Aan de gemiddelde leeftijd van de Pinkpop-artiesten kun je er niets meer van zien, maar popmuziek was natuurlijk eigenlijk ooit een jongerenbeweging. Van en voor teenagers. Dat was nog zo in de jaren vijftig en zestig. Maar veel jeugdhelden gingen door met muziek maken. En zo kon het gebeuren dat we nu nog regelmatig op een festivalweide staan de dansen op de noten van zeventig-plussers.

Als je eenmaal flink wat hits hebt gehad, kun je tot je dood teren op de roem. Maar die hits zelf, die scoren de meeste artiesten toch echt in hun jonge jaren. Ted Gioia had daar in zijn boek Music een goede verklaring voor; muziek heeft altijd al een belangrijke rol gespeeld in de liefde. Met een mooi liedje kun je iemand het hof maken. Vanuit evolutionair oogpunt is het dus niet zo vreemd dat Sting, Paul McCartney, Lenny Kravitz, U2 (en ga zo maar door) nog steeds volle zalen trekken, maar wel met de hits die ze schreven in de (letterlijk) vruchtbare periode van hun leven.

Uitzonderingen daar gelaten, en daar gaat deze battle over; want het komt zeker nog wel eens voor dat iemand al tot de Max-doelgroep behoort en toch een briljant liedje uit de mouw schudt.

Keuze Jeroen Mirck: R.L. Burnside – Snake Drive (1996)

Te laat

Je bent nooit te oud om door te breken. R.L. Burnside (1926-2005) was een verdienstelijke Bluesmuzikant uit de Mississippi Delta, die echter nooit uit de schaduw leek te komen van zijn grote voorbeelden Muddy Waters, Lightnin’ Hopkins en John Lee Hooker. Dat veranderde allemaal toen Jon Spencer Blues Explosion medio jaren negentig bij hem aanklopte om samen een album op te nemen.

Deze samenwerking, onder de taalkundig incorrecte albumtitel A Ass Pocket Of Whiskey betekende in 1996 op bijna zeventigjarige leeftijd de grote doorbraak voor Burnside. Het project was een perfecte mix van lome delta-blues en de gruizige garagerock van het trio uit New York City, bestaande uit Jon Spencer, Judah Bauer en Russell Simins. Schreeuw die drie namen heel hard door de kamer, gevolgd door The Blues is Number One!, en je hebt een gemiddelde songtekst van The Blues Explosion te pakken.

Het gezamenlijke album werd een hype, stond wekenlang bovenaan de lijstjes van muziekrecensenten (ook OOR liep ermee weg) en bezorgde Burnside het succes dat hij in de bloei van zijn leven niet kon vieren. Al heeft zijn platenlabel dat ook wat dubieus uitgemolken door het remixen van zijn Bluesmuziek met hiphop. Het succes was bovendien van korte duur, want in 1999 onderging de Bluesman een hartoperatie en de jaren erna bleef het kwakkelen met zijn gezondheid. Hij overleed uiteindelijk op 78-jarig leeftijd.

Het te gelde maken van zijn late roem kwam dus niet echt van de grond. De zieke Burnside kwam na een paar jaar op tournee (onder meer met Beastie Boys) zelden meer aan optreden toe. Uit eerbetoon toch nog wat livebeelden van een laat optreden uit 2000, waar hij een nummer van zijn doorbraakalbum speelt: Snake Drive. Met op drums zijn bloedeigen kleinzoon.

Keuze Annemarie Broek: Bob Dylan – Make You Feel My Love (1997)

Een oude bok schrijft nog wel een nieuw liedje

Bob Dylan was 56 jaar toen hij dit liedje schreef. Hij was weer eens door het oog van de naald gekropen met zijn hartklachten, maar hij kon het componeren en musiceren niet laten. In dat jaar nam hij een album op, Time Out Of Mind, met daarop Make You Feel My Love met Daniel Lanois als producer. Hun samenwerking leverde overigens niet het gewenste resultaat, zodat Dylan voortaan zelf zijn platen ging produceren.

Misschien was zijn ziekbed de inspiratie voor de tekst van (To) Make You Feel My Love. De tekst gaat namelijk heel wat dieper dan een gewoon liefdesliedje. Waarschijnlijk daarom werd dit nummer ruim 400 keer gecoverd. Adele nam het op voor haar eerste album en, eenmaal op single uitgebracht, werd het een enorme hit waarmee haar naam voorgoed was gevestigd. Onder anderen Billy Joel, Garth Brooks, Bryan Ferry en Ane Brun waagden zich aan het opnemen van dit lied. Ook in Nederland werd het vertolkt, denk aan Claudia de Breij, Ricky Koole en Bram Vermeulen. Zelfs kwamen er uitvoeringen in het Brabants en Gronings. Ik word er niet warm of koud van.

Van alle Dylans die intussen door de echte kenners worden onderscheiden, is de protest-Dylan mij het liefst. Ik viel destijds voor zijn maatschappijkritische teksten, die ik nog steeds zijn beste vind. Ook nu nog weet hij bijtende teksten te schrijven, zoals Murder Most Foul over de moord op president Kennedy, waarin en passant ook nog vrijwel de hele rockgeschiedenis voorbijkomt.

Anderen vielen voor zijn liefdesliedjes, maar die waren – zeker in zijn begintijd – nogal cynisch (It ain’t me your looking for). In de Bobcast, uitstekende podcastserie over Bob Dylan, vertellen toegewijde fans dat ze ook in zijn liefdesliedjes de hand van Dylan direct herkenden. In die categorie val ik zeker niet.

Vanaf 1969 kreeg mijn leven een andere wending waarin de muziek bijna geen rol meer speelde. De laatste elpee die ik nog echt meekreeg was Blonde On Blonde. Nashville Skyline vond ik té Country, zodat ik mijn interesse in Bob Dylan verloor. Ik heb me voorgenomen deze schade stap voor stap in te halen. Sinds 1997 zijn er nog negen studio-albums verschenen van de oude bard, waarop ook vele eigen composities. Dus ja, oude muzikanten kunnen nog steeds nieuwe liedjes schrijven.

Keuze Peter van Cappelle: John Fogerty – Deja Vu (All Over Again) (2004)

De teleurstellende conclusie is dat we niet lijken te leren van de geschiedenis

Hoe vaak wordt er wel niet laatdunkend gedaan over artiesten op leeftijd? Al ruim 40 jaar wordt bijvoorbeeld over The Stones geroepen dat ze met pensioen zouden moeten gaan, terwijl ze nog altijd lachend binnen no time stadions uitverkopen. Ook wordt heel gauw geroepen dat hun nieuwe werk niet meer kan tippen aan hun oeuvre uit hun hoogtijdagen. Maar wie durft dat te beweren over bijvoorbeeld Nick Cave die na zijn 50ste misschien wel zijn beste albums maakte? Of over David Bowie die op zijn 69ste verjaardag en twee dagen voor zijn overlijden één van zijn meest indrukwekkende albums met Blackstar uitbracht? Of hun werk zou niet meer relevant zijn. Maar in het geval van protestsongs was er lang geen nieuwe generatie artiesten meer die de handschoen oppakte, terwijl de wereld in brand stond. Dus trok de oude garde maar meer van leer, zoals Bruce Springsteen en John Fogerty.

In de tweede helft van de jaren ’60 en begin jaren ’70 kende John Fogerty met de Creedence Clearwater Revival een hoge productiviteit. In 1969 brachten ze zelfs drie albums in een jaar tijd uit. Het was dan wel in die periode gebruikelijker dan in de 21ste eeuw om ieder jaar met een nieuw album te komen, maar zelfs The Beatles en The Stones haalden niet het aantal van drie albums per jaar. John Fogerty verwekte zijn standpunt over de Vietnam oorlog van die periode in de klassiekers als Fortunate Son en Have You Ever Seen The Rain?.

Zijn politiek gearrangeerde mening was hij ruim 30 jaar later nog niet kwijt toen hij in 2004 het album Deja Vu All Over Again uitbracht. Er was inmiddels een andere oorlog gaande met de betrokkenheid van de Amerikaanse politiek: de Irak oorlog. Did that voice inside you say I’ve heard it all before. It’s like Deja Vu all over again is de teleurstellende conclusie die Fogerty in het titelnummer trok dat de wereld niet veel heeft geleerd van vorige oorlogen, en de Amerikaanse politiek niet veel van die andere zinloze oorlog 30 jaar eerder in Vietnam.

Echt een groot succes was het album in 2004 niet. Maar relevant is de tekst zeker wel, want helaas blijft de geschiedenis zich herhalen in meerdere opzichten. Terrorisme komt helaas in verschillende hoedanigheden vaak weer terug, anti-semitisme en fascisme nemen de laatste jaren zorgwekkend hard toe in de huidige politiek. De teleurstellende conclusie is dat we over het algemeen niet lijken te leren van de geschiedenis. It’s like deja vu all over again.

Keuze Freek Janssen: Bruce Springsteen – I’ll Work For Your Love (2007)

Te laat

Het leukste aan bloggen voor Ondergewaardeerde Liedjes is dat je zo veel leuks leert kennen dankzij andere bloggers. Het is al vaker gezegd, dit jubileumjaar, maar ik benadruk het graag nog een keer.

In 2012 ging een van onze eerste battles over The Boss. Ik had (en heb) er niet bijzonder veel mee, maar liet me toch graag overhalen door het enthousiasme van de fans, zo nam ik me voor. Toen ik I’ll Work For Your Love hoorde, was ik meteen weggeblazen. Dit is hoe ik Bruce Springsteen het liefste hoor, in de spouwmuur van een wall of sound. De man was op het moment van schrijven 58, als ik het goed heb uitgerekend, maar klinkt nog als een baasje van 24.

Keuze Marcel Klein: Roger Waters – Smell The Roses (2017)

Uitstekend

Vorige keer schreef ik over mijn overleden buurman.  Ik heb hem slechts drie jaar gekend en onlangs overleed hij. Pas in de weken daarvoor ontdekten wij onze gezamenlijke liefde voor Pink Floyd, en was ons beider eerste grote concert Pink Floyd in de Kuip (1988).  Maar daarmee stopte het niet.

Allebei vonden we het jammer dat wij nooit een uitvoering van The Wall met Pink Floyd hadden gezien. We kwamen erachter dat we een aantal jaar geleden in het Gelredome hetzelfde concert van Roger Waters met de uitvoering van The Wall hadden gezien. Maar ook waren we los van elkaar bij de laatste tournee van Roger Waters in de Ziggo Dome. We hebben er nog even over staan te praten wat voor fantastisch concert dat was. Jammer dat we niet langer over onze muziekliefde hebben verder kunnen praten. En aan de andere kant bijzonder hoe snel een band kan verdiepen als het over muziek gaat.

Roger Waters dus. Toen hij uit Pink Floyd stapte dacht iedereen (inclusief hemzelf) dat het over was met Pink Floyd. Dat bleek dus niet zo te zijn, maar Roger heeft in al die jaren ook een aantal goede albums uitgebracht.

De concertserie die mijn buurman en mijzelf in de Ziggo Dome bracht kwam tot stand na het uitkomen van Is This The Life We Really Want. We horen een man op leeftijd die nog steeds in staat is uitstekende muziek te maken. Eerlijk is eerlijk, de nummers die hij toen live speelde kregen het minste applaus van het publiek, want die waren gekomen voor een Pink Floyd show. Die kregen ze ook en hoe. Een mooi visueel spektakel, maar ook de nummers van die soloalbum bleven goed overeind.

Roger Waters.  Een uitgesproken man. Ook op social media. Soms ben ik het met hem eens, maar ook regelmatig niet. Politiek en sociaal activisme in combinatie met muziek blijft lastig. Toch is dit album uit 2017 steengoed en ging ik met plezier naar zijn concert. De diepte die hij heeft aan Pink Floyd nummers is dan weer mooi. En de flyers met het woord ‘Resist’ heb ik nog wel een tijdje met mij meegedragen.

Smell The Roses komt van dit album. Het is een typische Roger Waters track, maar eigenlijk had dit nummer niet misstaan op een Pink Floyd plaat. Goed bij stem, uitstekende muzikanten en een tekst die juist ingaat tegen het oorlog voeren om niets.  Ruim de 50 voorbij maakt hij nog steeds relevante muziek.

Wat als de Live 8 reünie toch nog een extra plaat had oplevert……..

Keuze Alex van der Meer: Richard X. Heyman – Guess You Had To Be There (2019)

Hey Man, Be There!

Hij is geboren in 1951. Vanaf de oprichting in 1965, en de herstart in 2000, is hij de drummer van de band The Doughboys, een legendarische Garage Rock band. Richard X. Heyman heeft dus al een lange carrière achter de rug. Ook als solo-artiest. Hij zal nu iets van zeventig jaar oud zijn maar het is eigenlijk nog steeds wachten op een fatsoenlijke doorbraak. Deze Amerikaanse singer-songwriter beheerst de kunst van tijdloze liedjes schrijven. Het is een mysterie waarom hij slechts bij een select groepje liefhebbers bekend is.

RXH is gelukkig muzikaal gezien lang niet te stoppen. Regelmatig brengt hij nieuw materiaal uit. In 2019 verscheen zijn zoveelste album, Pop Circles. Voor mij was het toen pas de kennismaking. De album-opener van Pop Circles is het nummer Guess You Had To Be There. Het nummer is een terugblik op de jaren van zijn jeugd, de jaren vijftig en zestig. Het gaat over de spannende ontwikkelingen, de mooie en slechte dingen van toen, en uiteraard over de briljante muziek. Het nummer verraadt zijn leeftijd natuurlijk wel een beetje. Maar dat is voor deze battle uitermate passend.

Recent kwam er alweer een nieuw album van hem uit, Copious Notes. Wederom ijzersterk, en wellicht zelfs nóg beter dan Pop Circles. Kende je Richard X. Heyman nog niet?  Zorg er dus vooral nu voor dat je erbij bent – Be There! – en laat zijn werk niet aan je voorbij gaan.

Keuze Alex van der Heiden: De Dijk – Door De Modder (2019)

Wijze les

Mijn zoon van acht was vorige week druk doende met het schrijven van zijn eerste boek. Hij was extra geïnspireerd door een bezoek van een échte schrijfster in zijn klas tijdens de kinderboekenweek. Het verhaal van mijn zoon gaat over een supereekhoorn. Niet geheel objectief, vind ik het persoonlijk een briljant verhaal met nog briljantere passages. Ik werd verzocht om het geheel extern uit te printen en thuis gekomen met de tien hoofdstukken schrijfnijverheid op papier werd het geheel woest verscheurd, omdat hij een essentiële schrijffout ontdekte. In dit geval voldeed het niet aan zijn eigen verwachtingen. Er zullen vast nog meer producties van zijn hand komen die het (net) niet gaan halen. Mijn zoon moest eerst Door De Modder en vervolgens werd het proefexemplaar gecorrigeerd. Nu is hij druk doende met het aan de man brengen van zijn eerste boek.

Eindeloze baantjes trekken
Flikkeren van het slappe koord
Blauwe vinger-oefeningen
Wroeten op het hoogste woord
En dan toch niet de finale
Hier uw manuscript retour
Weer helaas op die auditie
Dapper geprobeerd, bonjour

Wie wat wil moet er voor knokken
Het gaat altijd met geklooi
Met geklungel en geklodder
Met gestuntel en gemodder
Door de modder, door de modder
Door de modder naar het mooi

De wijze lessen van Huub en zijn bandleden gelden voor mijn zoon, maar net zo goed voor mij persoonlijk en wellicht ook voor u. We moeten allemaal door de modder met geklungel en geklodder. De senioriteit in tekst en muziek maken dat De Dijk met hun 40-jarig jubileum net zo relevant blijven als ooit. Naast de mooie Bluesliedjes op hun albums hebben ze mij live nog nooit teleurgesteld, het is altijd een feest en vandaar kan De Dijk niet vaak genoeg gehoord worden. Ook zij gingen door de modder naar het mooi.

Keuze Martijn Janssen: Underworld – Schiphol Test (2019)

Blijven dansen

Wellicht komt het omdat ik opgroeide in de tijd dat de dance, in al haar verschijningsvormen, opkwam maar het is in mijn ogen nog steeds een jong genre. Al kan dat ook komen omdat ik nog regelmatig commentaar zie van oude rockers die het afdoen als een nieuwe bevlieging en dat het nooit wat kan zijn al die nieuwerwetse fratsen. Dat laat onverlet dat de stroming al decennia bestaat en dat legendarische doorbraakalbums zoals bijvoorbeeld Music For The Jilted Generation, Dig Your Own Hole, Timeless en Dubnobasswithmyheadman al bijna of zelfs meer dan 25 jaar oud zijn.

De act van dat laatste album, Underworld, is ook nooit gestopt om zichzelf vooruit te stuwen. Zo begonnen ze in november 2018 met het Drift project. Elke week zouden ze nieuwe muziek uitbrengen, een jaar lang. Met dit ritme dwongen ze zichzelf om creatief te zijn, om zo hun eigen gestelde doelen te halen. Na een jaar werd al dit werk verzameld en uitgebracht in de Drift Series 1 box (en een samenvatting in de Sampler Edition). Mede-blogger Stefan Koopmanschap bewierookte al eens eerder terecht S T A R van deze release.

De zeven CD’s laten goed de diversiteit van het duo horen. Het merendeel is niet hard doorstampen op de dansvloer, maar de vrije structuren van de dance worden meer toegepast op een iets lager tempo. Ik vind het over het algemeen geweldig. Een track zoals Altitude Dub Continuum dat je ruim een half uur lang meeneemt op een audio-trip? Ja, laat het mij horen! Dat wil niet zeggen dat er niet op zijn tijd geknald wordt. Naast het al eerder aangehaalde S T A R (ja, met spaties) is ook Schiphol Test een favoriet van mij. Ik beken, de naam geeft het zeker wat bonuspunten. Maar het heeft ook een erg fijne baslijn. En het mantra Push. Push. Push. Push. Push. Push. Push. Moving On! dat steeds wordt herhaald zegt eigenlijk ook precies waar Underworld nog steeds mee bezig is. De oude rotten kunnen het dus nog, want ten tijde van de release waren Karl Hyde en Rick Smith respectievelijk 62 en 60 jaar. Maar ze hebben nog de energie en gretigheid van een stel jonge honden. Hun omzwervingen zijn nog niet ten einde.

Keuze Tricky Dicky: Bruce Springsteen – The Power Of Prayer (2020)

Terugblik

Met alle drukke bezigheden heb ik soms even een momentje dat ik geen zin heb om lang over een battle-bijdrage na te denken. Geen tijd om iets opzienbarends uit de hoge hoed te toveren. En dan grijp ik terug naar het bekende.

De hoogtijdagen van The Boss liggen natuurlijk achter hem. Niet dat hij nu slechte muziek de ether in slingert (verre van dat), maar de scherpe randjes zijn er af. Zo heb ik weinig met Western Stars en dat terwijl ik zo beetje alles in de platenkast heb staan. Het gruizige is uit zijn stem verdwenen. Het is allemaal wat gezapiger. Ook voor hem gaan de jaren tellen.

In alle eerlijkheid is zijn allerbeste werk uit de jaren zeventig inclusief The River. Die komen dus regelmatig voorbij; meer dan de vele anderen. Persoonlijk – en het zal vloeken in de kerk zijn – vind ik Born In The U.S.A. heel veel van zijn brille verloren hebben. Het kan omdat ik het album te vaak gehoord heb, maar ook omdat er teveel synthesizer gebruikt werd. So eighties, en dus klinkt het gedateerd zoals veel uit dat decennium.

Vorig jaar kwam Letter To You uit en mijn verwachtingen waren niet hoog gespannen na Western Stars. Maar het is een prima album geworden met her en der een vleugje The River qua intensiteit. Een van de beste voorbeelden is The Power Of Prayer, mede doordat de sax weer een prominente rol toebedeeld is.

Keuze Quint Kik: Jane Birkin – Oh ! Pardon Tu Dormais… (2020)

Beter dan oude wijn in nieuwe zakken…

De muze en wederhelft van enfant terrible Serge Gainsbourg, zo zullen de meesten haar kennen. Het meisje dat door die Franse viespeuk-en-genie-ineen werd gevraagd om met hem de ultieme schuifelklassieker Je T’Aime…Moi Non Plus opnieuw in te zingen. Een ziedende Gunther Sachs had Gainsbourg vriendelijk doch dringend verzocht om af te zien van het uitbrengen van de eerste versie, met de vocale bijdrage van zijn echtgenote Brigitte Bardot. Tis wa, verzuchtte Serge naar verluid, Schrijf je een keer een écht liefdesliedje, wordt het verkeerd begrepen. Niet getreurd: de nieuw ingehijgde – pardon ingezongen – versie met Jane B groeide in Europa uit tot een grote hit, ondanks (meer waarschijnlijk: dankzij) de vermelding ‘Niet geschikt voor luisteraars onder de 21’ op de verder blanco hoes. Het gerucht ging dat Serge en zijn belle tijdens de opname de liefde zouden hebben bedreven. Ondenkbaar aldus Gainsbourg, Dan was het een LP geworden in plaats van een single.

Die LP met dezelfde titel als de single kwam er uiteindelijk ook, waarop het logische (en veel betere) vervolg te vinden is: 69 Année Erotique (1969). Met deze smakelijke anekdote doen we de ambities van de thans 74-jarige weduwe Birkin echter tekort. Zo was ze meer dan verdienstelijk aanwezig op ’s mans meesterwerken Histoire De Melody Nelson (1970) en ‘L’Homme À Tête De Chou’ (1976). Beide conceptalbums kennen een thrillerachtige verhaallijn, over een man die volledig in de ban raakt van een vrouw, waarna het met beide slecht afloopt. Speelfilms in wording als je het mij vraagt, niet in de laatste plaats dankzij de onheilspellende orkestratie van Gainsbourg’s vaste partner-in-crime Jean-Claude Vannier. Diens arrangementen sieren ook Birkin’s solodebuut Di Doo Dah (1973), waarvan haar beau de teksten voor zijn rekening nam.

Eind vorig jaar verscheen er eindelijk weer eens nieuw werk van Birkin. Meer dan dat: het album Oh ! Pardon Tu Dormais… bevatte enkel zelf geschreven nummers. Het ging allemaal vanzelf, ik moest innerlijk orde op zaken stellen, zo liet zij zich in het persbericht ontvallen. Het resulteerde onder meer in een aantal nummer over haar veel te jong overleden dochter Kate Barry (voor Serge was Jane getrouwd geweest met James Bond-componist John Barry). Waar ik bij het lezen van de recensie echter nieuwsgierig van werd, was de aanwezigheid van melodielijnen en arrangementen van Etienne Daho en Jean-Louis Piérot, waar zowel Gainsbourg als John Barry trots op zouden zijn geweest; een groot deel van het album blijkt weg te luisteren als een meeslepende soundtrack.

Het maakt de keuze extra lastig: naast de nummers over Kate springen twee huiveringwekkend mooie Engelstalige nummers (Ghost en sluitstuk Catch Me If You Can) direct in het gehoor. Mijn keuze viel uiteindelijk toch op het Franstalige titelnummer, waarmee je direct dit hyperverslavende album wordt ingezogen. Diep onder de indruk van de prestatie van deze 74-jarige, die hiermee nog verder buiten de schaduw van haar beroemde exen treedt. Op zijn Frans zeg je dan: Chapeau!

Keuze Remco Smith: Greg Dulli – Pantomima (2020)

Passend bij zijn leven

Vijftig. Vroeger leek dat nog heel ver weg. Vijftigers waren oude mannen en vrouwen, die Abraham of Sarah hebben gezien, een opblaaspop in de voortuin hebben gehad en langzamerhand richting hun pensioen gingen. Mensen als mijn ouders en de ouders van mijn vrienden.

Over een jaar of twee ben ik als het goed is zover. Ik ben niet oud. Ik ben fitter dan ooit, beter in mijn werk dan ooit. Pensioen is nog echt ver weg. Het is een levensfase die mij bevalt: de kinderen ruimschoots de luiers uit. Daarmee meer tijd over. De ergste zorgen over financiën voorbij. Maar hoe je het ook wendt of keert: vijftiger worden is straks een mijlpaal. Zoals veertiger worden dat ook was en zestiger worden dat zal zijn.

Een bepaalde mate van ontkenning kan ik mezelf niet ontzeggen. Iedere keer als ik de leeftijd van een muzikant zie die mijn studententijd heeft gekleurd, ben ik verbaasd. Flea en Anthony Kiedis al weer bijna 60? Mike Patton 53? Andy Cairns 56? Zelfs G. Love, die guitige jongen met die Bluesrap liedjes, is dit jaar al weer 49 geworden. Zij zijn ouder geworden, net als ik. Ietwat gênant kan het wel zijn. Hoe lang kun je met ontbloot bovenlijf nog rondspringen?

Greg Dulli (uit 1965) was als zanger van The Afghan Whigs al ouder dan zijn leeftijd deed vermoeden. Zoals hij zijn demonen al uitspuwde op het prachtige Gentlemen (1993): eigenlijk niets voor de twintiger die hij toen was. Die demonen is hij blijven spuwen, via de reünie met The Afghan Whigs, als onderdeel van The Gutter Twins met Mark Lanegan (ook al zo’n oude ziel) en sinds 2020 ook als solo-artiest. Zijn plaat Random Desire is niet echt groots opgepakt en dat is ten onrechte. Een echt Dulli-plaat, rockend maar met de soul nooit ver weg. Die geagiteerde stem. Vol pijn maar ook met bezinning. Muziek die past bij zijn leven, bij deze periode in zijn leven.

Keuze Willem Kamps: The Notwist – Into Love/Stars (2021)

Een prachtige combinatie

Omdat ik zelf al enige tijd behoor tot de doelgroep en graag in het muzikale verleden duik, wilde ik juist nu niet met wéér een oude min of meer bekende aankomen die – nog actief – meer van hetzelfde levert voor de trouwe volgers. Puur omdat ze er pap van lusten. Pap is en blijft lekker, maar nu even niet. Ik wil iets verrassends, iets nieuws, ik wil een twist. Zonder er lang omheen te draaien kom ik dan uit bij The Notwist, het Duitse Indie-Electro-gezelschap. Ik voeg Electro toe omdat ze dat nu nadrukkelijk verweven hebben in hun muziek, getuige hun album Vertigo Days dat begin dit jaar uitkwam.

The Notwist bestaat al 32 jaar en de mannen maakten in al die jaren een voortdurende ontwikkeling door. Doen we allemaal natuurlijk, maar je hoort het telkens in hun muziek terug. De ene keer is de overgang scherper dan de andere, maar dus nooit een zelfde geluid. De broers Markus (54) en Micha Acher (50) gingen van hardcore naar Indie, voegden daar electronica aan toe en jazzinvloeden en nu dus gelaagde electroklanken; de enige echte rode draad blijft de kenmerkende kalmte van de zang. Na Neon Golden uit 2002 is Vertigo Days negentien jaar later weer een alom geprezen hoogtepunt met toch weer een andere sound.

Zul je zeggen: wat doen ze dan hier bij Ondergewaardeerde Liedjes? Ten eerste die vijftigers, nog steeds bovengemiddeld presterend, en ten tweede de onbekendheid bij het grote publiek. Ja, het is niet de meest gemakkelijke muziek, maar wat is er mis om er een beetje moeite voor te doen? Het niet meteen te doorgronden. Geen het-ene-oor-in-het-andere-oor-uit-muzak waar hele volksstammen mee weglopen. Laat de nietszeggende niemendalletjes even voor wat ze zijn. Ga er goed voor zitten en let op de opbouw, de piano, de zang, het stralende thema van Into Love en de overgang naar het vlottere en meer percussieve sprankelende tweede deel, Stars. Liefde en sterren, een platgetreden, maar met de juiste draai, prachtige combinatie.

Keuze Marco Groen: Till Lindemann – Ich Hasse Kinder (2021)

Duivelsgebroed

Op je 58ste nog steeds zo controversieel zijn dat je het hele woke-circus en andere immer-gekwetsten huilbuien, dan wel slapeloze nachten bezorgt? Till Lindemann doet het. De frontman van Rammstein heeft een vrij stellige mening over verschillende zaken en is niet te beroerd om die luidkeels te uitten. Meestal doet hij binnen de band, waarin hij onder meer onderwerpen als vliegtuigongelukken, necrofilie  en sadisme aansnijdt, maar ook als eenmansleger staat hij zijn mannetje. Zijn gedichtenbundels zijn niet minder verontrustend dan zijn Rammstein-songteksten. Op het gebied van muziek timmerde hij eveneens vrolijk aan de weg en verschenen er al titels zoals Praise Abort, Knebel en Golden Shower. Nummers die hij schreef (plus uitvoerde) met Peter Tägtgren, het gezicht van Hypocrisy. Het is het type shockrock (schocktanzmetal?) dat hij voortzet met zijn laatste werkje getiteld met Ich Hasse Kinder, waarin hij de nachtmerrie van elke vliegtuigpassagier omschrijft.

Huilende, gillende kinderen tijdens lange vluchten. Vrijwel iedereen heeft het wel eens meegemaakt, Onbedoelde terreur waar zomaar 300 mensen last van kunnen hebben. Het rationele aspect: niemand kan er iets aan doen. Het kind is bang en uit dit op de enige manier die het gegeven is. De ouders kunnen geen enkel (legaal) middel aanwenden om het te kalmeren of hebben de mogelijkheid het volume op een andere manier te temperen. Het emotionele aspect: de hel. Het aanhoudende geblèr dringt na verloop van tijd door tot in de meest duistere krochten van het bewustzijn. Een emo-mens als Lindemann haalde (zoals gewoonlljk) de rem van het sociaal wenselijke en schreef er een liedje over. Zich inhouden is er wederom niet bij: nog harder dan het gejank van een kind krijst Lindemann dat hij kinderen haat. Dit alles wordt ondersteunt met een videoclip waarin hij schoolgaande kinderen neerzet als kleine, nazistische monsters, die het kleinste exemplaar van de klas het leven zuur maken. Dit lijkt een echo te zijn van de jeugd van Lindemann; de man werd immers niet geboren als gespierde zwemkampioen. Als iel jong ventje was hij veelal het slachtoffer van zijn leeftijdgenootjes. De video komt over als een inkijkje in een jeugdtrauma, waarbij hij zijn voormalige beulen in het gezicht toeschreeuwt.

Pas op het einde van het nummer lukt het Lindemann om enige nuance te brengen in zijn boodschap: hij haat niet ALLE kinderen. Een mededeling die nauwelijks voor opgeluchte ouders zal zorgen: alleen de kinderen die hij zelf verwekt heeft haat hij niet. De rest natuurlijk wel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.