Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Een battle over bloemen en planten

Bloemen en planten in de muziek zijn er al zo lang als de muziek bestaat. Net zoals de liefde, of juist als metafoor voor de liefde een prachtig onderwerp om over te zingen en te musiceren. Er is een fleurig en groen geheel samengesteld in deze bloemen en planten-battle.

Keuze Willem Kamps: The Flower Pot Men – These Heavy Times (1968)

Kortzichtig

Ik heb in mijn leven heel wat kapsels voorbij zien komen, dus ook heel wat foute. De meest foute vond ik wel die van eind jaren zeventig, begin tachtig. De mannen die een permanentje lieten zetten, en dan alleen bovenop hun hoofd. De zij- en achterkant gewoon stijl. Echt, géén ponem. Zelf liep ik ooit voor lul met m’n bloempotkapsel. Ik was een jaar of acht, negen. Toen al ging ik met forse tegenzin naar de kapper. Met lood ernaartoe. Hij zat op een paar honderd meter van ons huis. Moderne kapsalons bestonden nog niet. Het was de ruimte voor zijn woonkamer, met twee kappersstoelen (nu waarschijnlijk goud waard), spiegels en een klein toonbankje. Z’n vrouw rekende af. De beste man heette Joop Murk, maar Nurks was meer op z’n plaats geweest. Het stuk sacherijn sprak amper een woord, pakte tondeuse en schaar en voor je het wist lagen je lokken op de grond. Daarboven een cirkel met een pony. Hij had geen bloempot nodig; het was het enige model dat hij beheerste.

Hoewel de betekenis anders is, moet ik daar vaak aan denken als ik The Flower Pot Men hoor. Hun enige echte hit dateert uit die tijd: Let’s Go To San Francisco. Deze Engelse heren liftten mee op de hippiegolf en vandaar vermoedelijk de naam. De Pot was niet onze bloempot, maar was slang voor Cannabis, wat in die jaren meer en meer werd gebruikt, vooral door de bloemenkinderen. Vóór de Flower Pot kenden zij, zij het in een iets andere bezetting, ook enkele successen, zoals Funny How Love Can Be en het meest bekende Tossing And Turning, maar dan als The Ivy League. Met die naam hadden zij ook al met een schuin oog naar de V.S.  gekeken: Ivy League staat voor de sportcompetitie tussen een aantal universiteiten aan de Amerikaanse Oostkust. Van Ivy League tot The Flower Pot Men, de samenstelling wisselde voortdurend. Zelfs Jon Lord en Nick Simper maakten enige tijd deel van The Pot uit. Omdat echt succes uitbleef na San Francisco ging ook platenmaatschappij Deram moeilijk doen en eigenlijk ging ieder zijns weegs.

Met enige verbazing vond ik dan ook enkele jaren geleden op YouTube The Peace Album/Past Imperfect. Een dubbelalbum dat in 2000 was uitgekomen. Ik dacht aan een reünieplaat. Het klonk ook een beetje 2000. Toch bleek het ouder materiaal uit ’67 en ’69 te zijn. Qua sound welbeschouwd hun tijd vooruit, al is het van alles wat. Het Flower Pot-doorgangshuis bleek tegen al die variatie niet bestand en waarschijnlijk brak dat ook Deram op. Artistieke diversiteit is leuk, maar het moet wel pegels opbrengen. De kortzichtigheid waar de langharigen toen tegen fulmineerden. Door de muzikale maalstroom viel de band verder uiteen, waarvan een deel het weer succesvolle White Plains oprichtte. De Pot opnames verdwenen naar een plank, totdat deze begin deze eeuw flink werden opgepoetst. Op These Heavy Times hoor je een voor eind sixties prima gitaarriff, gecombineerd met de prachtige vocalen van de ons bekende Flower Pot Men. Ik hoor ze graag, al doemt telkens als vanzelf het bloempotkapsel weer op. Het verplichte kappersbezoek; zware tijden.

Keuze Jeroen Mirck: The Zombies – A Rose For Emily (1968)

Eenzaamheid

Soms dringt muziek onverwacht je brein binnen. Je rekent er niet op, hoort de eerste tonen en raakt de melodie nooit meer kwijt, terwijl je eigenlijk bezig was met andere plannen. Dat overkwam me met A Rose For Emily, het kleine, breekbare liedje van The Zombies waarmee alle zeven afleveringen van de Amerikaanse podcast S-Town afsluiten. Ogenschijnlijk totaal niet op zijn plaats in dit mysterieuze verhaal, maar bij nader inzien een perfecte match.

S-Town geldt als een van de aanjagers van de wederopstanding van de podcast in 2017. De documentaire kluisterde miljoenen Amerikanen aan hun koptelefoons: een journalist reist af naar Woodstock, Alabama, om in gesprek te gaan met de eigenzinnige outsider John B. McLemore. Diens knauwende Amerikaanse accent en ordinaire taal lijken een complete mismatch met het fijnzinnige liedje van de oer-Britse band The Zombies, afkomstig van hun aanvankelijk onderschatte album Odessey And Oracle uit 1968. Niets is echter minder waar. Het door Colin Blunstone zo gevoelig gezongen A Rose For Emily is een eerbetoon aan een gelijknamig verhaal van de Amerikaanse schrijver William Faulkner, boegbeeld van de literaire stroming die wordt omschreven als Southern Gothic. Een genre dat ook fraai doorklinkt in S-Town.

Lied, verhaal en podcast gaan alle drie over een einzelgänger die niet goed is aangelijnd met de lokale samenleving. De Emily uit het liedje van The Zombies is vooral eenzaam. Ze heeft een prachtige tuin met rozen, die door romantische dorpsgenoten massaal worden geplukt voor hun geliefden. Zelf blijft ze echter eenzaam achter, zonder iemand die haar ook eens een roos geeft als blijk van liefde. Sterker nog: zelfs op haar begrafenis legt niemand een bloem op haar kist.

Dit verhaal levert een prachtige melancholieke pianoballad op. Indringende toetsaanslagen worden gelardeerd met hemelse samenzang. Een kleine diamant van verdriet. En dan te bedenken dat het korte verhaal van Faulkner uiteindelijk een heel andere kant op gaat: na haar dood blijkt de oude spinster Emily al jaren een lijk te hebben verborgen in haar huis. Een lijk dat ze beschouwde als haar geliefde. Het maakt haar eenzaamheid alleen maar tragischer.

The Zombies benoemen die tragiek niet, maar hij klinkt wel door in hun emotionele miniatuurtje. Een tragiek die ook onder de oppervlakte sluimert in S-Town. Daarom is de match zo perfect. Maar los daarvan kun je ook geïsoleerd genieten van deze introverte Zombies-klassieker. Emily, can’t you see there’s nothing you can do? There’s loving everywhere, but none for you.

Keuze Joop Broekman: The Damned – New Rose (1976)

Gáán als de brandweer

Dave Vanian was bijna geen zanger van The Damned geworden. Tijdens de audities kwam de persoon vóór hem niet opdagen. Die dook trouwens later bij een andere band op. Als bassist bij de Sex Pistols. Sid Vicious, ja. The Damned schreef vooral in het begin makkelijke teksten die bij hun snelle riffs pasten. En in een tijd dat Engeland er ook op muziekgebied bijna terminaal aan toe was, kwam het frisse en nieuwe geluid van de punkrock als geroepen. Debuutplaat Damned Damned Damned werd in slechts twee dagen opgenomen. De rauwe energie is goed vastgelegd. Een fractie van wat er op het podium gebeurde, want live ging het nog een paar tandjes sneller. Om uiteindelijk in totale chaos te eindigen.

Dus New Rose gaat niet over liefde en heeft nog minder met bloemen te maken. Toch is er wat hoorbare opwinding over het ontstaan van iets nieuws, de vroege punkscene. Een nieuwe tijdperk, waar veel jongeren op zaten te wachten.

I got a feeling inside of me
It’s kinda strange like a stormy sea

De zang en de tekst volgen de gitaren. En dat is de kracht van dit nummer, officieel de eerste punkrock-single in Engeland. In 1993 is het nogal eerbiedig gecovered door Guns N’ Roses op The Spaghetti Incident?, een van de meest ondergewaardeerde rockalbums uit de jaren ’90.

Keuze Marco Groen: Fatal Flowers – Younger Days (1986)

Who is Johnny?

Er zijn van die dingen die voor vrijwel iedereen volkomen vanzelfsprekend zijn, maar waar anderen pas op latere leeftijd achter komen. Zo ontdekte ik pas vrij recent dat de uitstulping aan de onderkant van een wijnfles de ‘ziel’ genoemd wordt, dat een kruising tussen een geit en een schaap daadwerkelijk een ‘gaap’ heet en dat het benzineklepje van je auto aan dezelfde kant als het bijbehorende icoontje op het dashboard zit. Maar daar valt mee te leven. Het is echter ronduit beschamend dat ik pas op zeer bovengemiddelde leeftijd de moeite heb genomen om naar de Fatal Flowers te gaan luisteren. We gaan naar een concert van de Fatal Flowers in Alkmaar en jij gaat mee, was zo ongeveer de boodschap van mijn vrienden in de zomer van 2019. Een verloren gegaan tijdperk toen er nog wel eens een concertje gepikt werd. Het werd mijn eerste aanraking met een – zo ontdekte ik later – legendarische band. Johnny D was terug, maar ik had geen idee wat daar mee bedoeld werd.

Een onderzoekje van ruim vijf minuten leerde mij dat de band in de jaren ’80 drie epische albums op de muziekkaart heeft gezet, waarvan op Younger Days een voor mij enigszins bekend klinkend nummer stond. Niet geheel toevallig draagt dit nummer dezelfde titel als het album, waarmee het dus de titelsong is, aldus Captain Obvious. Het kwam uit in 1986 en voor de toen 16-jarige schrijver dezes was het blijkbaar niet interessant genoeg om naar de platenzaak te fietsen om daar met een koptelefoon op het hoofd de rest van het album te gaan luisteren. Het ging om een Nederlandse band en daar zat ‘m waarschijnlijk de angel: dat kon niets zijn, zo was destijds mijn vooroordeel. Sinds gisteren weet ik dat dit een wijdverspreid probleem was voor de Fatal Flowers in die tijd. Het was niet ongebruikelijk dat het publiek (of een deel daarvan) met de rug naar de band stond tijdens een concert. Alleen Engelse en Amerikaanse muziekgezelschappen konden rekenen op de onverdeelde aandacht van het snobistische Nederlandse publiek. Dit gegeven slaat natuurlijk als een tang op een varken en is in het geval van de Fatal Flowers ook nog eens een voorbeeld van ongekend onrecht. Juist zij bewijzen dat ons landje prima in staat is om een band af te leveren die een hoge kwaliteit haalt. Dat deden ze in de jaren ’80 (weet ik nu), maar ook in een provinciestadje in 2019: het optreden was van een zeldzaam hoog niveau. Johnny had wel wat eerder terug kunnen komen.

Voor de doorgewinterde Fatal Flowers-fans zal het ongetwijfeld vloeken in de kerk zijn dat ik een poging doe om juist Younger Days even in het zonnetje te zetten, maar voor mij was dit nummer dé trigger naar al het andere dat ze gemaakt hebben. Wellicht gaat hetzelfde op voor andere oningewijden. De tekst van het nummer gaat over gebeurtenissen uit de jeugdtijd van een bandlid. Een tijd waar hij naar terugverlangt. Soms heb ik hetzelfde. Een fout die ik dan niet meer zal maken is het negeren van het bestaan van een goede band van eigen bodem.

Keuze Alex van der Heiden: dEUS – Roses (1996)

Liefdesverdriet

Bloemen en planten, ik ben er zelfs in opgeleid en nog steeds dagelijks mee bezig. In mijn geval gaat dat vooral over de insecten die op de bloemen en planten leven en die wij dagelijks bestrijden met rovende insecten, mijten of andere biologische oplossingen. Een fascinerende bezigheid op de achtergrond van de prachtige bloemen en planten waar soms nog mooiere muziek over is geschreven. Er is tussen al deze bloemen en planten één soort die bovenaan alle muzieklijstjes staat en dat is uiteraard de roos.

Ook mijn liedje gaat over rozen en wel over Roses van dEUS. dEUS is een band waar al heel veel over is geschreven op deze website en ik zal meteen bekennen dat ik helemaal geen materiaal van deze band heb. Ik ben wel in bezit van covers door bijvoorbeeld Die Anarchistische Abendunderhaltung, maar van dEUS zelf nul. Geen dEUS-snob dus, maar ik heb ze wel een aantal keer live gezien en dat was altijd goed. Net zoals ik ook geen albums van De Staat bezit, bestel ik blind een volgende ticket voor een clubtour…. Ook altijd goed.

In tegenstelling tot veel collegabloggers hier ken ik dus niet zoveel van dEUS. Uiteraard wel Suds And Soda en zo ook Roses. Een lied dat net zoals Ik Geef Je Een Roosje Mijn Roosje van Conny Vandenbos ook over Roos en rozen gaat. Al is Roos in dit lied misschien niet zo liefdevol voor de hoofdpersoon als de andere Roosje. Het gaat over liefdesverdriet en alles wat nog rest is een bedankje van Roos voor de rozen, voor de rozen, voor de rozen.

Keuze Tricky Dicky: Clan Of Xymox – Jasmine And Rose (1999)

Al 35 jaar een topper

Wereldberoemd, maar niet in Nederland. Het overkwam het Amsterdamse Clan Of Xymox. Opgericht in 1981 kwam er twee jaar later een mini-elpee uit dat hen een Engelse toernee opleverde als opener voor Dead Can Dance én een platencontract bij het Engelse 4AD-label. In 1985 zag het  debuutalbum uit met het iconische A Day het levenslicht. Album nummer drie en vier werden als Xymox bij het Wing Records uitgebracht en leverde hen een cultstatus in de V.S. op. In de daaropvolgende jaren had de band Engeland en later Duitsland als thuisbasis. In 1997 veranderden ze de naam weer naar Clan Of Xymox. Ze zijn min of meer de grondleggers van Darkwave en vergelijkbaar met tijdgenoten Sisters Of Mercy.

Diverse popmagazines stellen dat een lijst van de tien beste Gothrock/Darkwave albums ooit onder andere moet bestaan uit Tender Prey (Nick Cave), Floodland (Sisters Of Mercy), Closer (Joy Division), Pornography (The Cure) en het debuut album van Clan Of Xymox. Een mooi rijtje dus. Niet dat ze sindsdien stilgezeten hebben, want gemiddeld elke twee-drie jaar komt er een nieuw album uit; de jongste vorig jaar.

In 1999 komt hun donkerste album (Creatures) uit; een fusie tussen elektronica en gitaren. Sommigen stellen dat het de opvolger van hun debuut zou zijn, maar dan hebben ze wat gemist. Op dit album staat ook de clubklassieker Jasmine And Rose.

Keuze Marcel Klein: The Flower Kings – Astral Dog (1999)

Geniale gitaar

De Zweedse band The Flower Kings is een band rondom bandleider Roine Stolt (ook bekend van Transatlantic). En laat ik maar gelijk met de deur in huis vallen: ik ben geen fan. Jawel, ik hou van progressieve rock en dat maken deze heren en al sinds eind negentiger jaren brengen ze regelmatig albums uit, waarbij heer Stolt een vast lid is, maar de rest nog wel eens vervangen wordt.

Ook in de progressieve rock traditie zijn dit regelmatig dubbelalbums, waarbij het ook nog gezegd moet worden dat Roine Stolt niet echt gezegend is met een uitstekende stem. Leg daarbij ook nog eens meer dat de nummers vaak zo uitgesponnen lang zijn, dat het gewoon een beetje gaat vervelen en dit stukje begint te lijken op het voorkomen dat de lezer ooit iets van de band gaat luisteren.

Ja, en dat zou dan toch weer jammer zijn, want Roine Stolt kan een ding wel erg goed: gitaar spelen. De meest hemelse gitaarsoli weet deze man uit zijn gitaren te halen. En dat is de reden dat ik toch een aantal albums van deze band in mijn bezit heb. En af en toe nog eens een nummer draai ook. Maar eerlijk is eerlijk, je moet ze een beetje uitzoeken die nummers.

Het voordeel van dit blog is dan natuurlijk dat ik er nu een kan uitzoeken en dat kan ik dan het best onderstrepen met een instrumentaal nummer: Astral Dog. In 1999 verschijnt het album Flower Power: twee CD’s, waarvan de eerste CD geheel in het teken van één nummer staat. Op de tweede schijf staan volgens progpuristen fillers en overbodige nummers, maar laat nu juist in mijn optiek op dat schijfje in mijn optiek de beste nummers staan waaronder dus Astral Dog.

En dat verveelt geen minuut, terwijl ik eerlijk gezegd niet eens dol ben op instrumentale muziek. Maar dit nummer laat zien waarom Roine Stolt zo goed is. Ruim negen minuten lang speelt hij hier de boventoon. Een psychdelisch meesterwerkje waarop de muziek niet typisch Flower Kings is, niet wordt ontsiert door allerlei tempowisselingen en matige zang. Gewoon een track waarop het vakmanschap centraal staat. Genieten dus van deze vreemde bloemen.

Keuze Jan-Dick den Das: Ryan Adams & The Cardinals – Magnolia Mountain (2005)

Zaadjes

Het kiezen van een liedje is nog niet eens zo heel gemakkelijk als het om een battle gaat. Heb je een een keuze gemaakt is het desbetreffende nummer al een keer onderwerp geweest in een blog. En dat betekent dat je op zoek moet naar een ander nummer en in dit geval pakte dat totaal niet verkeerd uit. Als groot fan van Ryan Adams kwam ik uit bij Magnolia Mountains van het album Cold Roses, bloemen genoeg zou ik zeggen.

Het nummer Magnolia Mountains is echt zo’n typisch Ryan Adams nummer. Alt Country van de betere soort. Heer Adams is zeker niet alleen verantwoordelijk voor dat het zo goed is, ook op dit album werd hij bijgestaan door zijn beste begeleidingsband die hij heeft gehad: The Cardinals. De samenzang, elkaar de ruimte geven zodat iedereen zijn talent ten volle kon benutten en etaleren waren wat jij betreft unieke kenmerken van deze samenwerking.

Ik ga me niet wagen waar het nummer over gaat, dat mag iedereen voor zichzelf uitmaken. Het is qua tekst wel weer een voorbeeld van wat Adams in huis heeft. Welke betekenis je er ook wilt geven zijn teksten zijn vaak beeldend, zijn verhaal laat zich lezen als een film die zich in je hoofd afspeelt.

I want to be the bluebird singin’
Singin’ to the roses in her yard
The roses in her yard her father grew for her
It’s been raining like Tennessee honey
So long I got too heavy to fly
Ain’t no bluebird ever gets too heavy to sing

Ik noemde ze net al heel even: The Cardinals. In mijn ogen en oren de beste begeleidingsband waar Ryan Adams mee heeft gewerkt. Een van de kardinalen was Neal Casal. Ik zeg met nadruk was, want op 26 augustus 2019 maakt deze begenadigd en ondergewaardeerde muzikant en kunstenaar een einde aan zijn leven. De openingszinnen van Magnolia Mountain lijken nu wel voor hem geschreven te zijn.

I want to go to Magnolia Mountain
And lay my weary head down
Down on the rocks
Of the mountain my savior made

In ieder geval ga ik binnenkort een blogje aan hem wijden. Gewoon omdat het zo’n verdomd goede muzikant was en soms werkt het zo, dat je bij het schrijven van een blogje weer wordt geïnspireerd wordt voor de volgende. Om het bij het onderwerp het zaadje is al weer gezaaid voor de volgende oogst.

Keuze Remco Smith: Them Crooked Vultures – Spinning In Daffodils (2009)

Supergroep

Ach ja, de supergroep. Veelal leidt dat toch tot enig schouderophalen. Pleurt een stel grote sterren bij elkaar en er komt wel een muziekje uit, lijkt wel eens de gedachte. Maar als er geen chemie is, is een supergroep nooit meer dan de som der delen. Maar sommige supergroepen werken wel.

Eerst maar Josh Homme. Wat waren Rated R en Songs For The Deaf goed. Ongehoord goed. Feel Good Hit Of The Summer ervaar ik iedere keer wanneer ik die hoor weer als een fijne ram in mijn gezicht. Zo compromisloos en toch toegankelijk. Ik denk dat dat het knappe is van de beste QOTSA-liedjes: toegankelijk, ook voor niet-rockliefhebbers, en toch compromisloos. Maar Homme was zijn mojo een beetje kwijt na Song For The Deaf. Op de twee platen daarna stonden altijd nog wel een paar echt goede liedjes (Little Sister!) maar ook wel wat te veel fillers.

Dan Dave Grohl. Ik heb bar weinig met Foo Fighters. Op gitaar en met zang vind ik hem totaal oninteressant, maar op de drum. Dave Grohl achter de drumkit is een belevenis Ik heb hem gelukkig één keer op de drum gezien, op Rock Werchter met QOTSA in 2002. Animal van The Muppet Show. Zijn drumwerk gaf Songs For The Deaf een geweldige dynamiek. Tenslotte John Paul Jones. Mijn hart slaat bij de naam John Paul Jones niet een slagje over. Met Led Zeppelin heb ik dan ook niet echt veel.

En zo komen we bij Them Crooked Vultures uit. Het lijkt wel alsof de andere setting voor Homme luiken heeft geopend. Het is natuurlijk grotendeels een QOTSA-plaat. Niet alleen door het stemgeluid van Homme maar ook door de songstructuur, het bulldozergevoel dat QOTSA kan hebben. En het toegankelijke én compromisloze, maar met meer vrijheid. Liedjes van zes, zeven of nog meer minuten. Liedjes die live dan ook nog eens uitdijen tot een minuutje of tien. Them Crooked Vultures zet de drie mannen volledig in zijn kracht. Homme met zijn laconieke stem en zijn staccato gitaargeluid. Grohl weer als Animal. En een werkelijk weergaloze John Paul Jones op bas. Them Crooked Vultures dus. Over narcissen. Dompel je maar eens onder.

Keuze Alex van der Meer: Olivia Belli – Artemisia (2020)

Geen haast

Afgelopen november verscheen een bloemrijke EP met pianomuziek van Olivia Belli: Flowers We Are. Ik luister er vaak naar. Met name de track Artemisia van deze EP is een weldaad. Ik bloei ervan op als ik het hoor. Muziek hoeft voor mij niet altijd zo opgefokt, de dagen zijn lang en hectisch genoeg. Artemisia is precies wat ik soms nodig heb.

De Italiaanse Olivia Belli heeft twee passies: de muziek en de natuur. Met Flowers We Are heeft ze een ode gebracht aan diverse bloemen. Verwelking is iets wat ze niet graag ziet, dat maakt haar treurig, daarom heeft ze bloemen in composities omgezet. Zo leven ze langer. Onder andere heeft ze dus een stuk gecomponeerd over de artemisia. Het plantengeslacht artemisia bestaat uit opvallende planten, de familie bestaat onder andere uit de alsem, de bijvoet, de Romeinse alant. Stuk voor stuk ideaal voor de zonnige tuin. Het zijn geen allemansvriendjes, wellicht moet je er een beetje wennen voordat je de echte schoonheid ervan kunt zien.

De pianomuziek van Olivia Belli is in ieder geval altijd prachtig, een mooi medicijn tegen de gehaastheid. De druk van alledag valt weg bij beluistering van de zeer doeltreffende pianoklanken. Artemisia is een luisterliedje zonder gebondenheid aan tijd of plaats. Je zou het modern klassiek kunnen noemen als je het heel graag in een hokje zou willen stoppen. Voor mij is het niets anders dan heel erg mooi en luisterrijk.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.