Met gesloten nachtclubs, de nieuwe ervaring met avondklok, een zomer zonder grote festivals, groeide het besef hoe bijzonder de nacht is. Het nachtleven is behalve donker en stil, ook een bijzonder tijdstip waarin alles mogelijk is. Denk zelf maar eens terug aan de bijzondere nachten die je hebt gehad. Zomernachten vol muziek, een nacht doorhalen tijdens je studie, dansend in een dampende club, een bijzondere nachtdienst, het troosten van een huilende baby, het staren naar de sterren en de volle maan. ‘s Nachts komt verdriet boven, zoek je troost en vind je liefde. Kortom, niet vreemd dat er zoveel liedjes over de nacht verschenen. We staan stil bij de nacht met onderstaande nummers.

Keuze Martijn Janssen: Willie Nelson – Nite Life (1960)

Voor de nachtbrakers

Ik ben een avondmens, altijd geweest. Nu ook, het is al na middernacht als ik deze bijdrage tik. Wellicht is het de romantiek van de nacht zoals vaak bezongen door artiesten die mij hebben gevormd om niet te vroeg te gaan slapen. Want als de zon onder gaat lichten de felgekleurde lampen van de stad op. En wanneer ook die uitgaan, dan is de tijd aangebroken voor de diepe gesprekken, de spannende avonturen en andere magie die verdwijnt wanneer de zon weer opkomt.

Maar ja, als de dag is aangebroken dan ben ik ook weer een gewone man met een 9 tot 5 kantoorbaan. Dan kan ik wel dromen van het wilde nachtleven, maar overdag wordt van mij gevraagd dat ik goed werk aflever en zo mijn salaris verdien. Hooguit kan ik wat muziek beluisteren waarin artiesten hun ervaringen van de nacht bezingen.

Nu is die nacht natuurlijk ook niet zaligmakend. Een artiest zoals Willie Nelson weet daar alles van. Sinds mensenheugenis maakt hij liedjes en treedt hij op. Hij kent de nacht. En hij kent alle facetten van de nacht. Want al in 1960 nam hij het nummer Nite Life (ook bekend als Night Life) op. De tekst wordt nergens specifiek, maar het centrale thema is

The night life ain’t no good life
But it’s my life

Hoewel het nummer begint met wat prominente steelgitaar heeft het in alles een sfeer van een late nacht in een rokerige Blues-club. Willie’s toenmalige platenbaas wilde het nummer dan ook niet uitbrengen omdat het niet country genoeg was. Onder een pseudoniem (Paul Buskirk & His Little Men Ft. Hugh Nelson) bracht Willie het toen uit op een ander label. Niet dat de single daar veel deed maar het bracht het nummer wel onder de aandacht van countryzanger Ray Price die er een succesvolle cover van uitbracht. Sindsdien is het nummer gecovered door vele anderen, van Doris Day tot Aretha Franklin en Marvin Gaye tot Joe Bonnamassa. Want het vertelt eigenlijk de situatie van iedere artiest, zij die doorgaan wanneer de dag ophoudt. En het lied bezingt de romantiek voor hen die zich opgesloten voelen overdag en lonken naar de avond. Het wordt zo een lijflied voor hen die ‘s avonds pas tot leven komen.

Keuze Quint Kik: Lee Hazlewood – The Night Before (1969)

Obsessie

Een vrijdagnamiddag, ergens in het najaar van 1999. Het begint langzaam donker te worden, maar de nacht ligt ver verwijderd. Ik ben de enige die op dit tijdstip nog rondscharrelt in de portacabin achter de dubbele villa aan de Emmastraat in Hilversum, waar het Commissariaat voor de Media tot 2002 kantoor hield. Ik ben bezig met mijn eerste baan en mijn eerste grote klus: het opzetten van het radiotoezicht. Ik moet een risico-inventarisatie maken van de kans op sluikreclame en ongeoorloofde sponsorvermeldingen op 12 radiozenders. Daarvoor moet ik ieder individueel programma tenminste één keer integraal hebben beluisterd (god zegene de horizontale programmering). Dan klinkt plots zijn diepe, doorleefde stemgeluid over de speakers van mijn werkruimte:

I see those empty whisky bottles
And records scattered on the floo-ooh-woo-ooh-woo
And in the next room I hear crying
Then I remember the night before

Op slag verkocht: nooit meer zou mijn leven hetzelfde zijn.

Hij vond de twang van Duane Eddy uit (door de gitarist te laten spelen in een lege graansilo), hij hielp Nancy Sinatra aan haar stoere imago (en bijpassende laarzen) en had tussen 1963 en 1977 ook nog tijd voor een solocarrière. Dat een slordige twee dozijn soloplaten commercieel gezien stuk voor stuk bakzeil haalden, leek hem niet te deren; tot eind jaren ’60 stonden vader Frank en diens label Reprise voor hem in en aansluitend vond hij financiers die de oprichting van een eigen label mogelijk maakten: Lee Hazlewood Industries. Een kleine vijf jaar was ik volkomen geobsedeerd door die man, achter wiens obscure platen ik koortsachtig aanjoeg op eBay. Voor het opgeheven muziektijdschrift Smilin’ Ears schreef ik in 2002 een drieluik over zijn – naar mijn bescheiden mening – mateloos interessante carrièreverloop, culminerend in een interview met mijn held voor De Telegraaf.

Zijn stemgeluid had wel wat weg van Johnny Cash, maar waar die zong over treinen, gevangenissen en zich opwierp voor de verschoppelingen der aarde, kwam Hazlewood me meer voor als een hedonist. Als hij in het nummer The Nights zingt over het noodlot van de indianen, dan lag er altijd een dubbele bodem op de loer:

The ways of a red man are lonely
And his woman can expect little more
And a day filled with hard work and sorrow
And so she lived for the nights, the nights

Het was echter maar één van de vele gezichten van Lee; hij bleek ook een grappenmaker die met veel diepgang kon zingen over ouderdom en romantiek. Op zijn 40ste maakt hij bij wijze van vervroegd pensioen het album 4t, waarna hij de wijk nam naar Europa, waar hij de jaren ’70 zou doorbrengen.

In Zweden raakte Hazlewood bevriend met een regisseur van arthouse-films die er prompt eentje aan de zanger wilde wijdden: Cowboy in Sweden. Het resultaat kijkt weg als een aaneenschakeling van videoclips avant-la-lettre, waarin Lee te paard het Zweedse landschap doorkruist, een verdwaalde cowboy in gezelschap van twee lokale schoonheden. Voor de bijbehorende soundtrack pende hij enkele nieuwe nummers als het magistrale Pray Them Bars away (San Quentin, maar dan op zijn Hazlewood’s). Daarnaast werd royaal geleend van voornoemde 4t, zo verhuisde onder andere het nummer The Night Before mee naar de soundtrack. Een melancholiek relaas over een uit de hand gelopen one night stand: ruim 20 jaar na die portacabin kan ik er nog altijd ondersteboven van raken.

Keuze Hans Dautzenberg: Dr. John – Such A Night (1973)

Voodoo

De nacht. Terrein van spannende ontmoetingen. Moment van liefde en romantiek. Omhulsel van het verbodene, verdachte, verhulde en verduisterde. Als de Aarde  zich afkeert van de Zon, zoekt de warmte die zich onder onze huid heeft verzameld, een uitweg.

Your eyes met mine
At a glance
You let me know
This was my chance

Such A Night dus. Zo’n nacht waarop ik er vandoor ga met de vriendin van mijn beste vriend.

Wat is de overeenkomst tussen The Band, The Wreckin Crew en New Orleans? Juist, Malcom John Rebennack Jr., alias Dr. John The Night Ripper, is geen vreemde van de nacht. Al tijdens de middelbare school periode speelt hij in nachtclubs. Dat leidt ertoe dat hij van school moet. En dat hij muzikant wordt. Al houdt hij zich ook bezig met andere nachtelijke activiteiten in zijn geboortestad New Orleans. Vanwege drugshandel brengt hij twee jaar in de gevangenis door. Als hij in 1965 de gevangenis verlaat, vertrekt hij naar Los Angeles. Daar belandt hij dankzij arrangeur en connectie Harold Battiste in The Wrecking Crew, de tegenwoordig beroemde, maar destijds anonieme groep sessiemuzikanten die op zoveel legendarische albums de echte ‘sterren’ van de platenhoezen speelt. Rebennack horen we onder meer terug als begeleider van Sonny and Cher.

Battiste weet studiotijd te regelen voor een eigen projectje van Rebennack: Gris-Gris. Op dat album kruipt Rebennack in de huid van Dr. John The Night Tripper, een alias geïnspireerd op een figuur uit het New Orleans van 1840. Deze ‘doctor’, ook bekend als John Montaigne of Bayou John, werd destijds gearresteerd voor het praktiseren van voodoo met ene Pauline Rebennack. Familie of geen familie?

Gris-Gris en de act van The Night Tripper slaan aan in de psychedelische eind jaren 1960. Dr. John’s naam is gevestigd. Bewijs? Hij zal later model staan voor de pianist in de huisband van The Muppets, Dr. Teeth & The Electric Mayhem. In de daarop volgende jaren blijft Dr. John zijn roots trouw en maakt verschillende albums als odes aan / met wortels in de R&B uit New Orleans. Zijn bekendste album wordt In The Right Place uit 1973. Een bijzonder geslaagd staaltje New Orleans Funk, mede dankzij The Meters als band en Allen Toussaint als producer. Grootste hit van het album wordt Right Place, Wrong Time. De tweede single is Such a Night, dat in oktober 1973 de 42ste plaats haalt in de Billboard Hot 100.

Such A night – een eenvoudig verhaaltje over Sweet confusion under the moonlight – is ook het nummer waarmee Dr. John bijdraagt aan The Last Waltz van The Band in 1976.

Keuze Willem Kamps: Styx – Blue Collar Man (Long Nights) (1977)

Onderwereld

De eerste keer dat ik virtueel de mythologische rivier tussen boven- en onderwereld overstak, was nadat ik hun tweede album op de draaitafel legde: Styx II. Om in de eerste helft van de jaren zeventig niet dezelfde platen te kopen als mijn broers, was een van mijn aanwinsten het toen nog onbekende Styx. Onze muzieksmaak verschilde amper, maar ik vond het onzin platen te kopen die thuis al werden gedraaid. Ik zocht dus in dezelfde hoeken, prog-, kraut- en hardrock, al ging ik niet veel later ook verder en breder kijken en creëerde zo m’n eigen muzikale boven- en onderwereld. Styx was wel een blijvertje, althans, tot en met hun achtste album, Pieces Of Eight, daarna verflauwde mijn aandacht voor de wat nette en pompeuze rock; ik was toe aan frissere en vuigere geluiden. Onbevangener ook.

Styx is hier vooral bekend van hun hit Babe, een pathetische ballad van toetsenist Dennis DeYoung die dit schreef voor zijn vrouw, over het van huis zijn om te toeren. Wanneer Dennis na de opening op de Fender Rhodes met zijn wat scherpe stem begint te kwelen Babe I’m Leaving dan hoor je zijn vrouw bijna denken hèhè, gelukkig! Het zoetsappige nummer kost je het glazuur van je tanden en had beter gepast in het oeuvre van bijvoorbeeld zwijmelkoning Lionel Richie. Het markeerde sowieso mijn afhaken, al had ik twee jaar eerder in Den Haag nog van hun genoten tijdens hun Europese tournee. Het optreden staat me nog goed bij, ook vanwege de leeglopende zaal bij het voorprogramma, het net gestarte Dire Straits. Gaap, dacht iedereen, we gaan aan het bier.

Op Pieces Of Eight staat Blue Collar Man (Long Nights). Het was de eerste single van de elpee en werd een aardige hit in de Billboard 100: #21. Hier dwaalde hij vijf weken door de tipparade en verdween geruisloos, en dat is jammer want het is voor Styx-begrippen een nogal rechttoe rechtaan-rocker. In Blue Collar Man hoor je eigenlijk van alles, het smerige orgel (Jon Lord), de koortjes (Uriah Heep), de zangmelodie en stem (Eagles) en een lekkere vette gitaarsolo van componist Tommy Shaw. De komst van Shaw, bij album zes, Chrystal Ball, zorgde ervoor dat Styx steviger op de kaart werd gezet en nog meer ging rocken, al vergiste ook hij zich in Babe. Het is ‘m vergeven. Kijk ‘m hier op later moment de Styx-publieksfavoriet Renegade uitvoeren, waarbij hij een hele zaal en jeugdorkest plus dirigent op z’n kop zet.

Blue Collar Man is een lied over uitzichtloze werkloosheid met de troosteloze dagen en lange nachten en wat dat met een mens kan doen; geef me alsjeblieft een kans. Ik doe alles om te overleven. Hoe vreselijk het ook is, maar als het moet, écht moet, ja, dan trek ik zelfs een pak aan voor een baan. Zeker in die tijd kon ik me als langharige alles bij die wanhoop voorstellen: een pak aan voor je werk? Nooit! En hoewel ik alweer jaren met één been in die wereld sta heb ik nog steeds moeite met die omhooggevallen types in driedelig met witte boorden en tuthola’s in een mantelpakje die zich in de bovenwereld menen te bewegen. Dan is het fijn die rivier weer over te steken en thuis te komen in mijn eigen wereld en te genieten van muziek, kraag of niet.

Keuze Der Webmeister: The Jam – Down In The Tube Station At Midnight (1978)

Nachtelijk Geweld

Nadat de zon is ondergegaan barst de Night Fever natuurlijk los. De nacht is het terrein van het vrolijke nachtleven: uitgaan, feestje, one-night stands, eventjes de zorgen van overdag van je afzetten. The Night time Is The Right Time! Maar de nacht heeft natuurlijk ook een donkere kant. Juist dan gebeuren de dingen die het daglicht niet kunnen verdragen, en dat dat weinig fraais is heeft hoef ik u natuurlijk niet uit te leggen.

In 1978 bracht The Jam hun derde album uit, All Mod Cons. Het was een periode dat het na-oorlogse Engeland stevig in verval was geraakt, zowel moreel als materieel, een periode vol IRA-, racistisch en voetbalhooligan-geweld. Tegelijkertijd beleefde Paul Weller, mijn ultieme jeugdheld en het boegbeeld van The Jam, een absoluut artistiek hoogtepunt. De korte felle statement-teksten van het debuutalbum van The Jam werden ingeruild voor meer genuanceerde en beschouwende verhaaltjes, en onderstaande Down In The Tube Station At Midnight beschouw ik nog altijd als het hoogtepunt in het oeuvre van de toen slechts 20 jaar jonge Paul Weller.

I glanced back on my life
And thought about my wife
Cause they took the keys
and she’ll think it’s me

In de songtekst wordt beschreven hoe de ik-persoon, vermoedelijk een immigrant, ‘s nachts de laatste Metro naar huis wil nemen, op weg naar zijn geliefde, maar op het Metrostation het slachtoffer wordt van racistisch geweld door Skinheads. Weller beschrijft tot in de finesse wat er door het hoofd gaat van de ik-persoon, wat hij observeert en denkt in die luttele seconden dat deze nachtmerrie duurt. De tekst schetst een prachtige contrast tussen het kille metrostation en de warmte van thuis. Het nummer begint met sfeervolle geluiden van een Londens metrostation, vrij snel gevolgd door een enig zins opgefokt basloopje. De spanning wordt tijdens het nummer een paar keer flink opgevoerd doordat er het geluid van een kloppend hart is toegevoegd, en Wellers stem schiet heen en weer tussen bijna fluisterend en schreeuwend, wat voor extra dynamiek zorgt.

Het nummer verscheen in 1978 ook als single en werd vrijwel direct door de BBC in de ban gedaan omdat men dacht dat dit weer het zoveelste punknummer was dat geweld verheerlijkte. Terwijl toch duidelijk mag zijn dat Weller de Engelsen een anti-racistische spiegel voorhield, een tekst die prikkelde om na te denken over wat Engeland geworden was, namelijk een land waar racisme en geweld bijna volstrekt normaal waren geworden.

Keuze Vincent van der Vlies: Venom – Witching Hour (1981)

Spookhuis

Nacht. De periode van de dag dat er gekke dingen kunnen gebeuren. Dat het gaat spoken, want weet jij wat er gebeurt als de klok middernacht slaat? De heren van Venom wel in ieder geval. Stervelingen rennen rond in paniek, offers worden voorbereid en als je niet uitkijkt breekt de hel los. Aldus Venom.

Het was Dynamo 1996 en ik had begrepen dat ik deze grondlegger van de Black Metal moest zien. Ik kende niets van hen, maar de grap was dat ze één nummer speelden dat ik wél kende en dat was Witching Hour (bewijs dat ze het in gespeeld hebben staat hier vanaf 43.00). Het was namelijk net daarvoor opgenomen door Ryker’s een Duitse hardcore band die de dag ervoor ook opgetreden hadden op het Skatepodium. Ik dacht dat het nummer van hen was, maar blijkbaar waren zij ook schatplichtig aan deze black metal pioniers uit Newcastle. Dat Venom kennelijk best wel groot was in Duitsland verklaarde ook dat hele hordes Duitsers bij het podium stonden te headbangen.

In Nederland is de band volgens mij niet heel groot geworden en om eerlijk te zijn… Ja… ik snap dat wel. In mijn herinnering was het ook niet zo goed (niet zo strak, slecht geluid, die dingen). Veel van de band is ook wel van dik hout zaagt men planken metal, maar populair was het zeker bij onze Oosterburen. Maar de uitzondering op de regel is Witching Hour. Tekstueel zal het  allemaal natuurlijk geen Nobelprijs voor de literatuur winnen. En als je praktiserend Christen bent, zou ik de betekenis van het nummer niet gaan opzoeken. Maar de riffs zijn wel echt heerlijk. De intro start met een loeizware basgitaar die een klok nadoet die acht keer slaat (waarom niet twaalf keer is mij een raadsel trouwens) en daarna volgt een simpel, maar geweldige nummer. Beukende metal zoals het bedoeld is. Dus nee, diep gaat het niet, maar dit nummer uit 1981 staat wat mij betreft nog altijd als een (spook)huis.

Keuze Marco Groen: Saxon – Princess Of The Night (1981)

Bello is niet meer

Niet zo lang geleden kwam iemand met de theorie dat veel van de beste muziek dat ooit geschreven is vaak in luttele minuten tot stand is gekomen. Na een simpel onderzoekje met Google (voor veel mensen een gezaghebbend medium) kan je al vrij snel de conclusie trekken dat die theorie ‘waar’ is. Zo is Paranoid van Black Sabbath geschreven in 30 minuten, ontstond Seven Nation Army van The White Stripes na een korte soundcheck en voor Yesterday hadden The Beatles naar verluidt slechts een minuut nodig. Daar staat natuurlijk tegenover dat de grootste rotzooi, die tegenwoordig gretig door de reguliere radiostations verspreid worden, vaak in een fractie van die tijd geschreven werden, maar daar gaat het nu niet over. Het is tenslotte een muziekblog.

Een zeer treffend voorbeeld dat het gelijk van die theorie ondersteund is Princess Of The Night van de Engelse band Saxon. Het zal in 1980 zijn geweest dat de band tijdens een tour hun busje parkeerde naast een schroothoop, teneinde hier de nacht door te brengen. Het bleek om een kerkhof voor uitgerangeerde treinen te gaan. Een daarvan was een stoomlocomotief die een diepe indruk op de bandleden achterliet. They’re just left to rot and I suppose that upset us because they really were magnificent machines. Well you can’t beat the days of steam can you?, aldus zanger Biff Byford. Die nacht kwamen de woorden vanzelf op bij de frontman. Die woorden vonden hun bestemming toen gitarist Paul Quinn experimenteerde met een leuk riffje, waar de tekst van Byford als vanzelf inpaste. Princess Of The Night zag het daglicht na enkele seconden. Toch is dat niet het hele verhaal van het liedje. Boze tongen onder de Saxon-aanhang hebben een heel ander mythe over het ontstaan ervan: zij durven te beweren dat het nummer over een groupie gaat, wiens gloriejaren al decennia achter haar liggen. Gezien de dubbelzinnigheid van de tekst van Byford is dat geeneens zo’n heel gekke gedachte.

Een jaar na het bovengenoemde moment van verlichting verscheen Princess Of The Night als openingsnummer op het vierde album van de band: Denim And Leather. Saxon-concerten waarbij dit nummer niet de revue passeert zijn uiterst zeldzaam. In tegenstelling tot het album fungeert het hierbij meestal als afsluiter.

Keuze Remco Smith: The Blasters – Dark Night (1985)

Zaken die het daglicht niet kunnen verdragen

Nacht, het onderwerp voor deze battle. Bij de aankondiging schoot meteen een zin door mijn hoofd. It’s a dark night, a dark night. Met, ook in mijn hoofd, een jengelend Bluesgitaartje er achteraan. Een Bluesgitaartje uit de woestijn. Ratelslangen. Eenzaamheid. Het bleef door mijn hoofd spoken. Ik had verder geen aanknopingspunten. Ik wist niet wie de zanger was, waar ik het liedje had gehoord, of ik die ergens in mijn CD-collectie staat. Waar kwam die regel nou vandaan? Gun Club? John Campbell? Een blanke Blueszanger, zei mijn geheugen, maar dat bracht me niet veel verder. Spotify hielp evenmin. Er zijn best heel veel liedjes die Dark Night heten. Daarnaast bestond de kans, gelijk Song 2 of Feel Good Hit For The Summer, dat de titel van het liedje geen onderdeel zou zijn de songtekst. Dat was best irritant. Het zoog alle aandacht weg, aan werken was nauwelijks meer toe te komen.

Uiteindelijk heb ik het liedje dan toch gevonden. Dark Night van The Blasters. The Blasters is een Californische band opgericht in 1979, voornamelijk bestaand uit de broers Phil en Dave Alvin, met nog enkele bandleden. American Music noemen ze hun muziekstroom zelf. Bij beluistering kwam ik tot de conclusie dat de muziek van The Blasters voornamelijk rockabilly was. Blanke blues. Beetje country. Niet onaardig maar ook wel een beetje anoniem.

Uitzondering is Dark Night. Ongetwijfeld tot hun eigen verbazing maakte dat liedje een revival medio jaren ’90, bij de release van de Rodriguez/Tarantino film From Dusk Till Dawn. Waar de muziek van The Blasters een bepaalde Hillbilly-vrolijkheid uitstraalt, en daarmee ook wel een beetje iets oubolligs over zich heeft, is Dark Night dreigend. Onheilspellend. De bariton van Phil Alvin geeft het liedje een zeer donkere onderlaag. Het wordt een hele donkere, onprettige nacht. Hier gaan zaken gebeuren die het zonlicht niet kunnen verdragen. Wie de film heeft gezien, weet dat Dark Night een perfect gekozen soundtrack is voor deze wonderlijke road movie/horror/vampierenfilm.

Keuze Tricky Dicky: Joe Cocker – When The Night Comes (1989)

Donkere periode

De allereerste keer dat ik With A Little Help From My Friends in de uitvoering van Joe Cocker hoorde viel mijn mond open. Wat een geweldige interpretatie met dat gospelkoor en zoveel beter dan het origineel. Het bijbehorende album was eveneens van grote klasse en de drie opvolgers waren geweldig: Joe Cocker, Something To Say en I Can Stand A Little Rain. En en passant zag ook nog Mad Dogs & Englishmen het levenslicht.

Maar daarna ging het mis. Natuurlijk, elk album had wel een uitschieter maar waren gewoon ondergemiddeld. Als fan kocht ik nog wel Luxury You Can Afford en Sheffield Steel, maar vaak heb ik ze niet gedraaid. De laatste vind ik zelfs ronduit een totale miskoop, maar op Luxury liep ik ook niet warm voor de covers van A Whiter Shade Of Pale en I Heard It Through The Grapevine, alhoewel met betrekking tot de laatste in ieder geval een poging tot iets anders werd neergezet. De opener Fun Time daar aantegen vind ik nog steeds een leuk en dansbaar nummer.

Waarom ging het mis? Vermoedelijk een combinatie van zaken. Na de Mad Dogs-tournee was hij blut en uitgeput. Dien gevolge moest hij blijven touren, maar toen zijn vriend Chris Stainton vertrok en de relatie met zijn producer op een dieptepunt gekomen was werd hij depressief en begon heroïne te gebruiken. In juni 1973 was hij afgekickt, maar verving deze addictie door drank. Zijn optredens leden er onder en tijdens eentje moest hij zelfs stomdronken overgeven. Met enige regelmaat had hij ruzie met het publiek of gooide hij zijn schoenen naar ze. Halverwege de tachtiger jaren en mede dankzij zijn vrouw stopte hij uiteindelijk met drinken.

Vrijwel niets uit de jaren tachtig vind ik Cocker-waardig en helemaal niet die suikerkzoete ballad (Up Where We Belong). Nee, Civilized man en Unchain My Heart zijn oké maar de beste uit dat decennium is When The Night Comes waar een vleugje With A Little Help From My Friends-kwaliteit in terug te vinden is. Misschien omdat zijn oude vriend Stainton weer meedeed?

Keuze Maarten Scheer: R.E.M. – Nightswimming (1992)

Kopje onder

Singles die niet goed scoren in de hitlijsten. Mijn favorieten. Zo ook Nightswimming van R.E.M. Dit nummer brengt mij direct naar een lome zomeravond waarbij je, na een avond op het terras, in de kroeg of nog ergens anders bent geweest, besluit om te gaan zwemmen. Misschien niet het beste idee, maar wel de beste verhalen jaren later.

Dit nummer is voor mij een terugblik op zo’n avond. Licht melancholisch maar wel een fijne
herinnering. Een avond waar lange vriendschappen worden herdacht, herbeleefd en nog een
keer worden besproken met een lach en een traan.

Keuze Jeroen Mirck: The Tragically Hip – Nautical Disaster (1994)

Verwerking

De nacht klinkt bijna nergens zo intens door als op het album Day For Night van de Canadese rockband The Tragically Hip. Nationaal cultuurgoed in eigen land, maar daarbuiten helaas zwaar ondergewaardeerd. Probeer het je voor te stellen: het afscheidsconcert van de band, vanwege de naderende dood van frontman Gordon Downie (hersentumor), werd op 20 augustus 2016 uitgezonden op nationale televisie en door bijna twaalf miljoen mensen bekeken. Een intense tournee, waarbij het publiek de dood letterlijk in de ogen keek, zoals bij deze vertolking van Grace, Too in Toronto. Heel aangrijpend.

Het album Day For Night (1994) staat te boek als diep en donker, als een stijlbreuk met de rootsy Bluesrock van eerdere albums als Road Apples en Fully Completely. Die duisternis spreekt ook uit het artwork: zwarte nachtelijke schetsen, omkaderd door een donkerblauwe rand. Donker zijn ook de tracks, zowel qua teksten als orkestratie. Zonder dat de nacht nu echt het hoofdonderwerp is. Toch zie je een nachtelijke kustlijn voor je in het zwaarmoedige prijsnummer Nautical Disaster.

I had this dream where I relished the fray
And the screaming filled my head all day
It was as though I had been spit here
Settled in, into the pocket
Of a lighthouse on some rocky socket
Off the coast of France, dear

Zanger en tekstschrijver Downie is nooit iemand van simpele teksten zonder diepere betekenis geweest. Dus verhaalt hij in dit nummer over de ondergang van de Bismarck, een Duits oorlogsschip dat in 1941 tot zinken werd gebracht tijdens een zeeslag met Britse schepen. Bijna tweeduizend Duitse soldaten kwamen hierbij om het leven en een navenant aantal Britten.

In zijn gezongen droom zit Downie in een reddingsboot (designed for ten, ten only) en voelt hij zich schuldig dat hij de bloedige strijd als een van de weinigen heeft overleefd (It’s not a deal nor a test nor a love of something fated). En dan ineens wordt hij wakker van een rinkelende telefoon. Natuurlijk was de hoofdpersoon geen opvarende van de Bismarck, maar wat dan wel? Gordon noemt ene Susan, waardoor de tekst ineens een heel andere lading krijgt. Het schuldgevoel, de angst, het verdriet en de drang tot slapen lijken ineens een verwerking van een verbroken relatie. Met een zinkend schip als krachtige metafoor.

Keuze Alex van der Meer: Morphine – The Night (2000)

Enter Sandman

Ik ken het nummer vanwege het feit dat ik een groot liefhebber was, en nog steeds ben, van de Belgische band Zita Swoon. In 2007 verscheen het album Big City, en ik vond het perfect. Er zijn maar weinig albums uit de jaren nul waar ik zo vaak naar heb geluisterd. Het verveelde geen seconde: ik werd ermee wakker en ik ging er de nacht mee in. De voorlaatste track was The Night, een hoogtepunt. Stef Kamil Carlens’ emotionele voordracht maakte dit nummer mede een katalysator om na beluistering van het album steeds weer op play te drukken, het hele album weer opnieuw te doen.

The Night was een cover. Oorspronkelijk was het een nummer van Morphine. Deze band zei me tot dan toe niet veel. Ik ben Zita Swoon uiteindelijk dankbaar voor de prachtige introductie. Morphine – uit Boston – combineerde Rock met Jazz en klonk krachtig vanuit een minimalistische setting. Frontman Mark Sandman noemde de muziek ‘low rock’. The Night kwam uit als titeltrack van een album in het jaar 2000. Het was het laatste album van de band. De oorspronkelijke versie van The Night is me ook dierbaar geworden (alsmede de later uitgebrachte alternatieve versie). Misschien wel meer dan dierbaar…

In 1999 is zanger/bassist/componist Mark Sandman overleden: hartaanval op het podium, hij was 49 jaar. Zo oud ben ik nu ook realiseer ik me. Ik kan me niet voorstellen dat hij klaar was voor het definitief sluiten van de ogen. Het verloren talent dreunt keihard door in The Night. Het gevoel van kille eenzaamheid en van een opkomende angst is in dit nummer tastbaar. En het donkerste donker van de nacht voel je in je onrustig woelende ziel. Wat een ongelooflijke track is dit.

Keuze Erwin Herkelman: Azzido Da Bass – Doom’s Night (Timo Maas Remix) (2000)

Pure, Duitse techno

Het is écht zo’n houseplaatje dat íedereen kent maar waarvan slechts een klein deel je de titel en artiest zal kunnen vertellen. En hoogstwaarschijnlijk is dat hetzelfde deel dat in de jaren ’90 en ’00 zélf de plaatjes op de draaitafel legde. Want met deze track kreeg je je publiek gegarandeerd aan het dansen. En nog steeds.

Zonder techno-legende Carl Cox had het liedje echter waarschijnlijk nooit het licht gezien. Hij was het die de jonge Ingo Martens uit Duitsland in het begin van de jaren ’90 een tape cadeau gaf en daarmee de muzikaal dolende DJ het definitieve zetje in de goede richting gaf. Als Azzido Da Bass sloeg de Duitser vervolgens zelf aan het draaien en dat deed hij zó goed dat hem dat al snel een residency in een club in Hamburg opleverde. Dat opende weer de deuren naar een carrière in de muziek. Toen hij in 1996 producer/songwriter Stevo Wilcken ontmoette maakte hij de overstap naar muziekmaker. En het eerste resultaat was Doom’s Night.

Een bijzonder plaatje met dat intro dat opeens stopt en overgaat naar die kenmerkende hoover boven een slepende beat, het vrolijke tingeltje… Het is fijne, pure, Duitse techno, die niet geheel ontoevallig de première beleefde op het grootste techno-feest ter wereld: de Love Parade. Het werd vervolgens een grote hit in dat land. Maar toen zijn landgenoot Timo Maas zich ermee bemoeide kreeg het succes pas écht een boost. In alle clubs van Europa was zijn remix te horen en in het Verenigd Koninkrijk haalde het als single zelfs de achtste plaats in de hitlijst. In Nederland bleef het plaatje als Dooms Night (Revisited) steken in de Tipparade. Maar voor de clubgangers van die tijd zal het altijd een fijn stukje nostalgie blijven.

Keuze Annemarie Broek: Martha Wainwright – In The Middle Of The Night (2009)

Voorbij de vingeroefeningen

Soms moet je weleens van de gebaande paden afwijken om weer heel nieuwe paden, zijpaden, straten, snelwegen voor mijn part te ontdekken. In mijn zoektocht naar een middle of the night nummer kwam ik de naam van Martha Wainwright tegen.

Martha Wainwright blijkt een in 1975 geboren Canadese singer-songwriter te zijn. Én de dochter van Kate McGarrigle, die in 2010 overleed en de helft van het duo Kate & Ann McGarrigle was. Mama Kate was enige tijd getrouwd met troubadour Loudon Wainwright III, een huwelijk dat gekenmerkt werd door vele heftige conflicten en dus geen stand hield. Uit dat huwelijk kwam overigens ook broertje Rufus voort. En zo belandde ik van een bescheiden paadje van een onbekend zangeresje op de snelweg van een uitgebreide muzikale familie en maakte ik kennis met het werk van Loudon (mwah) en Rufus (ook mwah) en alle andere familieleden. Wat de McGarrigle Sisters maakten, vind ik overigens wel zeer de moeite waard. Dat geldt ook voor de vele filmpjes die je op YouTube van de extended Wainwrights familie kunt bekijken.

Het is dus niet verwonderlijk dat Martha als jong meisje al meespeelde in de familieband, destijds de McGarrigle Sisters & Family en daarna haar medewerking verleende aan vele muzikale projecten voordat ze de overstap waagde naar een solocarrière. In 2004 had zij al op smeltende wijze I’ll Be Seeing You gezongen, in de perfecte dertiger-jaren stijl voor de soundtrack van de film The Aviator.  Na al die vingeroefeningen bracht zij in 2005 haar eerste geheel eigen ceedee uit, met als titel Martha Wainwright, een combinatie van alle muziekstijlen die ze tot dan had beoefend: een boeiende mix van pop-, rock- en folkmuziek.

Na het eerste album bracht zij in mei 2008 I Know You’re Married But I’ve Got Feelings Too uit. Daarop stond het nummer In The Middle Of The Night en eigenlijk kon je bij de tweede noot al horen uit welk muzikaal nest Martha afkomstig was. Wat een stem, met een groot bereik, die ook geen enkele emotie schuwt zonder daardoor in pathetiek te vervallen. Ik was absoluut overrompeld door dit grote talent!

Keuze Joop Broekman: Elbow – The Night Will Always Win (2011)

Zieleroerselen in het donker

De nacht, daar kan je van alles in. Drinken, de liefde bedrijven, ongezien reizen of dansen tot het licht wordt. Dit zijn wel de gezelligere opties. Aan je overpeinzingen beginnen is er geen van, want slapen kun je dan vergeten. En het scheelt in dat geval of het zomer- of wintertijd is. Er van uitgaande dat je niet te dicht in de buurt woont van de noord- of zuidpool.

Neem je je problemen mee naar bed, dan blijf je geheid wakker. Liggen malen over liefdesverdriet, of het gemis van die ene dierbare persoon. En drank verzacht niet altijd het leed. Sterker nog, alcohol verergert juist de geestelijke ellende in de bovenkamer. De nare gedachten (of misschien ook de fijne herinneringen) blijken dan erg goede zwemmers.

Verdriet om het overlijden van een geliefde of goede vriend kan zeer lang blijven door etteren. Trouwens niet eens een bestaand werkwoord, maar je begrijpt vast wel wat ik bedoel. Dit verdriet is niet in een keer weg. Het gaat met je mee naar bed, is er als eerste zodra je wakker bent en houd je net zo makkelijk uit je slaap. Elbow schreef er een prachtig nummer over. Inspiratie was het plotselinge overlijden van vriend en collega-muzikant Bryan Glancey in 2006. Op het fenomenale album The Seldom Seen Kid (2008) wordt hij geëerd met afsluiter Friend Of Ours. Een nummer dat de band amper live speelde, omdat het té pijnlijk was. Drie jaar later maalt het verlies nog steeds door bij de band. De positieve en negatieve nagedachtenis vechten om voorrang in de hersenen. En de nacht zorgt voor een oneerlijk gevecht.

I miss your stupid face
I miss your bad advice
I’ve tried to clothe your bones with scratches
Super 8s, exaggerated stories and old tunes
But never by the moon
But not the state I’m in
The night will always win

Een hartenkreet zoals alleen Guy Garvey dat kan. Zo oprecht. Je voelt het machteloze leed in zijn stem.

Keuze Mersad Rebronja: Lana Del Rey – Dark Paradise (2012)

Nachtmens

Het valt me misschien wel een klein beetje van me tegen dat ik zelf geen nacht-battle heb voorgesteld, want ik ben een rasechte nachtbraker. Laat op bed en laat eruit; ik vind het fijn. In de nacht komt de wereld tot rust en verwacht niemand iets van je. Het kan ook heel mooi zijn om ’s nachts eens door de straten van je eigen dorp of stad te wandelen, zolang er maar geen uitgaanspubliek is. De wereld ziet er dan heel anders uit en bovendien is de drukte weg. Ik vind het ook best wel irritant dat de maatschappij zo is ingericht op ochtendmensen. Wees lekker ochtendmens en geniet daarvan maar laat mij alsjeblieft nachtmens zijn. Dat gehaast in de ochtend om overal zo vroeg te zijn is voor mij echt een verschrikking.

De nacht is voor mij met recht een paradijs te noemen dus Dark Paradise van Lana Del Rey schoot meteen te binnen als het nummer voor deze battle, heel simpel omdat de titel aansluit op het thema. Ik vind Lana absoluut geweldig. Het leven zou voor mij zeker een stukje minder mooi zijn zonder haar. Lana is in mijn ogen absoluut een ondergewaardeerde artieste, dus ik denk zomaar dat ik nog wel vaker over haar ga schrijven.

Dark Paradise is geschreven door Lana zelf en Rick Nowels. Het is een schitterend nummer; duister, melodramatisch, Gothic. Lana’s emotionele en soms melancholieke vocalen en de muziek – een mix van hip hop en elektronisch – vormen samen een mooi geheel. Met de magie van Lana wordt het dan toch weer een groots, dromerig en alternatief geheel waarin je volledig wordt meegevoerd. En ondanks het donkere geheel is de boodschap van het nummer dat liefde alles overwint, zelfs de dood. Ik wil nu ook vooral de muziek het werk laten doen. Fijne nacht!

Keuze Erwin Tijms: Japandroids – The Nights Of Wine And Roses (2012)

Feestje!

Long lit up tonight and still drinking
Don’t we have anything to live for?
Well of course we do
But till they come true
We’re drinking

Het zijn de openingsregels van Japandroids’ album Celebration Rock. Die albumtitel beschrijft de sfeer van het nummer al uitstekend. Bedenk de geuren van zweet en alcohol er zelf bij en je waant jezelf al bijna in het nachtleven. Met een biertje in de hand, vrienden aan je zijde en goede muziek erbij. In de nacht gebeurt het en Japandroids bezingt het alsof hun leven er vanaf hangt. Een flinke shot energie, vermomd als rock, met alcohol als aanjager. En een hese keel achteraf. Hoe ging dat ook alweer?

We don’t cry for those nights to arrive
We yell like hell to the heavens, hey

Keuze Marleen de Roo: Lord Huron – The Night We Met (2015)

Spijt van de eerste nacht

Do you remember the winter dance, the one you DJ’d? You remember that song you played, that one slow song? It was the most amazing song. Dit zijn niet mijn woorden, maar die van een van de hoofdpersonen uit de tienerdramaserie 13 Reasons Why bij het nummer The Night We Met van Lord Huron. 13 Reasons Why gaat over de zelfmoord van scholier Hannah Baker. De scholier heeft bandjes achtergelaten met daarop de redenen waarom ze zelfmoord heeft gepleegd. Op Tape 3, kant A, horen we The Night We Met, een liedje waar ze aan denkt vlak voordat ze een einde aan haar leven maakt. Ze danste op het liedje tijdens een feest. Het leek een fijne avond, maar de nacht was de start naar een weg vol drama en verdriet.

The Night We Met is ook geen vrolijk liefdesliedje over een sprookjesachtige relatie. Nee, het liedje staat symbool voor donkere momenten, waarin je verlangt naar die mooie eerste ontmoeting. De eerste nacht dat alles nog open lag, je vlinders in je buik voelde, nog vol hoop en geluk zat.

Met de langzame ballade weet de Indiefolk band een gevoel van hopeloosheid en verdriet neer te zetten. Iedereen die ooit een relatie heeft verbroken dat niet meer werkte, die nachten met ruzie heeft gekend, nachten waarop je niet sliep door de vele tranen op de kussen. Dat is waar Lord Huron met galmende zangstemmen over zingt. Ze staan stil bij relaties waarin het niet altijd rozengeur en maneschijn is. De ideale breakup song? Ja. Want wanneer heb je dit soort liedjes nodig? Als je weer een slapeloos nacht hebt omdat het verdriet of de herinneringen te heftig zijn. Als je spijt hebt dat je ooit deze relatie bent aangegaan. Dan is Lord Huron – The Night We Met het beste nummer om die nacht te omschrijven. And then I can tell myself. Not to ride along with you.

Keuze Henk Tijdink: De Troebadoers – In de Nacht (2015)

Uut Grunn

Het gaat wat ver om ze de Traveling Wilburys van Oost-Groningen te noemen, maar helemaal mank gaat de vergelijking ook niet. Een aantal muzikanten, drie in dit geval, met ieder een eigen stijl, maar ook een grote gemene deler. In het geval van deze artiesten is deze deler de liefde voor de gitaar, muziek met Amerikaanse roots en de ambitie hebben om in drie à vier minuten een klein verhaaltje te vertellen. Maar bovenal: de Groninger taal. Aangezien de muzikale wereld in Groningen maar klein is, was het dan ook niet onlogisch dat deze artiesten de krachten eens bundelden.

En zo brachten de heren Jan Henk de Groot, Alex Vissering en Edwin Jongedijk onder de naam De Troebadoers in 2015 het album Veenhoes Sessies uit, een album waarop alle drie duidelijk hun stempel hebben gedrukt. Het zijn stuk voor stuk liedjes over vrouger, laifde, verlang’n en dreum’n. (vroeger, liefde, verlangen en dromen). En laat dat nu ook net een zinssnede zijn uit de tekst van het nummer In De Nacht.

Want de nacht is wat bijzonders voor een muzikant. In de auto, op weg naar huis, op de terugweg van een optreden. In het donker de inspiratie en rust van een sterrenhemel. Of de nacht brengt de tijd en rust om liedjes te schrijven. Ach, ik kan het wel proberen onder woorden te brengen, maar je kan beter luisteren naar het lied.

In de nacht komt alles tot leven
In de nacht, bie ‘t licht van de moan
In de nacht worden dreum’n beschraiwen
In de nacht komt alles bie mekoar

Keuze Alex van der Heiden: Flying Horseman – Night Is Long (2015)

Een nacht met Bert Dockx is nooit lang genoeg

Ik ga deze blog beginnen met een kleine frustratie over een andere Belgische band, namelijk Balthazar. Echt een prima band en op festivals schijnen ze het erg goed te doen, maar de laatste keer Maassilo in Rotterdam…. Het was het laatste concert dat ik vóór lockdown één zag en omdat dit de laatste om op te teren voor een lange periode was had ik veel liever een concert genoten van een band die wél vol overgave zou spelen. U begrijpt; het was een tegenvaller. Zo, dat is eruit, maar wat heeft het te maken met Flying Horseman? Niets! En juist daarom verbied ik een ieder om ook nog maar één keer de vergelijking te treffen tussen Flying Horseman en Balthazar. Op straffe van een dag lang André Hazes Jr. luisteren.

Flying Horseman met meestergitarist Bert Dockx is van een ongekende schoonheid. Je kunt wegdromen bij de virtuositeit, maar je kunt ook helemaal uit je pan gaan op de opzwepende ritmes. Echt alles heeft het in zich en wanneer je op zoek bent naar de afterparty, dan zet je Bert Dockx zijn andere project Dans Dans op om heerlijk weg te chillen.

Night Is Long zingt Bert Dockx in dit titelnummer van een prachtig album. Het was in Het Paard van Den Haag waar ik Flying Horseman voor het eerst zag. Een onvergetelijke ervaring die je in iedere sfeer brengt. Zonder drugs weet Dockx zijn publiek naar een onbereikbare hoogte van extase te brengen. Geen enkel concert van Flying Horseman zou mogen stoppen; het zou de hele nacht voort moeten duren. Net als het nummer Night Is Long dat je in hogere sferen brengt en waarbij je na bijna 12 minuten ontwaakt uit een sferische onwerkelijkheid die nog uren door had mogen gaan. Dat! ….is Flying Horseman.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.