Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


La battaglia Italiana

Italië is chaos. Je hoeft er maar een keertje rond te rijden om hiervan een indruk te krijgen. Regels worden aan de Italiaanse laars gelapt. Scooters schieten links en rechts langs je heen. Knipperlichten zijn een rariteit. Ook politiek gezien waaien de Italianen op alle winden van de beloftes mee.

Muzikaal is het land bijna extreem introvert. Dat zal ook met het feit te maken hebben dat men voornamelijk in hun moer’s taal zingt. Het San Remo festival is daarom belangrijker dan het Eurovisie songfestival. Dat laatste kunnen wij  begrijpen, want de gemiddelde Italiaanse inzending overstijgt de vaak ouderwetse inzendingen (soms vol van flauwiteiten, vaak passé) ruimschoots. In de negentiger jaren plukten vele Nederlandse artiesten de commerciële vruchten van de geweldige composities van onder andere Riccardo Cocciante (alhoewel hij half Frans is) en een zekere Marco B. had de grootste Nederlandstalige hit ooit met een vertaling van Storie Di Tutti I Giorni van Riccardo Fogli, die met dit lied winnaar was van het San Remo festival in 1982.

Maar er is meer onder de Italiaanse zon. Lees en luister maar.

Keuze Willem Kamps: Premiata Forneria Marconi – The World Became The World (1974)

Italiaanse versieringen en galanterieën

Het album Cook van PFM (‘74) was het eerste van Italiaanse origine in mijn platencollectie. Het begin van een lange reeks met o.a. Banco, Goblin, Osanna en l’Orme. Allemaal Italiaanse symfo met vaak wat vleugjes jazzrock of, zoals Nova, alleen jazzrock. Op zoek naar meer werd het uitgebreid met de bard Angelo Branduardi en richting pop, met Battiato, I Pooh en La Bottega delle Arte. Kwam het uit Italië dan was ik getriggerd, terwijl ik er nog nooit was geweest en het land pas jaren later zou bezoeken.

Cook was nog wel een livealbum. Eén elpee, helaas geen dubbelalbum wat toen gebruikelijk was bij live-platen. Wel een kleine vijftig minuten, dus je kreeg toch een aardige indruk hoe hun concerten waren. Voluit heet de band Premiata Forneria Marconi, de Bekroonde Bakkerij Marconi, maar dat was niet de meest handige naam voor de gewenste en redelijk geslaagde poging tot succes over de landsgrenzen, tot zelfs de VS en Japan aan toe. Het werd dus simpelweg PFM.

Ik had de band eerder leren kennen via Radio Veronica. Adje Bouman’s Toptien, een grappig alternatief uurtje in de vroege avond, gepresenteerd door Lex Harding. In die door geluidstechnicus Adje bedachte en samengestelde Toptien stond enige weken PFM met hun feestelijke Celebration, dat zelfs in officiële lijsten een hit werd. Ook hun elpee Photos Of Ghosts (’73) waarop Celebration stond beklom bijvoorbeeld de Amerikaanse albumlijst en kwam na Cook natuurlijk ook in míjn bezit.

De bekroonde bakkers speelden in hun beginperiode ook covers, onder meer nummers van King Crimson en Jethro Tull en stonden in het voorprogramma van Yes en Deep Purple, alvorens ontdekt te worden. Met tekstschrijver Pete Sinfield, bekend van King Crimson, maakten zij Photos Of Ghost en opvolger The World Became The World. Niet geheel toevallig albums in de sfeer van In The Court Of The Crimson King, zij het barokker, met die typisch Italiaanse versieringen en galanterieën.

Hoewel Celebration hun enige hitje was en een regel van het jachtige Mr. Nine Till Five regelmatig door m’n hoofd schoot op een baaldag (shuts his eyes, wakes up its monday again) ga ik hier voor de titeltrack The World Became The World van hun vierde album. Gebaseerd op het recept van Epitaph en afsluiter The Court van King Crimson. Een vergelijkbare structuur en ingrediënten: roffelende drums, aanzwellende mellotron, fluit en zang. Maar wel een geheel eigen lyrische compositie van de Forneria die een mooi plekje verdient in de etalage van Ondergewaardeerde Liedjes met Italiaanse lekkernijen.

Keuze Erwin Herkelman: Angelo Branduardi – La Pulce d’Acqua (1978)

Over een watervlo

Had Angelo Branduardi het hier in het Nederlands willen uitbrengen dan was hij waarschijnlijk vierkant uitgelachen door zijn platenbaas. Want met een liedje over een watervlo die iemand’s schaduw steelt hadden ze in het gunstigste geval gezegd dat hij ergens rond carnaval mocht terugkomen. Ondanks dat het misschien geïnspireerd was op een legende van Amerikaanse indianen… Natuurlijk meneer Branduardi. U hoort nog van ons hoor.

Maar in het Italiaans klinkt het toch anders. Zeker voor iemand zoals ik, die het Italiaans toch niet volledig machtig is. Een beetje gek, maar wel een lekker, vrolijk liedje. Folk, met middeleeuwse invloeden. Ik word er erg blij van. En ook de inwoners van zijn thuisland maakte het kennelijk niet uit. Het liedje haalde in 1978 de zesde plaats in de Italiaanse FIMI Top 100.

In andere landen bereikte het de charts niet, zelfs niet toen hij er een Engelse versie van maakte. Maar dat lag dan in ieder geval niet aan de tekst. Merry We Will Be was namelijk geen letterlijke vertaling, maar een compleet herschreven nummer. Sterker nog: het woord ‘watervlo’ kwam er niet eens meer in voor. Opeens was het een kerstliedje met de gebruikelijke ingrediënten: kerstbomen, hulst, een kus onder de maretak… En dan waren de teksten ook nog eens geschreven door Peter Sinfield. Schrijver voor onder andere King Crimson en Emerson, Lake & Palmer.

La Pulce d’Acqua kreeg ook nog een bewerking in het Frans maar die was hetzelfde lot beschoren. Commercieel scoorde het niet. En in Nederland zou hij met dit nummer niet eens in de annalen van de Top 40 worden bijgeschreven. Zijn ‘eredità’ in ons land beslaat namelijk niet meer dan twee andere liedjes die samen niet verder kwamen dan 11 weken Tipparade.

Keuze Alex van der Meer: Franco Battiato – Centro Di Gravità Permanente (1981)

Il Maestro

Een mooie vakantie was dat, zo’n drie jaar geleden. Want een lange wens ging in vervulling; we waren in Italië. In Umbrië om precies te zijn. De locatie was prachtig, het weer was super, en het echtpaar van onze B&B was zeer gastvrij. Zij was half Engels en een nichtje van Graham Nash, hij volbloed Italiaan en familie van Jovanotti. Van het eerste feit was ik uiteraard het meest onder de indruk.

Ondanks de gastvrijheid, de mooie verhalen, en de heerlijke wijnen, was er wel een klein puntje van kritiek. Italianen kunnen wel heel erg trots zijn. We kregen heel veel feiten te horen van dit stel. Venetië was de mooiste stad van de wereld. De lekkerste wijn kwam uit Italië en de lekkerste wijn van Italië kwam uit Umbrië. Het allerlekkerste eten van de wereld werd geserveerd op het Porchetta Festival in het dorpje op tien kilometer afstand waar we sliepen, etc. etc. Ietsjes gekleurd natuurlijk, maar toegeven, het eten, de steden en de wijn in Italië waren en zijn natuurlijk lang niet slecht!

Doe daar dan ook maar de muziek bij. Deze is ook lang niet slecht! En ik kan je vertellen dat dat een understatement is. Ik had een behoorlijk keuzeprobleem vanwege deze battle. Er is namelijk wel een hele grote schat aan mooie muziek in Italië te vinden. Zoveel topartiesten en super leuke bands. Maak daar maar eens een keuze uit. Maar toch, er is één artiest die voor mij wellicht net even een streepje voor heeft op de rest. Hij is degene die Il Maestro wordt genoemd.

Franco Battiato is actief vanaf het magische muziekjaar 1967 en als je naar zijn muziek van de 50 jaar daarna luistert, hoef je je nooit te vervelen. Veelzijdigheid is een understatement. Prog-rock, Opera, New Wave, Elektronische muziek, Minimalisme, hij maakte het allemaal in die jaren. En meer. Eén van de meest aantrekkelijke en populaire nummers van zijn hand is dit Centro di Gravità Permanente. Het klinkt lekker vrolijk, maar is niet ondoordacht. Het staat voor mij voor dat nostalgische geluid wat je meer kon horen in de jaren ‘80. Een heerlijk oorwurm nummer waar ik op dit moment maar geen genoeg van kan krijgen.

Deze man is een kunstenaar in de breedste zin van het woord, want naast muzikant is hij ook nog filmmaker en kunstschilder. Ik ben, ondanks zijn dansje in bijgaande videoclip, erg onder de indruk. Als ik een Italiaan zou zijn dan zou ik dus niet alleen trots zijn op de wijnen, het eten, en op de steden. Ik zou met name veel meer de loftrompet gaan steken over de muziek in het algemeen en over Il Maestro Franco Battiato in het bijzonder.

Basta!

Keuze Tricky Dicky: Zucchero – Madre Dolcissima (1989)

Koninginnelied

Italiaans is mijn favoriete keuken. En dan bedoel ik niet pizza, maar originele recepten. Glaasje wijn er bij en ik ben tevreden. Het is ook een mooie taal en de vrouwen zijn vaak om door een ringetje te halen, maar muzikaal heb ik moeite een keuze te maken. Vaak hebben de mannen van die kopstemmetjes en lijken vele liedjes op die van Engelstalige tegenhangers. Ik heb maar van weinig bands en zangers een hele ceedee in de kast staan, maar wel van Riccardo Cocciante, Angelo Branduardi en Zucchero. Eros Ramazzotti heb ik ergens eind jaren tachtig in een opwelling gekocht. Draai het zelden meer, alhoewel Music É een mooi liedje blijft.

Klassiek of opera dan? Niemand kan Nessun Dorma mooier zingen dan Luciano Pavarotti, maar ondergewaardeerd? Nee, niet echt. Misschien bij Ondergewaardeerde Liedjes, maar grosso modo niet. Er zijn wel heel veel Italiaanse jaren zestig en zeventig liedjes die ik leuk vind, maar niets springt er echt uit. Francesco Renga dan? Sinds het begin van deze eeuw een verkoophit in het land van de laars. Of één van de vele uitstekende Indie-bandjes? Ik kan maar geen besluit nemen. Heb ik soms last van writer’s block?

Pas na weken heb ik maar ‘gewoon’ voor Zucchero gekozen, want de man is tenslotte een geweldig artiest. In 1987 kocht ik Blue’s met daarop Dune Mosse en de originele uitvoering van Senza Una Donna en was danig onder de indruk van zijn geluid en composities. Met Senza Una Donna heb ik bovendien mijn vrouw nog het hof gemaakt. De opvolger kocht ik meteen na release en ook daar staan meesterwerkjes op. Diavolo In Me en mijn absolute favoriet van de man: Madre Dolcissima. Die heerlijke opbouw, het gitaarwerk, het rauwe stemgeluid, het schreeuwende achtergrondkoor en de lengte, die uiteindelijk veel te kort is. Het lied heeft eigenlijk best wel  overeenkomsten met The Rolling Stones’ Gimme Shelter en ook een beetje met Queen’s Bohemian Rapsody. De gitaarsolo op de (veel mindere) Engelstalige versie is door Stevie Ray Vaughan gespeeld, en het lied is vaste klant tijdens zijn concerten. Vaak met gastgitaristen, waaronder Jeff Beck, Eric Clapton of Brian May.

Mama…

Keuze Stefan Koopmanschap: San Pedro – Crystal Gunkel (2001)

Een prachtige combinatie van chaos en dromerige electronica

Italië is meer dan alleen maar Marco Borsato en Eros Ramazotti. Al heel lang heeft het land ook een grote stroming electronische artiesten. Dat begon al met de disco, gebeurde bij de house en ook de minder toegankelijke stromingen electronica muziek nemen dat over. Niet voor niets bestaan er termen als Italo disco en Italo house. Niet voor niets maakte Daft Punk een track volledig over Giorgio Moroder.

In de IDM en alternatieve electronica-kringen gebeurt er ook veel in Italië. Neem bijvoorbeeld D’Arcangelo, electronica-legende die onder andere op het bekende Rephlex-label muziek uitbrengt, en Andrea Benedetti, één van de mensen achter de ‘techno sound of Rome’. Maar ook San Pedro. Veel muziek is er niet van San Pedro: Een paar tracks op verzamelaars, en dat is het wel. Maar het is juist een van die tracks die ik graag even onder de aandacht wil brengen.

Crystal Gunkel komt in 2001 uit op de verzamel-LP Smash Biotek van het Italiaanse label Idroscalo Dischi. Het nummer is een prachtige combinatie van chaos en dromerige electronica. Het valt direct op: Het begint heel zacht, en bouwt steeds verder en verder op tot het helemaal los gaat. Je hoort duidelijk invloeden van bijvoorbeeld Aphex Twin, maar ook van de industriële noise-scene.

De verzamelaar (met onder andere ook material van eerder genoemde D’Arcangelo en Andrea Benedetti) is geperst in een oplage van maar 500 stuks, terwijl er toch juweeltjes als deze track van San Pedro op staan. Ik begrijp dat niet iedereen van deze muziek zal houden, maar als je er echt even voor gaat zitten zal je merken dat er echt veel in te vinden is. Wat mij betreft is deze hele stroming flink ondergewaardeerd, maar dan toch vooral dit prachtige nummer van San Pedro. Wat een dromerigheid, wat een energie! Heerlijk!

Keuze Ronald Eikelenboom: Premiata Forneria Marconi – La Lezione (2017)

Een lesje Italiaanse muziekgeschiedenis

Ik heb al eens eerder geschreven over mijn liefde voor Italiaanse muziek. Dankzij Ilja Leonard Pfeijffer ging ik naar Fabrizio De André luisteren, een Genuaanse Cantautori. In 1978 ging deze singer songwriter op tournee met Premiata Forneria Marconi, kortweg PMF genoemd. De band verzorgde ook de nieuwe arrangementen, onder andere voor de Bob Dylan cover Romance in Durango.

Na wat zoeken en lezen blijkt Premiata Forneria Marconi één van de eerste progbands van Italië te zijn. De band wordt opgericht in 1970 en introduceert met zijn eerste hit in 1971, Impressioni Di Settembre, de synthesizer in de Italiaanse muziek. Tijdens een tournee door Italië weet de groep de aandacht te trekken van Greg Lake, van Emerson, Lake & Palmer en zodoende een internationaal platencontract te bemachtigen. Platen worden opnieuw opgenomen, dit keer met Engelse teksten van Peter Sinfield (ex-King Crimson en tekstschrijver voor ELP). De band wordt daarmee de eerste Italiaanse rockband die succes heeft in het buitenland. De band toert door America, Canada en Japan als voorprogramma voor Yes, The Beach Boys, Little Feat, Aerosmith en ZZ Top. In 1977 verschijnt het laatste Engelstalige album, Jet Lag, waar de band voor een jazz-fussion aanpak kiest

In de jaren tachtig speelt de band voornamelijk in thuisland Italië tot de band in 1987 besluit te stoppen met toeren. Pas in 1997 is er weer een teken van leven als de band een nieuw album opneemt gebaseerd op de Odyssee van Homerus. In 2002 neemt de band voor het eerst sinds 1977 weer twee Engelstalige nummers op, geschreven en gezongen door Peter Hammill. In 2010 verschijnt een tribuut met nummers van de in 1999 overleden De André.

La Lezione komt van het laatste album Emotional Tattoo uit 2017. Van de originele bezetting uit 1970 is alleen drummer Franz Di Cioccio nog over, die tegenwoordig ook de zang voor zijn rekening neemt. Bassist Patrick Djivas zit er al sinds 1974 bij, de overige vijf leden zijn in de loop der jaren aan komen waaien. Het album is verschenen op het proglabel InsideOut en is verkrijgbaar in zowel een Engelstalige versie als een Italiaanstalige versie. De bijbehorende tournee brengt ze wederom de wereld rond.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *