Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The battle: drumsolo’s

Decennia lang was het standaard om een gitaarsolo op te nemen in je (rock)nummer. De drumsolo, die is altijd voorbehouden gebleven aan hele, héle goede drummers. Of natuurlijk aan dat moment tijdens een concert waarin de zanger even de hele band voorstelt op het podium.

Wat de beste drumsolo ooit is, daar is nog weinig over geschreven. De meest invloedrijke drumsolo zou wel eens een fragment van 7 seconde van een b-kant van een gospelnummer uit 1970 kunnen zijn – vandaag besteedde Michiel Veenstra er bij 3FM nog aandacht aan.

Dan gaan wij maar meteen voor de meeste ondergewaardeerde drumsolo’s, want daarvan zijn er genoeg!

Keuze Eric van den Bosch: Deep Purple – The Mule (1972)

Volkomen overbodig, maar wel lekker

Ik ben vooral een gitaarliefhebber, maar o, wat kan ik blij worden van een mooi stukje drums. Steve Gadd’s outtro op Fifty Ways To Leave Your Lover van Simon & Garfunkel’s Concert In Central Park, de hi-hat van Marillion’s Ian Mosley héél ver op de achtergrond in Bitter Suite op Misplaced Childhood, het drumintro van Manu Katché op Tears For Fears’ Badman’s Song….

Drumsolo’s zijn heel andere koek. Menigeen verafschuwt ze en ik snap dat ook nog wel. Het is toch de nerdversie van een tien minuten durende gitaarsolo. En laten we wel zijn, als je Tommy Aldridge een paar keer aan het werk hebt gezien weet je dat hij al decennia ongeveer dezelfde drumsolo ten gehore brengt, ongeacht in welke band hij nu weer speelt. Maar over mijn inzending hoefde ik niet eens na te denken: Deep Purple’s The Mule, met een heerlijke solo van Ian Paice.

Paice is geen flashy drummer en wordt daarom nog wel eens overgeslagen in allerlei lijstjes. Paice’s invloed op Deep Purple mag echter niet onderschat worden. Zijn drumwerk kent meer funk dan dat van 99% van de rockdrummers. Ritchie Blackmore had een sterk bluesy inslag en Blackmore en toetsenist John Lord trokken Deep Purple de klassieke hoek in, Paice zorgde voor een flinke bak funk, die in latere jaren – met Glenn Hughes als bassist – nog prominenter zou worden. Let maar eens op Deep Purple-covers: als de drummer de funk niet in de track kan brengen komt de track nooit tot leven.

Juist omdat Paice in zijn begeleiding zo belangrijk is was een drumsolo eigenlijk volkomen overbodig. Maar ja, het was 1972 en drumsolo’s waren bijna een verplichting. Vaak draaien die op een vraag-en-antwoord-spelletje met het publiek uit, maar Paice maakte er een potpourri van ritmes en breaks van, zonder samenhang te verliezen.

Daarom is The Mule was, ook na 43 jaar (!), nog steeds mijn favoriete drumsolo. Deze versie van The Mule komt uit dezelfde Japanse tournee als die op Made In Japan, maar verschilt licht van de uitvoering die uiteindelijk op dat album terecht kwam.

Keuze Marco Lagerwerf: Queen – I’m In Love With My Car (1975)

Geschreven, gezongen én waanzinnig gedrumd door Roger Taylor

Wanneer je over Queen praat, dan heb je het toch vooral over Freddy Mercury en misschien daarna over Brian May. Als je het aan de generatie van nu vraagt praten zij wellicht over Adam Lambert. Drummer Roger Taylor en basgitarist John Deacon bevonden zich altijd wat meer op de achtergrond, terwijl zij wel degelijk een belangrijke bijdrage geleverd hebben aan de muziek van de band.

Eens inzoomen op de eerstgenoemde schaduwpersoon, drummer Roger Taylor. Halverwege de jaren zeventig was Queen in een sneltreinvaart bezig om de grootste band ter wereld te worden. Na het positief ontvangen album Sheer Heart Attack, waar de single Killer Queen vanaf kwam, begon de band in 1975 aan het album A Night At The Opera. De plaat bevatte twaalf tracks, geschreven door voornamelijk Brian May en Freddie Mercury. Een uitzondering was de track I´m In Love With My Car. De tekst werd volledig geschreven door drummer Taylor. Brian May vroeg zich destijds af of hij de lyrics wel serieus moest nemen, het was nogal een rare songtekst. Daarop verklaarde Roger Taylor dat de tekst volledig opgedragen was aan Queen-roadie Johnathan Harris. Zijn auto, de Triumph TR4, was dé liefde van zijn leven. Naast het schrijven van de tekst mocht Roger Taylor ook alle vocalen voor zijn rekening nemen. Een unicum, omdat Freddy Mercury op vrijwel alle andere tracks als leadzanger te horen is.

Om maar eens te onderstrepen dat I’m In Love With My Car een echte Taylor compositie is, nemen de drumpartijen een prominente plek in op de plaat. Tezamen met het rauwe stemgeluid van Roger Taylor, een kruising tussen Rod Steward en Brian Adams als je het mij vraagt, maakt het tot een stevige rocksong met sterke drumpartijen. Die drums komen vooral goed naar voren in de live-uitvoeringen van de track.

Een classic uitvoering is die tijdens het concert in Montreal, 1981. Roger Taylor was samen met de rest van de band op zijn best, de twee minuten durende track werd afgesloten met een halve minuut durende drumsolo. Pure magie. Jammer dat de track alleen eind jaren zeventig / begin jaren tachtig live uitgevoerd werd. Tijdens de legendarische concerten op Wembley in 1985 (Live Aid) en 1986 was het er al niet meer bij.

De plaat is nooit een hit geweest, om de simpele reden dat het nooit als single uitgebracht is. Het is slechts op single uitgebracht als B-kant. De A-kant van de single werd wel redelijk succesvol, misschien kent u het nog: Bohemian Rhapsody. Maar, stiekem is de B-kant veel toffer toch?

Keuze Richard Rombouts: Buddy Rich  – Jet Song (1982)

’s Werelds fantastische drummer (ooit)!

Ik heb een tijdje naast een beginnend drummer mogen wonen. Gestoord werd ik ervan. De drum (en de bas) bepalen het ritme waarlangs de andere instrumenten heen dansen, maar als solo-instrument is het een ramp om er lang en dagelijks naar te moeten luisteren: lang leve de stille drum. Hetzelfde geldt eigenlijk ook voor de piano en zelfs mijn geliefde gitaarsolo, want hoe mooi Für Elise en hoe goed het intro van Smoke On The Water ook is…na vijftig keer komt het je strot uit.

Afijn, ik neem het niemand kwalijk dat de naam van mijn keuze onbekend in de oren klinkt, maar toch kan uitsluitend hij aanspraak maken op de titel van beste drummer. Natuurlijk, er zijn heel veel goede drummers. Van Art Blakey en Gene Krupa tot Vinnie Colaiuto en John Bonham, maar er was niemand zo technisch, zo energiek of zo snel als Buddy Rich. Zelfs in hedendaagse lijstjes van beste drummers aller tijden staat hij nog altijd bovenin of bovenaan, terwijl hij sinds 1987 de eeuwige drumsolo speelt. Het Amerikaanse magazine Modern Drummer liet in 2001 haar lezers de beste drummer aller tijden kiezen; Buddy kwam als beste uit de bus.

Waarom is hij de meest legendarische en invloedrijke drummer? Zijn talent zag het daglicht toen hij 18 maanden was en toen hij elf (!) was trad hij al op als bandleider. In 1938 speelde hij bij de Tommy Dorsey band en sloot vriendschap met een jonge Frank Sinatra.  Alhoewel hij zowel de ‘matched grip’ (= stokken in beide handen op dezelfde wijze vasthouden) als de ‘traditionele’ grip beheerste gaf hij de voorkeur aan de laatste; met rechts de bovenhandse greep en links onderhands, zodat de polsbeweging zijwaarts werd in plaats van neerwaarts en meer mobiliteit biedt. Zijn fabuleuze techniek en coördinatie en creativiteit maakten elke solo weer fris.

Vele drummers noemen hem als zijn grote voorbeeld. In 1994 werd het album Burning For Buddy: A Tribute To The Music Of Buddy Rich uitgebracht. Op deze cd spelen drumgiganten als onder andere Simon Phillips, Steve Gadd, Matt Sorum (Guns N’ Roses), Steve Smith (Journey), jazzcoryfeeën Billy Cobham, Max Roach en Omar Hakim, Bill Bruford (Yes/King Crimson), Kenny Aronoff en Neil Peart (Rush).

Zelfs Muppet Animal moest in een drumbattle zijn meerdere erkennen in Buddy Rich; in die clip speelt Buddy zowel de ‘traditonal’ als de ‘matched’ grip.

Maar de drumsolo die iedereen nog steeds als onmogelijk betiteld is die tijdens het concert voor de Americas (met een introductie door Frank Sinatra). Hier zie en hoor je wat een geweldenaar de man was. Tot op de dag van vandaag onovertroffen. O ja, voor diegenen zonder geduld: de drumsolo begint na 3 minuten 7 seconden.

Keuze Victor Romijn: Blink 182 – Adam’s Song (1999)

Het genadeloze tempo en climax van Travis Barker

Als je me zou vragen welk instrument ik nog eens zou willen leren spelen, dan kies ik voor het drumstel. Ik ben melodieus prima onderlegd, speel(de) zelf basgitaar en heb er wel gevoel voor. Maar als ik eenmaal achter een drumstel zit is mijn niveau weer terug op dat van een vijf-jarige. Ik kan gewoon niet mijn armen en benen onafhankelijk van elkaar bewegen. Links en rechts onderscheiden lukt nog wel, maar mijn rechterbeen doet alles mee met mijn rechterarm, en links hetzelfde.

Gelukkig zijn er dan altijd nog de lucht-drums. Na een glansrijke carrière op luchtgitaargebied die eindigde in het heilige der heiligen, Paradiso, ben ik overgestapt op luchtdrums. Niet meer in competitie-verband, maar gewoon op loze momenten, tijdens het forenzen. Dan voel ik me alsof ik mee mag doen met de beste drummers die er zijn. Phil Collins, Dave Grohl, of Travis Barker.

Want Travis Barker, die kan er wat van. Hij heeft een genadeloos tempo, zoals gebruikelijk in de punkrock. Hij speelt met veel variatie, geeft zijn medespelers de ruimte, en maakt ook goed gebruik van dynamiek. En dat is vooral te merken in de break in Adam’s Song. Een serieus nummer van de niet-zo-serieuze band Blink-182. De break is een mooi samenspel van de drie partijen, en eindigt met een climax op drums om daarna het refrein weer in te zetten. Ik lucht-drum hem eigenlijk altijd mee, en vergeet dan voor het gemak maar even dat ik eigenlijk helemaal niet kan drummen.

Keuze Jan van Deursen: Rush – Der Trommler (2005)

Een onvervalst staaltje selfkicken

Meezingen? Luchtgitaar spelen? Nee, bij een live concert van het Canadese progrocktrio Rush – dat in mei begint aan een tour om het 40-jarig (!) bestaan te markeren – trómmel je mee. Met Neil Peart.

Elke fan kent de drumpatronen van nummers als Tom Sawyer of het instrumentale YYZ uit het hoofd. Neil Peart is de hoogleraar van het slagwerk en bepaald niet het type rommelaar zoals Keith Moon dat was. De man hanteert een bijna wetenschappelijke benadering van het ritme. Sommigen beschouwen zijn drumkit als een technologisch, megalomaan gebouw dat de band topzwaar maakt. Daar valt iets voor te zeggen. Voor wie in de pit staat tijdens een live concert is Peart met moeite te ontwaren te midden van het woud aan trommels en bekkens dat hij rond zichzelf heeft opgetrokken. Gelukkig hangen er camera’s boven zijn drumpodium zodat we hem tijdens de live concerten van bovenaf aan het werk kunnen zien op de videoschermen, een fascinerend gezicht.

Strikt genomen voldoet het nummer dat ik hier opvoer niet aan het criterium voor Ondergewaardeerde Liedjes met een drumsolo: het IS één lange drumsolo. Speelt de band in Brazilië dan heet de track ‘O Baterista’, is Rush in Nederland dan noemt Peart het nummer doodleuk ‘De Slagwerker’ zoals we op de tracklist van Snakes & Arrows Live (opgenomen in Ahoy) kunnen zien. Hier heb ik gekozen voor ‘Der Trommler’, een opname uit Frankfurt tijdens de R30-tour.

Neil Peart is een bijzonder mens. Het komt niet heel vaak voor dat de drummer van de band verantwoordelijk is voor vrijwel alle teksten van de band. Die schrijft hij vanuit een bijna filosofische levensopvatting die hij giet in beelden waarin science fiction en fantasy centraal staan. Hun grote doorbraakalbum 2112, A Farewell To Kings maar ook het nog recente Clockworks & Angels getuigen ervan. Eind jaren negentig krijg hij te maken met grote tegenslagen. Hij verloor zijn dochter door een auto-ongeluk en zijn vrouw aan kanker. Peart trok zich terug en was een tijd onvindbaar. Later bleek dat hij Noord- en Midden-Amerika had doorkruist op zijn motor om in het reine te komen met zichzelf. Over die episode schreef hij het boek Ghost Rider – Travels On The Healing Road.

Daarna begon Peart aan de constructie van een nieuw, rond drumgebouw. Daarin zit hij – ogenschijnlijk de rust zelve – in het oog van de orkaan. Het totale druminstrumentarium staat op een draaibaar podium dat van tijd tot tijd andere delen van de kit voorbrengt. De twee andere bandleden van Rush, zanger/bassist Geddy Lee en gitaargod Alex Lifeson, zie je niet tijdens zijn solo’s. Want hier is natuurlijk sprake van een onvervalst staaltje selfkicken: ‘Kijk eens wat ik, Neil Peart, allemaal kan’. En ja, dat is nogal wat. Ziet en hoort het zelf.

Keuze Dimitri Lambermont: Nile – Sacrifice Unto Sebek (2005)

Want er is maar één drummer die op deathmetalberg Olympus staat, en dat is George Kollias

Voorbij al het gegrom, gebrul en het gezwiep met haren is death metal in de basis een van de meest ritmische muziekstromen denkbaar. Nergens speelt de drum zo’n belangrijke rol als in de deathmetal. Van de dubbele basdrum die eenvoudig snelheden tot meer dan 200 bpm haalt tot de blastbeat en de herhalende ritmiek van de snelle riff; door het gebeuk heen, is veel techniek hoorbaar. Deathmetal drummen is dan ook topsport. De drummer is een topatleet met een sterrenstatus. Om dit vol te houden, moet je fit zijn en over de juiste techniek beschikken.

Deathmetal is vernoemd naar de band Death. Hun album Scream Bloody Gore uit 1987 wordt vaak gezien als het eerste deathmetalalbum. Hiermee leggen zij de basis voor een genre dat wordt gedomineerd door technisch hoogstaande drummers. Gene Hoglan is zo’n held binnen het genre die baanbrekend werk heeft verricht voor bands als Death, Strapping Young Lad, Devin Townsend, Fear Factory, Unearth en Dark Angel. Een andere drumgod (of duivel) is David ‘Dave’ Lombardo, mede-oprichter van Slayer, onder andere te horen op Reign in Blood. Volgens Drummer World is Lombardo ‘the godfather of double bass’. Voor de metalpuristen speelt hij natuurlijk vooral trash, maar zijn werk op de dubbele basdrum is vandaag de dag nog steeds van veel invloed.

Voor velen staat echter één drummer alleen op de berg Olympus en dat is George Kollias. Georgios ‘George’ Kollias is van Griekse komaf en naast drummer ook muziekleraar. Hij is vooral bekend geworden met zijn werk voor de technical death metal band Nile. Het nummer hieronder is van het album Annihilation of the Wicked. Annihilation of the Wicked is het vierde studioalbum van Nile en staat zoals gewoonlijk vol referenties naar het oude Egypte, geschiedenis, religie en het werk van H.P. Lovecraft. Voor een inkijkje in het werk van Kollias hieronder een officiële video.

En voor de drumsolo van de solo drummer kijk vooral hoe Kollias rustig toewerkt naar onmenselijke beats per minuut. Minstens zo interessant.

Keuze Freek Janssen: Muse – Map Of The Problematique (2006)

De rest van het liedje doet er eigenlijk ook niet toe

Het kan aan mij liggen, maar ik meen vaak aan een liedje te horen hoe het is geschreven. Zit er een hele mooie riff in, dan komt het idee waarschijnlijk van de gitarist. Is de zangmelodie leidend, dan kun je er donder op zeggen dat de zanger met de eerste aanzet kwam en de instrumentalisten er iets omheen schreven.

Het kan niet anders dan dat Map Of The Problematique is geschreven door Muse-drummer Dominic Howard. Of dat hij op zijn minst met het idee kwam. Het liedje heeft wel een gitaarpartij en een zangmelodie, maar eigenlijk doen die er niet toe. De hele track is opgebouwd naar deze twee drumsolo’s toe.

Het is een cliché van jewelste, maar dit is mijn aller-, aller-, allerfavoriete meedrumliedje in de auto. En dan de volumeknop op max vanaf 2:11 (en 4:06).

P.s.: zul je net zien, het is gewoon toch geschreven door Matthew Bellamy. Zo zie je maar weer: een verhaal moet je nooit kapotchecken.

Elke zaterdag draait Jeroen van de Beek op KX Radio één liedje uit de battle van die week, in zijn programma Ekxpresso. Dus stem mee en help hem om die keuze te maken!

Hoofdafbeelding: Buddy Rich

 
 

1 Comment

  1. Richard Rombouts

    Lees het verhaal over Neil Peart (wiki) en de naam Buddy Rich komt in veelvoud voorbij als één van zijn voorbeelden. Iedereen moet ergens de mosterd vandaan halen. Net als Buddy Rich is Neil Peart een topdrummer.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *