Waar komt dat geblaf vandaan? Hoor ik een wolf huilen? In deze battle gaan we de strijd aan met een roedel aan hond(achtig)e liedjes.

Honden zijn niet meer weg te denken in Nederland. Een geliefd huisdier met een kwispelende staart en meestal vriendelijk en sterk karakter. Maar ook hondachtigen zoals de vos en wolf rukken steeds meer op. Soms is het een strijd tussen mens en dier. Vandaag kiezen we de kant van de hond(achtigen). Welk gegrom blijft je achtervolgen?

Keuze Annemarie Broek: Cat Stevens – I Love My Dog (1966)

Cat Stevens houdt wél van honden

Cat Stevens werd op 21 juli 1948 geboren als Stephen Demetre Georgiou, geboren. Zijn vader was van Grieks-Cypriotische afkomst en had een restaurant in het hartje van Londen. Zijn moeder kwam uit Zweden.

Ach, hij was nog maar zeventien jaar, die mooie Cat Stevens met zijn bruine ogen en zijn donkere krulhaar! Je zou toch denken dan zo’n jongen goed lag bij de tienermeisjes (zoals we in die tijd genoemd werden). Maar dat viel toch een beetje tegen getuige de tekst van zijn eerste hitje I Love My Dog. Het lied heeft een prachtige melodielijn. Gepikt van jazzmuzikant Yusef Lateef (The Plum Blossom), die daarvoor overigens jaren later schadeloos gesteld werd. Ook een grote rol speelde waarschijnlijk het knappe, zorgvuldige en opvallende arrangement van orkestleider Alan Tew (componist van vele herkenningstunes van televisieseries waaronder SpongeBob). Mike Hurst, ooit lid van The Springfields (van Dusty weet je nog wel?), heeft zich werkelijk het vuur uit zijn sloffen gelopen om deze productie op de plaat te krijgen,

Kortom: alle seinen stonden op groen om hier een megahit van te maken. Alleen hadden ze weinig aandacht aan Cat’s tekst en uitspraak geschonken. De Engelse meisjes verstonden het waarschijnlijk wel: I love my dog as much as I love you. But you may fade, my dog will always come through; sneue levenswijsheid voor een debuterende tiener. Wij van het vasteland verstonden dat allemaal niet, hoewel mijn kennis van de Engelse taal toen ook al vrij behoorlijk was. Misschien dat het plaatje daarom ook meer succes had bij ons, met nummer 16 als hoogste notering, terwijl het in Engeland slechts op plaats 28 kwam. Later maakte hij het weer een beetje goed, met titels als My Lady D’arbanville, Morning Has Broken, het drugs gerelateerde Banapple Gas en vele andere titels.

Tegen 1976 veranderde hij als gevolg van zijn ommekeer naar de Islam, zijn naam in Yusuf Islam. Muziek bleef hij echter steeds maken, hoewel de invloed van zijn nieuwe geloof op zijn muziek heel groot werd. Hij treedt nog steeds op en hanteert daarbij zowel de naam Cat Stevens alsook Yusuf of Yusuf Islam.

Keuze Tricky Dicky: David Bowie – Sweet Thing/Candidate/Sweet Thing (1974)

Afscheid van een trouwe vriend

In 1974 en als de opvolger van Aladdin Sane zag Diamond Dogs het levenslicht. En ja, tussendoor kwam hij nog met Pin Ups; een meer dan uitstekend coveralbum. En onvoorstelbaar om te zeggen, maar de singlehit Rebel Rebel was misschien wel het minste nummer. Net zoals de voorgangers heb ik ook deze volkomen grijs gedraaid.

Het album zou oorspronkelijk geheel in het teken van George Orwell’s 1984 staan, maar de weduwe gaf geen toestemming. Het is tevens het laatste Glamrock-album van deze kameleon en het eerste zonder zijn vaste backing The Spiders From Mars, waardoor Bowie zelf de meeste gitaarlicks voor zijn rekening nam. Het absolute hoogtepunt is de suite Sweet Thing-Candidate-Sweet Thing. Een verhaal over verval met sex als een verbruiksartikel, terwijl in het tweede deel Bowie reflecterend naar zijn imago en toneelcreatuur kijkt. Gevolg was het afscheid van Ziggy Stardust-achtige figuren en met zijn daaropvolgende album zou hij (bijna) gewoon zijn.

Keuze Alex van der Heiden: Heart – Dog And Butterfly (1978)

Geef nooit op

Je kijkt naar buiten en ziet je hond spelend achter een vlinder aan happen. Het lukt de hond nooit, maar ze blijft enthousiast en je hond heeft een onuitputtelijke energie om de vlinder toch te pakken te krijgen. Dit tafereeltje is inspiratie voor Ann Wilson om Dog And Butterfly te schrijven. Voor haar gaat de metafoor over het vinden van de ware liefde, maar ook voor het vinden en schrijven van de allermooiste muziek. Dat houdt voor Ann nooit op in haar drang naar perfectie, maar tegelijkertijd haalt ze moed en blijdschap uit de blijdschap die de hond heeft. De hond geeft nooit op!

Dog And Butterfly heeft in Nederland nooit enige hitlijst gehaald en dat terwijl dit één van de meest geliefde songs is voor de Heart-fans. Ook als Ann Wilson zelf gevraagd wordt naar de twee beste Heart-nummers, dan is het antwoord: Barracuda en Dog And Butterfly. Het is niet verwonderlijk, want ik kan het nummer niet anders omschrijven dan een klassieker die bovenaan iedere verzamellijst hoort (maar daar dus niet staat), maar oordeel vooral zelf.

Later hebben de zussen Ann en Nancy Wilson het nummer als inspiratie genomen om er een kinderboekje over uit te geven met dezelfde titel. Het kinderboek had dezelfde strekking, namelijk: geef nooit op en blijf je dromen najagen. Een boodschap die beide zussen als warme herinnering aan de wijze lessen van hun eigen moeder met zich meedragen.

Keuze Quint Kik: Roky Erickson & The Aliens – Two Headed Dog (Red Temple Prayer) (1980)

Gek

In deze tijd van het jaar loop je ze bij een beetje herfstwandeling door het bos onvermijdelijke tegen het lijf; de trouwe viervoeter, ’s mens beste vriend. Hij komt in alle soorten en maten. Gelukkig niet de ‘Grimm’, die scharrelt gelukkig alleen rondom het krijsende krot in Harry Potter en de gevangene van Azkaban. De woest kwijlende, zwarte hond is in feite zijn peetvader en een faunaat: een tovenaar die desgewenst de gedaante van een dier kan aannemen. Ontsproten aan de fantasie van kinderboekenschrijfster J.K. Rowling. Wat nu als Roky Erickson kinderboeken was gaan schrijven? De tracklist van menige van zijn solo-albums leest als de inhoudsopgave van de Griezelbus van Paul van Loon: I Walked With A Zombie, Night Of The Vampire, Bloody Hammer en natuurlijk Two Headed Dog.

Je zou er eigenlijk geen grappen over moeten maken; de frontman van The  13th Floor Elevators had er na menige acidtrip flink wat behandelingen met electroshocktherapie en Thorazine-kuren op zitten, toen hij eind jaren ’70 zijn carrière weer op de rails probeerde te krijgen. De Elevators waren eind jaren 60 een legende in Austin, Texas. Hun hit You’re Gonna Miss Me (1966) vormde later het epicentrum van Lenny Kaye’s vermaarde garagerock compilatie Nuggets. Roky’s door merg en been gaande openingsgil (Oooh Yeah…Ooooooh… Yeah!) kent geen gelijke: The Sonics komen met Psycho in de buurt, maar waar die me vooral lachstuipen bezorgen, breekt me bij de Elevators steevast het angstzweet uit. Met Two Headed Dog toonde de zanger zich 14 jaar later nog immer goed op dreef.

In 1994 wijdde Muziekkrant OOR een special aan Mad Musicians. In het gezelschap van Syd Barrett, Lee Perry en Screamin Jay Hawkins mocht Roky Erickson uiteraard niet ontbreken. Nog zie ik hem voor me, in de tekening van Peter Pontiac: het gezicht doortrokken van een koortsachtige waas, starend naar een bloederige hamer. Staan die 13th Floor Elevator-platen al vol met pogingen om Roky’s innerlijke demonen te kanaliseren, zoals in Reverberation (You start to fight against the night that screams inside your mind / When Something black, it answers back and grabs you from behind) – met zijn eerste soloplaat, het veelzeggend getitelde The Evil One, zette Erickson nog een tandje bij.

Zonder het engelengeduld van producer en voormalig CCR-bassist Stu Cook was het allemaal nooit zover gekomen. Hij liet Roky en zijn nieuwe band, The Aliens, gebruik maken van zijn oefenruimte Cosmo’s Factory. Al gauw werd duidelijk dat de Salvador Dali of Rock, zoals Roky in pers werd genoemd, bij lange na niet de oude was. Het kwam er uiteindelijk op neer dat Cook hem een aantal keer met een dagpas uit het gesticht moest smokkelen om hem de nummers te laten inzingen. Two Headed Dog vormt de entree tot het nauwelijks te overziene brein van Erickson, waarin je absoluut niet wilt verdwalen. Laten we stilletjes dankbaar zijn dat hij van de kinderboeken is weggebleven.

Keuze Marcel Klein: Pink Floyd – The Dogs Of War (1987)

Toeval

Enkele weken geleden overleed mijn overbuurman. Ik kende hem pas relatief kort. Toen ik verhuisde een paar jaar geleden was hij de eerste die een praatje met mij aanknoopte en dat deden we de afgelopen jaren af en toe als we elkaar zagen. Hij had een scherp oog en hield ons huis ook altijd voor ons in de gaten. Pas een paar weken voor zijn dood kwamen we er achter dat het eerste grote concert waar wij allebei geweest waren in De Kuip was: in 1988 bij Pink Floyd. Waarschijnlijk ook nog dezelfde avond en allebei hadden we na al die jaren nog steeds dezelfde beelden. We hebben het er slechts een enkele keer over gehad, want niet kort daarna overleed hij. Wish You Were Here klonk er tijdens de begrafenisceremonie.

Het is 1987 als Pink Floyd ‘Nieuwe Stijl’ met een nieuw album komt. Roger Waters heeft de groep al verlaten en wilde eigenlijk de groep opheffen, maar daar stak David Gilmour een stokje voor. Gilmour was bezig met de voorbereidingen voor een solo-album, maar dit werd uiteindelijk A Momentary Lapse Of Reason. Ondanks de wat kille sound van 80- er jaren een album met een aantal uitstekende nummers.

De concerttour die volgde deed ook Rotterdam aan, en daar waren dus mijn buurman en ik, maar daar kwamen we pas geleden dus pas achter. En het leuke is dat die beelden ons allebei nog steeds helder voor de geest stonden. De wietlucht op de tribunes, de vliegtuigen die boven De Kuip vlogen, uiteraard het varken en alle visuele elementen in die show. De live registratie Delicate Sound Of Thunder behoort nog steeds tot mijn favoriete albums.

Een nummer wat live veel beter tot zijn recht komt dan de studioversie is The Dogs Of War van het hierboven genoemde studioalbum. Op het album geen prominente track, maar live met uitgebreide sax- en gitaarsolo een heel goed nummer, waar Gilmour tot zijn recht komt. Qua signatuur lijkt het een beetje op Money. Het nummer gaat niet over honden, maar over politici die ter oorlog gaan, alleen maar voor economisch gewin.

The dogs of war don’t negotiate
The dogs of war won’t capitulate,
They will take and you will give,
And you must die so that they may live
You can knock at any door,
But wherever you go, you know they’ve been there before
Well winners can lose and things can get strained
But whatever you change, you know the dogs remain

Nog steeds een actueel thema lijkt mij.

Keuze Remco Smith: The The – Dogs Of Lust (1993)

Zompig

The The. Typische bandnaam. Vergelijkbaar met The Band. Of Live. Of Life. Een bandnaam die mij op het verkeerde been heeft gezet. Een aura van moeilijkdoenerij. Ten onrechte. The The maakt goede popliedjes en zanger Matt Johnson heeft een stoere mannelijke maar ook warme stem. The The is gewoon een fijne band.

Mijn liefde voor The The is ontstaan door Dogs Of Lust uit 1993. Speerpunt van het liedje is de mondharmonica na het refrein. De mondharmonica is een bedrieglijk instrument. Pak als kind een mondharmonica op en je kunt er al snel een deuntje op spelen dat ergens naar klinkt. Het lijkt daarmee simpel te bespelen maar dat is het niet. Iemand als de betreurde Lester Butler (Red Devils) was een virtuoos speler.

De mondharmonica weet als een van de weinige instrumenten een hele krachtige kleur aan een liedje te geven. Meer nog dan drums of bas. Harmonica van Ennio Moricone trekt je meteen het woestijn in. De mondharmonica werkt daarmee voor mij zintuigelijk. Dat gebeurt voor mij in Dogs Of Lust ook, ik word meteen het moeras ingezogen. De muziek van The The wordt er zompig van. De stem van Johnson maakt het helemaal af. Geweldig liedje.

Keuze Freek Janssen: Hans Teeuwen – Nostradamus (1997)

De mensen doen dingen, maar Whiskey mag niet meedoen

WHISKEY!*

Het moet ergens bij achterburen zijn, in een tuin die bijna grenst aan de onze. Het patroon is altijd hetzelfde. Het begint met mensengeluid – vaak spelende kinderen. Dan: een ietwat wanhopig blaffende hond, in een hoge pitch. Na een paar blafjes wordt de hond toegeblaft:

WHISKEY!

Dat gaat vaak een paar keer zo door. Dan komt nog de iets dwingendere variant WHISKEY, HOU OP!

Je wil er niet naar luisteren of je ermee bemoeien, maar in je hoofd speelt zich steeds hetzelfde tafereel af. De mensen doen leuke dingen, Whiskey wil meedoen, smeekt om aandacht, maar krijgt alleen maar te horen dat ‘ie zijn waffel moet houden.

Daar zou ik ook irritant van gaan blaffen.

Zijn naam was Nostradamus, vond dat als je een huisdier aan-
schaft dat je er dan ook wel de verantwoordelijkheid voor moest dragen.

* De naam van Whiskey is, om privacy-redenen, gefingeerd. Helaas zijn er veel Whiskeys.

Keuze Marleen de Roo: TV On The Radio – Wolf Like Me (2006)

Als de wolf van binnen ontwaakt

Wanneer je aan wolven denkt, denk je aan de nacht. Bijvoorbeeld in het geval van een weerwolf, wanneer een mens in een moordzuchtig beest verandert.  Dat is precies wat er in Wolf Like Me gebeurt. De nacht maakt meester van de zanger. In dit geval een nacht vol seks (en wellicht drugs).

Je kunt de scherpe tekst op verschillende manieren lezen, maar bij veel mensen komt het seksuele karakter snel boven. Of moeten we zeggen de lust, begeerte, of misschien zelfs wel bedreiging. De snelle drums, de rauwe, bijna jammerende zang en de scheurende gitaren. Wolf Like Me is ritmisch, maar daardoor niet minder agressief.

Now that we got gone for good
Writhing under your riding hood
Tell your gra’ma and your mama too
It’s true
We’re howling forever

Een dromerige interlude, alsof er wolken over de volle maan schuiven, gaven de eerste single van het album Return To Cookie Mountain extra gelaagdheid. TV On The Radio stond hiervoor bekend als een bijna klinisch band met intelligente teksten. Met dit album (met een bijzondere bijdrage van niemand minder dan David Bowie), lieten ze ook een andere kant zien. Misschien is dat die wolf die los wilde komen?

Got a curse we cannot lift
Shines when the sunset shifts
(We’re howling forever, oh oh)
There’s a curse comes with a kiss
The bite that binds the gift that gives

Keuze Erwin Herkelman: David Guetta ft. Sia – She-Wolf (2012)

Ondergesneeuwd nummer van meest succesvolle artiest ooit

Hij werd de afgelopen week door DJ Mag opnieuw uitgeroepen tot de beste DJ van de wereld en dit jaar in juni haalde hij Rihanna in als meest succesvolle artiest ooit in de Nederlandse Top 40. Je zou zeggen, een plekje op dit illustere blog heeft geen pas.

En toch… Door de snelheid waarmee David Guetta samenwerking na samenwerking de wereld inpompt met als gevolg dat immense oeuvre, is dit fantastische nummer toch een beetje ondergesneeuwd geraakt. Al sinds de release staat het in de schaduw van die eerdere samenwerking tussen hem en Sia: Titanium. Een monument dat al jaren een plekje in de bovenste helft van de Top 2000 heeft.

Laten wij als muzieksnobs daarom dít nummer adopteren. Guetta bedient zich in She-Wolf weliswaar van ongeveer hetzelfde recept, maar het is nóg energieker, de vocalen van Sia worden nóg krachtiger benadrukt, de melodie is nét even wat interessanter en de synths in dit nummer zijn nét even wat minder doorsnee dan op de gemiddelde EDM-plaat. Maar het allerbelangrijkste verschil voor mij is toch echt dat het niet volledig wordt grijsgedraaid.

Want waar Titanium nog heel vaak op de radio wordt gedraaid, hoor ik She-Wolf eigenlijk alleen nog maar als het in mijn eigen lijstje voorbij komt. Elke keer verbaas ik mij er weer over wat voor héérlijk nummer het eigenlijk is. En elke keer gooi ik die volumeknop weer vol open en krijg ik opnieuw kippenvel.

Keuze Marco Groen: Seasick Steve – You Can’t Teach An Old Dog New Tricks (2011)

You Ain’t Nothing But a Hound Dog (Lying all the Time)

Over de hele aardbol kom je ze tegen: mensen die een zwervend, marginaal bestaan leiden, maar die – naar eigen zeggen – een glorieus verleden achter zich hebben liggen. Voor hun veronderstelde val bezaten ze een indrukwekkend zakenimperium, hadden een harem en een ‘mansion à la Hugh Hefner’ en waren ze bijna wereldkampioen boksen geworden. Door een dom foutje, pure pech of kwaadaardigheid van derden nam het lot een wending en kwamen ze terecht in de situatie waarin ze nu zitten. Sommige van die verhalen zouden best enige waarheid kunnen bevatten, maar het gros is alleen ‘echt’ in het brein van de verteller. We hebben hier dus waarschijnlijk te maken met een interessant psychologisch verschijnsel waar best eens een boek over geschreven mag worden.

Bij Seasick Steve is dit precies andersom: de man is al heel wat jaartjes een graag geziene gast op festivals, waar hij vooral opvalt door zijn oorspronkelijkheid. Tussen alle geliktheid en plastic-muzikale producties lijkt Steve een reliek uit het verleden te zijn: iemand die van ver komt en en ooit een nomadisch leven leidde. Steve’s biografie heeft het over een zwervend bestaan, hoppend van baan tot baan, af en toe doorbroken door het geven van een concertje voor drie man en een paardenkop. Een levensverhaal dat sterk doet denken aan de Bluesartiesten van weleer, zoals Lead Belly, Howlin’ Wolf en (natuurlijk) Robert Johnson. Wanneer Steve dan ook ergens op het podium verschijnt heb je dan ook echt de indruk dat er een persoonlijkheid opkomt die de onverharde weg naar onverwachte roem heeft genomen. Een beeld dat mede wordt gewekt door zijn kleren, die hij zó uit een vuilnisbak te hebben gevist, ondersteund door zijn karakteristieke, indrukkende baard.

Daar klopt niets van. Bullshit Steve: een veel betere artiestennaam zijn voor de man die eigenlijk Steve Leach heet. Vrijwel zijn hele hobo-bestaan heeft hij verzonnen. Steve speelde niet in achteraf-zaaltjes voor een klein publiek, maar was een studiomuzikant die voor de grotere labels onder meer zweeftevenmuziek en zelfs disco inspeelde. Zijn keuze om zich het image aan te meten van een bum with a guitar die toevallig een keer geluk heeft gehad was een commerciële. Is dat erg? Blijkbaar niet. Het pakte nogal goed uit. Bovendien is er met de muziek van Steve niets mis. Zijn stoere, doch kwetsbare verschijning op het podium is een verademing ten midden van de zichzelf overschattende middle class jongetjes en meisjes.

Het lijkt erop dat dit precies iets is waar het festivalpubliek om verlegen zat; tussen de uiterst uitgebalanceerde optredens een oude Bluesartiest, gewapend met niets meer dan een geruite hemd, een baard en een gitaar. Woodcuttters a Gogo. Bovendien: Bob Dylan (echte naam Zimmermann) deed het ook. Dylan kwam er zelfs mee weg zijn verleden aan te passen wanneer de actuele situatie daarom vroeg. Zolang Seasick Steve goede muziek blijft maken, vinden wij het geen punt om in zijn sprookjes te geloven. Een oude hond hoef je geen nieuwe trucjes te leren; hij kent ze allemaal al.

Keuze Lenny Vullings: The Devil & The Almighty Blues – Tired Old Dog (2015)

Het beste wat honden ooit hebben voortgebracht

God, wat haat ik honden. Wanneer ik weer een verhaal lees over een pitbull die een kind heeft vernietigd, kan ik alleen maar denken dat het de schuld van de ‘baasjes’ is. Oh, dat doet-ie anders nooit, klinken ze beduusd, terwijl hun mormel van een verkeerd geëvolueerde demon schuimbekkend de peuter van de buren belaagt. Wanneer je de fout maakt om zo’n monster in huis te nemen, dan ben jij in mijn ogen schuldig. Of wanneer zo’n Doberman (of hoe je het ook spelt, ik wil dit niet opzoeken) met de oren omhoog op de achterpoten gaat staan als een viervoetige katapult bij de kans om een onschuldig konijn/kind als pruimtabak te gebruiken, dan ben ik niet in de buurt te vinden. Ik ben al lang verdwenen in een wolk van afkeur, angstzweet en gêne. Beste vriend van de mens? Please, ‘hond’ is niet voor niets een scheldwoord.

Waar ging dit blog over? O ja, muziek.
Honden hebben in mijn ogen slechts enkele goede dingen voortgebracht:
1. Samson.
2. De hondenslee, dat is gewoon gaaf.
3. Er zijn héle gave nummers (indirect) over honden geschreven.

Hound Dog, Dog Eat Dog, You Can’t Teach An Old Dog New Tricks, etc. etc.
En nóg zo’n topplaat in dit rijtje is Tired Old Dog van de Noorse band The Devil & The Almighty Blues. Een heerlijk riff doordrenkt in fuzz, lome ritmes die af en toe zalig vertragen, een bijzonder fraaie solo, en een hele catchy hook met zelfs (werkelijk waar) emotie erin! De wortels liggen duidelijk in de oude blues, maar dan is er een smakelijk donker sausje overgesmeerd. Ik denk teer. Denk aan oude Soundgarden, als Soundgarden een bluesband was. Of denk aan Kyuss, als Kyuss in plaats van de woestijn de toendra als thuisbasis had. Ik heb geen idee meer wat ik bedoel eerlijk gezegd, het is gewoon erg gaaf. Sterker nog: het is het beste wat honden ooit hebben voortgebracht, en dan tel ik Samson mee! Ga het luisteren!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.