Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


75 Jaar Vrijheid

Vandaag is het 75 jaar geleden dat we officieel van de Duitse bezetting bevrijd werden. Een dag om bij stil te staan. Verreweg het grootste deel van de bevolking heeft de verschrikkingen van de oorlog niet als een herinnering, maar slechts uit schoolboeken of van de televisie.

Wat betekent deze dag? We vroegen de bloggers om aan de hand van een liedje het gevoel te beschrijven.

Keuze Peter van Cappelle: Nina Simone – I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free (1967)

Actueel met een andere lading

Het is de misschien wel de meest bizarre 4 en 5 mei sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog. 75 jaar later zitten we in een grote gezondheidscrisis waardoor we beperkt zijn in onze vrijheid. Natuurlijk om het doel te bereiken dat we hier met z’n allen sterker er weer uit komen. Want hopelijk komt er weer een tijd dat we weer in vrijheid naar concerten, musea, bioscopen of nog belangrijker, naar vrienden en familie kunnen gaan.

Ik moest hierdoor aan het nummer I Wish I Knew How It Would Feel To Be Free denken. Het bekendste in de coverversie van Nina Simone uit 1967, en in 2001 nog een redelijke hit geweest voor Lighthouse Family. Maar in 1963 werd het geschreven door jazzpianist Bill Taylor en Dick Dallas. Het nummer werd in de jaren ’60 min of meer geadopteerd door de Civil Rights Movement in de Verenigde Staten. Het sloot naadloos aan bij de boodschap van dominee Martin Luther King.

Anno 2020 valt er een hele andere invulling te geven aan de tekst. Al zijn wij gelukkig al 75 jaar niet meer in oorlog, en dat is hoe dan ook een bijzondere reden om bij stil te staan. Ook al is onze beweegvrijheid momenteel beperkt. Maar de geschiedenis leert ons ook dat er altijd weer betere tijden komen.

Well I wish I could be
Like a bird in the sky
How sweet it would be
If I found I could fly
Oh I’d soar to the sun
And look down at the sea

Keuze Jeroen Mirck: Armand – Vrijheid (1973)

Keuzestress

Laat ik het maar eerlijk zeggen: ik liep vast bij deze battle-die-geen-battle-mag-heten. Muziek over oorlog en bevrijding, muziek die iets speciaals voor me betekent op 4 en 5 mei. Er zijn ontzettend veel mooie liedjes over dit universele thema. Free  van Prince, The Unknown Soldier van The Doors, Power To The People van John Lennon, War On War van Wilco, Fight van The Tragically Hip of Freedom Train, de bonus-jam die aan Lenny Kravitz’ klassieker Let Love Rule is vastgeplakt.

Ook heb ik aan lekker militante muziek zitten denken: het anti-militarisme van Rage Against The Machine, Fight The Power van Public Enemy (al gaat dat eigenlijk over racisme in de V.S.) en Nazi Punks Fuck Off’ van Dead Kennedys. Nee, dat was het allemaal niet. En zoeken op termen als ‘war’, ‘fight’ of ‘freedom’ is al helemaal kansloos in Spotify, want dan blijkt iedereen en je moeder over die thema’s een liedje te hebben gemaakt.

Goed, dan gewoon eens het Nederlandse woord ‘vrijheid’ intoetsen. En verdomd: daar duiken twee perfecte namen op. Nee, niet Jan Smit, Ben Cramer of Henk Wijngaard (die allen een liedje over vrijheid op hun repertoire hebben). Ik kom uit bij twee prachtige uitersten: Herman van Veen en überhippie Armand. Allebei hebben ze een liedje dat Vrijheid heet en allebei kende ik het niet totdat ik ernaar zocht. Twee pacifisten, maar Van Veen als rationele beschouwer (De Bom Valt Nooit) en Armand als radicale activist (Liever Een Rus In de Keuken Dan een Raket In De Tuin). Zo verschillend klinken beide liedjes ook.

Van Veen maakt er een heerlijk taalspel van: vrijheid kent geen enkel misdrijf, zoekt geen ruzie, slaat geen wond. Pleegt geen echtbreuk, zet geen val, is nooit schuldig aan bedrog. Prachtig, maar ook heel vrijblijvend. Daarom kies ik voor Armand, die trouwens wel vaker liedjes maakte over oorlog, zoals Je Broer Wordt Ook Soldaat. Niet dat zijn teksten zo verfijnd en genuanceerd zijn, maar het is zijn onbehouwen en rechtlijnige idealisme dat charmeert. Zo ook in Vrijheid. Wat begint met een aanklacht tegen het grootkapitaal, eindigt met een ode aan de vrije vogel. Geschreven in de megafoontaal die we van Armand gewend zijn:

Geef elkaar de vrijheid en je zult beseffen
Er is geen enkel ander woord voor geluk
Ga erop uit, misschien dat we elkaar eens treffen
Gooi af dat eeuwig bezitsvormende juk

Keuze Danny den Boef: Paul McCartney – Mull Of Kintyre (1977)

Herinnering

Het is weer 4 mei. Een belangrijke dag, ook zeker nu in alle corona-gekte. Op deze dag herdenken we. Morgen, de 5de mei, vieren we onze vrijheid. Dat laatste spreekt misschien momenteel nog wel het meeste tot de verbeelding. Een festival of een concert bezoeken. Een terrasje pakken, uit eten gaan of eindeloos langs schitterende kunst slenteren in één van de prachtmusea die we in Nederland hebben. Het kan gewoon nu even niet. Ik mis het.

Nog meer dan ooit op 4 en 5 mei moet ik denken aan mijn opa’s en oma’s. Vrijwel allemaal hebben ze me ooit verteld dat vrijheid niet vanzelfsprekend is. Dat het pas iets is dat je mist als het niet meer zo vanzelfsprekend is. Ze maakten allemaal als kind de tweede wereldoorlog mee. Mijn opa (aan vaders kant) was een Rotterdammer en maakte als 10-jarige jongen het bombardement in mei 1940 mee. Mijn oma (aan moeders kant) woonde in Hilversum en beleefde het heel anders.

Met deze oma heb ik altijd de meest hechte band gehad. Vanaf mijn tweede tot en met mijn zestiende ging ik elke zomer een week in Amersfoort logeren. Tot mijn tiende bij opa en oma en na het overlijden van opa in 1996 nog vele jaren bij oma. In die periode hebben we met z’n tweeën veel van Nederland gezien. Met een driedaagse zomertoer van de NS op zak (oma had een rijbewijs maar durfde geen auto meer de rijden sinds de 80’s) waren de mogelijkheden haast onbegrensd, zo voelde het. Het hele jaar door verheugde ik me daar al op. Alles ploos ik uit. Musea die ik wilde zien. Steden waar ik graag heen wilde. Wat ik wilde eten, en waar. Alles kon. Zo zijn we letterlijk het hele land doorgegaan met z’n tweeën. Nu ik er af en toe nog eens over nadenk, was het best wel wat. Amersfoort-Maastricht per trein. Het is niet niks.

Ik was als kind al nieuwsgierig naar veel dingen. Geschiedenis, architectuur, kunst, steden, treinen en vliegtuigen, het zat er al in. Dankzij oma kreeg ik volop de ruimte die liefde te voeden. Die week elke zomer was van mij en ik mocht hem invullen zoals ik graag wilde. Een intens genot dat ik, zeker met terugwerkende kracht ieder kind op die leeftijd gun. Het is belangrijk geweest en heeft zeker bijgedragen aan mijn vorming tot wie ik nu ben. Daar ben ik haar nog altijd dankbaar voor.

Jaren later, in 2011, draaide de rollen zich om. Dit keer mocht oma vertellen waar ze graag heen wilde. Het werd Hilversum, haar geboortegrond. Ze wilde graag nog eens terug naar de plek waar ze geboren was, waar ze opgroeide en waar ze tussen haar 6de en 11de jaar de oorlog van dichtbij meemaakte. Op een mooie zaterdag in juli haalde ik haar en haar rollator op en reden we naar Hilversum. Ze had er zin in. Het uur in de auto was een grote waterval aan verhalen. Met haar handtas op schoot keek ze naar buiten. De wereld rond de A1, waar ze zo vaak samen met opa overheen had gereden, was zo enorm veranderd. Opa, die ze nog elke dag mistte. Hoe dichterbij we kwamen, hoe meer ze begon te praten. Hier liep ze altijd naar school. Hier zat haar oudere zus op school. Hier ging haar vader altijd op de fiets langs naar zijn werk. Hier was de voetbalclub.

Toen we haar oude straat in draaide, de Ericastraat in het ‘Bloemenkwartier’, zag ik haar zichtbaar genieten. Nog meer verhalen. Langzaam reden we de straat door. Nummer 64. Nog iets verder, daar was het. Nummer 52. Hier woonde een vriendinnetje van vroeger. Nummer 44. Door dit steegje durfde ze als kind nooit. Nummer 32. Daar woonde vroeger een enge, oude man. Nummer 28. Ericastraat 28. Het huis waar ze zo naar uit had gekeken om het weer te zien. Het huis waar ze op 10 april 1934 geboren was. Waar ze tot haar 17de had gewoond. Het deed haar wat. Ik vond het prachtig om te zien. De stroom verhalen bleef maar komen. Aan elke steen, om iedere hoek en achter elke voordeur leek een verhaal te kleven.

Ik parkeerde de auto, haalde de rollator uit de kofferbak en klapte hem uit. Ik gaf hem aan oma en we wandelde langzaam richting het huis. Oma liep voor me, in een redelijk tempo. De rubberen wielen van de rollator vonden klapperend hun weg over de kleine straatklinkers. Het viel me op dat Oma een oude vrouw was geworden. Op dat moment 77 jaar oud, een respectabele leeftijd, maar voor mij was oma altijd gewoon oma. De oma die met mij per trein actief en energiek elke uithoek van Nederland bezocht. Geen oude vrouw achter een rollator.

Oma bleef stil staan voor het huis. Midden op straat, met beide handen de rollator omklemmend. Ook ik stopte op een paar meter afstand. Ze keek naar het huis. Voor het eerst het afgelopen uur was ze stil. Ze bekeek het geheel aandachtig. Het huis was vervallen en de tuin was een wildgroei van onkruid en te grote planten. Er stond zelfs een volgroeide boom op de paar vierkante meter tot aan de stoep. De voordeur was kapot. Het was een vreselijk triest gezicht. Ik voelde me plaatsvervangend verdrietig. Na een minuut doorbrak oma de stilte. Hoe kan iemand een huis zo laten verwaarlozen?, sprak ze vragend. Ik wist het antwoord niet. Ze draaide zich om, liep naar de overkant van de straat en bekeek het huis nogmaals. Het trieste beeld bleef onveranderd in stand.

Terwijl we verder spraken, liepen we richting de Gijsbrecht van Amstelstraat en draaiden de hoek om. Weer zoveel herinneringen. Ze had er haar eerste baantje bij de Gruyter (21 gulden in de maand). Haar eerste eigen huis was hier zelfs geweest, iets verderop, boven de visboer. Het pand bestond nog. De woning ook. De visboer had inmiddels plaats gemaakt voor een hippe kledingwinkel. We liepen de sterk veranderde straat door. De wereld uit haar jeugd was veranderd, alleen niet in oma haar hoofd. Ik maakte er een korte film over.

Hier in deze straat maakte ze het meest intens de oorlog mee. De armoede. De lege winkels. De zoon van de groenteboer die van zijn fiets werd geschoten op D-Day. De Duitsers die er marcheerde. Het wanhopig zoeken naar haar vader Evert die werd weggevoerd naar Kamp Amersfoort ten behoeve van de werkverschaffing. Uren hebben ze staan wachten en kijken naar alle mannen die voorbij trokken. Een deken en een klein beetje eten hadden ze bij zich om hem mee te geven. Maar ze zagen hem niet meer die middag. Evert, mijn overgrootvader, belande in Kamp Amersfoort waar hij uiteindelijk wist te ontsnappen. De rest van de oorlog zat hij ondergedoken.

In deze straat zag ze ook één van de mooiste dingen die ze ooit in haar leven meemaakte. Begin mei trok hier op ‘de Gijsbrecht’ als eerste bevrijders een regiment Schotten binnen. Ze speelde allen op een doedelzak. Deze muur aan geluid trok onder luid gejoel en applaus de straten van de wijk door. Het was het eerste dat oma van de bevrijders zag. Het heeft een indruk achtergelaten op het destijds 11-jarige kind dat haar hele leven bij haar gebleven is. Bij het horen van doedelzakmuziek schoot ze vol. De bevrijding kwam in de vorm van doedelzakmuziek. Dat ontroert me. Nog steeds.

In 2013 gaf ik haar op haar verjaardag een boek waarin ze zelf aan de hand van allerlei vragen haar leven kon beschrijven met de titel ‘Oma vertel eens’. Het leek me een mooi aandenken voor als ze er op een dag niet meer zou zijn. In 2016, op 13 maart overleed ze na een korte maar zwaar verblijf in een verzorgingshuis.

Toen ik het boek tijdens het opruimen van haar woning vond, bleek het tot mijn grote verdriet verre van compleet. Ze heeft hem niet helemaal in kunnen vullen. Wel zaten er een hoop kladbriefjes in. Op één van deze briefjes vertelde ze over de oorlog en over haar jeugd in deze periode. Bij het openslaan van de laatste bladzijde stonden er vijf regels geschreven die me altijd bij zullen blijven.

Blijf altijd jezelf.
Heb respect voor ouderen.
Wees loyaal voor al je vrienden en vriendinnen.
Blijf altijd van Papa en Mama houden en respecteer ze.
Ik hoop dat je altijd blijft zoals je bent. Ik hou van je.
Liefs Oma.

Ik denk nog veel aan haar. Als ik buiten loop met mooi weer, als ik koffie drink op een terrasje, als ik gebak haal (maar wél bij de goede banketbakker), als ik asperges eet, met kerst, als ik in de trein zit. Momenten waarvan ze intens kon genieten. Ook denk ik altijd aan de Schotten met doedelzakken die Hilversum bevrijdde in mei 1945 als ik muziek hoor met een doedelzak. Het is een instrument dat bij mij een hoge irritatie factor heeft, zelf begeleid door held Paul McCartney. Toch denk ik bij de schelle klanken altijd aan oma. Ik mis haar nog steeds enorm, zelfs na 4 jaar. Toch zijn er zoveel fijne herinneringen die nooit verdwijnen. Ik koester ze met heel mijn hart.

Keuze Alex van der Meer: R.E.M. – Radio Free Europe (Original Hib-Tone Single) (1981)

Radio lied

Het album Eponymous van R.E.M. – uitgekomen in 1988 – is een compilatie. Er staan singles en alternatieve versies van tracks op uit de periode van 1981 tot en met 1987. In de jaren ‘80 heeft R.E.M. heel weinig steken laten vallen, elk nummer van dit album is dan ook een dikke tien. Het begint met het begin, met debuutsingle Radio Free Europe – de originele Hib-Tone single versie van 1981 – en het eindigt met It’s The End Of The World As We Know It (And I Feel Fine).

Omdat ik niet veel geld had voor CD’s zo eind jaren ‘80, begin jaren ‘90, was de aanschaf van Eponymous een uitstekende optie. Overbodig is dit album nooit geworden al ben ik later gewoon alle reguliere albums van R.E.M. aan gaan schaffen. Deze verzamelaar draai ik nog steeds heel erg graag. Blijkbaar ook hard. Toen ik nog bij mijn ouders thuis woonde liet ik mijn stem niet vaak horen, van mij had niemand last, maar het volume ging wel eens omhoog als ik lekker muziek aan het draaien was. Vaak kwam er van beneden dan wel eens verzoek het wat te dimmen. Bij Eponymous was het niet anders. Behalve dan die ene avond. Vanaf het begin van het album was ik al in een euforische stemming. Steeds werd de volumeknop beetje bij beetje verder opengedraaid. Over passie gesproken. Bij het laatste nummer ging ik los. It’s The End Of The World As We Know It moet zowat door de hele straat te horen zijn geweest. Ik had even schijt aan alles en voelde me tof. Pfoe, dat was even lekker zo luid. Tijd om wat te drinken, besloot ik. Mijn vader zat beneden stil voor de televisie, vertrok geen spier, en wist me droog te vertellen dat het inmiddels nu al acht uur was geweest. Dat dus de straat daadwerkelijk heeft mogen meegenieten van de muziek. Voor de rest was het namelijk overal muisstil geweest voor een paar minuten. Zoals we dat altijd doen op vier mei.

Herdenken is goed, ik ben het daarna natuurlijk nooit meer vergeten, maar ik schaam me niet voor het feit dat ik intens van muziek kan genieten. Dat de wereld om me heen even weg kan vallen. Wellicht is dat de ultieme vrijheid die muziek me heeft gegeven. Enorm dankbaar ben ik voor muzikaal talent en het feit dat muzikanten in staat zijn te spelen wat ze willen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog mocht je, bijvoorbeeld, alleen luisteren naar muziek die was aangemeld bij de Kultuurkamer en dus was goedgekeurd door de bezetter.

Terug naar het begin, het begin van R.E.M., de start van de euforie. Radio Free Europe is twee keer als single uitgebracht. De eerste versie is van de twee de favoriet van de band, en zeker ook van mij. Als debuutsingle is het nog steeds indrukwekkend, R.E.M. stond vanaf het prille begin al op eenzame hoogte. De gelijknamige heropname van het nummer voor het album Murmur twee jaar later is iets trager en heeft een paar kleine tekstuele aanpassingen.

Radio Free Europe gaat over een radiozender van de Amerikaanse overheid die vrijheid en democratie promoot in onder andere Azië, Rusland en Iran. De zender bestaat nog steeds, is nog steeds nodig, maar wanneer wordt er een grens overschreden? Wanneer wordt het verhaal van vrijheid en democratie misbruikt voor propaganda? Dat is de kwestie waar R.E.M. het al over had begin jaren ‘80 met Radio Free Europe, en de vraag die nu nog meer prangend is geworden. Wanneer vrijheid wordt misbruikt door leugens – zoals enkele machthebbers dat tegenwoordig doen – dan is een nieuwe Kultuurkamer niet ver weg. Dan is het het einde van wereld zoals we die kennen en koesteren, en wordt iedereen geraakt. Daar denk ik vaak aan tegenwoordig. Onze vrijheid is niet vanzelfsprekend. Voor onze vrijheid zijn mensen gestorven. Daar doe ik de muziek op vier mei graag twee minuten voor uit.

Keuze Marco Groen: Leningrad Cowboys – Katjusha (1992)

Verzet!

Het is 9 mei 1945. De nazi’s hebben zojuist een definitieve schop onder hun hol gehad en de Sovjet-Unie riep deze dag acuut uit tot de Dag der Overwinning. De bijdrage van van de voormalige socialistische heilstaat is substantieel te noemen. Met een geschat dodental van ongeveer 27 miljoen, waarvan ongeveer de helft burgers, zijn er weinig landen die meer hebben geleden onder deze grootschalige slachtpartij  dan de Sovjets. Bij benadering liet 14 procent van de bevolking het leven. De militaire bijdrage bleek doorslaggevend te zijn voor de overwinning op nazi-Duitsland. Tot op de dag van vandaag zien de Russen zichzelf dan ook als ‘winnaars’ van de Tweede Wereldoorlog. Iets dat ze jaarlijks vieren met eerdergenoemde Dag der Overwinning. Feest! En bij feest hoort muziek.

Eenieder die wel eens iets van Dostojevski, Tolstoj of desnoods Tsjechov heeft gelezen, komt er al snel achter dat de Russische ziel niet eenvoudig is. Neerslachtigheid is troef. Tijdens het vieren van de overwinning en het herinneren van het Russische offer zullen ze het dan ook niet snel in het hoofd halen om iets van Frans Bauer of Ramses Shaffy aan te zetten. Dan kiest men liever voor weemoed, nostalgie en andere ingewikkelde emoties. Dan kiest men voor Katjoesja/Katjusha. Een nummer dat ooit in opdracht van het Sovjet Comité voor Kunstzaken werd geschreven door Matvej Isaakovitsj Blanter, maar dat we natuurlijk voornamelijk kennen van het Alexandrov-koor; het muziek- en dansensemble van de Russische Strijdkrachten. En dan hebben we het met name over de versie die ze samen met de Leningrad Cowboys maakten.

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, komen de Leningrad Cowboys niet uit Leningrad (zo heette Sint Petersburg in mijn jeugd). De raar uitziende heren komen uit Finland, wat natuurlijk niet zo gek ver bij Sint Petersburg vandaag ligt. Het imaginaire verhaal (lees: film) van de heren is wel Russisch: als band geboren in een Siberisch dorp, die van de lokale platenbonzen het advies kregen om de Amerikanen maar te gaan vervelen met hun stompzinnige gejengel. De reis naar de V.S. gaat vanzelfsprekend over de toendra met tractors, waarbij een van de bandleden de pech heeft om dood te vriezen. Toch is dit geen beletsel voor hem om de reis doodleuk te vervolgen. De dorpsgek gaat ook mee, maar mag niet in de band spelen; hij heeft immers geen puntschoenen. In het beloofde land aangekomen krijgen ze zo ongeveer hetzelfde te horen als in hun thuisland. Weer niets. Dan maar Mexico. Daar komen ze niet verder dan een bruiloft, waar ook het inmiddels ontdooide bandlid weer meedoet. In het tweede deel van het verhaal ontpopt een van de bandleden zich als een incarnatie van Mozes en steelt de neus van het Vrijheidsbeeld. De rest van de band adviseert hij Sodom en Gomorra (New York) te verlaten en en passant wordt de band aangevuld met vijf leden van het Rode Leger. Kortom: een vrij normale bandgeschiedenis.

Een succesvolle geschiedenis, want uiteindelijk draaide deze half-waanzinnige filmografie uit op een aantal concerten die de planeet in shock achterliet Een daarvan was de Total Balalaika Show die op 12 juni 1993 plaatsvond in het eigen Helsinki. Samen met het Alexandrov-koor (Rode Leger) brachten ze zowel nieuwe als oude klassiekers ten gehore. Denk hierbij aan opgewaardeerde (?) versies van Sweet Home Alabama, Kalinka, Gimme All Your Lovin’, The Volga Boatmen (Ey ukhnem!), California Girls, Finlandia en uiteraard Katjoesja. Het spreekt voor zich dat ook hier een film van gemaakt is. Eentje die de moeite van het kijken waard is.

Katjoesja is de koosnaam van Jekatarina en gaat over een meisje dat haar vriendje, die in het leger zit, mist. Dat de schrijver uitgerekend deze naam koos, is wellicht niet geheel toevallig. Zoals gezegd schreef hij het nummer in opdracht van het politbureau en zou deze naamkeuze best nog wel eens een subtiele verwijzing kunnen zijn naar Jekaterinenburg. De stad waar Tsaar Nicholaas II en zijn familie in 1918 werden vermoord. De stad werd door de Sovjets later omgedoopt tot Sverdlovsk. Vernoemd naar de bolsjewistische commandant Sverdlov, die opdracht gaf tot de moordpartij. De naam Katjoesja zou zomaar een spitsvondig stukje verzet van Blanter geweest kunnen zijn. Na de val van het communistische experiment is de stad weer gewoon Jekaterinenburg gaan heten. Het -veronderstelde – gesofisticeerde stukje verzet werd blijkbaar niet opgemerkt door de ‘arbeidersraden’: men heeft dit nummer later ‘eer’ aangedaan door de Katjoesja-raket hiernaar te vernoemen.

Keuze Tricky Dicky: Itzhak Perlman – Theme From Schindler’s List (1994)

Tranendal

Vandaag is Nederland 75 jaar bevrijd, maar tot mijn verdriet moet ik de afgelopen decennia constateren dat er steeds meer idioten beweren dat de Holocaust en de 6 miljoen vermoorde medemensen een fabeltje is. In mijn ogen betekent het dat de scheidingslijn tussen de hedendaagse beschaving en een vervolg op de rassenmoord dan wel oorlog papierdun is. Het is van immens belang dat het niet vergeten wordt en dat de jonge(re) generaties beseffen wat er toen gebeurd is. Stuur alle scholieren verplicht naar een concentratiekamp om een idee te krijgen wat zich daar afspeelde. Ruik de ellende die zich er afgespeeld heeft, want de geur valt niet te omschrijven.

Ik heb geen hekel aan Duitsers (of hun bondgenoten in 1939-1945) persé, want net zoals in elk land heb je goede mensen en hufters. Maar ik kan niet begrijpen dat zoveel mensen klakkeloos die randdebiel met dat foute snorretje gevolgd hebben. Ich habe es nicht gewußt is het lamme excuus. Rot toch op met dat slappe gelul. Zeg gewoon dat je een schijtlijster was. Of wanneer je een gesprek hierover op gang wilt brengen was en is heel vaak het antwoord: Wir sollen nicht mehr über den Krieg reden; zu lange her. Helemaal niet, lul. Kijk om je heen. Zie de oplaaiende rassenhaat. Luister naar wat er gezegd wordt. Heb je wel eens foto’s van de gaskamers en van de uitgemergelde levende doden in de concentratiekampen gezien?

De stupide antwoorden en reacties werken voor mij als een rode lap op een stier. ik geef eerlijk toe dat er dan woede en haat boven komt drijven. Het heeft wellicht ook te maken dat mijn vader net op tijd kon vluchten toen de nazi’s voor de deur van zijn ouderlijk huis stonden. Hij zat namelijk in het verzet en regelde wapens. Ze konden nog net het bewijs wegmoffelen en mijn vader moest naar Engeland vluchtten. Vijf minuten eerder en ik was er niet geweest.

Rond deze tijd worden er diverse oorlogsfilms op de televisie getoond, maar de film die mij het meeste raakt is nog steeds Schindler’s List. Ongetwijfeld mede doordat de hele film is zwart-wit is opgenomen. Over een man die besluit zijn medemens van Joodse afkomst te helpen en te beschermen tegen de nazi’s. De ellende, de zinloze moorden, het sadisme en de openlijke haat van de Duitsers tegen de Joodse medemens maken het dat ik minimaal met een brok in de keel maar vaker huilend naar de film kijk. De door John Williams gecomponeerde muziek is schitterend en vervat alle emoties en het vioolspel van Itzhak Perlman is buitenaards.

Keuze Alex van der Heiden: Jerusalem – Berlin 38 (Next Year In Jerusalem) (1994)

Opdat we nooit vergeten

Heel kort iets over Jerusalem: het is een Zweedse gospelrockband die vooral in de jaren ’80 en ’90 furore maakte op christelijke festivals. Zij gingen gelijk op met bands als Petra en Stryper. De stijl van Jerusalem past muzikaal thuis in het lichte metal genre van bands als Bon Jovi en Def Leppard.

Op hun album Prophet staat één nummer dat muzikaal totaal anders is. Dit nummer Berlin 38 (Next Year In Jerusalem) heeft me altijd bijzonder geïntrigeerd. Het verhaal gaat over een jong Joods gezin in Berlijn 1938; ze hebben twee kinderen en ze worden opgepakt…. De rest laat zich raden; ze zullen elkaar weerzien in Jeruzalem, op enkele plaatsen in de bijbel staat (het nieuwe) Jeruzalem symbool voor het hiernamaals. Het verhaal is heel simpel verteld met een indringende falset muzikale ondersteuning, de rillingen lopen je over de rug. Alleen maar vanwege die (Joden)ster.

Ik sluit me aan bij de laatste woorden van het lied:

We must not forget, we can never forget
Because of the star, we must not forget

Keuze Mersad Rebronja: Hans Zimmer & Lisa Gerrard – Now We Are Free (2000)

Bezinning

Het thema vrijheid brengt voor ieder mens andere gedachten en gevoelens met zich mee. Ikzelf ben 28 jaren jong en maak bepaald geen onderdeel uit van de generatie Nederlanders die oorlog van dichtbij heeft gezien en gevoeld. Wel hoop ik dat ik deel uitmaak van een generatie Nederlanders die zich bewust is van het feit dat onze vanzelfsprekende vrijheid bijna niet zo vanzelfsprekend was, ware het niet voor de helden waarbij we voor eeuwig in het krijt staan. Thans, in 2020, spreken we over ongeveer 75 jaar geleden. Tegenwoordig is dat minder dan een gemiddeld mensenleven. Het moment dat de strijd voor vanzelfsprekende vrijheid op het scherpst van de snede stond, is dus minder dan één mensenleven geleden.

Welk nummer verbind je aan het thema vrijheid? Ik heb gekozen voor een nummer waarvan de titel vanzelfsprekend is: Now We Are Free, van de Duitse filmmuziek componist en producer Hans Zimmer en de Australische muzikante, zangeres en componiste Lisa Gerrard. Het is echter niet alleen vanwege de vanzelfsprekende titel dat ik dit wonderschone nummer heb uitgezocht voor deze bijdrage.

We keren terug naar het jaar 2000. Filmregisseur Ridley Scott werkt aan de film The Gladiator en Hans Zimmer wordt gevraagd om de soundtrack te verzorgen. Hans Zimmer zocht een vrouwelijke stem die het hoofdpersonage Maximus als het ware naar huis toe riep, uit zijn strijd. De film begint en we zien een hand die door het korenveld strijkt, verder horen we alleen de klanken van een vrouwenstem. We maken een sprong in de tijd, naar het slotstuk van de film. De stem van Lisa Gerrard roept Maximus uiteindelijk terug naar huis, naar het korenveld, naar zijn vrouw en zoon. Een blije thuiskomst is dit niet want zijn vrouw en zoon (spoiler) zijn vermoord. Maar voordat hij naar hen terugkeerde bevrijde Maximus de stad Rome van keizer Commodus. Na zijn strijd staat Maximus niet meer op, hij mag terug naar zijn familie. Honor him is de boodschap aan alle toeschouwers en hij wordt naar zijn laatste rustplaats gedragen. Maximus wordt herenigd met zijn familie, onder begeleiding van die prachtige vrouwenstem.

In het nummer Now We Are Free zit voor mij alles dat het strijden om vrijheid behelst. Het nummer dat nauw is verbonden met, en elementen bevat van, het nummer Honor Him, dat ook wel The Earth Theme wordt genoemd, is zo poëtisch, breekbaar en krachtig dat het gevoel van deze strijd op een buitengewoon schitterende wijze wordt weerspiegeld. De muziek laat mij volledig wegdromen en het laat mij nadenken over alles op onze aarde, over ons leven en over onze plek in het oneindige universum. Aan de andere kant word ik ook meegenomen naar een andere wereld, waardoor ik de onze even vergeet. Het is muziek dat zoveel met je doet en je kippenvel geeft en voor mij voelt het bijna alsof het groter dan het leven zelf is.

Juist omdat deze muziek mij zo doet nadenken over dergelijk diepgaande thema’s past het zo goed bij het onderwerp van bevrijding en vrijheid. Het doet je met een andere blik naar deze wereld en ons leven kijken. We zijn zo gewend aan de invulling van ons leven en alles op deze planeet dat we soms vergeten na te denken of deze invulling wel de juiste is. We zweven rond op een kosmische zandkorrel en momenteel zijn, naar ons weten, nog alleen in het oneindige universum. Ons gevoel zegt natuurlijk dat we niet alleen kunnen zijn in de uitgestrekte ruimte maar we weten wel dat een bewoonbare wereld zoals de onze niet zo vanzelfsprekend is dat we nabije kosmische buren hebben. Toch nemen we het wel als vanzelfsprekend aan. Met al het geluk dat we hebben gaat de mensheid eigenlijk zo slecht om dat we onze eigen vrijheid nog dagelijks in de weg zitten. Hebben onze helden ons daarvoor 75 jaar geleden onze vrijheid gegeven? Now We Are Free geeft wat bezinning. Beluister daarom dit wonderschone nummer om je te laten vervoeren door de prachtige samenwerking van Hans Zimmer en Lisa Gerrard en om na te denken over de ‘pale blue dot’ die wij ons thuis mogen noemen.

Keuze Marcel Klein: Tom Petty & The Heartbreakers – First Flash Of Freedom (2010)

Vrijheid blijven vieren!

On our first flash of freedom
I called out your name
Love hit us hard
Like an overdue train
We felt so much more than
Our hearts could explain
On our first flash of freedom

Vrijheid. Een groot goed, waar lang niet iedereen in de wereld mee te maken heeft. Niet alleen in landen waar soms al jaren lang oorlog is, maar ook landen waar overheden een repressief beleid voeren. Hier in Nederland hebben we al 75 jaar vrijheid, sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog en bijna onze gehele generatie heeft die oorlog al niet meer meegemaakt. Ook de afgelopen week verschenen in veel kranten nog steeds nieuwe verhalen, worden nieuwe boeken geschreven, komt nieuwe informatie naar boven over de tijd van leven in 1940-1945.

Maar na Dodenherdenking denken we vooral aan de vrijheid die daarna ontstond. De wederopbouw van ons land, de economische voorspoed en ons steeds hogere welvaartspeil. Af en toe onderbroken door natuurgeweld, economische crisis of een virus. Maar vrij zijn we, in ieder geval gevrijwaard van oorlogen.  En dan is natuurlijk de vraag: wat is die vrijheid.

Wanneer je vrijheid als gewoon beschouwd, is het misschien goed te kijken wat er met iedereen gebeurt als er vrijheid komt. Blijdschap, weer alles kunnen doen, de zon in je gezicht, gaan waar je heen wilt gaan. Toen ik over dit thema nadacht, kwam bovengenoemde tekst in mijn hoofd op. En niet alleen de tekst, maar juist ook de muziek.

In 2010 bracht Tom Petty het album Mojo uit. Het was zijn eerste album sinds het hoog aangeschreven The Last DJ en alhoewel dit album in commercieel opzicht wellicht in Europa niet veel deed, bracht het in Amerika – maar ook bij de Petty liefhebber – weer aan het licht dat deze man met een nieuwe jeugd bezig was. Opnieuw wist hij zich te vernieuwen en daar is dit nummer een mooi voorbeeld van.

Ruim zes minuten lang ontstaat er hier een relaxte jam van muziek. Gitaren, keyboards, ritmesectie en de stem van Petty klinken alsof ze zich nergens druk over hoeven te maken. Geen stress, geen repressie van een platenmaatschappij, geen druk, gewoon lekker muziek maken. En dan ontstaat er een stuk muziek waar je je ergens in het zuiden van Amerika waant, op een roadtrip, waarbij je niet weet waar je naar toe gaat. Gaan waar je kunt gaan, niet bang achterom kijken. Vrijheid. En dat ondersteunt door de teksten van Petty.

We felt so much more than
Our hearts could explain
On our first flash of freedom
We felt so much more than
Our hearts could explain
On our first flash of freedom

Er wordt wel eens gezegd, moeten we daar nu meer doorgaan? Het vieren van bevrijding? Juist om te snappen wat vrijheid is, is het goed om terug te kijken wat er is als er geen vrijheid is. En laten we dan juist denken aan die eerst momenten van vrijheid, die blijheid. Wat dat is echte vrijheid!

Keuze Joop Broekman: M.I.A. – Born Free (2010)

Vrijheid is helemaal niet zo vanzelfsprekend

Geweld en vrijheid zijn helaas maar al te vaak onlosmakelijk met elkaar verbonden. We zijn er al aan gewend. Over ‘het nieuwe normaal’ gesproken. Voor vrijheid is geweld nodig. Sla de geschiedenisboeken er maar op na.

M.I.A. (Mathangi ‘Maya’ Arulpragasam) is met haar debuut Arular in 2005 in één klap in the picture. De haast eclectische mix van breakbeats, hiphop, funk, elektro en allerlei samples doet het goed, en op dat moment zijn de (merendeels) politiek geladen teksten nog niet zo’n probleem. Dat verandert als de Sri Lankaans-Britse haar tweede album in de Verenigde Staten wil opnemen. Haar vader heeft als Tamiltijger gevochten in de burgeroorlog. Een visum kan ze vergeten (al krijgt ze de echte reden voor weigering nooit te horen). Via allerlei omzwervingen komt ze maanden later alsnog binnen. Haar werklust lijdt er niet onder. Begin augustus 2007 komt Kala uit. Het album is aan de ene kant een heerlijk dansfeestje (met het ziekelijk aanstekelijke Boyz), maar bevat ook interessante experimenten. De muzikale invloeden komen nu uit zo wat alle werelddelen, of van opstandige Westerse artiesten zoals The Clash. Luister maar eens naar Paper Planes, een nummer dat een dikke hit wordt, vooral nadat regisseur Danny Boyle het gebruikt voor de film Slumdog Millionaire.

Het succes heeft ook een keerzijde voor M.I.A. In haar teksten veroordeelt ze geweld en onrecht, waar ook ter wereld. Ze heeft een gepeperde mening over het etnische geweld op Sri Lanka, en dat wordt door de machthebbers niet echt in dank afgenomen. Ze is steeds vaker te zien in het gezelschap van mainstream hiphopsterren (zoals P. Diddy), en velen vragen zich af of ze wel voor de liefde trouwt met Benjamin Bronfman (artiestennaam Ben Brewer). Een wreed stukje in The New York Times – haar act is puur imago- valt goed verkeerd. Ze was min of meer gestopt met muziek maken om zich aan het komende moederschap te wijden. Met haar hormonen nog op standje kermis duikt ze toch weer de studio in. Ze moet haar woede kwijt.

In de zomer van 2010 wordt Maya de wereld ingeknald. De journalisten staan nu niet massaal in de rij voor loftuitingen. Maya klinkt een stuk minder vrolijk dan de twee voorgangers. Beukende beats, gescandeerde raps, scheurende gitaren. Heel veel ideeën. Té veel, eigenlijk. Zó boos is M.I.A. Hoe de criticasters over haar denken, laat haar koud. Op Maya slaat ze echter door in haar experimenteerdrift. Jammer, want de plaat kent een leuke cover (Muscles, van Nederlandse eendagsvlieg Spectral Display, iemand?), en XXXO laat nog een beetje de zon schijnen. Een kleine drie minuten, trouwens.

De controverse rond M.I.A.’s persoonlijkheid wordt nog wat verder aangewakkerd met Born Free. Muzikaal leunt het nummer op Ghost Rider (1977) van de Amerikaanse synth-punkband Suicide. De bijbehorende video (met kijkerswaarschuwing) doet menigeen de wenkbrauwen fronsen. Het afschieten van roodharigen is een verwijzing naar executies (zonder voorafgaand proces) van Tamils door het Sri Lankaanse leger. Er komt ook nog wat ander fraai zinloos geweld voorbij in de ruim negen minuten durende mini-film. En je begrijpt al gauw waarom niet de gehele wereld dit te zien kreeg.

Later kwam het weer goed met mevrouw Arulpragasam. Het huwelijk met rijkeluiszoontje Bronfman eindigt in februari 2012. Muzikaal vindt ze de balans weer terug met Matangi (2013) en in de nazomer van 2016 komt AIM uit.

I don’t wanna talk about money

Cause I got it
I don’t want to talk about hoochies
Cause I’ve been it
And I don’t wanna to be that fake
Cause you can do it
And imitators yeah stick it!Lord who eva’ you are
Com out wherever you are
Lord who eva’ you are
Com out wherever you areI was born free, born free
 
 

1 Comment

  1. De lyriek van REM komt in dit nummer optimaal naar voren. REM zou wat mij betreft uitgroeien tot de meest belangwekkende band van the eighties. Muziek geeft vrijheid (terug).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.