Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: horror-liedjes

Gek eigenlijk, dat muziek je de stuipen op het lijf kan jagen. Snerpende violen, bonkende pauken, of gewoon de stem van Marilyn Manson: koude rillingen krijg je er van.

Horror-muziek bestond al lang toen de popmuziek nog uitgevonden moest worden: luister maar eens naar de Nacht op de Kale Berg van Mussorgsky, waarin je wordt geteisterd door nachtelijke demonen. Ook een mooie: The Swan of Tuonela van Sibelius, over een zwaan die op een gitzwart Fins meer zwemt. Onder water spelen zich de gruwelijkste taferelen van de hel af… Luister maar eens naar die aanzwellende violen, die de dreiging onder de waterspiegel voorstellen. Of de Dance Macabre van Camille Saint-Saëns, dat een balzaal vol met dansende skeletten verbeeldt. De xylofoon, dat zijn de botten die tegen elkaar rammelen.

Maar ook de popmuziek heeft angstaanjagende nummers voortgebracht. Luister en…

Juist ja.

Keuze Danny den Boef: The Beatles – Maxwell’s Silver Hammer (1969)

Een combinatie van hele vrolijke muziek en hele ranzige moorden. Als dat geen horror is…

Omdat de term ‘horrorliedjes’ in brede zin flink doorgetrokken kan worden, doe ik dat dan ook. Het gaat bij dit nummer namelijk niet om klassieke horror zoals we dat uit nummers als bijvoorbeeld Thriller van Michael Jackson wel kennen met een hoop zombie’s en weerwolven. Ook kan ik de laatste hit van Zanger Rinus met gemak onder deze categorie rekenen. Pure horror.

Maar goed, zo kan ik nog wel even doorgaan natuurlijk.

Maxwell’s Silver Hammer is wat mij betreft een klassieke horrorsong. Allereerst omdat het nummer zo verdomd vrolijk en gezapig klinkt met dat pianootje en die gitaar en alles. Haast kinderlijk van het niveau kleuterschool. Of zoals Lennon zei; “More of Paul’s granny music”. Het enge daaraan is dat het nummer allesbehalve vrolijk is. Het is een verhaal over moord en doodslag. Dat maakt het zo eng.

Meneer Maxwell Edison, student medicijnen, baant zich moordend een weg door de UK, terwijl dat vrolijke melodietje maar doorgaat. Met een grote zilveren hamer slaat hij zijn onschuldige en niets vermoedende slachtoffers de schedel in. En vrij rigoureus zo te horen.

Bang! Bang! Maxwell’s silver hammer
Came down upon her head.
Clang! Clang! Maxwell’s silver hammer
Made sure that she was dead!

Eerst is daar de studente Joan. Alleen thuis zit ze te studeren als ineens de telefoon gaat. Het is Maxwell. Of ze mee wil gaan naar de film. Joan besluit te gaan en maakt zich gereed als er op de deur geklopt wordt. Het is Maxwell die vrijwel direct haar hersenen tot pulp slaat met zijn hamer.

En dan slachtoffer nummer twee. Als hij weer op school is misdraagt hij zich dusdanig dat hij moet nablijven. Als hij strafregels aan het schrijven is en de lerares zich omdraait, slaat hij ook haar morsdood. Met zijn hamer. Bang, bang…

En dan toch wordt hij eindelijk opgepakt. Maxwell moet in de rechtszaal wachten op het oordeel van de rechter. Maar als die zijn uitspraak doet is daar wéér die verdomde Maxwell met zijn hamer en slaat hij ditmaal de rechter als een watermeloen kapot. Clang, Clang! Do, do, do, do, do! Made sure that he was dead….

Dit hele nummer kan zonder al teveel aanpassingen aan de verhaallijn en met weinig moeite worden omgezet naar een kaskraker waar je u tegen zegt. Een met een hamer moordende student die niets en niemand uit de weg gaat totdat iemand hem stopt. *Vul hier zelf uw spannende voice-over in*

Grappig dingetje aan het nummer is nog dat je ergens halverwege het tweede couplet Paul McCartney al zingend hoort lachen. Het verhaal gaat dat hij dit deed omdat John Lennon, boven in de studio vanachter het raam, aan het moonen was. Tja. Zo ging dat vroeger he?

Feit blijft dat die Maxwell een vreselijk eng mannetje is, en dat het nummer juist door de gezelligheid die de muziek in zich heeft zo verdomd eng is. Als dat geen horror is.

Keuze Maartje Janse: The Residents – Constantinople (1978)

Soundtrack voor een nachtmerrie

Van sommige muziek hou je omdat die onsterfelijk mooi is. Van andere muziek hou je, niet omdat die zo mooi is, maar omdat die je doet huiveren. Muziek die je in de war brengt, die als een demon via je oren bezit van je neemt. Een echt horrorliedje laat je voelen hoe het moet zijn om je zintuigen niet meer te kunnen vertrouwen en langzaam gek te worden.

Er is een treurige variant waar depressieve singer-songwriters in uitblinken. Nomadic Revery (All Around) van Bonnie ‘Prince’ Billy is het beste voorbeeld daarvan – zo’n liedje dat gewoon begint maar ergens halverwege ontspoort. En er is een ogenschijnlijke vrolijke variant, waarvan Constantinople van The Residents het beste voorbeeld is. The Residents is een experimentele punkband die al bestaat sinds 1969. Al die jaren is de identiteit van de bandleden nooit (volledig) bekend geworden. Ze treden op in maskers, of met hun hoofd in de inmiddels iconisch geworden reuzenogen.

Constantinople, afkomstig van hun album Duck Stab uit 1978, is een krankzinnig marslied dat al ontspoord is voordat het begonnen is. Een blikkerige stem zingt: ‘Here I come, Constantinople, here I come Constantinople, I am coming Constantinople, here I come’. De zanger maakt een reis naar het verleden blijkbaar, want Constantinopel bestaat niet meer, dat heet tegenwoordig Istanbul, een feit dat ook in het schone lied Istanbul (Not Constantinople) van They Might Be Giants bezongen wordt.

Voor zover er een touw aan de tekst vast te knopen is maakten The Residents hiermee een lied over verval en dood (alle bladeren zijn van de eik gevallen). Middels vervreemdende instrumentatie en angstaanjagende close harmony-koortjes creëerden de Residents met Constantinople de soundtrack voor een nachtmerrie. De video maakt het beeld compleet. Zet het volume voluit en je benadert de psychose-ervaring zo dicht als een mentaal stabiel mens maar kan. Het is horror, maar optimistische horror. Of zoals de Grote Volksdichter Gerard Reve zou zeggen: Moedig voorwaarts, op weg naar het einde.

Keuze Freek Janssen: Dead Can Dance – The Fatal Impact (1984)

Gemiste kans: dit was de perfecte soundtrack geweest van The Blair Witch Project

Ik moet een jaar of 12 zijn geweest, en mateloos gefascineerd door het occulte. Ik verslond boeken van Stephen King (of was het toen nog Roald Dahl?) en mijn favoriete tijdverdrijf was glaasje leggen.

Het titelloze debuut van Dead Can Dance was één van de eerste cd’s in mijn muziekcollectie. Hoe ik erbij kwam weet ik nog steeds niet, maar ik vermoed dat het hoesje een rol speelde toen ik het uit de uitverkoopbak zag liggen bij Sounds in Venlo. Bij het luisteren van het eerste liedje was ik om: dit was púre horrormuziek!

Stel je een stormachtige nacht in het bos voor. Je bent op de vlucht voor een paar vraatzuchtige zombies. In de verte hoor je ze krijsen, ze komen steeds dichterbij.

The Fatal Impact zou de perfecte soundtrack zijn geweest voor The Blair Witch Project.

Keuze Jaap Bartelds: Diamanda Galás – Sono l’Antichristo (1991)

Ik ben de antichrist! Waaahhhhhh!

Het begint allemaal met een daverend gerag op wat zomaar eens een enorm zware ijzeren deur zou kunnen zijn. Samen met Diamanda Galás dalen we af in de donkerste krochten van haar ziel, waarna ze het keihard op een krijsen zet:

IK BEN DE ANTICHRIST! IK! BEN! DE! ANTICHRIST! WAAAAAAAAAAHHHHHHH! WAAAAAAAAHHHHHH!

Bloedend uit al haar poriën staat ze naast je, in die beklemmend kleine, pikdonkere ruimte. Een satanskoor zwelt aan en Diamanda begint in tongen te kakelen zoals alleen godsdienstwaanzinnigen dat kunnen. Slechts 3,5 minuut duurt dit offerritueel en daarna ben je dood. Morsdood.

Het ongecontroleerde, dierlijke gekrijs van Diamanda Galás dient een hoger doel. Ze zingt volgens de ‘Schrei’-technieken uit de Duitse opera en treedt op met meerdere microfoons, waarmee ze stemvertragingen en echo’s creëert. Eind jaren tachtig bracht Galás een albumtrilogie uit die geheel was gewijd aan mensen die lijden aan aids. Ze maakte de verschrikkingen van de ziekte van dichtbij mee, toen haar broer er in 1986 aan overleed. Een optreden van Diamanda Galás is eigenlijk niet na te vertellen, maar er kwamen vaak bakken bloed aan te pas om het horrorgehalte te vergroten. Met titels als The Divine Punishment, Masque of the Red Death en Plague Mass mag het duidelijk zijn: het is kommer en kwel wat de klok slaat op haar albums. Pure horror in optima forma.

Voor wie er geen genoeg van kan krijgen: hier een kwartier lang The Litanies of Satan.

Keuze Dimitri Lambermont: Rob Zombie – House of 1000 Corpses (2003)

Welkom bij je bad trip

Onweer. Krekels. Een gillende vrouw – No! Noooo! Police have identified more victims. Ghoulish slaughter. Cannibalism. A large kettle on the stove which held bodyparts. Het zijn enkele flarden uit een nieuwsflits. De toon is gezet. De opening van het nummer House of 1000 Corpses van Rob Zombie belooft weinig goeds. Zombie? Ja Zombie. Rob Zombie. Met zo’n naam blijft er weinig te raden over. Dan weet u wel hoe laat het is.

Metal en horror. Ze lijken onlosmakelijk met elkaar verbonden. Al wat duister is en afgrijslijk aan de menselijke aard komt naar voren in de metal – luister maar eens een middagje Cannibal Corpse, bekijk maar eens een gemiddelde hoes. Al wat duister en afgrijslijk is aan de menselijke aard komt naar voren in de horror. Samen vormen ze de ultieme combinatie van duisternis, schrikeffecten en grommende vocalen.

Rob Zombie is naast metalhead ook een groot fan van horrorfilms. Hij zegt zelf dat hij altijd al een mengeling van  “Alice Cooper, Steven Spielberg, Bela Lugosi en Stan Lee” had willen zijn. En daar is hij al goed mee bezig. Zijn ouders werkten bij het carnival. Wellicht dat daarom clowns, dwergen en fluorkleuren altijd zo’n prominente rol spelen in zijn werk. Het is een rare wereld daar in de hersenpan van meneer Zombie.

Het nummer House of 1000 Corpses is vernoemd naar de film House of 1000 Corpses: een horrorfilm die is geregisseerd door niemand anders dan… Rob Zombie zelf. Zijn liefde voor horror komt zo niet alleen naar voren in de muziek, nee meneer Zombie maakt zelf ook graag horrorfilms. Hij schreef daarnaast ook het scenario. Druk baasje.

House of 1000 Corpses (de film) is niet het meest hoogstaande stukje cinema, maar toch hebben Zombie’s films binnen het genre een aardige cultstatus weten op te bouwen. Zombie probeerde met de film de sfeer van de exploitatie-horror uit de jaren zeventig te benaderen, denk aan een film als The Texas Chainsaw Massacre. Rednecks, clowns, vage tripeffecten en het nodige gemartel. De eerste exercitie van Zombie in de wereld van de film. Het plot is even bizar als standaard.

Vier jongen mensen schrijven een verhaal over bizarre attracties. Ze komen ene Captain Spaulding tegen die ze meeneemt naar het Museum of Monsters & Madmen. Daar vertelt hij over de lokale legende van Dr. Satan. Ze gaan op zoek naar de boom waar Dr. Satan is opgehangen en nemen onderweg een jonge liftster mee.

Natuurlijk krijgen ze een klapband en de liftster neemt de vier mee naar haar huis. De kijker weet dan al dat het kwartet terecht is gekomen in het huis van een familie die moord en marteling tot sport heeft gemaakt en dan begint het grote bloedvergieten.

Rob Zombie heeft ondertussen al een kleine zes films op zijn naam staan en enkele comicbooks. In 2005 brengt hij The Devil’s Rejects uit – het vervolg op House of 1000 corpses. Daarna waagt hij zich aan een remake van Halloween en Halloween 2 en in 2013 neemt hij The Lords of Salem op.

House of 1000 Corpses (het nummer) komt voor op Zombie’s album The Sinister Urge en door de muziek heen hoor je flarden uit de film. En dat is geen pretje. Niet luisteren als je gevoelig bent voor paranoia, want je klimt geheid in de gordijnen of eet de kussens van je bank op. De tekst van House of 1000 Corpses laat dan ook weinig over aan de verbeelding:

I cut the flesh
And make it bleed
Fresh skin
Is what I need

I let it dry
Out in the wood
All your crying
Did no good, yeah

Het hele nummer lang hoor je gegil, gekrijs, maniakaal gelach. Zeker met een koptelefoon op is dit geen aangenaam ritje door de hersenpan van Zombie. Kinderstemmetjes vliegen heen en weer en dan klinkt er weer ergens een krakende deur. Een gillende vrouw die smeekt om haar leven.

Het nummer sterft langzaam uit. Er klinkt een zware bons. Het kloppen van een hart. Een meisjesstem pest echoënd: I’m gonna get you. I’m gonna get you. I’m gonna get you. De nieuwsflitsen gaan nog even door. Hier en daar een schreeuw. Dan weer een lach.

Je hebt eigenlijk geen beeld meer nodig. Dit is muzikale horror van de hoogste plank. Naar. Heel naar. Enjoy your bad trip.

Afbeelding: Dr Satan uit House of 1000 Corpses

 

 
 

1 Comment

  1. Martijn van Opbergen

    Lilith van Foetus, ook best een eng liedje.

    http://www.youtube.com/watch?v=_al_5TYCIQk

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *