.M. Lou Christie – Vingeroefening voor Elton John

Onder zijn geboortenaam Lugee Alfredo Giovanni Sacco zul je hem naar alle waarschijnlijkheid niet kennen. Al is het zeer de vraag of zijn artiestennaam een belletje doet rinkelen. In de VS had Lugee Sacco in de jaren zestig een handvol hits te pakken, maar de platenmaatschappij vond het geen goed idee om die onder zijn eigen naam uit te brengen. Zonder pardon wijzigden ze die in Lou Christie.

Christie/Sacco was gezegend met een falsetto die zich kon meten met die van Frankie Valli. Een unicum voor die tijd was dat hij zijn hits voor de helft zelf schreef. De andere helft kwam voor rekening van zijn ontdekker, de 22 jaar oudere Twyla Herbert. Sacco trad aanvankelijk op met haar dochter, maar Herbert bespeurde potentie en kickstartte zijn solo-carrière met The Gypsy Cried.

Na een onderbreking van tweeëneenhalf jaar waarin Sacco zijn land diende, volgde een Amerikaanse nummer 1-hit met het op randje van hysterie gezongen Lightnin’ Strikes. De promotie nam de zanger voor eigen rekening, aangezien platenmaatschappij MGM het nummer drie keer niks vond. Opvolger Rhapsody In The Rain, over een uit de hand gelopen tienervrijage op de achterbank van de auto, werd door menig radiostation in de ban gedaan en moest op last van MGM worden gekuist.

Eind jaren zestig wisselde Sacco voor de derde keer in een decennium van label en scoorde hij opnieuw een grote hit met I’m Gonna Make You Mine, ditmaal in het VK. Op het gelijknamige album was schrijfpartner Herbert minder prominent aanwezig, maar wel verantwoordelijk voor She Sold Me Magic. Een cover hiervan fungeerde als vingeroefening voor Reginald Kenneth Dwight – aka Sir Elton John.

Samen met Herbert zou Sacco begin jaren zeventig nog het ambitieuze conceptalbum Paint America Love vervaardigen, maar na het floppen hiervan lonkte het oldiescircuit. In deze eeuw maakte hij deel uit van een packagetour met tieneridolen Frankie Avalon en Fabian. Hij overleed op 82-jarige leeftijd.

Keuze Hans Dautzenberg: Jesse Colin Young – Ridgetop (1973)

I.M. Jesse Colin Young – Vertrouwde trui

Perry Miller besluit rond 1961 als opkomend muzikant om de namen van wild west outlaws Jesse James en Cole Younger met die van Lotus (Formule 1)-raceteambaas Colin Chapman te mixen tot zijn alter ego Jesse Colin Young. Het is tevens het moment om zijn studie definitief te verruilen voor een artiestenbestaan. Samen met Jerry Corbitt vormt hij in 1965 het duo The Youngbloods, dat later wordt uitgebreid tot een kwartet. De band brengt in 1967 zijn eerste album uit. Van die plaat wordt het nummer Get Together (geschreven door Chet Powers van Quicksilver Messenger Service) een enorme hit. Als hippie-anthem leeft het lied nog steeds voort in de annalen van de popgeschiedenis. Young zal het ook blijven zingen, zoals hier met Steve Miller (voor het goede doel).

De talloze I.M.’s die over hem verschijnen bij zijn dood in maart 2025 benadrukken ook allemaal het belang van dit nummer. Maar daarmee wordt zijn talent veel tekort gedaan. Jesse Colin Young heeft als soloartiest fantastische platen gemaakt met volop prachtige, zelfgeschreven nummers. Vooral de albums Song For Juli (1973), Light Shine (1974) en het wat minder bekende Swept Away (1994) mogen er zijn. Youngs heldere stem, die soms breekbaar en soms teder klinkt, geeft elk nummer een eigen kleur, vaak met een melancholisch tintje. Het klinkt bij de eerste beluistering al alsof je de nummers kent. Als een oude, vertrouwde trui: hij past misschien niet bij de laatste mode, maar hij voelt altijd goed.

De grote commerciële doorbraak blijft uit, maar Young bouwt een stabiele fanbase op en blijft albums uitbrengen. Vanaf 1993 op zijn eigen label. En meerdere van zijn nummers worden blijvend succesvol gecoverd, zoals Darkness, Darkness (1969) dat een indrukwekkende uitvoering kent van Robert Plant en bijvoorbeeld ook is gecoverd door Golden Earring.

Young stopt in 2012 met optreden vanwege de ziekte van Lyme. In 2016 pakt hij de gitaar toch weer op en brengt zelfs nog een nieuw album, Dreamers, uit in 2019. Een jaar later volgt zijn laatste album. Jesse Colin Young overlijdt op 26 maart 2025, 83 jaar oud.

Keuze Jeroen Mirck: Tonny Eyk – Studio Sport (1974)

I.M. Tonny Eyk – Topsport van de ultieme allrounder

We kennen allemaal zijn liedjes. Wie opgroeide in de jaren tachtig kent hem natuurlijk ook als goedlachs jurylid van de Mini-Playbackshow. Tonny Eyk (1940-2025) was een echte tv-persoonlijkheid, maar je zou bijna vergeten hoe veelzijdig zijn muzikale nalatenschap is. Onvergetelijk zijn de vele tv-tunes die hij componeerde: Studio Sport, Toppop, Klassewerk, De Wie-kent-kwis en tv-series als De Zevensprong en De Stille Kracht. Maar er is zo veel meer.

Eyk, die in werkelijkheid Teun Eikelboom heette, trad op met artiesten als Willy en Willeke Alberti, Johnny Jordaan, Heintje Davids, Eddy Christiani, Rudi Carrell, Pieter van Vollenhoven, Hans Teeuwen en vele anderen, waaronder ook wereldsterren als Dame Edna, Tommy Cooper, Toots Thielemans, The Three Degrees, Oleta Adams, Danny Kaye en Beatles-drummer Ringo Starr. Hij componeerde symfonisch werk voor onder meer het Holland Festival, maar gaat toch vooral de geschiedenis in met populaire liedjes die in ons geheugen gegrift staan. Denk dan met name aan Kinderen voor Kinderen, waarvoor hij klassiekers schreef als Waanzinnig gedroomd en Op een onbewoond eiland.

Ook voor de VPRO-iconen Koot & Bie was Eyk een muzikaal anker: hij was producer, componist en orkestleider van hun albums. Zijn handtekening staat onder simplistische klassiekers als De Tegenpartij (Geen gezeik, iedereen rijk), Ballen in me buik, Ouwe lullen moeten weg en Onze God is de beste.

Maar wat moet je nou uit ‘s mans oeuvre kiezen om hem te eren? Dan kies ik toch de tune die we allemaal kennen. Met het bord op schoot keek bijna elke Nederlander op zondagavond naar Studio Sport. De opzwepende begin-tune maakte ons warm voor de topsport die ons te wachten stond. Eyk schreef zijn legendarische opener in 1974. Studio Sport bestond toen al vijf jaar, maar Eyk’s tune groeide uit tot een klassieker die tot ver in de jaren ’90 te horen was en bovendien een korte comeback beleefde in 2001.

Waar je doorgaans niet bij stilstaat is hoe zo’n markante melodie tot stand komt. De NOS eerde Eyk in december onder meer met studiobeelden waar de tune wordt ingespeeld, met componist Eyk als dirigent. Pas dan zie je de intensiteit van de musici die de tune zo iconisch hebben gemaakt. Een halve minuut topsport, uit de koker van de ultieme allrounder. Dank voor al het moois dat je met ons deelde, Tonny!

Keuze Willem Kamps: Strawbs – Hero and Heroine (1974)

I.M. Dave Cousins – Wiskundige, statisticus en songwriter

De zangeres die hij ontdekte heeft hij ruim overleefd. Zij werd 31, hij 85, bijna drie keer zo oud. Zij, Sandy Denny, werd echter drie keer zo bekend. Toch heeft hij, Dave Cousins, een prachtige carrière gehad en een geweldig oeuvre bij elkaar gemusiceerd. Vooral als zanger/gitarist van (The) Strawbs. Strawbs was een albumband, al hebben ze een tweetal hitjes gehad: rocker Lay Down en ironisch protestlied Part of the Union.

Dave Cousins’ eerste band heette de Strawberry Hill Boys, waarmee hij bluegrass speelde. Dat ruilde hij vrij snel in voor folk om met Sandy Denny – geplukt uit een nachtclub – in 1967 een eerste album op te nemen: All Our Own Work van Sandy Denny & (kortweg) The Strawbs. Die plaat werd echter pas in 1973 uitgebracht. Denny was inmiddels haar eigen weg gegaan (Fairport Convention, Fotheringay) en Strawbs hadden ondertussen al vijf albums gemaakt en een prog-jas aangetrokken, mede dankzij de aanwezigheid van Rick Wakeman, vóór zijn overstap naar Yes.

Cousins, opgeleid tot wiskundige en statisticus, bleef de belangrijkste songwriter van de band die gedurende zijn bestaan – met vele onderbrekingen – telkens van samenstelling wisselde. In 2023 hield Dave het om gezondheidsredenen voor gezien. Hij was toen al 83. Hoewel hun achtste album Hero and Heroine was getiteld, was er geen sprake van drugsgebruik, iets wat in de jaren zeventig gemeengoed was in de muziekwereld. Of Dave op basis van statistieken van de drugs is afgebleven zullen we nooit weten, maar hij is er wel 85 door geworden (en heeft er een prachtig lied over geschreven).

Keuze Jan-Dick den Das: Sweet d’Buster – Manja (1979)

I.M. Herman Deinum – Warm geluid

Ik heb verschillende keren geschreven over Sweet d’Buster. Als je aan deze band denkt, kom je uit bij de topmuzikanten van Nederland. Afgelopen jaar, op 5 december, is één van die geweldige muzikanten overleden. Herman Deinum, beroep: bassist. En wat voor één. Naast Sweet d’Buster speelde Deinum ook nog in onder meer Cuby and The Blizzards, en vaak met zijn jeugdvriend Hans la Faille. Wat een ritmesectie was dat.

Het geluid van Deinum was warm en melodieus, met prachtige ondersteunde licks. Niet slechts grondtonen pompend, maar net dat even meer. Sweet d’Buster was een liveband bij uitstek: hoe goed ze live zijn valt te horen op het album Gigs. Een album dat iedere muziekliefhebber in zijn kast hoort te hebben.

Op datzelfde album staat ook Manja, geschreven door Bertus Borgers en Herman Deinum. De bas speelt vanaf het begin de hoofdrol in het nummer, het is weergaloos. Het soepele funky spel van Herman Deinum komt hier prachtig naar voren.

Herman is een bassist die je ondergewaardeerd zou kunnen noemen, juist omdat hij zo verschrikkelijk goed is. Maar bij het grote publiek was hij niet echt bekend. Dat hoeft ook niet want daar was hij, denk ik, ook niet naar op zoek. Soms moet je niet te veel woorden willen gebruiken om iemand te eren, want het luisteren naar zijn muziek zou moeten volstaan. En doe dat vooral: draai het album Gigs en geniet van het weergaloze wat Herman Deinum heeft achtergelaten.

Keuze Alex van der Heiden: Blue Murder – Out Of Love (1989)

I.M. John Sykes – Meeslepend

Om meteen met de deur in huis te vallen: er zijn twee sterfdata van gitarist John Sykes bekend op het wereldwijde web. De ene zegt 21 december 2024 en de ander 20 januari 2025. De laatste ligt meer voor de hand, gezien de vele officiële bekendmakingen op 21 januari.

Hoe het ook zij, Sykes verdient een ode. Ik memoreerde in mijn blog over Tygers of Pan Tang al even aan Sykes. Deze man heeft naast de Tygers een enorme staat van dienst: vooral zijn bijdrage aan Thin Lizzy en Whitesnake brachten hem op grote podia. De band die vervolgens rondom Sykes zelf geformeerd werd, Blue Murder, kon niet op zoveel bekendheid rekenen, maar deed zeker niet onder voor bands als Whitesnake en Def Leppard.

In Blue Murder blijkt Sykes naast zijn uitstekende gitaarspel ook te beschikken over een prima stem om een metalband te dragen. Ik heb daarom gekozen voor Out Of Love, een meeslepende powerballad die zijn weerga niet kent. Tevens een beetje omdat ik weet dat sommige muzieksnobs hun neus ophalen voor dit genre. Echter voor de liefhebbers van goede klassieke metal ballads: deze mag niet ontbreken. Hiermee laten we Sykes nog één keer shinen.

Keuze Halbe Kroes: Ayreon – Tower Of Hope (1998)

I.M. Edward Reekers – The Ruthless King

Niet meteen denken dat Arjen Lucassen, het middelpunt van Ayreon, hier een eerbetoon krijgt in deze I.M.-battle. Gelukkig kunnen we nog van zijn nieuwe muzikale uitspattingen blijven genieten in de komende tijd. Nee, hij is verantwoordelijk voor het gebruiken van de stem van Edward Reekers in vele van zijn projecten.

Zo ook bij het alom geprezen album Into The Electric Castle uit 1998. In deze spacerock-opera speelt Reekers The Futureman. Hij neemt vocalen voor zijn rekening op meerdere nummers. Volledig solo doet hij dat in het nummer Evil Devolution. Het hele album is trouwens het beluisteren waard, wat ook blijkt uit de vaak hogere notering van het nummer Isis and Osiris (met Anneke van Giersbergen) in de Snob 2000.

Reekers komt goed tot zijn recht in dit nummer, vind ik. Zijn zachtaardige, warme stem combineert mooi in het duet met Lucassen. En dit staat dan nog even los van de muzikaliteit in het nummer. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het middenstuk, waarin meerdere muzikanten soleren in een soort avantgarde jazz-rockbeleving. Erg gaaf.

De imposante carrière van Edward Reekers, met alle projecten waaraan hij heeft meegewerkt, is te lang om hier te beschrijven. Alleen wil ik Kayak wel even noemen. In de periode dat Kayak succes kreeg en zelfs aan touren dacht in de VS, was Reekers de zanger. Hij had de microfoon overgenomen van drummer Max Werner. In de tijd dat hij platen opnam, had Kayak zijn grootste succes met het nummer Ruthless Queen. Helaas voor Edward Reekers en zijn bandleden werd de VS geen succes. In ons eigen land daarentegen wel. Velen zullen zijn stem nog regelmatig blijven horen als Merlin of Ruthless Queen voorbij komen op de radio.

Edward Reekers overleed op 7 oktober 2025 op 68-jarige leeftijd. Zelf ben ik geen Kayak-fan (ondanks de vele pogingen van mijn ouders om mij te overtuigen), daarom herdenk ik hem hier met een van zijn vele projecten. Geniet van de Tower Of Hope.

Keuze Remco Smith: Angie Stone – Wish I Didn’t Miss You (2001)

I.M. Angie Stone – Ach, haar zoon

De dood van D’Angelo op 14 oktober gaf wel even een schok in de RIP-appgroep. Die schok werd nog groter toen we ons realiseerden dat zijn ex, Angie Stone, eerder in het jaar, op 1 maart, al was overleden door een auto-ongeluk. Stone en D’Angelo hadden samen een zoon, die in één kalenderjaar dus afscheid moet nemen van zijn beide ouders. Wat een ontstellend verdriet.

Rond 2000 was sprake van een opleving van soulmuziek. Lauryn Hill, Mary J. Blige, Brandi & Monica. Een hele stoet aan geweldig klinkende goed geproduceerde en prachtig gezongen soulmuziek kwam uit. Een opvallende verschijning binnen die stroom aan muziek was Wish I Didn’t Miss You van Angie Stone, losjes gebaseerd op Back Stabbers van The O’Jays. Soulmuziek met net een randje, tikkie rauwer dan haar collega’s. Wat een goed liedje, vrolijkmakend en geweldig gezongen.

Het bleef in Nederland bij deze opleving, alhoewel zij bijvoorbeeld op North Sea Jazz een graag geziene gast was. Haar stem zal daar niet meer klinken. Angie Stone is 63 jaar oud geworden.

Keuze: Mers: Raul Malo – Today (2001)

I.M. Raoul Malo – Gouden stem, prachtige melodie en een heerlijk arrangement

Raul Malo overleed op 8 december 2025, op 60‑jarige leeftijd, na een langdurige strijd tegen kanker. Hij is vooral bekend als leadzanger van The Mavericks. Die groep is in Nederland bekend van één hit: Dance The Night Away. Maar daarmee doen we zowel de groep als Malo tekort.

Malo had een rijke, warme en bijna operateske stem en hij was een veelzijdige vocalist. Zijn optredens kenmerkten zich door een bravoure die emotioneel rijk was en zich aanpaste aan diverse genres zonder in melodrama te vervallen. Hij bewoog zich moeiteloos tussen country, rock, latin, bolero en americana.

In 2001 bracht hij zijn soloalbum Today uit, waarop hij zijn liefde voor latin‑invloeden, rijke arrangementen en warme melodieën volledig de ruimte gaf. Het titelnummer Today is daarvan het mooiste voorbeeld. Malo schreef het samen met Jaime Hanna, Dennis Britt en Alan Miller. De tekst draait om verlangen, hoop en het grijpen van het moment: een ode aan het nu, zonder drama maar met diepe warmte.

Het nummer is een elegante mix van latin-pop, zachte rock en romantische balladtraditie. Malo werkte zelf mee aan de productie die warm en organisch is en rijk aan details: percussie, blazers, subtiele gitaarlijnen en een soepel voortrollende bas. Een gouden stem, prachtige melodie en een heerlijk arrangement.

Keuze Patrick Schellen: Triggerfinger – First Taste (2008)

I.M. Paul van Bruystegem – Monsieur Paul, een Grote Meneer is niet meer

Bassisten zijn in veel gevallen niet de meest opvallende bandleden. Hoe anders was dat bij Triggerfinger. Zo’n 20 jaar stond Paul Van Bruystegem met deze band op het podium. Letterlijk en figuurlijk een grote meneer. Doorgaans spelend in pak en met zonnebril had hij op het podium zeker de uitstraling van een rockster. De band wist in deze 20 jaar een stevige livereputatie op te bouwen waar Monsieur Paul of Lange Polle, zoals hij ook wel genoemd werd, een belangrijke rol bij speelde.

In 2023 kwam het bericht dat hij stopte bij Triggerfinger. Zijn gezondheid liet het touren met deze band niet meer toe. Hij bracht met zijn eigen band Mr. Paul & The Lowriders in datzelfde jaar nog een album met hoofdzakelijk covers uit. Op dit album pakte hij de gitaar weer op, de gitaar waarmee hij vroeg in zijn carrière al veelgevraagd sessiemuzikant was. Dit was het laatste wat hij uitgebracht heeft. Op 4 oktober 2025 overleed Paul Van Bruystegem op 66-jarige leeftijd aan ziekte.

Keuze Leendert Douma: Koninklijk Zigeunerorkest Tata Mirando en Armando – Hör Die Zimbal Klingen (2011)

I.M. Adolf Kokalo Weiss – Een koffer vol herinneringen

Hij ontvangt me in zijn rijtjeshuis in de Arnhemse wijk Presikhaaf. In een wagen woont de zigeunerbaron dan allang niet meer. Het is 2012 en ik zit in de woonkamer van Adolf Kokalo Weiss. Oftewel ‘Tata Mirando’, die eretitel nam hij over van vader Joseph toen hij orkestleider werd van het beroemde zigeunerorkest.

Kokalo (hij heeft liever niet meer dat je ‘m Adolf noemt) laat me zijn koffer vol herinneringen zien: de koninklijke onderscheidingen uit Nederland en Pruisen, de brief van Prins Bernhard (Du bist mein Freund had die geschreven). Hij vertelt me zijn levensverhaal. Zijn ouders waren op de vlucht voor de nazi’s. Kokalo is nét niet in Nederland geboren. Maar de familie Weiss belandde toch in de trein naar Auschwitz. Vlak voor vertrek werden ze gered door circusdirecteur Toni Boltini, verkleed in SS-kostuum. Al schreeuwend eiste die de zigeunerfamilie zogenaamd op voor het Kraft durch Freude-project van de nazi’s. De hele oorlog bleven de Weissen ‘ondergedoken’ in de orkestbak van Circus Boltini. De rest van de Sinti-familie is uitgeroeid. Slechts één nichtje kwam teruggelopen uit Polen. Ze was uitgeteerd. Kokalo vertelt het verhaal nog steeds met tranen in zijn ogen.

Het zigeunerorkest uit 1900 werd na de oorlog wereldberoemd. In Nederland kreeg het het predikaat ‘Koninklijk’. Na de dood van Joseph in 1967 nam Kokalo de leiding over. Het orkest trad op met violisten als Yehudi Menuhin, maar ook met schrijver, kunstenaar en vooral zielsverwant Armando. Ze maakten melancholische muziek die door merg en been gaat. Kokalo laat mij een berg aan platen en foto’s zien. Maar de laatste tijd is er niet zoveel interesse meer voor zigeunermuziek, zucht hij. En dan sluit hij zijn koffer vol herinneringen.

Adolf Kokalo Weiss vond zijn einde niet in Auschwitz. Pas op 30 september 2025 overleed Tata Mirando in Arnhem. Hij werd 92 jaar. In de verte klonken een paar eenzame violen. Misschien stond daarboven wel Armando te spelen, samen met Nello Mirando I en II, Loepa, Luïla en Bokkie Vink.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.