Ondergewaardeerde Liedjes


La Bataille des Chansons Françaises

Franse liedjes….in de jaren zestig tot medio jaren zeventig werden ze nog regelmatig op de radio gedraaid, maar met de verengelsing van de Nederlandse taal verdwenen ze nagenoeg uit de ether. In 2001 en 2002 hadden we nog een korte hit-opleving met Kate Ryan, Alizée en In-Grid, maar dan vooral vanwege het hoge meezing-gehalte. Neemt niet weg dat er nog steeds hele mooie Franstalige liedjes gemaakt worden, maar Nederland (in tegenstelling tot België) heeft de oren gesloten.

Vandaag hebben wij een mix van onbekend goud uit het verleden en glimmende pareltjes uit de nieuwe eeuw. Zorgvuldig gekozen en zeker niet met de Franse slag.

Keuze Martijn Vet: Jacques Dutronc – J’ai Tout Lu, Tout Vu Tout Bu (1967)

Niet zo origineel, wel charmant

Ik kom nog uit een tijd waarin je je afzette tegen de muziek van je ouders. De brave Brassens en zie iengliesch Aznavour, ik kon er niet veel mee. Dit stukje muzikale opvoeding vormde ook mijn vooroordelen over Franse muziek. Terwijl de rest van de wereld de rock ‘n roll aan het uitvinden was, bleven ze daar in Frankrijk blijkbaar krampachtig vasthouden aan hun chansons.

Natuurlijk ontdekte ik later mijn ongelijk. Ook in de jaren zestig was de wereld al een groot dorp en ook de Fransen ontkwamen niet aan vreemde invloeden. Een prachtig voorbeeld daarvan ontdekte ik via Shazam, in een museum tijdens een tentoonsteling over pop art.

Jacques Dutronc is vooral bekend van het wat meer chansonneske Il Est Cinq Heures, Paris s’eveille, maar vlak voor die doorbraakhit maakte hij een aantal beat-liedjes. Misschien niet heel origineel, maar wel uiterst charmant. En best rock ‘n roll.

Keuze Willem Kamps: Serge Gainsbourg & Brigitte Bardot – Bonnie And Clyde (1968)

Een repeterend hikje

We kennen Serge Gainsbourg allemaal als de geilneef, le cousin corné, van het fluisterhijgende Je T’aime…Moi Non Plus, waarin hij ligt te rommelen met Jane Birkin. Een grote hit in ’69 waarin de eigenlijke melodie wordt gespeeld door een zwoel nachtcluborgeltje waaroverheen op z’n Frans wordt gekreund en gesteund dat Serge nu toch wel een keer moet klaarkomen: ‘maintenant viens’.  Dat hij dat bij Jane wil doen is begrijpelijk. Mijn overleden vader zou haar eufemistisch hebben gekwalificeerd als ‘geen onaardige verschijning’, al schreeuwen haar boventanden tot op de dag van vandaag om een beugeltje. De fietsenstalling van A’dam CS is er een kleine jongen bij.

Geen onaardige verschijning geldt ook voor Brigitte Bardot, BB, het sekssymbool van de late jaren ’50 en vroege ’60. Bekend geworden door de film Et Dieu… créa la femme, En God schiep de vrouw. Nou, dat heeft Dieu geweten. Wat Bardot betreft dan. Wat een kreng is dat geworden, een eigengereide troel die al jaren aanschurkt tegen het Front National. Maar goed, we schrijven ’67, l’été de l’amour. De eerste versie van Je t’aime neemt Serge op met Brigitte. Zij ziet vervolgens af van de release, bang dat haar echtgenoot, ene Gunther Sachs, vermoedelijk op indringende wijze zal gaan vragen wat zij toch in die studio heeft uitgespookt.

Gainsbourg en Bardot, die in datzelfde jaar ‘67 een kortstondige verhouding hebben, nemen ook het duet Bonnie & Clyde op. Wellicht zagen zij zichzelf als Bonnie & Clyde, en dan berucht om hun seksuele escapades in plaats van bankovervallen. Overigens heb ik in Serge nooit een prominent lid van de Orde der Adonissen gezien, met zijn wat dikke lippen, toegeknepen ogen en aanzienlijke flaporen (zou BB daar haar latere liefde en strijdlust voor het dierenrijk hebben opgedaan?). Kennelijk zagen de vrouwen dat anders gezien zijn staat van dienst.

De tekst is gebaseerd op een gedicht van Bonnie herself, dat zij schreef in de laatste weken, voordat zij en Clyde werden doorzeefd door politiekogels. Het is een voor die tijd wat atypische popsong en ik veer elke keer weer een beetje op, de spaarzame keren die hij op de radio voorbijkomt; het stuwende ritme, de golvende strijkers, de klankkleur van Gainsbourg’s stem, het repeterende hikje, de lichte melancholie. En Bardot? Ja, ze worstelt zich er moedig doorheen, maar het is duidelijk dat BB om andere talenten in de belangstelling stond dan de schone zangkunst, deze belle femme dangereuse (mais aujourd’hui completement fou).

Keuze Erwin Herkelman: Michel Sardou – Une Fille Aux Yeux Clairs (1974)

Een ode aan de mooiste vrouw op aarde

Soms kom je via de meest merkwaardige wegen weer terug bij muziek, die je eigenlijk al lang bleek te kennen. Ik herinner me Salou, waar ik als jonge twintiger flink aan het springen was op Liberté van Parla & Pardoux. Een feestnummer waarbij het bier standaard door de discotheek vloog.

Enkele jaren later werd ik verrast. Liberté bleek een origineel te hebben. In de Top 2000 hoorde ik voor het eerst Les Lacs Du Connemara van Michel Sardou. En hoewel het minder spetterde dan de versie van het Nederlandse DJ-duo, vond ik het toch óók wel een fijn plaatje. Kort daarna zat ik bij mijn ouders op de bank. Mijn vader had het oude vinyl weer eens van zolder gehaald en mijn oog viel op het bovenste hoesje: Une Fille Aux Yeux Clairs. Van Michel Sardou. Huh? Is die niet van… Mijn vader knikte bevestigend en legde het plaatje op de pick-up.

De eerste tonen klonken door de boxen en ik herkende het direct. Ik was opeens weer tien jaar oud. Struinend door de collectie 45-toerenplaatjes had ik dit singletje gevonden. Ik had het opgezet en was betoverd, zonder ook maar een woord te begrijpen. Het waren de indrukwekkende muziek, die warme stem en de emotie van het nummer die mij raakten. En zó anders dan het energieke Les Lacs Du Connemara.

Michel Sardou schreef met Une Fille Aux Yeux Clairs een prachtige ode aan zijn moeder. Met een evenzo prachtige tekst waarin hij zijn verwondering bezingt over het feit dat zo’n jong, blond meisje van 20 jaar kan uitgroeien tot een zorgzame moeder. Een plaat uit 1974 die het in de Nederlandse Top 40 helaas niet langer volhield dan vier weken, en in die vier weken niet verder kwam dan plaats 36. Wat mij betreft zonde, want zo’n juweeltje verdient meer.

Keuze Hans Dautzenberg: T.C. Matic – Elle Adore Le Noir Pour Sortir Le Soir (1985)

Brussel als lied

Medio jaren ’80 ontdekte ik de muziek van het Belgische label Les Disques du Crépuscule. Dat label was in 1980 opgericht in Brussel door Michel Duval en de muze van Ian Curtis (Joy Division), Annik Honoré. Op het label brachten o.a. Wim Mertens en Anna Domino mooi werk uit.

Duval en Honoré waren het platenvak ingerold, nadat ze in 1979 in Plan K (nu La Raffinerie) in de Manchesterstraat in Molenbeek-Brussel een concert hadden georganiseerd van Joy Division. Het leverde hen de Benelux vertegenwoordiging van het Engelse Factory label op. Als exponenten van de do-it-yourself punk-mentaliteit richtten ze daarnaast al snel Crépuscule op, om daarop zeer diverse lokale en internationale artiesten uit te brengen. Voor veel Belgen en Nederlanders was hun cassette From Brussels With Love de eerste kennismaking met een keur van artistiek zeer verantwoorde postpunk/new wave acts.

Maar Brussel toont zich in de jaren ’80 niet enkel van zijn kunstzinnige, dadaïstische zijde. Op andere lokale labels verschijnen ook de eerste uitingen van de invloedrijke uitgebeende Belgische dansmuziek van Front242 en Neon Judgement. Op het in 2013 heruitgebrachte B9: Belgian Cold Wave zijn deze te vinden, naast o.a. het fantastische – persoonlijke favoriet – funky dansnummer Allez Allez.

Smeltkroes Brussel is ook voor Arno Hintjens (Oostende, 1949) in die jaren een aantrekkelijk oord. En ook hij tekent met zijn band T.C. Matic al snel bij een lokaal label. Met T.C. Matic verbindt Arno beide rafelige randen van de Brusselse muziekscène. Het harde new wave geluid wordt afgewisseld met bijzondere muzikale artistieke smeltkroes uitstapjes. In Elle Adore Le Noir Pour Sortir Le Soir horen we een Argentijnse tango op new wave. Arno geeft met zijn krachtige, niet per se mooie, stem het lied veel drama. Geheel in de traditie van Jacques Brel weet hij een enorme passie in het lied te brengen. Een passie die je meevoert naar de nacht. Naar lege straten in het grauwe, betonnen, donkere Brussel van de jaren ’80, met zijn unieke samensmelting van lokale en internationale grootsteedse invloeden. Waar flarden Frans en Engels door elkaar klinken.

Keuze Ilona de Bok: Zebda – Tomber La Chemise (1998)

Vrolijk deuntje

Bij het tromgeroffel aan het begin van het nummer wordt je al vrolijk. De Boemmmmmmm kickt het geheel helemaal af en dan gaan we op naar ruim vier minuten maatschappijkritische vrolijkheid. Want waar ik in 1998 dacht dat dit gewoon een lekker vakantiedeuntje was, blijkt Zebda een meester te zijn in maatschappijkritische rap/ hiphop. Deze jongens waren niet bang hun mondje te roeren over thema’s als de multiculturele samenleving en racisme. En wat denk je? Bijna 20 jaar later is het nog steeds hartstikke actueel.

Hoewel dit nummer dus gewoon één grote oproep tot feesten is, bespreken ze onderhands ook even de woede van de jongeren uit de banlieues. Want die woede komt voort uit de situatie waarin ze leven. De treurige behuizing, de slechte banen, de criminaliteit. Alles zorgt ervoor dat de mensen die in de buitenwijken wonen geen overweldigend gelukkig en blij bestaan hebben.

Maar gelukkig verbroedert niets minder dan muziek. Dus iedereen die op het partijtje is, tombeet zijn chemise (letterlijk doet zijn shirt uit), maar laat dus alle woede even los en maakt er gewoon een mooi feestje van. En dat kunnen die jongens toch mooi wel. Politiek statement en al.

Keuze Richard Rombouts: Garou – Je Suis Le Même (2006)

Ruwe bolster, blanke pit

Ik stond jaren geleden in een kroeg in Oostenrijk met een Fransoos in zijn moedertaal te praten. Hij sprak geen letter over de grens en moest zich daar met handen en voeten verstaanbaar maken. Het bleek dat hij een wintersportreis gewonnen had. Natuurlijk hadden we het over muziek en ik vertelde hem dat ik niet veel op had met piepende Franse zangeresjes en mannen met hoge stemmetjes. En dat Comme d’habitude van Claude François (wel het origineel) het niet haalt bij Frank Sinatra’s uitvoering van My Way, omdat het bereik van François te beperkt is en hij regelmatig de valse toon aanslaat. De stemming sloeg gelijk om. Alsof ik hem in zijn kruis getrapt had. Ik probeerde de schade te beperken door te zeggen dat Edith Piaf een fantastische zangeres was en Frans icoon is, maar ik kreeg de kans niet eens. Hoe ik het in mijn hoofd haalde zo over een grote Franse zanger te praten.

Ik had die avond geen zin om de discussie aan te gaan, want dan had ik hem fijntjes gewezen op het feit dat veel van de populaire Franstalige zangers en zangeressen niet van Franse origine zijn: Lara Fabian, Patrick Bruel, Céline Dion, Roch Voisine, Frédéric François, Dalida, Dave, Garou, Johnny Hallyday, Mylène Farmer, Léo Ferré, Claude Barzotti, Jacques Brel, Joe Dassin, Natasha St-Pier, Mort Shuman, Lio, Stromae, Georges Moustaki, Carla Bruni Tedeschi tot zelfs zijn geliefde Claude François. Ik zal er nog wel een paar vergeten zijn. In gedachten wenste ik hem een zware val tijdens de afdaling toe en ben een stoeltje verder gaan zitten. Ils sont fous, les Français. In ieder geval chauvinistisch tot op het bot.

En dus om alsnog mijn gelijk te halen een Canadese zanger: Pierre Garand met artiestennaam Garou. Een man met een stem van schuurpapier. Bekend geworden door zijn theater-rol als Quasimodo in zowel de Franse als de Engelstalige uitvoering. Mateloos populair in België en Frankrijk, waar zijn albums en singles 4 keer de hoogste positie behaalden. In zijn moederland behaalde hij uitsluitend met Je Suis Le Même deze eer; maar dan wel gelijk 7 weken. Dat dan weer wel.

Ik heb zijn eerste album Seul in de kast staan. Gekocht toen ik Sous Le Vent hoorde; een duet met Céline Dion. Evenals zijn derde, Garou. In 2008 kwam hij met een Engelstalig album, Piece Of My Soul, dat het tot mijn stomme verbazing tot de tweede plek in de Franse albumlijst schopte. In 2012 zag Rhythm & Blues het levenslicht; gedeeltelijk Franstalig en gedeeltelijk Engelstalig met een meer dan uitstekende Little Green Bag van de George Baker Selection en een verbetering van Alicia Keys’ If I Ain’t Got You. Hij spreekt en zingt Engels accentloos, maar aangezien ik niet door de taalpolitie bekeurd wil worden zal ik mij hier beperken tot een Franse bijdrage.

Je Suis Le Même gaat over een eeuwenoud probleem, dat vrouwen denken dat mannen in een relatie (moeten) veranderen. En wanneer dan blijkt dat dit een foute inschatting was loopt soms de relatie stuk. De man met een gebroken hart achterlatend; niet begrijpend wat hij gedaan heeft, want hij is nog steeds dezelfde als toen ze elkaar ontmoetten.

Je suis le même que t’as connu
Celui-là même qui t’a émue
Je suis le même que t’as voulu
Qui malgré lui t’aura déçue
Je suis le même que t’as aimé

Ik heb het nooit begrepen…je ontmoet iemand, je wordt verliefd mede op zijn eigenschappen, maar zodra de relatie definitief is moet er aan deze eigenschappen gesleuteld worden. Waarom?

Mijn vrouw heeft het gelukkig al lang opgegeven.

Keuze Ronald Eikelenboom: Alcest – Opale (2014)

In het Engels zou je hem voor gek verklaren

Ik heb niet zoveel op met Frankrijk. Ik hou niet van de taal en ik hou niet van chansons. Of het nu de kreunliedjes zijn van Serge Gainsbourg of de rijmelarij van Stromae; ik kan er niks mee. Maar zo heel af en toe is er een uitzondering. Neem Alcest. Ik hoorde voor het eerst over de band in 2014 bij het verschijnen van hun vierde album Shelter. Black Metal goes shoegaze, dat is vloeken in de kerk. Dan is je album bij voorbaat ondergewaardeerd.

De eerdere albums heb ik nooit geluisterd, en opvolger Kodame slechts een beetje. Die gaat weer meer richting metal en is daardoor, voor mij, één van dertien in een dozijn. Shelter was precies goed. De muziek heeft een dromerigheid die goed past bij de teksten vol elfjes, bosgeesten en een blik op een andere wereld. Misschien wel doordat het album is opgenomen in het feeërieke IJsland, in de studio van Sigur Rós. Of misschien door die taal, dat Frans, wat maakt dat je zanger Neige gelooft wanneer hij zingt dat hij serene stemmen hoort uit de diepte van de zee.

Keuze Eric van den Bosch: Lazuli – La Lierre (2016)

De clême-taune

Frans is nooit een taal geweest die ik heel interessant vond – en dientengevolge was ik er op school ook niet goed in. Via de omweg van de muziek kwam het toch weer terug: Frans blijkt een prachttaal voor rock. De eerste keer dat ik dat ontdekte was met F.F.F., die ik al eens eerder heb besproken.

Ook in de progrock blijkt Frans prachtig te zijn. In elk geval wel in de versie van Lazuli. Dit vijftal timmert in toenemende mate aan de progweg en brengt binnenkort een live-DVD uit van een optreden in De Boerderij in Zoetermeer. Een eerdere DVD werd opgenomen in Paradiso.

De band is ooit opgericht door drie gitaristen, de broers Dominique en Claude Léonetti en Gédéric Byar. Dominique is daarnaast ook de zanger en de voornaamste songwriter. Tot 2010 waren ze een zestal, sindsdien zijn ze een vijftal met daarbij toetsenist Romain Thorel en drummer Vincent Barnavol. Inderdaad, geen bassist. Maar dat is niet de grootste bijzonderheid in het instrumentarium. Dat is de LéOde, die het midden houdt tussen een slidegitaar en een synthesizer. Uit pure noodzaak bedacht: Claude Leonetti raakte bij een motorongeluk een groot deel van de functie in zijn linkerhand kwijt en bedacht daarom de LéOde. Wat je noemt een geluk bij een ongeluk, want de LéOde zorgt voor een uniek geluid.

Die muziek was toch al verre van gewoon. De nadruk ligt sterker op ritmiek dan gebruikelijk in pop en rock, met bovendien veel klanken die een Arabische invloed met zich meebrengen. De Léode draagt vooral aan dat laatste bij. Daarnaast staan – voor prog niet altijd vanzelfsprekend – de fenomenale muzikale vaardigheden van de heren volledig in dienst van liedjes met kop en staart.

En die Franstalige teksten? Ach, het gaat mij meer om de klanken eerlijk gezegd. La Lierre gaat over klimop, maar dan als metafoor voor het leven – als mijn beperkte kennis van de taal mij niet in de steek laat. Op de een of andere manier klinkt het veel vloeiender dan Engels en Nederlands, met veel opvallender klemtonen. Dát is wat mij aantrekt. Niet die teksten zelf.

 

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *