Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Catfight: battle der katachtigen

Nine Lives, Cat Size zong Brian Johnson al op AC/DC’s Back In Black.

De kat en zijn grotere broers zoals de leeuw en de tijger hebben de mens al vanaf de vroegste geschiedenis aangesproken. In Egypte hadden ze de sfinx, de Romeinen lieten ze met plezier op mensen los en ook Bond-schurk Blofeld was zonder zijn kat een stuk minder creepy geweest. Het zal de tegenstelling tussen aaibaarheid en onvoorspelbaarheid zijn.

Geen wonder dus dat de kat en zijn familieleden ook muzikanten aanspreken. En ons, voor een battle.

Keuze Willem Kamps: Jimmy Merchant – Skin the Cat (1965)

Soulvolle sixties rock ‘n roll

Ver voor de cavia en de goudvis was de kat al gedomesticeerd. Neem de hiëroglyfen en ook de kattenmummies van de Egyptenaren. Hoeveel goudvissen zijn er in een eeuwenoude graftombe gesignaleerd? Ook in de muziek werd de kat(achtige) al vroeg aangehaald, zoals The Lion Sleeps Tonight van The Tokens (’61) of, in iets minder gezellige zin, Skin The Cat van Jimmy Merchant uit 1965.

Ik had nog nooit van de beste man gehoord, maar in aanloop naar deze battle wees een collega (fifties/sixties obscure vinylfreak) mij op diens bestaan, vanwege die Cat in de titel. Jimmy Merchant is volgens de beperkte informatie geboren in 1940. Hij maakte deel uit van doo wop groep The Teenagers, die de enorme en veel gecoverde hit Why Do Fools Fall In Love op hun naam hebben staan. De verhalen over hun leadzanger, Frankie Lymon, zijn  typisch rock ’n roll en spannender dan over Jimmy: drugs, vrouwen en een kort leven. Als hij niet een jaar te vroeg was gestorven aan een overdosis heroïne in de badkamer van z’n oma, had ie met een beter getimed shot zomaar kunnen toetreden tot de club van 27-jarigen.

Jimmy Merchant wijt de dood van zijn oude kompaan Lymon aan het toenmalige systeem. Onervaren artiesten versus uitgenaste managers en platenmaatschappijen. Frankie Lymon, dertien jaar oud ten tijde van de hit (begin 1956), een puber en de eerste donkere teenage popster, ruim voordat Michael Jackson kwam kijken. De verleidingen zijn dan groot. Tja, dan kan het gebeuren dat Frankie in dat korte tomeloze leven drie keer trouwt en dat zonder te scheiden. Bij zijn dood op 28 februari 1968 had de popwereld er in één keer drie weduwen bij. Of zij hand in hand aan de rand van zijn graf stonden vermeldt de geschiedenis niet.

Maar laten we Jimmy niet marginaliseren, want uiteindelijk draait het hier om zijn ondergewaardeerde Skin The Cat. Ook hij heeft weinig overgehouden aan Why Do Fools, dat hij naar eigen zeggen schreef als ‘slow song’ maar na de komst van Frankie werd omgezet in een ‘jump song’. Vanwege The Teenagers werd Merchant in 1993 wel opgenomen in The Rock ’n Roll Hall of Fame. Na de split up van de band zong hij in 1965 dus solo over een kat en niet bepaald in positieve zin. Hij sluipt naar buiten met een knuppel om het dier te vangen en te villen.

I pulled on my pants and grabbed my bat,
I’m goin’ outside to catch that cat,
Skin the cat.
Skin the cat.
Hit ‘im with a bat!

De Partij voor de Dieren zou er vandaag de dag ongetwijfeld Kamervragen over hebben gesteld, maar afgezien van die dieronvriendelijke tekst is het gewoon een lekkere soulvolle early sixties rhythm and bluessong. Miauw.

Keuze Tricky Dicky: John ‘Cougar’ Mellencamp – I Need A Lover (1978)

Voorspel

De allereerste keer dat ik iets van John Mellencamp hoorde was op de radio tijdens een reis door Australië (1982). It Hurts So Good schalde er door de speakers. Een lekker rocknummer en bij terugkeer in Nederland heb ik de elpee – American Fool  – gekocht; Jack & Diane stond er ook op. In die dagen was zijn artiestennaam nog John Cougar (poema); een idee van zijn manager, die het Duitse Mellencamp te ingewikkeld vond. I went to New York and everybody said, You sound like a hillbilly. And I said, Well, I am. So that’s where he came up with that name. I was totally unaware of it until it showed up on the album jacket. When I objected to it, he said, Well, either you’re going to go for it, or we’re not going to put the record out. So that was what I had to do… but I thought the name was pretty silly. American Fool werd zijn grote doorbraak en onmiddellijk heeft hij bedongen dat Mellencamp toegevoegd werd. Pas in 1991 werd de poema definitief losgelaten.

Cougar of Mellencamp is een jongen van de straat en verantwoordelijk voor het gebruik van traditonele instrumenten in zijn muziek. Tussen 1979 en 1997 waren al zijn albums goed voor minimaal één keer platina en had hij 19 keer een Top 5-hit, waarvan negen met de maximale score. Anno 2018 klinkt het allemaal wel wat tammetjes en wellicht is dat ook het probleem van zijn muziek: het klinkt gedateerd. De ‘best of’ ceedee draai ik sporadisch en na een aantal nummers heb ik zoiets van ‘tsja’. Iets wat ik bijvoorbeeld absoluut niet heb met tijdgenoot Bruce Springsteen.

Echter, zijn allereerste hit was I Need A Lover die hem uitsluitend in Australië een dikke hit opleverde. En die verveeld niet en klinkt nog steeds fris, mits je niet de ‘edited’ versie beluisterd. De platenbons en de radiostations wilden liever een kort liedje in plaats van de albumversie van 5:35 en daarmee hebben ze het intro er uit geknipt en – in mijn ogen – het lied verkracht. Juist het wilde en heftige intro maakt het lied (over zijn zoektocht naar een vrouw die geen vaste relatie wil) zo krachtig. Het is zoiets als het intro wegknippen in Alice Cooper’s Halo Of Flies, Guns n’ Roses’ Sweet Child O’ Mine, of Deep Purple’s Smoke On The Water. Op sommige televisiestations deden ze het nog eens dunnetjes over en mocht de kijker het doen met iets meer dan 2½ minuut.

Keuze Eric van den Bosch: Cozy Powell – Cat Moves (1981)

Funky Cat

Cozy Powell was in 1981, toen hij zijn tweede soloalbum Tilt uitbracht, al een van de beroemdste drummers op aarde. Hij had al met Jeff Beck gespeeld, zijn stint met Rainbow zat er net op en inmiddels was hij toegetreden tot de Michael Schenker Group. Op dit solo-album was dan ook heel wat rock royalty vertegenwoordigd, en misschien nog wel het meest op de instrumental Cat Moves: de track was geschreven door Jan Hammer (u weet wel, die van de Miami Vice-tune) en naast Powell waren te horen Jeff Beck op gitaar, Jack Bruce op bas en David Sancious op synthesizer.

Waar Powell vooral een technisch onderlegde powerdrummer was laat hij op Cat Moves een onverwacht funky kant horen. Het aardige is dat in tegenstelling tot gebruikelijk bas en gitaar op dit nummer eigenlijk de begeleiders zijn en de drums en de synths de hoofdrol voor zich opeisen. Het geluid van de synth en de productie doen inmiddels weliswaar wat gedateerd aan, maar het blijft een fraaie instrumental, die laat horen dat Powell, die op slechts 50-jarige leeftijd in 1998 omkwam bij een verkeersongeluk, tot op de dag van vandaag een bijzondere drummer genoemd mag worden, die meer in zijn mars had dan furieze rockers als The Blister en bombast als 633 Squadron.

Keuze Alexander Honderd: Tangerine Dream – Tyger (1987)

Did he who made the Lamb make thee?

Het zal ongetwijfeld met mijn verleden met Engelse taal en letterkunde te maken hebben, dat bij het zien van een kat altijd de eerste strofe van William Blake‘s gedicht The Tyger door mijn hoofd schiet.

Tyger Tyger, burning bright,
In the forests of the night;
What immortal hand or eye,
Could frame thy fearful symmetry?

The Tyger is Blake’s meest bekende gedicht en er wordt zelfs beweerd dat dit het meest geanalyseerde stuk poëzie in de Engelse taal is. Logisch, het krachtige beeld van een tijger en de steeds terugkerende, maar onbeantwoorde, vraag door wat voor goddelijke schepper dit beest gemaakt is, bieden voldoende voer voor eindeloze discussies.

The Tyger komt uit de bundel Songs of Innocence and Experience (en nu weet u ook meteen waar U2 die album-titels vandaan heeft). Volgens een gangbare theorie was het Blake’s intentie dat deze verzen daadwerkelijk gezongen werden. Van Blake’s hand is echter nooit bijbehorende muziek gevonden, aanleiding voor diverse componisten en muzikanten er zelf maar mee aan de slag te gaan. Waaronder in 1987 Tangerine Dream met hun album Tyger.

Did he who made the Lamb make thee? Die vraag past wel bij het album. Tyger is namelijk een opmerkelijke plaat in het oeuvre van Tangerine Dream: de teksten van Blake moesten ten slotte gezongen worden en het overgrote deel van het werk van de groep is instrumentaal. Een gewaagd experiment ook, want de fans vonden 10 jaar eerder de vocalen op het album Cyclone maar een smet op het pure instrumentale werk wat ze wilden. Voor Tyger werd de samenwerking aangegaan met zangeres Jocelyn B. Smith. Het zou bij een éénmalige samenwerking blijven. Het album kon bij fans en critici weinig potten breken. Ook zangeres Smith was niet blij met het eindresultaat; ze vond eigenlijk niet dat haar stem gebruikt kon worden om versjes te zingen die ‘ook op school worden gelezen’.  Beetje oneerbiedig richting Blake, maar vooral ook zonde want ze zette met Tyger wel een indrukwekkende powerballad neer. Het nummer wordt in de tweede helft bijna een gospel, wat uitstekend bij de thematiek van het gedicht aansluit.

Keuze Ronald Eikelenboom: Bob Dylan – Cat’s In The Well (1990)

Kinderrijmpjes en gastmuzikanten

Een liedje over katten, dat moet toch niet zo moeilijk zijn? Meowziek genoeg zou je denken. De palingsound van The Cats ligt voor de hand, maar dat is wat mij betreft ook terecht ondergewaardeerd. En tegelijkertijd overgewaardeerd.

Anne Soldaat dan. Hij maakte in 2005 een aantal prachtige liedjes, ik noem een No Guarantees (In A Cat’s Life), voor het project The Cat-a-day Tales. Een boek met 365 Engelstalige frases van Aletta Schreuders, met tekeningen van Herwold van Doornen. Maar meer een boek met een bijbehorende cd, dan een cd met een bijbehorend boek. En niet meer te koop, niet te streamen, nog geen fragment op YouTube. Ondergewaardeerder ga je het niet vinden.

Dan maar te raad bij ome Bob, zoals Bob Dylan hier in huis genoemd wordt. De kat in de put, van zijn album Under The Red Sky uit 1990. Opgedragen aan Gabby Goo Goo, zijn dan vierjarige dochtertje. Een album vol gastmuzikanten en kinderversjes, al klinkt het Engelse nursery rhymes al een stuk beter. Ondanks bijdrage van Slash, Elton John, George Harrison, Jimmy en Stevie Ray Vaughan, Bruce Hornsby en David Crosby, wist de plaat bij het grote publiek geen potten te breken.

Op Cat’s In The Well, een bewerking van het kinderversje ding dong bell waarvan de oorsprong terug gaat tot 1580(!), spelen de Vaughan broers gitaar en producer Don Was de bas. En van het moralistische kinderrijmpje blijft ook weinig over. Van het stoute jongetje dat de kat in de put gooit – omdat die de muizen op eet – maakt Dylan er een uiterst grimmige song van, met een vader die het nieuws leest en de honden die ten oorlog gaan. Goodnight, my love, may the Lord have mercy on us all, is zijn slotzin. Weinig opbeurend voor een vierjarige.

Keuze Martijn Janssen: Tiger – Yuh Dead Now (1991)

Rare sprongen

Er wordt gezegd dat er in geen land zoveel singles werden uitgebracht als in Jamaica. In het vinyl-tijdperk, tot de midden jaren ’90, was er een stortvloed van 45-toeren plaatjes. Ze waren goedkoop te produceren, dus een liedje was zo gemaakt. Zeker omdat de muziek, het riddim, vaak werdt herbruikt. Er konden best enkele tientallen nummers gebaseerd zijn op hetzelfde riddim.

Dit dancehall nummer van Tiger stuitert alle kanten op. Is het riddim nu zo catchy of super irritant? Ik vind het zelf geweldig. Hij is aan het opscheppen dat niemand zijn vocale skills kan overtreffen. Je verstaat er echter geen woord van, dus ik betwijfel of iemand überhaupt een poging wilde wagen in dezelfde stijl. Hoe dan ook, je krijgt wel een stoot extra energie. Net als Winnie de Poeh’s Tijgetje kan je nog een hele tijd blijven springen.

Keuze Roland Kroes: Felix – It’ll Make Me Crazy (1992)

Two-hit wonder

De verleiding was groot, maar ik bewaar Tom Jones nog even tot de Bijbelse-Namen-battle. Dus nu geen What’s new, Pussycat? Tegelijkertijd vraagt mijn bijdrage enigszins tot het buigen van de regels. Want een kat, dat is in het Latijn natuurlijk eigenlijk ‘felis’. En geen Felix. Maar wie Felix zegt, zegt “… the Cat” er achteraan. Felix mag dus best.

Op hitgebied was Felix (de artiestennaam van Francis Wright) een klassieke two-hit-wonder, want na zijn grootste hit Don’t You Want Me kwam snel nog It’ll Make Me Crazy. Daarna: stilte. Alhoewel, een paar keer nog top-20 noteringen met remixes van zijn grootste hit. Misschien bedoeld als kickstart voor de rest van zijn carrière. Maar duidelijk niet gelukt. Volgens mij rust hij op zijn lauweren. Genoeg verdiend om lekker zijn ding te doen. Hij mag het.

Want deze twee nummers waren een perfecte brug tussen de hitparade en de dansvloer. Inderdaad, deze twee. Want ik kan eigenlijk niet goed kiezen tussen deze twee nummers uit 1992. Beiden vielen ze op, in de Top-40 en op donderdagavond tijdens Dancetrax. Ze klonken allebei beter geproduceerd dan andere dancenummers. Dieper, beter afgewerkt. Het was de tijd dat house & dance echt hun weg vonden naar de radio. En dan bedoel ik echt Radio 3, want Slam!FM was er nog niet. Op de reguliere radio hoor je ze voortaan amper nog, allebei niet. Maar gelukkig was daar een moment eind december op Pinguin Radio, toen Felix met Don’t You Want Me op nummer 1571 voorbijkwam. Even de radio harder. Daarom, omdat die andere de Snob 2000 niet haalde: It’ll Make Me Crazy.

Keuze Marcel Klein: Donald Fagen – Morph the Cat (2006)

Trilogie

Hij zwerft door heel New York.  Van de appartementen in Uptown tot aan het Yankee Stadion. Van de Bronx tot in Central Park. We know it’s Morph the Cat.

Donald Fagen is een meester in het beschrijven van (persoonlijke) situaties.  Bij Steely Dan lag de nadruk nog meer op de muziek, en die muziekinvloeden zien we terug bij zijn solowerk, maar daar liggen de teksten veel persoonlijker. Dat was al te merken op de voorgaande soloalbums, maar op deze nog meer. Zijn eerste drie soloplaten zijn eigenlijk een trilogie.  The Nightfly ging over de puberteit, Kamakiriad over zijn mid-life crisis, maar het album wat ook Morph the Cat heet, gaat over de dood. Ingegeven door gebeurtenissen op 9/11 lijkt dit album een duistere klank over New York, maar niets is minder waar. Wellicht de teksten, maar de muziek is zoals we gewend zijn strak en met veel Steely Dan invloeden; helder is wie daar bij The Dan voor verantwoordelijk was.

In dit nummer wordt indirect New York bezongen. Maar wel door de ogen van een kat die overal in New York komt en is. Fagen is uitstekend bij stem en laat zich dus omringen door een strakke ritmesectie en dito muzikanten.  Je waant je op de donkere herfstavond in New York, alwaar je door de ogen van Morph een trip door New York maakt.

De soloalbums van Fagen zijn van uitstekende kwaliteit, ik durf wel te zeggen dat ik denk dat hij solo beter uit de verf komt dan bij Steely Dan.  Ook de rest van het album klinkt als een klok, maar als ik dan door de ogen van een kat ga kijken, doe ik dat het liefst bij Morph.

So rich is his charisma
You can almost hear it sing
He skims the roofs
And bells begin to ring

Chinese cashiers can feel it now
Grand old gals at evening mass
Young racketeers
And teenage models
Laughing on the grass

Blessed Yankees have an ally
When this feline comes to bat
Bringing joy to old Manhattan
All watch the skies for Morph the Cat

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *