Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


100 jaar Frank Sinatra: the battle

Vandaag is het exact honderd jaar geleden dat Francis Albert Sinatra het levenslicht zag. Echt ondergewaardeerd is hij natuurlijk niet, gezien de 150 miljoen verkochte muziekdragers, maar wees eens eerlijk….wanneer was de laatste keer dat de radio een lied van hem draaide?

De man is één van de invloedrijkste zangers uit de vorige eeuw en zijn curriculum (zanger, acteur en producer) is ellenlang. Hij heeft nooit geleerd muzieknoten te lezen, maar had een natuurlijk muzikaal gevoel. Tevens zong hij alle studio-opnamen live met zijn band of het orkest in.

Voor iedereen die onbekend is met zijn oeuvre… een tipje van de sluier!

Keuze Tricky Dicky: One For My Baby (And One More For The Road) (1947, hier 1970)

Charisma in ultima forma

Ol’ Blue Eyes loopt als een rode draad door mijn leven. Ik heb altijd platen van hem gekocht en gedraaid; zelfs zijn mindere getuigen nog van een bijzondere klasse. Het is de ‘schuld’ van mijn vader; hij hield van swingmuziek. Met name Frank, want zijn stem kon vrijwel alles aan; de timing en niet in de laatste plaats de feilloze keuze van liedjes. Ook ik kon er geen genoeg van krijgen. Waar je mee opgroeit, wordt je door besmet.

Na de oorlog heeft mijn vader met een circus als (assistent) goochelaar door Europa getrokken, mijn moeder ontmoet en is terug in Nederland de reiswereld ingegaan. Het zal niet verbazen dat ik het merendeel van mijn carrière ook in dezelfde branche heb doorgebracht. Waar je mee opgroeit, wordt je door besmet.

Begin ‘jaren tachtig’ reisde ik met groepen van circa 100-150 Amerikanen door Europa. Tot op de dag van vandaag blijf ik het apart vinden dat – onafhankelijk van hun opleiding – zij zich op reis als kleine (en vaak verwende) kinderen gedroegen. Nu zijn er hele volksstammen die het verstand op nul zetten wanneer ze op vakantie gaan, maar Amerikanen leken ontheemd en tegelijkertijd goedgelovig. Bij aanvang van de reis was er altijd een uitgebreide instructie over de toeristische en zakelijke dingen; de zogenaamde ‘briefing’. Desalniettemin kwam men regelmatig met vragen die allang beantwoord waren. Is kraanwater drinkbaar? Waar moet ik me inschrijven voor de excursie? Etc. etc. etc. Om niet de hele dag in herhaling te vallen, beloofde ik de groep op de laatste (feest)avond met de band te zingen, indien uitsluitend relevante vragen zouden stellen. Geloof het of niet, maar daar waren ze heel (kinderlijk) gevoelig voor. Dus wanneer er tijdens de reis een overbodige vraag gesteld werd, vroeg ik of men mij wilde zien optreden? Was de vraag echt nog niet beantwoord? Vrijwel altijd stelden ze de vraag aan een medereiziger (die wel had opgelet).
Belofte maakt schuld, dus de laatste avond ‘zong’ ik voor een uitgelaten groep Strangers In The Night, en ontving van de dames romantische blikken als beloning. Aangezien ik zeker weet dat het niet door mijn stem kwam, moet het de kracht van Sinatra zijn. Kennelijk gold voor hen ook: waar je mee opgroeit, wordt je door besmet.

Feitelijk kan ik geen lied aanwijzen als favoriet, want de man heeft zo ontzettend veel mooie nummers gezongen. Met name zijn live-elpees getuigen van zijn charisme: At The Sands (1966), The Main Event (1974) en zeker ook The Rat Pack (1962-1963) met Dean Martin en Sammy Davis Jr. Of zoals Martin het zei: It’s Frank’s world, we just live in it.

Er is er wel één, die de personificatie van Ol’ Blue Eyes is; zanger, acteur en verteller van verhalen. Het ultieme barlied over een man, die zijn liefje heeft zien vertrekken en even zijn verhaal kwijt moet bij het luisterende oor van de barkeeper. Slechts grotendeels met begeleiding van een piano, die de eenzaamheid, het verdriet en de teleurstelling versterkt. En dan komt Frank, die met zijn hele gevoel en mimiek een vertolking doet van miljoenen mannen met dezelfde ervaring.

Ik draai dit nummer het liefst wanneer het donker en stil is – onder het genot van een glas malt whisky – en denk dan terug aan de blauwtjes in mijn leven.

We’re drinking my friend
To the end of a brief episode
So make it one for my baby
And one more for the road

Keuze Elise Kalkhoven: I Get A Kick Out Of You (1953)

Alsof hij elk moment wat anders kan gaan doen, de afwas of zo

Al zo lang ik me kan herinneren hou ik bijzonder veel van de muziek van Frank Sinatra en wat mensen daar ook van zeggen, ik ben er gewoon niet vanaf te brengen. Het is een combinatie van verschillende dingen, denk ik. Het komt voor een deel voort uit nostalgie; ik ben echt opgegroeid met de liedjes uit the Great American Songbook. Die muziek is zo ontzettend veelzijdig. Ik blijf er steeds weer nieuwe dingen in ontdekken. Elk nummer kent honderden uitvoeringen, maar eens in de zoveel tijd duikt er een artiest op, die ervoor zorgt dat zo’n klassiek nummer nog klassieker wordt dan het daarvoor al was. Wat mij betreft was Frank Sinatra zo iemand. Bij sommige nummers zou je bijna vergeten dat ze ook nog door anderen gedaan zijn. De timing van die man is echt geniaal. Hij hangt zo’n beetje te hangen in z’n eigen begeleiding. Alsof het allemaal helemaal geen enkele moeite kost en of hij elk moment wat anders kan gaan doen. De afwas, of zo.

Binnen the Great American Songbook heb ik één absolute favoriete componist: Cole Porter. Voor deze battle moet ik dus wel een nummer van Cole kiezen. Ze passen ook goed bij elkaar, Cole en Frank. De liedjes van Cole zijn grappig en intelligent, zowel qua muziek als tekst. En Frank ‘easy does it’ Sinatra voelt dat perfect aan.

Het nummer van mijn keuze is I Get A Kick Out Of You. Porter schreef het in 1934 als onderdeel van zijn musical Anything Goes. Luister maar eens hoe Sinatra dat doet. With ease and with grace,  zullen we maar zeggen. I get a … trompetje… kick out of you. Hoera!

Keuze Martijn Vet: It Was A Very Good Year (1965)

Laat hem lekker hedonistisch zingen over zijn decadente leventje

Het schijnt niet helemaal waar te zijn, maar het idee dat Frank Sinatra een oervervelend mannetje was, is hardnekkig. En erg aantrekkelijk.
Een vervelend mannetje bovendien dat zelf alleen maar fantastische dingen meemaakte, zo stel ik me graag voor. Bij Frank Sinatra kwam alles aangewaaid. Beetje zingen zonder al te veel moeite te hoeven doen, een prettig gevulde bankrekening op de koop toe. De juiste mensen om je heen, die je vijanden uit de weg ruimen. De vrouwen voor het uitkiezen.

Die Sinatra moet natuurlijk niet op de gevoelige toer gaan. Nee, laat hem lekker hedonistisch zingen over zijn decadente leventje. Dat is Sinatra op zijn best.

And now I think of my life as vintage wine
from fine old kegs

Geen weldenkende sterveling zou het zelfs in een dronken bui zijn strot uit krijgen. Frank Sinatra wel. Zonder een spoortje ironie. Prachtig!

Naschrift: tijdens het googelen kom ik erachter dat de versie van Frank Sinatra niet de eerste was. Het nummer is niet voor hem geschreven, maar het is hem evengoed op het lijf geschreven.

Keuze Danny den Boef: That’s Life (1966)

Doorgaan

Iets niet kunnen. We zullen het allemaal herkennen. Mensen uit je omgeving zeggen dat je iets toch niet kunt, of dat het je toch nooit gaat lukken. Een wijze les; laat dat je er nooit van weerhouden. Laat het juist een extra boost zijn. Zo dacht Frank Sinatra ook.

Als jongen uit het arme vooroorlogse New Jersey, de wijk Hoboken om precies te zijn, kreeg hij dit bericht maar al te vaak. Een kleine schlemiel uit een achterstandswijk. Dat ging niks worden. En zingen? Wat moest hij daar nou mee?

Zijn ouders waren terecht voorzichtig. Zij wisten, beide Italiaanse immigranten, dat het leven in een bevolkingsgroep als die van hen nou eenmaal niet heel rooskleurig was. Italianen waren het onderste beetje residu uit het putje der immigranten. Je kon beter Iers zijn. Dan had je in ieder geval nog een beetje aanzien.

Zijn extreem dunne postuur was vaak de reden van spot. Toch had hij met het nodige zelfvertrouwen (naar het schijnt net als zijn moeder) op relatief jonge leeftijd een baantje als zanger. Dankzij zijn moeder, die hem een plek bezorgde in de groep The Three Flashes. Hij werd eigenlijk niet zozeer om zijn zangkunsten aangenomen, maar uitsluitend om het feit dat hij een auto had. Toch klom hij snel op en kwam hij in het volgende bandje; het lokaal zeer populaire Hoboken Four. Zijn bekendheid en roem – met name tot groot plezier van hemzelf – onder vrouwelijke fans bleef groeien. Binnen een aantal jaar was Sinatra verlost van elk beetje wantrouwen vanuit zijn omgeving en droeg de wereld hem eind ‘jaren dertig’ op handen.

Spelend met orkesten gedirigeerd door mensen als Harry James en Tommy Dorsey bleef zijn faam groeien. Die laatste was klaarblijkelijk zo onder de indruk, dat hij tijdens één van de eerste optredens met Sinatra zijn trompet vergat te bespelen. Maar Sinatra wilde weer verder. In 1942 nam hij, tot ergernis van Tommy Dorsey, zijn eerste soloplaat op. Sinatra was hier zelf zo van onder de indruk, dat hij eigenlijk niets anders meer wilde. En zo geschiedde. Het ontbrak Sinatra opnieuw niet aan zelfverzekerdheid. Hij was gewoon de allerbeste zanger en entertainer die er bestond. Iedereen zou de naam Sinatra kennen en aanbidden. Dat dit ging lukken was voor Sinatra geen vraag maar een gegeven.

Hij bleek gelijk te krijgen. De Sinatra-mania barstte in de U.S. net zo hevig los als de tweede wereldoorlog gelijktijdig in Europa. In 1944 ontstonden er in New York heuse rellen, omdat er 35.000 fans buiten het Paramount Theater stonden en niet naar binnen konden aangezien er maar voor een paar honderd man plaats was.

Het was definitief. Niemand kon nog om hem heen, precies wat hij graag wilde. Hij werd hierbij geholpen door zijn slimme manager George Evans, die veel interviews organiseerde en Sinatra dwong vooral veel op de foto te gaan met fans. Het beeld van de zachtaardige Italiaan komend vanuit een moeilijke jeugd die het nu ging maken, werd door George vooral in stand gehouden. De haast arrogante zelfverzekerdheid, vrachtwagenladingen aan vrouwen, drank en zijn explosieve karakter werden zoveel mogelijk in de schaduw gehouden.

Sinatra’s ontembare honger om alsmaar groter en groter te worden, zelfs groter dan persoonlijke held en voorbeeld Bing Crosby was al 1945 een feit. Vanaf 1946 deed Sinatra weinig anders nog dan optreden. Hij trad gemiddeld zo’n 45 keer per week op. Daarnaast maakte hij ook nog een aantal films en was hij ongeveer 160 keer live op de radio te horen. Hij verdiende er een kleine $100.000 per week mee, een vermogen, maar het geld ging er met zijn extravagante levensstijl vaak net zo hard weer uit.

Aan het eind van de jaren 40 begonnen er langzaam scheurtjes te ontstaan in het firmament Sinatra. Zijn manager Evans overleed en zijn explosieve affaire met actrice Ava Gardner leidde in 1951 tot de scheiding van zijn vrouw Nancy. Zijn hard teruglopende populariteit en het geld dat zijn scheiding hem kostte zorgde voor een volledig failliete Sinatra. Al zijn verdiende geld was opgegaan aan alles waar hij zo intens van genoot, met name aan drank en vrouwen.

Maar Sinatra bleef maar doorgaan tot ver voorbij het niveau ‘zielig’. Hij stond in zalen geschikt voor 1500 man waar maar krap 150 man zat. Ook begon hij op te treden in Las Vegas. Halve zalen vol slapende, dronken gedesillusioneerde gokkers. Dat was Sinatra in 1952. Een schim van de hitsensatie die hij nog geen 10 jaar daarvoor was. Toch was opgeven geen optie. Nooit. Hij was Frank Sinatra. En die gaf niet op.

Toen hij zich in 1953 als een bezetene en vol overgave op zijn rol als Private Angelo Maggio in de film From Here To Eternity stortte, kreeg men haast medelijden met deze vreemde noodsprong. Het leek een soort laatste stuiptrekking van de ten dode opgeschreven carrière van deze ooit zo populaire zanger. Men kreeg ongelijk. Sinatra speelde een glansrol in het oorlogsdrama en sleepte zowaar een Oscarnominatie in de wacht. En hij won. In één klap stond hij weer in de door hem zo geliefde spotlights. Frank Sinatra: Oscarwinnaar.

Toch bleef de muziek zijn grootste liefde. Hij kreeg weer een platencontract; dit keer bij Capitol. Zijn eerste album Songs For Young Lovers bleek gelijk raak. Sinatra was weer terug, en met meer zelfvertrouwen dan ooit. Dit keer ging hij aan de top blijven, daar was vooral wederom hij zelf heilig van overtuigd. En dat was zo. Hij bleef redelijk populair, totdat hij in 1971 zijn afscheidsconcert gaf. Goed, het zou al na slechts drie jaar niet meer blijken te kloppen, want het woord ‘comeback’ komt vele malen voor.

Ik hou enorm van Sinatra en ik zou zonder moeite nog 10.000 woorden kunnen wijden aan deze grootheid. Die heerlijke, vaak tijdloze muziek. Luister wat nummers en het brengt je gelijk tot rust. Er straalt een soort verlammend effect vanuit. Het strak georganiseerde orkest muzikaal voortgesleept door een feilloos timende Sinatra. Hypnotiserend.

Want timen dat kon hij. Hij kon het zelfs zo goed, dat het haast lijkt dat hij het allemaal niet zo nauw neemt met die timing en bepaalde maten in de muziek. Toch is elk woord als je goed luistert stuk voor stuk geplaatst met de precisie van een chirurgische incisie. En dat is zeldzaam.

Altijd maar doorgaan. Ook al lig je nog zo diep in een goot. Dat was Sinatra. Je komt er altijd wel weer bovenop. Want ja, zo gaat dat. That’s Life.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.