Vandaag viert Bonnie Raitt haar 72ste verjaardag. In 1971 kwam haar debuutalbum uit en sindsdien heeft ze 18 albums uitgebracht waaronder de meerdere malen met platina zijn behangen: Nick Of Time, Luck Of The Draw en Longing In Their Hearts. Bovendien is zij de trotse bezitter van tien  Grammy Awards.

Bonnie Raitt does something with a lyric no one else can do; she bends it and twists it right into your heart. Wij delen die mening en dus een  bloemlezing.

Keuze Jeroen Mirck: Finest Lovin’ Man (1971)

Authentiek

Bonnie Raitt is natuurlijk een grande dame in de wereld van Blues, Folk en Country. Toch heb is haar meest succesvolle werk uit de jaren tachtig en negentig altijd iets te gelikt gevonden. Haar talent is onmiskenbaar, maar de productie heeft de ruwe diamant tezeer afgesleten. Glad genoeg voor een doorbraak richting de popcharts, maar waar is dat authentieke Bluesgevoel gebleven?

Daarom kies ik bij een eerbetoon voor La Raitt voor haar oudere werk uit de jaren zeventig. Sterker nog: ik kom uit bij haar titelloze debuut uit 1971. Vijftig jaar oud, maar nog steeds ijzersterk. Opgenomen op een uitgestorven zomerkamp op Enchanted Island, vlakbij Minneapolis. Een tip van de bevriende folkmuzikant Dave Ray, die ook als engineer achter de knoppen kwam te zitten. Raitt zou later schrijven in de liner notes van het album: We recorded live on four tracks because we wanted a more spontaneous and natural feeling in the music, a feeling often sacrificed when the musicians know they can overdub their part on a separate track until it’s perfect.

Raitt was indertijd slechts 21 jaar oud, maar klonk al direct als een Bluesbeest. Ze viel extra op omdat er maar weinig vrouwen actief waren als bluesgitarist. Critici waren direct laaiend, maar het commerciële succes bleef lang uit. Dat is des te opvallend als je de kwaliteit van haar vroege werk hoort. Hoewel het debuut vol covers staat (van de onvermijdelijke Robert Johnson tot de feministische blueszangeres Sippie Wallace), kies ik toch graag voor een eigen compositie: Finest Lovin’ Man. Een krachtig Bluesnummer.

Raitt stond met dit rootsy debuut direct op de kaart, al liet het succes nog een kleine twee decennia op zich wachten. Haar oude werk verdient echter evenveel aandacht, dus draag ik daar graag een steentje aan bij. Andere aanraders op dit album zijn trouwens beide covers van Sippie Wallace: Women Be Wise en het ijzersterke Mighty Tight Woman.

Keuze Tricky Dicky: Love Has No Pride (1972)

Parel

In de loop der jaren is Bonnie Raitt uitgegroeid tot een van de belangrijkste vertolkers van Americana en Folkblues, her en der vermengd met pop en rock. Veelzijdig. Misschien is dat de reden dat ze daarom minder aansprekend is dan bijvoorbeeld Joni Mitchell, die nooit van het folk singer-songwriterpad is gegaan. Bonnie schreef wel liedjes, maar draaide haar hand niet om voor een cover, die ze steevast tot iets eigens maakte. En wellicht ook omdat ze in een periode begon waarin de singer-songwriters als paddenstoelen uit de Herfstgrond opbloeiden.

Neemt niet weg dat haar tweede album, Give It Up, een juweeltje is en met gemak hetzelfde niveau van de eerder benoemde Mitchell bereikt. Ik kocht het begin jaren zeventig op dringend aanraden van de platenboer en sindsdien volg ik haar stemgeluid. Ondanks een aantal puike platen eind jaren tachtig en negentig (en vergeet de fabelachtige liveregistratie Road Tested niet) blijft dit toch mijn favoriet. Er staat werkelijk geen zwak nummer op. Over het openingsnummer heb ik al eens geblogd, maar de albumafsluiter is er eentje van ongekende schoonheid. Love Has No Pride gaat over verlies en dat liefde geen grenzen kent.

I’ve been alone too many nights
To think that you could come back again.
But I’ve heard you talk: she’s crazy to stay.
But this love hurts me so, I don’t care what you say

Keuze Hans Dautzenberg: Angel From Montgomery (1974)

Mega

Toen ze acht was, kreeg Bonnie haar eerste gitaar, een Stella van 25 dollar, als kerstcadeau. In die tijd was haar favoriete instrument piano, maar binnen een paar jaar veranderde ze van gedachten. Haar grootvader van moeders kant, een Methodistische missionaris die ook Hawaiian lap steel gitaar speelde, leerde haar een paar akkoorden op de gitaar, en haar begeleiders op een Quaker zomerkamp in de Adirondacks maakten haar bekend met de opkomende folk en protestmuziek. Bovendien kwam Raitt in aanraking met de blues via een album opgenomen op het Newport festival in 1963 en een partij opnamen van Ray Charles die ze van een familievriend had gekregen.” (…) Ik had nooit verwacht dat ik een carrière in de muziek zou krijgen, zegt ze. Maar ik dacht: ‘Goh, als ik een semester vrij wil nemen van de universiteit en mezelf wil onderhouden door hier en daar 50 dollar te verdienen, nou …’ Het was hilarisch voor me dat het lukte. [1]

Als ze geen miljoenen country-blues-rock platen had verkocht en geen stetson vol Grammy’s had gewonnen, had Bonnie Raitt een carrière kunnen hebben waarin ze de geheimen van tijdloze, jeugdige levensvreugde verkondigt .[2] Ik zou graag veel mensen inspireren om actief te zijn en terug te geven. Ik hoop dat ik een integer persoon ben die zijn rotzooi opruimt als ik een eikel ben geweest. Ik heb een hoop mensen te steunen en een hoop doelen, dus ik kan niet verslappen. Ik wil gewoon een zo goed mogelijk mens zijn. [3] Maar ik ben blij dat mensen denken dat ik een slechterik ben. Ik ben een rock and roller, en ik ben een R&B- en een blueswoman. Ik doe niet aan sprookjes muziek, hoewel ik hou van Keltische muziek en gevoelige muziek. Er is een balans tussen ballads en kick-ass songs. [4]

Raitt maakt deel uit van de No Nukes groep, die zich verzet tegen de uitbreiding van kernenergie. [5] Ik baseerde het gewoon op rolmodellen die ik had, zoals Joan Baez. Ze gebruikten allemaal hun muziek om geld in te zamelen voor een goed doel. Het huwelijk tussen kunst en politieke actie, zoals de Staple Singers, leek een deel van wat we doen. [1] Het is een feit dat het systeem het grote geld bevoordeelt, en dat het grote geld verkiezingen koopt en invloed koopt in Washington en veel vooruitgang op allerlei gebieden blokkeert, aan welke kant van het gangpad je ook staat. Te weinig mensen hebben controle over wat er gaande is, en het sijpelt niet door, en de banen gaan naar het buitenland. (…) We moeten de wetgeving veranderen. [6] Toen ik erachter kwam dat veel van mijn helden waren afgezet door de business, was het echt belangrijk voor mij om dat recht te zetten. Daarom heb ik zoveel jaren gepleit voor een hervorming van de royalty’s. [4]

Ik was in de buurt van deze oude blues jongens, en ze waren alcoholisten. En ik ging er prat op dat ik niet van acid rock hield en dat ik de vrouwelijke versie van Muddy Waters of Fred McDowell wilde zijn. Er was een romantiek aan het drinken en blues doen. [1] Ik dacht dat ik die feestende levensstijl moest leven om authentiek te zijn, (…) maar in feite als je het te lang volhoudt, is het enige wat je gaat worden slordig of dood. [7] Ik heb echt het gevoel dat sommige engelen me hebben rondgedragen, zegt ze. Ik heb gewoon meer focus en meer discipline, en daardoor ook meer zelfrespect. En dat voelt echt geweldig. Ik maak me nergens meer zorgen over. Ik maak me niet druk om kleine dingen. [1]

Vrijdag 19 juni 1992, concert Elton John, Eric Clapton, Bonnie Raitt, De Kuip Rotterdam. Terwijl de Kuip nog opdroogde van een dag buien, mocht Raitt als jongste van het stel spits afbijten. Het grote succes kwam voor  pas na haar veertigste, toen zij al twintig muziek maakte. Daardoor weet Bonnie wat er te koop is. [8] Dit moment maakte van haar een onwaarschijnlijke wereldwijde superster: een blueswoman van in de veertig die populair genoeg is om geïnterviewd te worden bij Oprah maar rauw genoeg om op te treden met John Lee Hooker. [4] Nick of Time kwam in de top te staan in de Verenigde Staten en won drie Grammy Awards. Tegelijk kreeg ze een vierde Grammy voor haar duet In the Mood met John Lee Hooker op zijn album The Healer Hierna kreeg in ze 1993 nog drie Grammy Awards voor haar album Luck of the Draw, waarna ze in 1994 nog twee Grammy’s kreeg voor haar album Longing in Their Hearts. [5]

Ik kijk naar mensen als John Prine en K.T. Oslin voor inspiratie. [1] Als ik niet zoveel goeie songschrijvers onder mijn beste vrienden had gehad had ik waarschijnlijk meer geschreven. Op Give It Up, wat nog altijd iedereens favoriete Bonnie Raitt album schijnt te zijn, heb ik nog drie composities bijgedragen. Die kwamen recht uit mijn hart. Moeiteloos. Mijn hart was trouwens gebroken toen. Zo’n pijn als toen heb ik daarna nooit meer gevoeld. Mijn creativiteit komt kennelijk voort uit lijden met een hoofdletter L. [3]

Raitt begon meer aandacht van de pers te krijgen, waaronder een coververhaal voor Rolling Stone in 1975, maar na Streetlights uit 1974 werden de kritieken op haar werk steeds gemengder. [9] Tegen die tijd was Raitt al aan het experimenteren met verschillende producers en verschillende stijlen, en ze begon een meer mainstream geluid aan te nemen dat doorging tot Home Plate uit 1975. [5] Ik mocht zelfs een keuze doen uit een aantal van hun voorstellen. Ik koos uiteindelijk Jerry Ragovoy, een van hun snelle succesjongens. Jerry begon met mijn band af te keuren en mij sessiemuzikanten op te dringen. Verder arrangeerde hij alle nummers zonder mijn tussenkomst. Heel frustrerend. Het werd spekgladde Rhythm & Blues. Ik kan niet naar Street Lights luisteren zonder met terugwerkende kracht doldriftig te worden. Maar aan de andere kant, op Streetlights staat Angel From Montgomery. [3]

Over Streetlights: Typisch kan ze een ontroerend moment blootleggen in de meest doodgeboren denkbare single, maar de grenzen van haar integriteit zijn al bepaald door drie vloeiende, vaak speelse, maar duidelijk compromisloze albums, en wanneer de strijkers en houtblazers opstaan, ontdoen ze zich van haar. [10]

Het enige wat je niet wilt doen is jezelf herhalen, want als een liedje goed genoeg is om een plaat te maken en een setlist voor de rest van je leven, zoals Angel From Montgomery of I Can’t Make You Love Me, is er geen reden om over dezelfde grond te gaan. [6] Ik denk dat Angel From Montgomery waarschijnlijk meer heeft betekend voor mijn fans en mijn oeuvre dan enig ander nummer, en het zal historisch gezien worden beschouwd als een van de belangrijkste die ik ooit heb opgenomen. Het is gewoon zo’n tedere manier om dat gevoel van verlangen uit te drukken – zoals ‘Hello In There’ – zonder sentimenteel of voor de hand liggend te zijn. Het heeft alle verschillende schakeringen van liefde en spijt en verlangen. Het is een perfecte uitdrukking van een wonderbaarlijk genie. [11]

Bonnie Raitt doet iets met een songtekst wat niemand anders kan; ze buigt het en draait het recht in je hart. [12]

Referenties: de tekst is geheel samengesteld uit citaten uit de volgende bronnen.
[1] Henke, James. (1990) Bonnie Raitt: The Rolling Stone Interview. Rolling Stone Magazine
[2] Simpson, David. (2003) Bonnie Raitt Apollo, Manchester. The Guardian.
[3] Golsteijn, Jip. (1980) Ik heb het nooit echt gemaakt. Popscore. De Telegraaf 8-3-1980.
[4] Frank, Alex. (2016) Bonnie Raitt On Her Legacy of Playing Hard, Working Harder.
[5] Wikipedia The Free Encyclopedia (z.d.).
[6] Grillo. (2018) The Lenny Interview: Bonnie Raitt. Lenny 30-3-2018.
[7] Bonnie Raitt talks new album,’ 25 years of sobriety and Whitney Houston – 04/11/2012 | Entertainment News from. OnTheRedCarpet.com. Archived from the original on December 18, 2013. Retrieved April 19, 2014
[8] Kleijwegt, David. (1992) Muziek voor elke leeftijd. Algemeen Dagblad 20-6-1992
[9] Colin Larkin, ed. (1995). The Guinness Who’s Who of Blues (Second ed.). Guinness Publishing. p. 300. ISBN 0-85112-673-1.
[10] Christau, Robert. (1982) Album Review ‘Streetlights’. Christgau’s Guide Rockalbums of the 70s –  London, Vermilion and Company, 1982
[11] Smith, Gary. (2017) Angel Of Montgomery – Bonnie Raitt (1974) Laurel Canyon Music. 
[12] Coleman, Chris. (January 18, 2008). Summer Conversations January 2008. ABC New South Wales. (Australian Broadcasting Corporation). {via Wikipedia The Free Encyclopedia (z.d.). Archived from the original on February 1, 2008. Retrieved April 7, 2011.}

Keuze Guido de Greef: I Can’t Make You Love Me (1991)

Toch

Eigenlijk wilde ik níet over I Can’t Make You Love Me schrijven. Te bekend, en daarom had ik al Dimming Of The Day, Raitt’s cover van Richard Thompson gekozen. Ook heel mooi. Maar ik kan simpelweg niet om I Can’t Make You Love Me heen. Het is Raitt’s enige liedje in de Top 2000 (op #1593, veel te laag), en terecht (nou ja, Raitt mag vaker in de lijst, maar I Can’t Make You Love Me is onovertroffen). Het is gecoverd door George Michael, Adele, Prince en Bon Iver, maar niemand kan tippen aan de originele versie.

Originele versie, ja. Raitt schreef I Can’t Make You Love Me niet zelf, zoals ze veel van haar bekendste songs van anderen (John Prine, Jackson Browne, Randy Newman) heeft geleend. Dat is een gave: oor hebben voor goede songs en die naar je hand weten te zetten.

Maar de schrijver van I Can’t Make You Love Me was niet eens zo’n grote naam. Mike Reid begon z’n carrière als speler in het American Football, maar trok later naar Nashville om als muzikant z’n brood te verdienen. Hij nam enkele albums op, scoorde een nummer 1 hit in de countryhitlijsten met Walk On Faith en schreef songs voor anderen. Reid werkte zes maanden aan I Can’t Make You Love Me. Hij wilde het eerst in een uptempo Bluegrassversie opnemen, maar koos voor een ballad. De titel haalde hij uit een nieuwsbericht. Op de vraag van een rechter aan een verdachte die op de auto van z’n ex-vriendin had geschoten of hij iets had geleerd had hij geantwoord: You can’t make a woman love ya if she don’t.’

Reid dacht aan Bette Midler, Linda Ronstadt of Bonnie Raitt om het te zingen. Raitt hapte toe, maar was huiverig. Ze moest aan het liedje wennen. Uiteindelijk nam ze het in één take op, een tweede keer zou te pijnlijk zijn. Enkele korte fragmenten moesten opnieuw, omdat Raitt aan het huilen was. Zelf noemt ze de song pretty devastating. 

Wat Raitt’s versie zo krachtig maakt, is dat ze het ingehouden zingt. Ze houdt het liedje klein, en dat is met zo’n droevige tekst al groot genoeg. Bruce Hornsby speelt piano, maar hij volgt in z’n solo de zanglijn en is dienstbaar aan Raitt en de song.

Dus toch I Can’t Make You Love Me. Maar Dimming Of The Day is ook heel mooi.

Keuze Quint Kik: Merry Christmas, Baby (1992)

Onder de boom

Al ben ik weinig bekend met haar werk, dat mag natuurlijk geen reden zijn om een dame op haar 72ste verjaardag te laten zitten. In 1990 zag ik de videoclip van haar duet met die oude Bluesknakker geregeld passeren op MTV. Dat moet in dezelfde tijd geweest zijn als die waarin je op de muziekzender werd doodgegooid met Gary Moore’s Still Got The Blues. Bonnie Raitt, over haar heb ik het, kon ik een stuk beter hebben, al is haar immens blijkende oeuvre bij mij nooit echt bekleven.

Een jaar eerder was ze dankzij Don Was doorgebroken naar de mainstream met het album Nick Of Time. Een bescheiden hit daargelaten kwamen de meeste daarvan getrokken singles niet veel verder dan de tipparade. Haar grootste hit in Nederland scoorde ze met een heropgenomen versie van I’m In The Mood, voornoemd duet met de krasse knar die verantwoordelijk was voor het origineel: John Lee Hooker. Haar prettige, warme stemgeluid gaven het nummer onmiskenbaar ‘a new lease of life’.

Voor dit blog hoopte ik iets te kunnen schrijven over een over het hoofd geziene samenwerking met Was (Not Was), maar in mijn te vergeefse zoektocht stuitte ik op iets veel beters: een duet met Bluespianist Charles Brown voor een versie van diens Christmas-nugget Merry Christmas, Baby. Brown ken je misschien als de auteur van een andere kerstkraker, een waarmee de Eagles rond de feestdagen de ether onveilig maken: Please Come Home For Christmas, vaste prik op Sky Radio.

Die country-light versie kan niet tippen aan het origineel, dat ik als dwangmatige verzamelaar van originele kerstmuziek pas zeer recent ontdekte. Met Otis Redding’s cover van Merry Christmas, Baby ben ik bekend, maar de combinatie van Brown’s eigen pianospel en Raitt’s stem om-spontaan-verliefd-op-te-worden, maken deze versie tot een winnende combinatie voor mijn jaarlijkse Kerst-Top 50. Er liggen weliswaar nog pepernoten in de schappen, maar deze mag alvast onder de boom!

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.