Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: Amsterdam

Amsterdam ofwel Mokum: deze naam voor onze hoofdstad komt uit het jiddisch en betekent ‘stad’. Het werd voor vele Europese steden gebruikt met een specifieke toevoeging, maar alleen voor Amsterdam is de naam blijven hangen.

Amsterdam heeft een gezellige en soms enigszins aggenebisje binnenstad, vol met culturele bezienswaardigheden, een grote variëteit aan uitgaansmogelijkheden in de allerbreedste zin van het woord én de Jordaanse humor en gebbetjes. Bovendien geeft de gemeente van tijd tot tijd al dan niet bedoelde douceurtjes aan de lokale bevolking, en staat de vrijheid van meningsuiting dermate hoog in het vaandel dat je tegen het paleis kan urineren en de hond op de royale stoep zijn behoefte kan laten doen.

Amsterdam heeft hét. En daar hebben ze een liedje over geschreven. Heel veel liedjes zelfs. Een greep door de decennia heen.

Keuze Tricky Dicky: Ramses Shaffy – ‘t Is Stil In Amsterdam (1966)

Het geluid van de stilte

Alhoewel ik in mijn jonge(re) jaren geen echte nachtbraker ben geweest wist ik in naam van de gezelligheid regelmatig de sluitingstijd van het etablissement te overschrijden. En toch kwam het mooiste moment van de avond altijd pas bij het uitgestelde vertrek; of de nacht was nog niet voorbij, omdat het gesprek met de lokale schone op intieme wijze elders voortgezet ging worden, of je wandelde de halve stad door naar de auto.

Niets is zo mooi als een slapende stad. De echo van jouw voetstappen zijn op dat moment een voortzetting van het ritme van de muziek, dat nog na-ijlt in je gehoor en hoofd. Per straat verschilt dit geluid alsof een ander orkest de regie overneemt.

Geen stad of dorp klinkt hetzelfde, maar nergens is het geluid mooier dan in Amsterdam. Het leven in de hoofdstad gaat langer door dan elders en begint ook vroeger, maar juist in die beperking schuilt de schoonheid. Heel kort de complete rust, hoogstens verstoort door ritselende kranten opgestuwd door de wind, of een blaffende hond of krijsende kat. Het verdwaalde lichtje achter een raam; het zet je aan tot denken over eenzaamheid. Nooit heb ik me onveilig gevoeld in mijn struinen door de straten tijdens deze nachtelijke uren. De stille groet naar de zielsgenoot, het korte gesprek met de eeuwige dronkenlap die zijn huis niet kan vinden, of het schalkse ‘hé schatje’ zijn een onoverkomelijk onderdeel van de reiziger in de stadsnacht.

Nachtmens Ramses Shaffy heeft dit gevoel in 1966 al perfect beschreven en bezongen. De klarinet vertolkt het eenzame gevoel en het lome ritme van de jazz zijn als de voetstappen tijdens de wandeling. De zwart-wit beelden van de clip versterken de beleving.

En toch….wellicht is dit niet de allermooiste uitvoering;  kijk en luister naar de onderstaande clip van de oude Ramses aan de piano, waarin uitgesproken eenzaamheid en breekbare emotie schuilt. Aan het einde lopen de tranen langs zijn gezicht en is zijn stem gebroken. Hij ziet zijn leven aan hem voorbij trekken. Dit is geen lied meer, maar een vertolking van zijn leven.

Kippenvel!

Keuze Willem Kamps: Khan – Driving To Amsterdam (1972)

Op weg naar de magische stad

Hop, in de auto op weg naar Amsterdam. Raampje open, wind door je haren, muziekje aan, en wat past dan beter dan Driving to Amsterdam van het onvolprezen Khan? Lekker up tempo, het gaspedaal lichtjes beroeren tot de juiste snelheid en woesj, gaan, suizend langs de vangrail.

Je waant je meteen terug in de vroege ‘jaren zeventig’, de uitloop van het hippietijdperk met prog zoals prog eigenlijk bedoeld was, complex maar zonder bombastische en megalomane uitwassen. Je proeft, voelt en ruikt als het ware nog de psychedelica. Dat geile fuzzorgeltje van Dave Stewart (niet die van de Eurythmics, maar van What Becomes of the Broken Hearted met Colin Blunstone) en dat heerlijke, wat jazzy gitaarspel van Steve Hillage (later Gong en nu al sinds jaar en dag System 7). Het is de opener van kant B van het enige album van de band, Space Shanty.

Het is 1972, de damslapers zijn al lang verdwenen, maar Amsterdam is nog wel het magisch centrum van West Europa. Magisch is ook de tekst met onder andere de prachtige regel

Across the dyke of worry,
to a Nederlander dream.

Die droom, die Amsterdamse droom, is als een roterende, felgekleurde vloeistofdia, je hersens geplet, gevangen in de eeuwige transformatie binnen het plastic venstertje van het kunststof raampje waar een schelle lichtstraal dwars doorheen dendert. Je ziet als het ware je eigen brein vervormen. Helaas, de droom was. Amsterdam is nog steeds A’dam, maar het magische is er wel van af. Met Khan keer je voor even terug. Gelukkig duurt dit ondergewaardeerde ‘liedje’ 9:22 minuten, genoeg voor een geestverruimend luistertripje op weg naar die ooit zo verleidelijke magische stad.

Keuze Martijn Vet: Hans Dorrestijn – Amsterdam (1990)

Ondanks duizenden bezwaren

En als we het over het verval der zeden hebben, dames en heren, dan hebben we het natuurlijk over Amsterdam.

Een loflied. Laat dat maar over aan Hans Dorrestijn. Of het nu over de Polder van Eemnes, over de slavink of over onze hoofdstad moet gaan, de vrolijke somberaar weet het moeiteloos aan de man te brengen.

Hoewel… Bij de polder en het stukje vlees krijg je toch een héél klein beetje het idee dat er gezocht moest worden om er toch maar iets positiefs over te zeggen. Als het om Amsterdam gaat, hoor je dat de liefde er van af spat.
Ondanks duizenden bezwaren.

Dank, Tricky Dicky, voor het YouTuben van dit lied!

Keuze Gert Verbeek: American Music Club – Hello Amsterdam (1994)

Amsterdam door de ogen van een beschonken Amerikaan

Als je me vraagt een muzikale ode aan Amsterdam te noemen is Hello Amsterdam van American Music Club het eerste dat me spontaan te binnen schiet. Het is niet eens mijn favoriete liedje van de Amerikaanse band rondom singer-songwriter Mark Eitzel. Bij AMC denk ik aan liedjes in mineur over eenzame zielen, die met een fles drank in de hand vergeefs op zoek zijn naar de ware liefde, geschreven door iemand bij wie constant een donkere regenwolk boven het hoofd hangt. Een opgewekt liedje over een Europese stad past daar helemaal niet tussen. Hello Amsterdam behoort tot het type nummers in het oeuvre van AMC, dat Mark Eitzel schreef als een opmonterend bedoeld plaagstootje om het leed ietwat te verzachten.

Eitzel kijkt in Hello Amsterdam naar onze hoofdstad met de blik van een buitenstaander. Verwacht bij hem niet de sentimentele nostalgie waarmee Nederlandse volkszangers vaak over hun Amsterdamse grachten zingen. Hello Amsterdam is een muzikale spotprent van de groteske Amerikaanse toerist. Hij heet Fernando en heeft last van een chronisch superioriteitsgevoel. De man waggelt dronken langs de waterkant en houdt de bewoners van de grachtenpanden uit hun slaap met de uitvoering van een wereldhit van de George Baker Selection. Fernando voelt zich een superster. Wat hij luid met ons wil delen zijn onder meer zijn Amerikaanse trots en hebzucht. Je kunt maar beter met een wijde boog om hem heen lopen.

Hello Amsterdam staat op San Francisco (1994); het zevende album van AMC. Die plaat had voor de doorbraak naar een groter publiek moeten zorgen, maar San Francisco flopte en de band was al uit elkaar toen het label Virgin Hello Amsterdam in 1995 ook nog op single uitbracht. Een decennium later keerde AMC terug; er verscheen een nieuw album en de groep ging weer uitgebreid op tournee. Mark Eitzel en zijn kompanen werden op 14 februari 2008 in de bovenzaal van Paradiso verwelkomd door een kleine, maar trouwe schare fans. De goedgeluimde muzikanten wisten dat er maar één liedje was om de set feestelijk mee te af te trappen. Het opbeurende ‘Hello Amsterdam’ is niet alleen een geschikt openingsnummer voor American Music Club, maar voor elke buitenlandse band die komt optreden in Amsterdam.

Keuze Tricky Dicky: Van Halen – Amsterdam (1995)

De broertjes Van Halen probeerden tevergeefs de tekst te censureren

Los van een paar nachtjes her en der heb ik nooit in Amsterdam gewoond, maar wel vele jaren gewerkt. Een ex-collega heeft zelfs vrijwel zijn hele werkende leven rond de Dam vertoefd en elk hoekje was hem bekend. Bovendien kon hij de smeuïgste verhalen vertellen over de dames van plezier, de penoze en de vele veranderingen gedurende de decennia, dus liep ik graag een rondje mee tijdens de lunchpauzes.

Toeristen komen naar Amsterdam voor de oude binnenstad, maar velen komen ook voor de geestverruimende mogelijkheden en het gevoel van vrijheid, want oom agent valt je in de regel niet lastig voor een vreemd riekend peukie. In 1993 gaf Van Halen een concert in Ahoy, en natuurlijk wilden de heren ook naar Amsterdam. Zanger Sammy Hagar was kennelijk behoorlijk onder de indruk, want hij besloot een lied te schrijven over zijn impressie van onze hoofdstad.

Alexander Arthur en Eduard Lodewijk van Halen zijn van oorsprong Nederlanders en kennelijk hebben ze toch nog een binding met hun geboorteland, want zij vonden de tekst van dit lied ongepast en hun vaderland in een kwaad daglicht stellen. Een tikje hypocriet, want met name kwajongen Eddie was niet vies een snuifje en spuugde er niet in.
Enniewee, Hagar weigerde de tekst aan te passen.

Looking good through the window,
Shinin’ red and blue light.
A little thick in the bottom,
But still lookin’ alright.

Got a pocket fulla money,
Got me a long night ahead.
A quick stop by the Bulldog
Score me some Panama Red.

Wham, bam, oh Amsterdam
Stone you like nothin’ else can
Hot damn, roll an Amsterdam
If she can’t, then nothin’ else can.

Niets mis mee, toch? We kunnen wel (weer) roomser dan de Paus willen zijn en de hele santenkraam willen verplaatsen om de indruk te wekken dat het allemaal wel meevalt, maar ik zou ze de kost niet willen geven die juist naar Amsterdam komen voor deze vorm van vertier.

Er werd in 1995 een video gemaakt tijdens een kortstondig verblijf in Nederland, maar in het woonland van de heren weigerde MTV de clip uit te zenden, omdat er over marihuana gezongen werd. Oei. Bijna 15.000 moorden per jaar en de feitelijke nummer 1 op de ranglijst van meeste aantal mensen in de gevangenis per 100.000 bewoners. Tel daar bij op dat er circa 42 miljoen mensen wonen, die in hun jeugd misbruikt zijn (=13%), maar softdrugs zijn het werktuig van de duivel.
Maar ja, zolang je het maar niet inhaleert.

Pass the Dutchie…..

Keuze Victor Romijn: Michiel Huisman – Druppels in de Amstel (2005)

Het is alsof de hemel valt

Lang, lang voordat Michiel Huisman als acteur doorbrak in de Verenigde Staten met rollen in Game Of Thrones en Chanel-reclames, speelde hij in een bandje. Fontane speelde bijna elke maandagavond in de Meander, en ze hadden zelfs een paar bescheiden hitjes. Op een gegeven moment ging Michiel solo, en bracht hij zelfs een plaat uit: Luchtige Verhalen. Een prima pop-rockalbum; niet wereldschokkend, maar prettig in het gehoor.

Van dat album komt Druppels in de Amstel. Een mooie ballad, waarin hij troost voor het overlijden van z’n vader zoekt door het bellen van een vriend en het oppikken van een meisje. De druppels die in de Amstel vallen op weg naar huis weerspiegelen zijn emotie; het is alsof de hemel huilt. Het had natuurlijk elke rivier kunnen zijn, maar juist doordat hij de Amstel noemt krijg ik bij het nummer beelden van Amsterdam in mijn hoofd, en zie ik als discotheek de Meander voor me.

Keuze Harm Eurlings: Herman van Veen – Pijpenstelen (2007)

Een scherpe schets van Amsterdam anno nu

Ik zal na deze bijdrage wel geroyeerd worden. Herman van Veen op ondergewaardeerde liedjes, je moet maar durven!

Maar kom op, Herman heeft echt heel veel moois gemaakt, en in zijn enorme oeuvre zitten verborgen pareltjes die de weg naar NPO radio 2 niet gevonden hebben. En hij klinkt de laatste jaren niet meer alsof hij de nieuwslezers van weleer naar de kroon wil steken als het gaat om verstaanbaarheid. Soms is er zelfs wel eens een lettergreep niet meteen helemaal duidelijk. Zo fijn!  En hij kan soms op ogenschijnlijk simpele wijze de kern ergens van precies raken. Hij doet dat in het lied Pijpenstelen, waarin hij een scherp beeld schetst van Amsterdam anno nu.

Ik heb zes jaar in Amsterdam gewoond, en ik zal meteen bekennen dat het in die tijd nooit liefde is geworden tussen de nationale hoofdstad en ondergetekende. De verkeersterreur van de fietsers werd er overtroffen door het onbestaanbaar agressieve rijgedrag van taxichauffeurs. De enorme aantallen toeristen die de stad hadden overgenomen werden nog overtroffen door de onvermijdelijke voortdurende aanwezigheid van duiven. Openbare dronkenschap viel eigenlijk niet eens meer op.  En als ik onvoorzien een metrorijtuig moest delen met Ajax supporters dan vond ik de sfeer bepaald niet geruststellend. En de beroemde Amsterdamse humor klonk in mijn oren vaak vooral als onvriendelijk en lomp.

Of zoals Herman het zingt in zijn lied:

De duiven schijten Rembrandt wit
Op de Dam een bus of wat Japanners
Een dronken vrouw lalt over straat
wordt door een tandem twee keer overreden.
Een horde Ajax tuig gooit autoruiten in
Een kaketoe roept ‘klootzak!’

Ik woon al jaren niet meer in Amsterdam, maar ik kom er nog vaak. En het hoe langer het geleden is, dat ik er woonde, hoe meer ik de schoonheid weer ga waarderen. Ik was er de afgelopen week twee keer. Een goede vriend gaf me een rondleiding langs zijn favoriete plekken in de stad. En met een lieve vriendin bezocht ik één van de vele geweldige musea die deze stad rijk is. Vaak ga ik er naar een optreden in een van de vele concertzalen, waarmee Amsterdam zo rijkelijk bedeeld is. En telkens merk ik wat voor fijne stad het eigenlijk is.  Amsterdam, dat is ook de stad van de kunst, van muziek en cabaret, de plek waar je ook als je wat afwijkt van de norm toch jezelf kunt zijn, waar eerder praktisch dan strikt met de regels wordt omgegaan.

Of zoals Herman het zegt:

Bij het Concertgebouw op het Museumplein drommen deftige figuren
In Paradiso kreunt de blues
en in Carré staat iemand maan en sterren weg te geven
In de Jordaan staat een verstokte hippie
op een platje drie hoog achter wiet te telen

Ik ben graag in Amsterdam. Wat een fijne plek! En dan ga ik ook met genoegen weer naar huis. Blijkbaar is de hoofdstad voor mij een plaats om wel te zijn, maar niet te wonen. Het zal de provinciaal in mij zijn, denk ik…

Of, om nog een laatste keer de liedtekst van Van Veen aan te halen:

De Westertoren speelt van de lichtjes op het plein.
Een man stapt in een trein naar Waddinxveen.

Keuze Freek Janssen: Voicst – High As An Amsterdam Tourist (2008)

Eén keer gedraaid op een christelijk tijdstip op 3FM – geen dank daarvoor

Veertien keer. Zo vaak is het op een na beste liedje van Voicst op 3FM gedraaid. Slechts één keer was dat vóór 11 uur ‘s avonds. Mag ik er trots op zijn dat ik daarvoor verantwoordelijk was? Op weg naar een feestje vroeg Roosmarijn om een verzoeknummertje, en ik vond het zo zonde dat die nieuwe single van Voicst eigenlijk nauwelijks op 3FM werd gedraaid. Plots haalde ik de uitzending.

Dat, dus.

P.s.: het beste liedje van Voicst, dat is dit bevreemdende werkje natuurlijk.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.