Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De battle der roodharigen

Meisjes met rode haren, die kunnen kussen, dat is niet mis, zong Arne Jansen ooit. Ik kan uit eigen ervaring zeggen dat dit klopt.

Op wereldniveau heeft minder dan één procent  van de bevolking rood haar, in de westerse wereld ligt dat op een procent of vier. Wanneer je naar de radio luistert krijg je de indruk dat je met die vier procent bij Ed Sheeran blijft steken. Gelukkig zijn er meer muzikanten met rode haren, die kunnen zingen, rappen, drummen of gitaarspelen. En die blijken ook niet mis, zoals blijkt uit de battle van deze week.

Keuze Ronald Eikelenboom: Megadeth – Set The World Afire (1988)

Licht ontvlambaar

Het zijn niet alleen de meisjes met rode haren die op niet misverstane wijze kunnen kussen; ik denk dat roodharigen in het algemeen erg gepassioneerde mensen zijn. Neem nu Dave Mustaine, oprichter van de band Megadeth. Hij werd ooit als gitarist van Metallica tijdens de opname van het debuutalbum Kill ‘Em All de band uitgeschopt vanwege zijn excessieve drank en drugsgebruik. Ze brachten hem keurig naar het busstation en zette hem op de Greyhound terug naar Los Angeles. Tijdens die lange busrit schreef hij de tekst voor Set The World Afire. Het nummer verscheen uiteindelijk op het derde album So Far, So Good… So What!

En typisch Mustaine: tijdens de opname werd de producer ontslagen wegens uiteenlopende inzichten. En na de bijbehorende tournee mochten gitarist Jeff Young en drummer Chuck Behler, beide net voor de opnames van het album aangenomen, weer vertrekken. Uiteindelijk heeft Mustaine in het bestaan van Megadeth tot op heden vierentwintig bandleden de laan uitgestuurd. En iedereen zegt min of meer hetzelfde: een gepassioneerd mens die Mustaine, maar verdomd moeilijk om mee samen te werken.

Keuze Alex van der Meer: The Cramps – Bikini Girls with Machine Guns (1990)

Spervuur-nummer

In 2009 overleed Erick Lee Purkhiser, beter bekend als Lux Interior. Omdat hij één van de twee vaste leden van de band The Cramps was hield deze band er meteen mee op. Zijn vrouw en gitarist van de band noemde zich Poison Ivy, maar haar echte naam is Kristy Wallace. Kristy heeft, of had, rood haar. Tenminste dat lijkt er wat mij betreft op. Wat weet ik ervan. Ik heb een kleurafwijking, dus het zou ook nog een andere kleur kunnen zijn. Daarbij weet ik ook niet of haar haarkleur echt was of nep.

Maar weet je, voor mij maakt dat haar eigenlijk helemaal geen fluit uit. Ik ben namelijk niet zo geknipt voor haar-schrijverij. Daarbij heb ik zo af en toe gewoon zin in een lekker nummer van The Cramps. Daar ga ik in dit kader dus vooral niet krampachtig over doen.

This stuff’ll kill ya
It’s loaded with fun

Eén van de lekkerste nummers van The Cramps is Bikini Girls with Machine Guns van het album Stay Sick. Grijs gedraaid heb ik dat album. En volgens mij zou ik nog steeds elk nummer nog woord voor woord mee kunnen zingen. Of schreeuwen eigenlijk. Met The Cramps komt gewoon een oerdrift naar boven. Lux Interior was dan ook een beest op het podium. Kronkelend op de grond, of met een microfoon deepthroat in zijn keel. Niet veel artiesten die zo’n performance na kunnen doen. Of durven. En de muziek? Rock ‘n Roll, Psychobilly, Surf, Garage Punk, noem het maar zoals je het noemen wilt. Het is gewoon lekker vuig.

Vooral dus geen act voor de brave burgerij? Nou, om te zeggen dat deze band volledig bij de underground thuis hoorde is een beetje een misvatting. Met dit nummer wist men namelijk de Britse top 40 te halen en de oorspronkelijke videoclip heeft zelfs MTV airplay gehad. Terecht. Het fenomeen van Machine Gun Babes bestond trouwens echt en is wat mij betreft wel wat fout, maar dit spervuur-nummer is gewoon retegoed. You bet!

Keuze Willem Kamps: Masters of Reality – She Got Me (When She Got Her Dress On) 1992

Voor de Baker

Met het drummen zit het wel goed, met Ginger Baker achter de drumkit komt het voor de bakker. Sinds jaar en dag geldt hij als een van de beste slagwerkers. Jazz, blues, rock en Afrikaanse ritmes, hij beheerst het allemaal. Mooi, maar het is wel een lul. Een roodharige lul, al vermoed ik dat hij zijn leven lang ook met een rode, van bloed en razernij doorlopen kop rondloopt. En daar zitten dan toevallig rode haren op, zij het inmiddels wat dunner en bleker, want hij is bijna 79.

We kennen ‘m allemaal van Cream, maar hij maakte ook deel uit van een klein dozijn andere bands. Rode lijn: elke band waarvan hij deel uitmaakte was een kort bestaan gegund of hield het langer vol, omdat de heer Baker was vertrokken. Alexis Korner Blues Incorpareted, Graham Bond Organisation, Blind Faith, Ginger Baker’s Air Force, Fela Kuti, Baker-Gurvitz Army, Public Image Limited en Hawkwind. In de vroege jaren negentig sloot hij zich aan bij Masters of Reality. Opnieuw kortstondig, maar met een mooi resultaat.

Op dat éné album waar hij meedoet, Sunrise on the Sufferbus, laat ie weer horen wat ie met zijn sticks allemaal kan. Baker is nadrukkelijk aanwezig. Hij stuwt en duwt, roffelt, tikt en slaat alsof het geen enkele moeite kost en is zo heel bepalend voor het totale geluid, samen met gitarist Chris Goss. Goss is zo’n beetje de uitvinder van de stoner rock, met zijn eigen band, maar ook dankzij zijn productiewerk voor Kyuss en Queens Of the Stone Age. De Sufferbus is duidelijk te herleiden tot de missing link tussen de bluesrock van Cream en de stonersound van QOTSA.

Ginger Baker maakte niet alleen ruzie met zijn bandgenoten. Naast bijvoorbeeld Jack Bruce en Steve Winwood moesten ook zijn vrouwen en kinderen het ontgelden. Hij is vier keer getrouwd en heeft drie kinderen, alle drie van zijn eerste vrouw die hij voor hun huwelijk liet weten als je me tussen jou en de drums laat kiezen, dan kies ik de drums. Een lekkere start. Echt een lekkere start is She Got Me (When She Got Her Dress On) van Masters of Reality. Een heerlijke uptempo rocker die ik zeer waardeer. Ondanks én dankzij een roodharige lul op trommels.

Keuze Peter van Cappelle: Bruce Springsteen – Red Headed Woman (1992)

Springsteen’s licht erotische ode aan Patti

Rod Stewart staat bekend om zijn voorkeur voor blonde vrouwen (Blondes Have More Fun), maar Bruce Springsteen kwam daarentegen met een relativering daarvan in dit nummer.

Well brunettes are fine man, and blondes are fun.
But when it comes to getting a dirty job done.

Hij kon natuurlijk niet anders. Gezien hij met een roodharige vrouw inmiddels al 27 jaar gelukkig getrouwd is: Patti Scialfa.

Ze hadden elkaar al eens in een grijs verleden ontmoet in de bar The Stone Pony in New Jersey waar ze beiden vandaan komen. Pas in 1984 sloot Patti zich aan bij The E Street Band. Ondertussen trad Bruce in 1985 in het huwelijk met actrice Julianne Phillips, maar dat huwelijk strandde alweer in 1988. Iets wat al voelbaar was op het album Tunnel of Love en vaak wordt gezien als de echtscheidingsplaat van Bruce. Tijdens de bijbehorende tournee kreeg hij een relatie met Patti. Iets waar de papparazzi van smulde en het naar buiten bracht alsof Bruce een buitenechtelijke affaire was begonnen. In werkelijkheid waren Bruce en Julianne Phillips toen al uit elkaar. Al werd de scheiding pas in 1989 officieel uitgesproken.

Het licht erotische Red Headed Woman werd opgenomen tijdens de opnamesessies voor het album Human Touch, maar haalde dat album niet. Ook kwam het niet terecht op het album Lucky Town dat op dezelfde dag tegelijk verscheen. Pas toen Springsteen met zijn nieuwe band (The E Street Band was toen uit elkaar) een concert opnam in kader van het toen populaire MTV Unplugged opende hij met het nummer. Hoewel het concert eigenlijk niet akoestisch was zoals het concept van het programma was bedoeld.

Begin jaren ’90 was een gelukkig periode voor Springsteen. Pas getrouwd, en het stel kreeg drie kinderen. Dit had ook zijn invloed op met name het album Human Touch. Een voor Springsteen te glad geproduceerd album, en regelmatig wordt het gezien als zijn minste album. Later gaf hij zelf toe dat zijn poging tot schrijven van vrolijke songs niet echt succesvol was. Red Headed Woman was bedoeld door dit album. Wat mij betreft had het nummer in de plek gemogen van het nietszeggende nummer Pony Boy. Dat had het album misschien net iets sterker gemaakt.

Keuze Freek Janssen: The Flaming Lips – She Don’t Use Jelly (1993)

Gewoon een geinig nummer over rare gewoontes

It’s a happy little ditty about strange people and their individual idiosyncrasies, zo omschrijven The Flaming Lips hun grootste hit zelf op hun eigen website. En dat is precies wat het is: een geinig nummer of mensen en hun rare gewoontes.

Eén van die mensen is a girl who reminds me of Cher, she’s always changing the colour of her hair. Ze gebruikt geen spul dat je koopt bij de Kruidvat, maar tangerines – mandarijnen. Als je denkt dat dat vreemd is: er komt ook een meisje voorbij dat vaseline op haar toast smeert.

She Don’t Use Jelly was al leuk toen ik veertien was en nu, vijfentwintig jaar na later, eigenlijk nog steeds een verdomd prettig nummertje. Het schijnt een van de weinige liedjes te zijn uit de beginperiode die de band nog altijd live speelt.

Keuze Erwin Herkelman: Tori Amos – Professional Widow (1996)

Vaandeldrager van een vergeten genre

In de jaren ’90 was het een komen en gaan van muziekstijlen. Met name op elektronisch gebied werd er flink geëxperimenteerd, kruis bestoven, geremixt en gecombineerd. Weinig van die muziekstijlen wisten de tand des tijds echter te overleven. Sterker nog. Vrijwel allemaal zijn ze compleet uit het collectieve geheugen verdwenen.

Eén van die stijlen was speed garage. Nederland had niet zoveel met deze rauwe, uit drum & bass en hiphop samengestelde housemuziek. Het handjevol hits uit dit genre schopte het niet ver in onze hitparades. Maar in het land waar het ontstond, Groot Brittannië, was het groot.

Eén van de pioniers was een Amerikaanse DJ met een Nederlandse naam: Armand van Helden. In 1996 remixte hij Professional Widow van Tori Amos. Met die remix behaalde de roodharige zangeres de hoogste positie in Engeland. In de Nederlandse Top 40 bleef het steken op de 29ste plaats. Hoewel ik toen óók niet zoveel met het liedje had, vind ik het inmiddels wel echt een monument. Al was het alleen maar omdat het de vaandeldrager is van dat vergeten genre.

Maar ja, als je over de zangeres schrijft, mag je het origineel niet onbenoemd laten. En eerlijk, ik heb echt mijn best gedaan om het te beluisteren. Maar het geram op het klavecimbel, het hijgerige gezang dat af en toe overgaat in geschreeuw… Ik weet dat haar leven op zijn zachtst gezegd niet makkelijk was en dat dit nummer afkomstig is van wat kenners haar meest complexe album noemen, maar het is niet aan mij besteed.

Wellicht ben ik daarvoor ook iets te ‘mainstream’. Ik ben in ieder geval blij dat Tori Amos er uiteindelijk voor koos om de remix als single uit te brengen. En ja, daarbij zijn de scherpe randjes er misschien wel afgevijld, maar dat heeft het nummer wat mij betreft wél goed gedaan.

Keuze Tricky Dicky: Simply Red – Perfect Love (2005)

Let op de dame in de rode jurk

In 1985 debuteerde Simply Red met Picture Book; een geweldig blue-eyed soul album met een reggaetwist. Tevens een spannend album voor de late uurtjes. Money’s Too Tight en Holding Back The Years werden knallers van hits, waardoor Come To My Aid, Jericho en Sad Old Red naar de achtergrond verbannen werden. Dat kon van de zanger Mick Hucknall niet gezegd worden; met zijn markante stem en rode haar was hij het gezicht van de band. In 1996 was hij bovendien het enige overgebleven bandlid.

In 2000 werd Simply Red door hun platenlabel geloosd vanwege tegenvallende verkoopresultaten. Tsja, wanneer je in tienvoudig platina denkt is 4x platina natuurlijk een zware teleurstelling. Tel daar bij op dat de single van Love And The Russian Winter, Ain’t That A Lot Of Love, slechts de veertiende plek scoorde, dan zijn de rapen gaar.

Als antwoord richtte Huncknall de Simplyred-website op om daar nieuwe albums aan te bieden. En niet zonder succes, want Home leverde hem weer 5x platina op. De opvolger Simplified deed het wel aanmerkelijk minder met slechts één gouden plaatje aan de muur, maar het was dan ook een verzameling van oude nummers in een nieuw jasje. Persoonlijk vond ik de meeste uitgeklede versies wel lekker. Vaak ook een ander ritme, maar lang niet alles bleek een voltreffer. De covers Ev’ry Time We Say Goodbye en A Song For You waren ronduit slaapverwekkend vervelend en een tweede versie van één van de twee nieuwe liedjes had ook bij het grofvuil gemogen.

Perfect Love – de albumopener – is precies wat ik van Simply Red verwacht. Soul met een twist. In dit specifieke geval zijn er Cubaanse ritmes in verwerkt en een enkele Spaanse zin, die juist iets toevoegen aan het geheel. Een perfecte zomerhit. De clip is opgenomen in een klein Cubaanse club en laat de sensualiteit en bewegelijkheid van de dansers zien. Alleen dat nummer is het al waard het album aan te schaffen.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.