Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Autoliedjes-battle

Iedereen met een creatief beroep zal het herkennen: de beste ingevingen krijg je als je even niks aan je hoofd hebt. Pas als je alles om je heen kunt vergeten en niet je best hoeft te doen om iets te bedenken, dan pas valt Het Grote Idee.

Geen wonder dus eigenlijk dat er zoveel liedjes gaan over auto’s of autorijden.

Wat maakt een deuntje een typisch autoliedje? Het beuken van AC/DC onderweg op hun Highway to Hell of de beschrijving van de reis door de Golden Earring in hun Radar Love? Een Hollandse meezinger? Of toch de liefde voor een type auto, zoals Little Red Corvette? Meebrullen tijdens de rit of toch liever een muzikale begeleiding en aanmoediging om het gaspedaal tot de bodem in te trappen?

Wij hebben een paar liedjes gevonden, die het gevoel van de ultieme autorit weergeven. Liedjes die je uitnodigen om even op een parkeerplaats te stoppen om het goed op je in te laten inwerken. Liedjes, die je uitnodigen om…..

Luister maar!

Keuze Bob Jongeneel: Meat Loaf – Objects In The Rear View Mirror May Appear Closer Than They Are (1994)

Autobiografisch

Zo, een flinke mond vol inderdaad. Nog een keer, zodat de lezer het goed scherp heeft: Objects In The Rear View Mirror May Appear Closer Than They Are. Eén van de langste titels van een nummer ooit. Alhoewel… Deze van Zucchero is nog langer: Il Mare Impetuoso al Tramonto Salì Sulla Luna E Dietro una Tendina di Stelle.

Genoeg over de titel; daar gaat het hier niet over. We houden het maar bij ‘Objects’. Een gemiste parel in Meat Loaf’s rijke hitgeschiedenis is dit nummer zeker te noemen. Een gemiste kans om zijn brede poëtische oeuvre nog bekender te maken bij het grote publiek. Want waar iedereen de seksmetaforen uit Paradise By The Dashboard Light wel begrepen heeft, slaat de poëet wederom toe in ‘Objects’. Oké, ik mag niet vergeten Jim Steinman hier te noemen. De grote man achter de woorden en hits van Meat Loaf en bekend van o.a. Bonnie Tyler‘s Total Eclipse Of The Heart, dat niet voor niets zo herkenbaar klinkt als je een Bat Out of Hell-liefhebber bent. Maar dit nummer is anders; het beschrijft duidelijk een aantal autobiografische perioden uit de zanger’s leven.

Via drie anekdotes verhaalt Meat Loaf over zijn kleuter-, puber- en adolescente jaren. Elke is een dramatische gebeurtenis die zo schitterend omschreven wordt, dat je alleen van de woorden in het lied al drie dagen kan genieten. En ze elke keer weer door voelt dringen. Dan heb ik het nog niet eens over het pianoriedeltje en de gitaar solo’s. Het begint dus allemaal in de kleuterjaren, waarin Meat Loaf zijn jeugdvriend kwijtraakt door een auto-ongeluk. De jonge Meat Loaf vraagt zich af hoe het kan, dat iemand zo jong uit het leven gegrepen wordt en daarna laat Steinman ons voor het eerst op poëtische wijze kennis maken met de metafoor van het leven en een snelweg.

But it was long ago, and it was far away,
Oh God, it seems so very far,
And if life is just a highway, then the soul is just a car’.

Het leven als snelweg en de ziel als een auto. Een schitterende metafoor waar je dagen over kan blijven denken. En dan komen we bij het herhalen van de titel, het problematische van iets vreselijks meemaken; het blijft je achtervolgen. En het kan soms zo hard teruggrijpen, dat je er weer helemaal in opgaat.

Objects In The Rear View Mirror May Appear Closer Than They Are

Het drama duurt voort. De tweede episode in het lied vertelt het verhaal van de puberende Meat Loaf, die mishandeld wordt door zijn vader. Wederom een dramatische anekdote, dat af en toe briljant beschreven wordt mede dankzij Jim Steinman. Alhoewel het verhaal nooit is bevestigd, zou er wel degelijk sprake van problemen in de jeugd van Meat Loaf zijn geweest.

I heard my father cursing everyone he knows
He was dangerous and drunk and defeated,
And corroded by failure and envy and hate

En wederom bouwt het op naar de slagzin voor het refrein

But it was long ago, and it was far away,
Oh God, it seems so very far,
And if life is just a highway, then the soul is just a car’.

De volgende muzikale uitbarsting (mét koor) staat in schril contrast met de overgang naar de derde anekdote met slechts een piano en de zwoele stem van Meat Loaf. Hij beschrijft zijn eerste liefde en de schitterende gebeurtenissen, die daar bij kwamen kijken. Met een naderende climax over een herinnering aan een avond in het park blijkt de jongedame verdwenen te zijn, en is zijn hart gebroken.

Het vervolg is zó schitterend bombastisch en met een opbouw, waar je U met een uitroepteken tegen zegt. Het koor keert terug, de piano neemt steeds meer over, de drumpartij steunt de stem bij het dramatischer wordende herhalende ‘Objects’.

Een passend nummer in het oeuvre van Meat Loaf; het heeft de herkenbare metaforen, het duurt zeker twee keer zo lang als het gemiddelde popnummer en het is bombastisch. Maar uiteindelijk is het persoonlijke tintje de basis van dit briljante en ondergewaardeerde lied.

Had het dan ook gewoon ‘Objects’ genoemd, Steinman….

Keuze Dimitri Lambermont: Lunatic Calm – Leave You Far Behind (1998)

De groene hel

De Nordschleife van de Nürburgring in Duitsland. Een beroemd en berucht stuk asfalt. De Nürburgring heeft alleen al bij Grand Prix-wedstrijden aan vijf Formule 1-coureurs het leven gekost. Het circuit verdween om veiligheidsredenen van het toneel na 1976; het jaar waarin Niki Lauda bijna omkwam.

Lauda kreeg op 1 augustus van dat jaar tijdens de Duitse Grand Prix in de linkerbocht voor Bergwerk materiaalpech en schoot haaks rechts in de vangrails. Hij dreigde levend te verbranden toen het wrak vlam vatte, maar werd gered door vier coureurs die vlak achter hem aan kwamen, aldus Wikipedia. Tot zover de geschiedenis.

De groene hel. Of zoals de Duitsers zeggen: Grüne Hölle. Diep in de beboste bergen. Lengte: 20.832 km. Bochten: 73 (33 links, 40 rechts). Voor een kleine 27 euro mag je met je auto of motor kijken, of jij er wel met al je huid uitkomt. Je kaartje insteken en de heilige grond betreden. Veel plezier. Maar, onderschat de groene hel en je krijgt een pak slag. Met een vangrail.

Voor een korte tijd in mijn leven bestond het weekend uit wachten op een goede vriend, rijden naar de grens – lunch bij de lokale McDonalds – en hop de grens over naar Duitsland. Even bijkomen in het restaurant aan de Nordschleife. De comfortabele auto achterlaten op de parkeerplaats en plaats nemen in een ouwe Golf met rolkooi. Tijd om af te dalen in de groene hel.

Helmpje op. Gordel om. Gas! Een kleine twintig kilometer in de achtbaan van de Nordschleife. Zoveel mogelijk rondjes uit de dag halen. Tussendoor een bakje ‘bratwurst mit pommes’ en je vergapen aan de auto’s van andere coureurs uit heel Europa. Niet dat ik nu zo’n petrolhead ben, maar geef mij de kans om op hoge snelheid op een circuit mee te rijden en ik doe mee! Aan het einde van de zaterdag schnitzels en bier en zondag nog snel een paar rondjes Nordschleife voor de terugreis naar Nederland. Toll!

I want to take you on a roller coaster
I want to tell you that I’m feeling closer

Dit is de soundtrack van zo’n dag. Lunatic Calm – Leave you far behind. Zo’n lekker eind jaren ’90 nummer met scheurende 303’s, big beats en gitaren. Handig nummer voor je postapocalyptische soundtrack: The Matrix, Charlie’s Angels, Mortal Kombat: Annihilation en The Crow. Zo’n nummer waardoor je snelheidsboetes krijgt. Serieus. Als dit nummer langskomt, dan gaat het gaspedaal tot aan de vloer. En erdoor.

I want to push it right over the line
I want to push it right over the line

Waarschijnlijk gaat het liedje heel ergens anders over, maar voor mij blijft het toch altijd het nummer om veel te hard te rijden. Het nummer van de Groene Hel.

I want
I want to leave you far behind

Keuze Harm Eurlings: Lucinda Williams – Car Wheels On a Gravel Road (1998)

De volmaaktheid van het schurende rafelrandje

Net zoals een roadmovie zelden over de weg of de reis gaat, zo gaan autoliedjes zelden over de auto. Het is een kapstok voor wat er verteld moet worden. De overeenkomst tussen de roadmovie en het autoliedje is dat het verhaal vaak voor een flink deel zit in wat er niet verteld wordt.

In het geval van Car Wheels On a Gravel Road geeft de tekst niet meer dan vage schetsen. Sfeerbeelden. Als een flard van een herinnering, te onbeduidend om je er meer details van te herinneren, maar te belangrijk om te vergeten.

En toch is het beeld dat geschetst wordt wel duidelijk. De hele setting, het gevoel, het landschap,  de relaties, alles is aanwezig. Dit nummer is een prachtig voorbeeld van hoe songteksten kunnen werken als het werkelijk songteksten zijn. Geen verhaal om te lezen, en ook geen gezongen gedicht, maar woorden voor een lied. Het lied als kunstvorm van gecombineerde technieken, waarbij het de mix van melodie, klank, tekst, en stemgeluid is die samen de boodschap overbrengt. Een boodschap die bij dit nummer lijkt te gaan over onmacht en de menselijke onvolmaaktheid. Met mildheid bezien door de diffuusfilter van vervaagde herinneringen.  

Het verhaal dat wordt verteld is Amerikaans; daar is geen enkele twijfel over. Ook de klank en de productie zijn onmiskenbaar Amerikaans. Het album is gemixt door de Amerikaans allesvreter Rick Rubin. Daar gingen maar liefst drie jaren van opnames aan vooraf, waarbij vier producers versleten werden, omdat perfectionist Lucinda Williams het nooit goed genoeg vond. En de perfectie die ze uiteindelijk heeft gevonden is niet die van het gladgestreken popliedje, maar de volmaaktheid van het schurende rafelrandje. Het zit ‘m in het gruis op de stembanden, de instrumenten die klinken alsof ze in een kamer zijn gespeeld in plaats van in een studio, de eerder genoemde fragmentarische tekstregels. Alles precies zo als het zijn moet. Het medium exact afgestemd op de boodschap. Nauwkeurig niet perfect.

We horen een vrouw, een echte, die ook zonder videoclip en marketingstrategie bestaat, met een verhaal dat echt is, hoewel ze het zelf ook niet precies meer weet. En die vrouw, en dat verhaal, en de muziek die met zo veel pijn en moeite op plaat is gezet, ze zijn allemaal imperfect. Ze zijn rafelig, een beetje gebutst zoals de auto die aan zijn laatste leven bezig is, met een kuil her en der zoals het grindpad dat voor een weg moet doorgaan, en met die heerlijke slijtage op de stem van Lucinda. 

Lucinda heeft hard genoeg geleefd om de jaren te laten tellen. Die auto gaat al langer mee dan de fabrikant ooit voorzien had. De onverharde weg die ligt daar al zo lang, en zal er ook nog wel even liggen. En dit lied zal in zijn volmaakte imperfectie door de liefhebber ook nog wel een tijdje gekoesterd worden. Tot ook dat weer verstoft tot een vage herinnering.

Keuze Danny den Boef: Robbie Williams – Me And My Monkey (2002)

Een bizarre roadtrip met een aap

Er zijn van die nummers, waarbij het helemaal niets uitmaakt waarover gezongen wordt. Als het lekker klinkt en blijft hangen, is het soms gewoon al genoeg. Ik noem een I Am The Walrus. Vliegende varkens, cornflakes, de politie en vla uit het oog van een dode hond. Laten we de de vrije jaren zestig maar de schuld geven.

Een nummer waarbij dit juist totaal tegenovergesteld is, is Me And My Monkey van Robbie Williams. Het is een nummer dat niet echt heel bekend is geworden, en dat is zo jammer. Het is namelijk één van zijn beste nummers. Het nummer is 2002 en 2003 volledig ondergesneeuwd naast een rij krakende hits van het album Escapology: Feel, Come Undone, Sexed Up en Something Beautiful. Toch vaagt dit bijna zeveneneenhalve minuut durende epos al deze nummers vakkundig en doeltreffend weg.

Het nummer is even bizar als briljant. Het beschrijft  – alsof het de normaalste zaak van de wereld is – een roadtrip van een man en zijn aap. De aap in kwestie is een beetje losgeslagen. Hij draagt een tuinbroek, rolschaatsen en rookt en snuift alles wat los en vast zit. Onderweg vraagt hij aan de hoofdpersoon, of hij wel eens in Las Vegas is geweest.

There was me and my monkey
And with his dungarees and roller blades
smoking filter tips
Reclining in the passenger seat of my
super-charged jet black Chevrolet
He had the soft-top down he liked the wind in his face
He said ‘Son you ever been to Vegas?’ I said ‘No’
He said ‘That’s where we’re gonna go
you need a change of pace’

En zo gaat het verhaal verder. Eenmaal in Vegas belanden ze in het dure Mandalay Bay hotel, waar het feest pas echt gaat beginnen. Na een dutje in het bidet pakt de aap de Gouden Gids (ja lieve kinderen, er viel toen nog niet zoveel te googlen) en bestelt enkele Escortdames en wat witte poedertjes. Het gaat echter mis met de aap.

There came a knock at the door and in walked Sunshine
‘What’s up? You’d better get your ass in here boy,
your monkey’s having too much of a good time!’

De aap heeft het slecht. En toch heeft hij nog een grote wens; hij wil nog één keer Sheena Easton zien voordat hij sterft.

Got tickets to see Sheena Easton,
the monkey was high
Said it was a burning ambition of his to see her
before he died
We left before encores, he couldn’t sit still
Sheena was a blast baby but my monkey was ill.

Daarna spelen ze samen nog even een potje Black Jack. Pas dan valt het de hoofdpersoon op, dat ze gevolgd en aangestaard worden door een boze Mexicaan. Uiteindelijk komt het tot een conflict.

My name is Rodriguez’, he says with death in his eye
‘I’ve been chasing you for a long time amigos and
now your monkey’s gonna die!’

Uiteindelijk draait de aap door en zo eindigt het verhaal in een ware cliffhanger.

Me and my monkey
Drove in search of the sun
Now, me and my monkey
We don’t wanna kill no Mexican
But we got ten itchy fingers, one thing to declare
When the monkey is high
You do not stare, you do not stare
You do not stare…

Als laatste vraagt de hoofdpersoon zich af hoe hij nu eigenlijk met deze f**king aap opgescheept is geraakt. Het is en blijft een vraag, want een vervolg is er nooit gekomen. Spanning alom!

Het nummer luistert alsof je naar een spannende film zit te kijken. De hele sfeer, het verhaal, de bizarre plotwendingen; het had allemaal zo uit het brein van Tarantino kunnen komen. Dat nog nooit iemand hier een film van heeft gemaakt verbaasd me überhaupt al.

Het is gewoon een zwaar ondergewaardeerd nummer van een geweldige performer. Tijdens zijn spetterende live performance op Knebworth in 2003 speelde hij dit nummer met zo’n explosieve kracht, dat het nog wel even blijft hangen. Het nummer schreeuwt namelijk om live gespeeld te worden. En dat is precies in het straatje van podiumbeest Williams. Geweldig. Met een hoofdletter. Eén van de beste live optredens ooit. Ik maak een diepe buiging.

Keuze Stefan Koopmanschap: Snow Patrol – Chasing Cars (2006, hier 2009)

Op dat moment snapte ik het ineens

De eerste reactie van veel mensen toen ik aangaf dat ik zou schrijven over Chasing Cars van Snow Patrol – was “huh? ondergewaardeerd?“. Maar ja, dit nummer en eigenlijk de hele band was ondergewaardeerd. Door mij.

Ik had niet zo veel met Snow Patrol. Vond het niet echt een bijzondere band. Ik snapte ook niet dat ze headliner van Pinkpop werden gemaakt in 2009. Want zo bekend was Snow Patrol toch niet? Laat staan bijzonder.

Maar zoals eigenlijk ieder jaar ging de televisie wel aan met Pinkpop. En ja, als dan de headliner wordt uitgezonden zet je de televisie niet uit, want dan mis je misschien nog veel andere dingen. Het concert was eigenlijk sowieso al leuker dan ik had verwacht, maar het was Chasing Cars dat mijn hele perceptie van de band Snow Patrol veranderde. Was het het nummer? Of was het de sublieme registratie op Nederland 3? Waren het de mooie beelden van de ondergaande zon, die een enorme sfeer had neergezet waarin dit nummer zo goed uit de verf kwam? Ik durf het niet te zeggen, maar op dat moment, kijkend naar die beelden, snapte ik ineens waarom Snow Patrol de headliner van Pinkpop was. Snapte ik ineens waarom dat hele veld vol stond met mensen, die kwamen kijken naar die band. Snapte ik ineens wat er zo goed was aan Snow Patrol.

En ja, misschien is Chasing Cars wel platgedraaid op de radio. Misschien heeft de radio de muziek van Snow Patrol wel verpest voor veel mensen. Maar vanaf dat moment was het voor mij juist muziek, die ik vaker wou horen. Ik snapte het ineens. Voor die tijd was het door mijzelf ondergewaardeerd.

Keuze Freek Janssen: Arcade Fire – No Cars Go / Suburban War (2007 / 2010)

Omdat Arcade Fire hier niet mag ontbreken, en ik niet kan kiezen

Of ze al eens dat verhaal had verteld over No Cars Go op Ondergewaardeerde Liedjes, vroeg Marèse Peters zich af in onze Facebook-groep. Tijdens Pinkpop 2014 (waar de geluksvogel bij was) speelde de band No Cars Go terwijl het onweer in volle hevigheid losbarstte. Het publiek ging compleet uit zijn dak, negeerde de regen compleet, en tilde de band tot grote hoogte. Niet voor niets staat bij deze versie op YouTube ‘BEST version ever’, luister maar:

Helaas kon Marèse dit nu zelf niet schrijven, maar omdat ik toch vond dat deze de battle moest halen, bij deze alsnog.

Zelf wil ik daar graag nog Suburban War aan toevoegen van dezelfde band. Dit liedje is verantwoordelijk voor het mooiste (muzikale) moment in een van de mooiste films van de afgelopen jaren: Boyhood. Deze volgt het leven van een jongetje van 6 totdat hij een volwassen vent is. De film maakt niet gebruik van verschillende acteurs; nee, de eerste scène is ook echt opgenomen toen de hoofdrolspeler 6 was. Elk jaar wordt er een hoofdstuk opgenomen, waardoor je de jongen ook echt ziet opgroeien.

De soundtrack van de film is fenomenaal; elk hoofdstuk wordt voorzien van de muziek van dat jaar. In de scène dat Suburban Wars van Arcade Fire wordt gedraaid rijdt de net hoofdrolspeler rijdt met zijn meissie door het Amerikaanse landschap, al mijmerend over hoe het toch kan dat iedereen tegenwoordig alleen nog naar zijn schermpje zit te kijken en berichten van zijn vrienden ‘liket’, terwijl het echte leven aan hem voorbij gaat.

Let’s go for a drive
And see the town tonight
There’s nothing to do but I don’t mind when I’m with you

Keuze Tricky Dicky: Veldman Brothers – One More Chance (2007)

Steunen, kreunen, rocken en rollen, en opzwepen

In mijn jongere jaren heb ik regelmatig met een ‘zware voet’ gereden en de snelheidslimieten in hoge mate overschreden. Voor deze grove overtredingen ben ik nooit bekeurd; wel voor een lullige vijf kilometer te hard. In ’86 moest ik een Ford Sierra XR4i met een 2.9 V6-motor van Brussel naar Amsterdam terugrijden. De maximale snelheid die ik uit de wagen kon persen lag (volgens de teller) op ruim 230 kilometer per uur. Er waren slechts twee minpunten; de Ford was een zwabber op de weg en de remmen leken niet goed te werken, toen een Belg in een Volvo besloot om met 150 kilometer per uur de linkerbaan te kiezen. Het simpele feit dat ik deze blog nu schrijf betekent dat ik op tijd snelheid kon verminderen, maar ik besloot topsnelheden voortaan uitsluitend in Duitsland én op een verlaten snelweg te bereiken. Of in een rallywagen op Zandvoort.

Mijn keuze is geen typisch liedje over een auto of over een reis met de heilige koe. Geen ‘Route 66’, ‘Radar Love’ of een hijgerig liedje over het avontuurtje met een blonde schone op de achterbank. Nee, ik wil het gevoel beschrijven wanneer je een poging doet het gaspedaal door het chassis te trappen. En welke muziek daar dan bij hoort. Dan zet je geen klassieke aria of een Hollandse meezinger op! Zelfs geen hardrock; hoe goed dit soms ook klinkt…het is beuken. Ik wil opstijgen! De begeleidende gehoorverwenning moet steunen en kreunen, rocken en rollen, opzwepen en je muzikaal begeleiden naar een figuurlijk orgasme. En dus moet het ultieme deuntje het ritme aangeven en het lichaam mee laten deinen.

Er zijn veel liedjes die dit gevoel benaderen, maar in 2007 kwamen de Nederlandse Veldman Brothers met hun debuut-cd Home. Tomeloze energie; zichtbaar plezier en voelbare synergie; muziek gespeeld vanuit de onderbuik. Gepassioneerde muzikanten met veel bühne-ervaring, beïnvloed door de helden van weleer. In 2011 zouden ze de Dutch Blues Foundation Award voor beste band ontvangen. De cd is een geweldig debuut, én met mijn keuze One More Chance; over een gozer die een meisje vraagt hem nog één kans te geven na een slippertje. Geen onaardige tekst, maar je denkt niet gelijk aan een ultiem autoliedje.

Bij de eerste tonen zet de gitaar in à la Stevie Ray Vaughan. Dan start de zang met een orgeltje als begeleiding én ondersteuning van de smeekbede. Het tempo wordt opgevoerd en de intensiteit van de zang en muziek gaat in een rap tempo crescendo.

Please Baby,
Please Baby,
Oooo Baby,
Please Baby,
Give Me One More Chance,
I Swear You Won’t Regret.

Niet zeuren en smeken, jongen.

Gelukkig besluiten de gitarist en de organist gezamenlijk de beuk er in te gooien, en tegelijkertijd heeft die lekkere lange solo iets zweterigs en broeierigs. Glad drumwerk. Scheurend gitaarwerk. Dynamisch vingerwerk. Het einde is gelukkig geen stupide fade-out, maar een korte na-ijl van het hoogtepunt. Of hadden de heren toch orgastische goedmaak-sex  in het hoofd? Geen idee; ik laat het aan de fantasie van de lezer over. Ik daar aan tegen, besluit – na bijna zes minuten topsnelheid – van tijdelijke laagvlieger weer met vier wielen op het wegdek terug te keren. Bezweet van de spanning weer in het gareel.

Nu de jaren voortschrijden draai ik nog steeds opzwepende muziek in de auto, maar uit veiligheidsoverweging en uit voorzorg tegen boetes en inname van het rijbewijs zet ik de cruise-control op de maximum snelheid.

Je wordt ouder, papa. Nooit meer lekker stout.

Keuze Maartje Jansma: Rihanna – Shut Up and Drive (2007)

Can’t Get Blue Monday Out of My Head

Rihanna heeft net als ik nog steeds geen rijbewijs; mijn ervaringen met autoliedjes zijn dan ook vooral als bijrijder. Niets is zo fijn als achterover meerijden in de auto met de juiste soundtrack. Mijn grootste fooi ooit aan een taxichauffeur was tijdens een nachtelijk ritje door Amsterdam met Elvis Costello op de radio én een chauffeur, die zijn mond hield.

Shut Up And Drive was de opvolger van Rihanna’s megahit Umbrella. Een beetje popliefhebber herkent onmiddellijk New Order en zou daardoor kunnen afhaken, maar het is een perfect popliedje. Het is dé ideale hit voor fancy autoradio’s: het is stoer & sexy, het rockt én is R&B, en heeft  de herkenbare dancebeat van Blue Monday.

Dat nummer is dan ook op vele autoplaylists beland en gebruikt in films. Blue Monday is heel vaak geïmiteerd maar nergens zo duidelijk als in dit liedje. Als je goed luistert hoor je er nog wel meer pophistorische samples en referenties, zoals op het hele album Good Girl Gone Bad (popquiz!).

Kylie Minoque’s hit Can’t Get You Out of My Head – ook een fijn autoliedje – zou er ook niet geweest zijn zonder Blue Monday. Het verhaal van de meestverkochte 12 inch, dat een dubbeltje verlies per verkocht exemplaar draaide bewaren we voor een andere keer. New Order had op hun beurt weer het één en ander geleend bij Kraftwerk en zo zal Rihanna op haar beurt weer worden gesampled. Of het publiek in Manchester zich bewust is dat zij in de geboorteplaats van de pulserende beat wonen en waar de popmuziek nooit meer vanaf komt, is de vraag.

Maar ach, er zijn ook mensen op YouTube, die er nu pas achter komen dat hun favoriete hit uit 2007 helemaal niet over autorijden gaat.

Extra keuze Freek Janssen: Tim Knol – Driving Home (2010)

Alleen naar huis rijden na het laatste Johan-concert terwijl de regen keihard op je dak knettert

Als je mij vraagt wat het meest ondergewaardeerde Nederlandse album van de afgelopen tien jaar is, dan noem ik zonder twijfel het titelloze debuut van Tim Knol. Werd de zanger destijds dan niet opgehemeld door de Nederlandse popjournalistiek? Jawel. Maar vijf jaar later lijkt het album weg te glijden in het ‘keldertje van de albums die misschien wel ooit de moeite waard waren, maar inmiddels weten we wel beter’. De Hemelse Honderd van 3FM heeft het nooit gehaald en ook in het KX Basispakket is de cd niet te vinden.

Zó onterecht…

De eerste plaat van Tim Knol is van de eerste noot tot de allerlaatste su-bliem. Er staat geen overbodige noot op, geen enkel liedje doet onder voor een ander. Zelfs de manier waarop ze geordend zijn is prachtig. Luister hem nog maar eens – dit album moet alsnog worden bijgeschreven in de annalen van de Nederlandse popgeschiedenis.

De plaat had één nadeel: er stond geen hit op. Sam werd nog wel eens gedraaid op de radio, maar van een hit kunnen we niet spreken. Misschien is dat wel de reden dat het album nooit de status heeft gekregen die het verdiende.

Het een-na-laatste liedje op Tim Knol is Driving Home. Het beschrijft het naar huis rijden na een concert, terwijl je je moederziel alleen voelt en de regen keihard op je dak klettert. Als kers op de taart blijkt het ook nog eens te gaan over het moment dat de band Johan uit elkaar ging. Gevoelens van melancholie, eenzaamheid, helemaal in je eentje achter het stuur in het holst van de nacht.

Mag ik dit album in de eerherstel-versnelling zetten?

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.