Lekker! Ons muzikaal dieet van vandaag bevat veel elektronische elementen, op smaak gebracht met aanstekelijke hooks en energieke beats. De bloggers van Ondergewaardeerde Liedjes gaan het hebben over electropop: het genre waar elektronische instrumenten, zoals de synthesizer en drumcomputer, prominent aanwezig zijn. Electropop is lekker eclectisch, het is edgy, vaak wat futuristisch en zelfs soms avant-gardistisch. De eerste hoogtepunten waren in de jaren zeventig al te horen en sindsdien is het niet meer van de muzikale menukaart verdwenen. Uiteraard zijn er ook heel veel ondergewaardeerde parels te vinden binnen dit genre. Maar welk nummer daarvan is het leukst? Lees, luister, dans en oordeel vooral zelf! 

Keuze Henkjan Olthuis:  M – Pop Muzik (1979)

Beroemde vrienden

One-hit wonders, zijn die nou ondergewaardeerd, of juist overgewaardeerd?  Of toch allebei? In het geval van M (de one man band van Robin Scott) neig ik toch naar dat laatste, want als je zo’n goed in elkaar gezette single als Pop Muzik kan maken, en als er dan ook nog half Level 42, David Bowie, Malcolm McLaren, Tony Levin, Thomas Dolby, en nog een hele stoet aan bekenden aan je albums meewerken dan is een prominentere plek in de muziekgeschiedenis toch wel op z’n plaats zou je zeggen (de song ontbreekt in zowel Snob2000 als Top2000). Maar als dat zelfs dan niet lukt…

Pop Muzik is de tweede single van M, na het geflopte Moderne Man. Pop Muzik behaalde wereldwijd de top van de hitlijsten: in Nederland en België haalde het nummer 3, in (onder andere) de US haalde het de eerste plek en een gouden plaat. De 3 daaropvolgende singles werden alleen in thuisland VK nog kleine hitjes, maar na 1980 werd de hitlijst niet meer met nieuw werk gehaald.

Het doel van Scott was om 25 jaar popmuziek geschiedenis in een song te blenden, met referenties naar alle stijlen. Als statement dat die stijlen de mensen niet zouden moeten verdelen, want het is immers toch allemaal Pop Muziek. 

Keuze Annemarie Broek: The Flying Lizards – Money (1979)

Soberheid troef

Midden in het New Wave-tijdperk verschijnt er een zonderling muziekje op de markt. Een ‘arty’ Britse band namelijk heeft de 87ste cover opgenomen van Money, een compositie van Barrett Strong. Maar dit is wel meteen veruit de meest bijzondere versie.

The Flying Lizards is een Brits muziekgezelschap, dat ontworpen en samengesteld werd door David Cunningham, een avant-gardecomponist en producer. Veel Britse artiesten hebben aan dit project meegewerkt, onder andere Michael Nyman en Robert Fripp.

De originele versie van Money uit 1959 wordt met veel soul vertolkt door een gebruikelijk r&b-orkest uit de begindagen van het Motown-concern, met Barrett Strong als zanger. De mannen en vrouwen van de Lizards schotelen ons een beendroge versie voor, waar alle overbodigs uit is verdwenen. Het is eigenlijk nauwelijks nog muziek te noemen, maar gek genoeg wordt deze uitvoering zeer vaak gebruikt in Britse en Amerikaanse televisieseries.

Deborah Evans-Stickland, de zangeres (voor zover er van zang sprake is) bouwde op grond van deze opname een carrière op als voice-over bij een groot aantal speelfilms en documentaires. In onderstaande clip legt zij uit hoe de opname tot stand kwam en hoe zij dit alles beleefde.

Sinds de Tweede Wereldoorlog heeft de lichte muziek zich via dans- en showorkesten, r&b- en rockgroepen, steeds soberder wordend, ontwikkeld tot de muziek van The Flying Lizards. Kaler kan het niet, dus hoe nu muzikaal verder?

Keuze Jeroen Mirck: The Human League – The Sound of the Crowd (1981)

Waarom de vakbond tegen dit nummer protesteerde

In de opkomst van electropop heeft het album Dare van The Human League een belangrijke rol gespeeld. Het had trouwens heel anders kunnen lopen. Zanger Philip Oakey vond de latere wereldhit Don’t You Want Me de slechtste track van het album, maar gelukkig besloten de platenbazen anders.

Met Dare sloeg de band een andere weg in, naar zwaar elektronische muziek. Dit nieuwe geluid was dermate wennen dat de vakbond Musicians’ Union het album aangreep om een campagne te starten tegen electropop, getiteld Keep It Live. De angst zat namelijk diep dat er straks geen muzikanten meer nodig zouden zijn om concerten te geven.

Het eerste nummer dat werd opgenomen tijdens de Dare-sessies is The Sound of the Crowd. Nota bene een lied over livemuziek. Voor het eerst zong Oakey samen met zijn twee achtergrondzangeressen Susan Ann Sulley en Joanne Catherall.

Let vooral niet (of juist wel) op de tekst, want die staat vol wartaal. Het verhaal gaat dat toetsenist Ian Burden spontaan wat woorden achter elkaar had gezet om de zanglijn te markeren en dat Oakey die grotendeels heeft laten staan. Het werd een bescheiden hit, maar het echte succes kwam een half jaar later rond kerst, met Don’t You Want Me.

Keuze Leendert Douma: Yazoo – Only You (1982)

Vakmanschap is meesterschap

Muziekkrant OOR had in de vroege jaren tachtig een geweldige singletjes-rubriek, waarin bijvoorbeeld Jan Rot letterlijk geil werd van het intro van Prince’ When Doves Cry of waar Bart Chabot de eerste plaatjes van Frankie Goes To Hollywood de hemel in prees. Het leuke van de wisselrubriek was dat er soms voor heel creatieve stijlvormen werd gekozen. Ik weet niet meer welke recensent het was die de setting opvoerde van een landerige autorit met twee eigenwijze kinderen op de achterbank. De nieuwe singletjes kwamen langs in het car-sound-system (toen nog een aftands cassettedeck). Het werd natuurlijk ruzie, maar aan het eind van het stuk zaten vader, moeder en twee kinderen als versteend te luisteren. Iedereen had tranen in de ogen. Wat er langs kwam was zo hemeltergend mooi! … Het was het nummer Only You van Yazoo.

Die OOR-familie had helemaal gelijk. Only You is een stukje perfecte pop. Vakmanschap is meesterschap, niets meer en niets minder. Het nummer uit 1982 is een combinatie van de minimalistische synthpop van Vince Clarke (tot dan de drijvende kracht achter Depeche Mode) en de soulvolle, krachtige stem van blueszangeres Alison Moyet, en dat allemaal gegoten in een goddelijk melodietje.

Het is niet zo dwingend swingend als Yazoo-klassiekers Don’t Go of Situation, maar Only You is vooral heel mooi. Dat ontdekte de a-capellagroep The Flying Pickets ook. (De vliegende pikken, zeiden wij altijd.) Zij scoorden er een paar jaar later de felbegeerde kerst-nummer 1 mee in Engeland. Het meesterlijke melodietje deed het ‘m opnieuw, maar voor echt tranen in je ogen moet je de electropop van Yazoo draaien.

Keuze Alex van der Heiden: Ultravox – Hymn (1982)

Legendarische synthesizers

Midge Ure deed ons land enkele weken geleden aan en ik was erbij. U niet waarschijnlijk, want tot mijn grote verbazing was de Ronda van Tivoli-Vredenburg bij lange na niet uitverkocht. Midge Ure speelde al zijn klassiekers waarvan het merendeel repertoire is uit zijn Ultravox-tijd. Het was een mooie trip down memory lane en ik was blij dat ik erbij was en dat ik deze icoon een keer heb gezien.

Eén van de nummers was het in Nederland redelijk onbekend gebleven Hymn. Een cynisch nummer tegen platenbonzen en politici die zich inbeelden dat ze God zijn – vandaar de fragmenten uit het Onze Vader. In andere landen kon Hymn op meer waardering rekenen. Het nummer past goed in deze electropop-battle, omdat legendarische types synthesizer als de PPG Wave, Minimoog, ARP Odyssey, E-mu Emulator en de Yamaha CS-80 gebruikt werden. Ze waren verantwoordelijk voor de typische 80’s sound die we bij Ultravox zo goed kennen van het nummer Vienna.

Tijdens het concert grapte Midge Ure over een college aan jonge muzikanten, waar één van de leerlingen hem vroeg: Wat zou u met de kennis van nu aan de jonge Midge Ure adviseren? Zijn antwoord was: Ik zou alles een octaaf lager geschreven hebben in de wetenschap dat ik deze nummers veertig jaar later nog steeds sta te zingen. Vervolgens zette hij Hymn in en met veel pijn en moeite…. hij haalde het net.

Keuze Hans Dautzenberg: Yazoo – Nobody’s Diary (1983)

Tijdcapsule

Yazoo‘s Nobody’s Diary is een van die tijdloze parels die de jaren tachtig-synthpop perfect weet te vangen. Het nummer kent een betrekkelijk simpel elektronische melodietje dat naar een (veel) hoger plan wordt getild door de onweerstaanbare bluesy zang van Alison Moyet. In de woorden van Neil Tennant (als journalist in muziektijdschrift Smash Hits): Strong on emotion and weak on melody. Ik kan het niet beter formuleren.

Alison schreef het nummer toe ze ongeveer 16 was, dus rond 1977. Geen betere leeftijd dan dat om emotionele liedjes over relatiestrubbelingen te schrijven. Wat opvalt: ze schrijft vanuit haar kracht, zoals blijkt uit de sleutelzin:

For the times we’ve had I don’t want to be
A page in your diary, babe

Blijkbaar heeft het nummer een tijdje mogen rijpen, want het verschijnt pas op het tweede – en laatste – album van Yazoo, You And Me Both (waar ook Mr. Blue op te vinden is, waarover eerder is geschreven) en is ook de enige single van dat album.

Waar de originele track gedragen wordt door strakke synthesizers, krijgt de live uitvoering een extra lading door Moyets intense performance, soms volop ondersteund door een meelevende zaal. Vergelijk dat met de officiële versie hieronder – met typische synthpop-videoclip (bestaat zoiets?), en je begrijpt waarom het 40 jaar later nog steeds een livefavoriet is.

Keuze Quint Kik: Eurythmics – Who’s That Girl (1983)

Electroshocktherapie met synthesizers

Wanneer eindigt electropop en begint synthpop? Als je Wikipedia mag geloven ergens na 1981. Electropop verschilt van synthpop doordat het wordt gekenmerkt door een koud, robotachtig, gevoelig elektronisch geluid, dat grotendeels het gevolg is van het de beperkingen van de analoge synthesizers. Ja hoor Philip Bloemendal, maar waar plaats je dan een band als de Eurythmics?

De Conny Plank-productie van hun kille doorstart onder een nieuwe naam – Dave A. Stewart en Annie Lennox begonnen hun carrière aanvankelijk met de powerpop van The Tourists – toonde hen de weg voorwaarts. Dave sloot een lening af bij de bank en schafte een paar synthesizers en opnameapparatuur aan. Samen sloten zij ze zich op in hun flat en sloeg aan het experimenteren.

Bij de vierde single en het gelijknamige album was het raak: Sweet Dreams sloeg in als een bom aan beide zijden van de plas. Al was de look van Lennox wel een dingetje; waar ze in Amerika een zwarte soulzangeres verwachtten, raakten ze tamelijk in de war van die androgyne vuurtoren. De première van de video bij Love Is A Stranger werd zelfs halverwege onderbroken, omdat MTV vermoedde dat ze hier van doen hadden met een travestiet.

Nog dat zelfde jaar verscheen de opvolger Touch. De video bij de eerste single Who’s That Girl bevatte een parade aan cameo’s van vrouwelijke eighties-sterren. En Boy George’s androgyne sidekick Marilyn. Om die malle Yanks nog wat verder te sarren, doste Annie zich uit als Elvis, dé Amerikaanse icoon bij uitstek. Dat zal ze leren: een dosis electroshocktherapie met synthesizers!

Keuze Remco Smith: Les Rythmes Digitales – (Hey You) What’s that Sound? (1999)

Onontkoombaar en niet te vermijden

Een jaar of tien, van 1996 tot 2005, was Jacques Lu Cont, Man with Guitar, Paper Faces, Thin White Duke (niet te verwarren met de meest besproken artiest op dit onvolprezen forum), of zoals zijn ouders hem hebben genaamd, Stuart Price, onontkoombaar en niet te vermijden. Eerst binnen Les Rythmes Digitales en Zoot Women, en later als zeer veel gevraagd producer. Het productiewerk van de laatste leuke Madonna-plaat komt van zijn hand, bijvoorbeeld.

Price was ten tijde van Les Rythmes Digitales piepjong, net aan 22 jaar. Hij was zeer geïnspireerd door Franse dance: dat de naam van zijn alter ego en zijn act Frans zijn is niet helemaal een verrassing. Het is dance met flair, dance met finesses. Het knispert en het kneitert, het klinkt fris en ontzettend opzwepend. Komt nog bij dat sinds Thomas Anders niemand ooit cooler eruit heeft gezien met een keytar. Stuart Prices was heel even de man. Onontkoombaar.

Nog even over die titel. Zou dat een verwijzing zijn naar Buffalo Springfield?

Keuze Erwin Tijms: La Roux – Bulletproof (2009)

Over the top synths, maar oh, wat werken ze goed

Je mag me ’s nachts eigenlijk nergens voor wakker maken. Ja, bij noodgevallen misschien. Maar als je me voor muziek dan toch ‘s nachts wakker wil maken, laat het dan electropop zijn. De eerste nummers die in me opkwamen voor deze battle waren Dancing On My Own van Robyn en Heartbeats van The Knife. Maar goed, daar hebben we al eens over geschreven. En er is nog zoveel meer moois.

Op naar de nummer drie van de hele lange lijst dus: Bulletproof van La Roux. Een zeer bescheiden hit in Nederland, maar toentertijd heel groot in het Verenigd Koninkrijk. In juni 2009 reisde ik met m’n toen nog jonge gezinnetje een paar weken door Engeland en dit nummer was er niet van de radio af te slaan. Een oorwurm die sindsdien niet meer uit mijn geheugen is verdwenen.

Gelukkig ook maar, want qua electro-/synthpop valt er veel te genieten in dit nummer. De arrangementen zitten knap in elkaar en waar de oprechte tekst gaat over weerbaarheid in de liefde, voelt de manier waarop de synths klinken bijna aan als een soort tongue in cheek-ironie. Alleen al het effect op 2:15 en de synthsolo erna: het lijkt heel clichématig, maar oh, wat werkt het goed. Heel erg eind jaren ’00 ook eigenlijk, toen het genre weer wat populairder werd. Want in mijn herinnering waagden maar weinig artiesten zich aan dit soort geluiden in de jaren ’90 en begin jaren ’00.

La Roux heeft het succes van dit debuutnummer en bijbehorend debuutalbum niet kunnen herhalen. Enkele jaren later bracht het duo opvolger Trouble In Paradise uit, een onderschat album dat ik iedereen aan kan raden. Na onderlinge meningsverschillen over de muzikale koers ging Elly Jackson verder zonder Ben Langmaid. Begin 2020 bracht La Roux een derde album uit, maar de wereld had andere dingen aan het hoofd. Binnenkort moet ik die toch maar eens beluisteren.

Keuze Stefan Koopmanschap: Aafke Romeijn – Voorbeeldfunctie (2014)

Behoefte om even te slonzen, even niets te doen

Ik kan me niet meer precies herinneren wanneer ik voor het eerst kennismaakte met Aafke Romeijn. Het zou zo maar eens een mening van Aafke op Twitter kunnen zijn geweest die de kennismaking was. Want Aafke heeft een mening en is niet bang om die te geven. Overigens wel altijd goed onderbouwd en met steekhoudende argumenten.

Het eerste wat ik muzikaal van Aafke hoorde kan ik me nog wel goed herinneren: Voorbeeldfunctie. Een nummer dat er vanaf het begin echt muzikaal meteen keihard inknalt, en dat tekstueel niet alleen heel sterk is, maar vooral ook heel herkenbaar. Er wordt namelijk gezongen over hoe je als volwassene ook wel eens behoefte hebt om er met de pet naar te gooien, om even te slonzen en even niets te doen. Maar ja, dan realiseer je je dat je eigenlijk het goede voorbeeld moet geven. Je hebt een voorbeeldfunctie. Je moet wel door.

En als je denkt “dit smaakt naar meer”, dan heb ik goed nieuws. Aafke Romeijn heeft heel veel muziek gemaakt (check het nieuwe album Ultraviolet, zo fijn weer!), maar regel ook die fantastische boeken van haar. En heb je de mogelijkheid, ga haar live zien. Ook dat is echt de moeite waard.

Zo, en nu lekker onder de deken kruipen. Fuck it.

Keuze Alex van der Meer: Porter Robinson – Cheerleader (2024)

Pop-punk + Rave + Hyperpop = Smile! 😀

Het muzikale verhaal van Porter Robinson is bijzonder. Hij begon zijn carrière met het produceren van dancemuziek en kwam op achttienjarige leeftijd terecht op het Owsla-label van Skrillex. Zeven jaar achter elkaar stond hij genoteerd in DJ Mag’s top 100-lijst. Maar langzamerhand begon hij muziek te maken met meer focus op melodieën, en ook songs met lyrics. Hij begon ook zelf te zingen. Ziedaar de overstap van Robinson: steeds minder de pure dance DJ, en uiteindelijk electropop-zanger.

Vorig jaar verscheen zijn derde album, Smile! :D, waarmee hij keihard brak met veel elementen uit zijn eerdere werk. Inspiratie werd gehaald uit pop-punk, de rave van de vroege noughties en uit moderne hyperpop. Het resultaat was een echt popalbum vol briljante electropop-knallers om helemaal op los te gaan, maar ook met mooie breekbare momenten. De eerste single van het album was Cheerleader. Een electropop- en synthpop-banger waar je U tegen zegt. De melodie klopt, het zit tjokvol frisse ideeën en het gaat never nooit meer uit je kop als je het eenmaal hebt gehoord. Muziek met een dikke smile!

Welk nummer zet jou helemaal onder stroom?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.