Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Graham Nash-battle

Morgen is het de verjaardag van Graham Nash en mag hij 79 kaarsjes uitblazen. Hij is bekend geworden met The Hollies, maar steeg tot megaroem met Crosby, Stills, Nash & Young en hun optreden op Woodstock. Vorig jaar kwam er nog een single uit (Vote), mede doordat hij politiek geëngageerd is. Een gegeven dat in veel van zijn liedjes het onderwerp is.

Keuze Marco Groen: The Hollies/Crosby, Stills, Nash & Young – King Midas In Reverse (1967-1971)

De koning van Frygië

Iedereen kent ze wel: van die mensen die alles dat ze aanraken in goud veranderen. Op school haalden ze zonder enige zichtbare inspanning de hoogste cijfers, wanneer ze gaan hobby-schilderen dan ontpoppen ze zich als een ware Hollandse Meester en op een bepaald punt moeten ze een keuze maken uit een profcarrière als voetballer of tennisser. Graham Nash is bijvoorbeeld zo’n figuur, hoewel zijn backhand niet optimaal is. Het is een beetje het verhaal van een dubbeltje dat een kwartje wordt. Opgegroeid in bittere armoede in Salford, zichzelf gitaar leren spelen en omdat ze goed The Coasters  (Yakety yak) kunnen naspelen werden hij zijn bandmaatjes gekatapulteerd in de Britse Invasie. Het ging allemaal zo vanzelfsprekend zodat je er op een bepaald moment achter komt dat je lid bent van een succesvolle muziekgroep, namelijk The Hollies, een bandnaam waar wat discussie over is, maar het heeft in ieder geval niets te maken met een zekere elf uit de Artemis Fowl-reeks. Het nummer Bus Stop, het eerste échte succes, werd net als Look Through Any Window, nog geschreven door Graham Gouldman van 10cc, maar met Stop Stop Stop en Carrie Anne bewees Nash niet alleen een vaardig gitarist te zijn, maar ook over uitzonderlijke schrijverskwaliteiten te beschikken.

Deze kwaliteiten kwamen zelfs nog beter tot uiting na het gebruik van de nodige LSD, iets dat Nash had leren gebruiken met zijn soulmate: Mama Cass van The Mamas & The Papas. In die periode schreef hij bijvoorbeeld King Midas in Reverse. Een liedje over mensen die alles dat ze aanraken in stof veranderen. Het soort liedje dat op dat moment wel tot het oeuvre van The Hollies ging behoren,  maar toch eigenlijk ook wel weer geen typisch Holles-nummer was.

Hetzelfde had kunnen gebeuren met Marrakesh Expres en Teach Your Children, maar dat ging de andere bandleden een stap te ver. Aan de andere kant wilden waren de overige Hollies van zins een cover-album met liedjes van Bob Dylan op te nemen, wat Nash waarschijnlijk op zijn beurt als een muzikale ‘reverse’ beschouwde. Achteraf zou King Midas In Reverse het laatste nummer zijn dat Graham Nash voor The Hollies geschreven had. Gelukkig kwamen er andere gekende muzikanten op zijn pad. Na een jamsessie in de woonkamer van Joni Mitchel, de toenmalige vriendin van Nash, was de geboorte van Crosby, Stills & Nash een feit. De eerste single werd – het door The Hollies geweigerde – Marrakesh Express. Ook King Midas In Reverse bleek meer bij deze ‘superband’ te passen dan bij The Hollies. Het werd opgenomen in de setlist van de groep.

Vreemd genoeg bleken The Hollies na het vertrek van Nash in staat werk te schrijven dat het voorgaande mierzoete gedoe van de periode daarvoor overtrof. Zo verschenen Sorry, Suzanne, He Aint Heavy – He’s My Brother en hun beste werk: Long Cool Woman (In A Black Dress). Later kwam daar nog The Air That I Breathe bij. Met Graham Nash en Allan Clarke had de band achteraf twee koning Midassen op een gedeelde troon. Achteraf heeft het vertrek van Nash de muziekwereld meer dan de som der individuele delen gebracht, dan wanneer hij was gebleven.

Keuze Marcel Klein: Graham Nash – There’s Only One (1971)

Buitenbeentje

Eigenlijk had ik meer met Neil Young en Stephen Stills. Beide mannen maakten na het imploderen van Crosby, Stills, Nash & Young betere platen en scoorden ook wat beter in de hitlijsten. De laatste jaren echter heb ik juist ook Graham Nash veel meer leren waarderen.

Er zijn ook heel veel raakvlakken met andere muzikanten. Neem Judee Sill, Joni Mitchell, Rita Coolidge maar ook later bijvoorbeeld Jonathan Wilson. Voor het beste nummer van Graham Nash zelf moeten we wat mij betreft naar zijn eerste solo-album. Maar let op: ik heb wel een buitenbeentje gekozen.

Het is 1971. Het imploderen van CSNY is een feit, maar ook de relatie van Nash met Joni Mitchell is ten einde gekomen. Nash staat op een tweesprong. Vanuit The Hollies van Engeland naar Amerika gegaan voor CSNY en nu lijkt alles even tot stilstand te komen. Nash besluit te gaan schrijven en een aantal meer dan uitstekende nummers komen uit zijn pen. Allereerst schreef hij zijn liefdesverdriet van zich af (I Used To Be A King en Simple Man), maar ook voor zijn oud-collega Stephen Stills (wiens relatie met Judy Collins eindigde) schreef hij een nummer (Wounded Bird). Allemaal heerlijke nummers die mijn favoriete Nash nummers behoren.

De nummers kwamen zo snel, dat uiteindelijk Nash besloot tot een solo-album. Dit zou Songs For Beginners  worden. Een solo-album is het, maar Nash riep de hulp in van veel van zijn muzikale vrienden. Veel bekende namen werkten mee. Naast bovengenoemde nummers, schreef Nash ook nog een aantal politiek-gedreven nummers (bijvoorbeeld Military Madness en Chicago), maar mijn favoriet is There’s Only One.

En dat is met recht een buitenbeentje. Lees je op internet over dit album, dan wordt regelmatig dit als een minder nummer beschouwd van Nash, maar daar denk ik toch anders over. Wellicht geen mooi achtergrondverhaal over liefdesverdriet, politiek of steun aan oud-collega’s, maar voor mij is dit het prijsnummer van het album en het beste solo nummer van Graham Nash.

When we’ve all begun
To see the world we’re on
Don’t you see there’s only one
Then we all begin
To see the skin we’re in
It’s just the same
There’s only one
There’s only one

Niet met de gitaar, maar met de piano (door Rita Coolidge) begint dit nummer. Het doet haast sacraal aan, wat ook nog versterkt wordt door de achtergrond zang. Tel daarbij de heerlijke saxofoon van Bobby Keys en dan ligt er een heerlijk nummer wat wellicht afwijkt van de rest van het album, maar tegelijkertijd prima bij het album past. Een positieve song, waarbij Nash zijn boodschap indringend brengt.

Keuze Martijn Vet: Graham Nash – Better Days (1971)

In april 2020, de zware eerste volledige intelligente-lockdownmaand, hield ik me met een paar goede vrienden op Facebook onledig met de 30 Day Song Challenge. ‘Opgave’ 18 luidde: een nummer uit je geboortejaar.

De liedjes die in 1971 in ons land het meest aansloegen, waren achtereenvolgens Manuela van Jacques Herb en Waarheen, Waarvoor van Mieke Telkamp en de Hi-Five. Ook Peter Maffay, Middle Of The Road en Vader Abraham met Mieke sierden de single-Top-10 van dit bijzondere jaar. Je weet hoe dat gaat bij zo veel keuzestress: een combinatie van FOMO en besluiteloosheid zorgt ervoor dat je uiteindelijk niet één van de voor de hand liggende opties kiest.

Wat een toeval dat de Italiaanse auteur Sandro Veronesi in zijn mooie nieuwste boek De Kolibrie een aantal keren het album Songs For Beginners van Graham Nash noemt, ook uit mijn geboortejaar. Hoe briljant is het dat je dankzij Spotify je literatuur direct van de passende soundtrack kunt voorzien. Kortom, koop dat boek via je lokale boekhandel en luister naar die plaat, waar naast dit troostlied ook de bekendere nummers Chicago en Military Madness op staan.

Keuze Alex van der Meer: Graham Nash & David Crosby – Immigration Man (1972)

De wereld is niet bepaald zonder grenzen, al kun je dat vanuit de ruimte niet zien

Na het eclatante succes van het album Déjà Vu – van Crosby, Stills, Nash & Young – en de daaropvolgende solo-albums, Songs For Beginners van Graham Nash en If I Could Only Remember My Name van David Crosby, besloten de laatstgenoemden samen een tour te doen. Het smaakte naar meer: Crosby en Nash gingen vervolgens de studio in om samen verder te genieten van het uitzicht van deze creatieve piek. Het eerste duo-album – met de naam Graham Nash David Crosby – kwam uit in 1972. Eén van de hoogtepunten van dat album is het nummer Immigration Man, geschreven door Graham Nash.

Persoonlijk vind ik het erg knap hoe Nash schijnbaar eenvoudige liedjes weet te schrijven die desondanks heel lang weten te gedijen. Immigration Man van het Crosby en Nash duo-album is zo’n ijzersterk voorbeeld; een standvastige mid-tempo rocker, met wederom een refrein dat direct je oren weet te gijzelen. Buiten dat hoor je hier zeker ook wat frustratie en een roep om rechtvaardigheid. De song is soms wat giftig. Dit heeft een oorzaak.

De – toen nog – Engelsman Graham Nash was een keer behoorlijk geïrriteerd vanwege de houding van een Amerikaanse douanier. Er was veel gedoe rondom benodigde documenten en Nash kreeg niet bepaald een vriendelijke behandeling toen hij een keer probeerde de V.S. binnen te komen. De overlevering heeft het echter niet expliciet over eventueel grensoverschrijdend gedrag. Dus die woordgrap kan ik hier jammer genoeg niet maken.

Here I am with my immigration form
It’s big enough to keep me warm

Pas toen hij werd herkend door omstanders die om een handtekening kwamen vragen leek het proces allemaal wat soepeler te verlopen. Ondanks dat bleef het een vervelende ervaring. Wellicht was er ook sprake van een diepere laag frustratie, want waarom moeten er überhaupt grenzen zijn. De wereld is niet bepaald zonder grenzen, terwijl je dat vanuit de ruimte niet kunt zien. Hoe dan ook, de immigratie irritatie bracht gelukkig dan weer genoeg inspiratie voor een top traktatie, een nummer waar je uiteindelijk nu nog grenzeloos van kunt genieten.

Keuze Hans Dautzenberg: Graham Nash – Cathedral (1977)

Epische kracht

Stel dat jouw band na een reeks Top tien hits opeens niet verder komt dan de Top 30. Dan moet je wat. Er wordt een vergadering belegd. De band neemt wat biertjes, terwijl jij nog maar eens een joint opsteekt. Het is even stil. Maar dan komt iemand komt op het idee om het helemaal om te gooien. Laten we een album maken met liedjes van Bob Dylan! En vóór dat je nog kunt zeggen: Ik heb nog een aardig hippieliedje. Het gaat over de Marrakesh expre…. zijn de andere bandleden al overstag. Ja, goed idee! Dylan, dat doet het goed op de Amerikaanse markt.

Een half jaar eerder, februari 1968, The Hollies treden op in de Whiskey a Go Go in West Hollywood. In de zaal wemelt het van de muzikanten: leden van Buffalo Springfield, The Byrds, The Mamas & The Papas  en The Beach Boys. Na afloop trekt Graham Nash op met David Crosby en Stephen Stills naar het hotel voor een afzakkertje. En zoals dat gaat met muzikanten: ze zingen wat liedjes. En in welke staat van bewustzijn ze op dat moment ook waren, de heren zijn helder genoeg om het hemelse stemgeluid dat ze samen produceren op te merken.

Met de hemelse ervaring in zijn achterhoofd is de keuze voor Graham Nash om uit The Hollies te stappen niet zo moeilijk. En dat is ook het verhaal dat hij keer op keer vertelt. Het is een mooi idealistisch muzikaal argument. Waarom zou je ook zeggen dat je die bierzuipende Mancunians in smokey Northwest England liever verruilt voor wietrokende hippies (plus Joni Mitchell) in sunny Southern California? De stap van Nash stond natuurlijk al een tijdje in de sterren. In 1968 was die dag die hij wist dat zou komen en toog hij naar het westen.

Van weinig groepen is het ontstaan en de geschiedenis zo uitgemeten als van Crosby, Stills & Nash (& Young). Het ís ook een boeiende geschiedenis. Een heftige biografie van muzikale talenten met grote ego’s die elkaar aantrekken en afstoten als een bak magnetische kikkers en tegelijk de beschrijving van een uniek muzikaal ecosysteem – Westcoast – dat zich ontwikkelde uit de tijdgeest en vervolgens de tijdgeest bepaalde. In dat opzicht loopt de verdere geschiedenis van N(ash), in de wisselende combinaties met C, CS en CSY ook in de pas met de tijdgeest. Van samen zingen in een huis Laurel Canyon tot een mega stadiontournee in 1974, door het blad Rolling Stone betiteld als ‘The Doom Tour’.

Te midden van zijn Amerikaanse en Canadese CSNY collega’s, maakt de Brit Nash op mij altijd een bescheiden indruk. Hij oogt als iemand die zichzelf niet zo nodig op de voorgrond hoeft te zetten. Hij komt over als een denker, als iemand die verbondenheid zoekt met mensen en met de aarde. Teach Your Children, maar ook liedjes als Chicago, Military Madness en Immigration Man tekenen zijn maatschappelijke betrokkenheid. Zijn betrokkenheid bij Musicians United for Safe Energy (MUSE) eind jaren 1970  past daarbij. In 1979, het jaar dat in zich op Three Mile Island een ernstig ongeluk voordeed met een kernreactor en het jaar waarin de kernrampfilm The China Syndrome werd uitgebracht, hadden de MUSE oprichters Bonnie Raitt, Graham Nash en Jackson Browne weinig moeite om een groepje collega’s te vinden voor een concertreeks met het doel het bewustzijn rond de gevaren van kernenergie en kernwapens te vergroten. Onder de titel No Nukes werd een reeks concerten gegeven in New York. De opnames hiervan werden uitgebracht op een triple album en er werd een bioscoopfilm van gemaakt. Naast de initiatiefnemers, deden onder meer The Doobie Brothers, Crosby, Stills, James Taylor, Gil-Scot Heron en Tom Petty mee.

Meest opvallende aanwezige was echter Bruce Springsteen. Het album No Nukes was zelfs het eerste album waarop officieel live opnames van Bruce Springsteen & The E Street Band werden uitgebracht. Aangezien Springsteen bij mij en mijn toenmalige klasgenoten zeer hoog stond aangeschreven, was het een kwestie van tijd voordat ik het triple album ook in handen had. Geleend om te tapen. Van de zes plaatkanten zijn altijd twee nummers mij het meest bijgebleven. Niet de nummers van Springsteen, maar voor mij nieuwe ontdekkingen: Lotta Love, door Nicolette Larson (overigens geschreven door Neil Young) en Cathedral, door Graham Nash.

Cathedral opent heel toepasselijk met een orgelsolo van het kerkelijke soort om over te gaan op stemmige piano akkoorden. Nash schetst dromerig een ochtendsituatie die uitmondt in I’m flying in  Winchester Cathedral. Het lijkt een fijne droom, maar de sfeer slaat plots om. De muziek versnelt, zwelt aan. De ik-figuur zit opgesloten. Gevangen in de kerk van Christus: Too many people have died in the name of Christ, That I can’t believe at all. Volgens sommigen stelt Nash in dit lied de desillusie van het Christelijk geloof aan de kaak, Nash zelf heeft verteld dat het nummer de weergave is van over een (slechte?) LSD trip op een ochtend dat hij in een gehuurde Rolls Royce convertible met chauffeur – het blijft wel rock’n’roll tenslotte – Stonehenge en Winchester Cathedral bezocht.

Het origineel verscheen op het album CSN (1977) dat overigens pas het derde studioalbum van Crosby, Stills & Nash was. Die versie heeft zijn eigen ingetogen kwaliteit, maar mist toch de epische kracht van de live versie, zoals die op No Nukes te vinden is. Gaat heen en luistert.

Keuze Tricky Dicky: Crosby, Stills & Nash – Unequal Love (1994)

Hoogte- en dieptepunten

Het kan natuurlijk binnen dit bloggers-collectief gebeuren dat twee muziekidioten onafhankelijk van elkaar hetzelfde lied als onderwerp kiezen. Ik had een leuk verhaal over King Midas In Reverse geschreven, omdat dit lied de opmaat naar de breuk tussen Nash en The Hollies was. Nee hoor, daar kwam de grasmaaier en hop….terug naar de tekentafel. Zijn allerbeste album Songs For Beginners werd ook al (twee keer) gekaapt. Over andere persoonlijke favorieten zoals Southern Cross en Wooden Ships was al geschreven. Over Déja Vu hoef ik het niet te hebben, want wie heeft dit album niét in de kast staan? Nauwelijks ondergewaardeerd.

Maar laten we eerlijk zijn: de solo-artiest Graham Nash kende zijn muzikale hoogtepunten in de jaren zestig en zeventig. Zijn albums in de daaropvolgende decennia zijn nauwelijks interessant. Telkens blijkt toch dat de heren Crosby, Stills en Nash elkaar nodig hebben om tot nieuwe hoogtepunten te komen, al dan niet aangevuld met Neil Young. En toch soms ook niet, want American Dream (1988) is gewoon heel matig maar bijna een muzikaal hoogtepunt uit die jaren in vergelijk met het onwaarschijnlijk slechte Live It Up. Waarschijnlijk omdat de heren zich lieten meezuigen in de jaren ’80-sound; een geluid van weinig finesse en teveel synthesizers. Zelfs de soloalbums van Neil Young behoren tot de allerzwakste uit zijn omvangrijke oeuvre.

Pas in het daaropvolgende decennium herpakken ze zich: Young komt met onder andere Ragged Glory en Harvest Moon. Crosby start CPR met zijn zoon, en samen met Stills en Nash maakt hij After The Storm met het schitterende Unequal Love. Vijf jaar later zou Young zich weer aansluiten voor het uitstekende maar zwaar onderschatte album Looking Forward. Natuurlijk, alles verbleekt bij Déja Vu, maar ga er toch maar even voor zitten. Het zal je niet teleurstellen.

 

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.