Dit jaar ging ik weer eens naar Metropolis in Rotterdam. Een festival waar je altijd verrast wordt en de vibes zijn er altijd goed. Okay, ik was er al wel heel lang niet geweest, maar zo voelde het niet. Want ik wist dat ik een paar leuke bands zou gaan zien. Net als tijdens de voorgaande keren.

Ergens halverwege de middag liepen mijn nichtje en ik door de ingang. Zij kwam als echte fangirl voor The Vices en die zagen we van erg dichtbij als puike slotact. Eerder op de middag keken we naar Yumi Zuma (beetje Fleetwood Mac-achtig, lekker relaxed), pakten we een paar songs Tramhaus mee en bleek de weirde spacerock van invallers Henge toch eigenlijk best wel leuk.

Maar ik kwam die middag voor The Lathums. Zalig aanstekelijke Indierock met The Smiths wel erg om de hoek. Da’s dan weer nooit verkeerd. Wel met één erg groot verschil: je hoort hier geen dreinerig gejammer á la Morrisey. Frontman Alex Moore is niet de allerknapste, met zijn zang (en natuurlijk de muziek van de overige drie bandleden) doet hij je eerder denken aan The Courteneers, Sam Fender of misschien toch ook wel een beetje The Coral. En toch weet hij je tijdens een optreden te raken met vrolijke gestemde liedjes. Die hoge noten op het album haalt hij live trouwens ook. Met gemak.

Het viertal uit Wigan (een niet erg bijzonder stadje tussen Liverpool en Manchester) speelde voor een halfvolle tent, maar pakte die met gemak in. En wellicht heb je ze ook gezien in het voorprogramma van The Killers. Vorig jaar verscheen hun debuutplaat How Beautiful Life Can Be. En die titel dekt de lading. Ga die schijf alsnog checken. Ik garandeer dat je er blij van wordt.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.