Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: kutliedjes

Er zijn behoorlijk wat kutliedjes gemaakt. Klotenummers ook, trouwens.

Maar Ondergewaardeerde Liedjes zou Ondergewaardeerde Liedjes niet zijn als we hier een battle aan zouden wijden. Nee, vandaag willen we het hebben over liedjes met het geslachtsdeel als centraal thema. Het geslacht van het geslacht maakt ons niet eens zo veel uit: piemels, foefen, niets is ons te dol.

Deze kutliedjes zijn óf ondergewaardeerd, óf ze worden meegezongen zonder te weten welke woorden er in de mond worden genomen.

Keuze Eric van den Kieboom: Steely Dan – Deacon Blues (1977)

Ik ga toch niet googelen op zo’n onderwerp?

Het was een misplaatste (of niet begrepen) grap als reactie op de Facebook-oproep voor de kutliedjes-battle: Past alles van Steely Dan in een kutliedjes-battle?

Maar ik heb niets met liedjes over geslachtsdelen en ken er dan ook haast geen. Het eerste en enige wat in mij opkomt zijn wat Rammstein-dingen, maar daar blijft het dan ook bij. En ik ga zeker niet googelen op zo’n onderwerp.

Maar Steely Dan leent zijn naam aan een voorbind-dildo: Steely Dan No. 3 en die zijn dan eigenlijk weer gemaakt voor… Precies , zie hier de link. Een mooie gelegenheid om de voor mij meest ondergewaardeerde band ooit nog eens onder de aandacht te brengen, want Deacon Blue leent zijn naam op zijn beurt dus weer aan een van de songs van de geluidsperfectionisten Becker en Fagen.

En nu nooit meer zulke battles organiseren! Bah.

Keuze Jaap Bartelds: Peter Gabriel – Sledgehammer (1986)

Die zaadcel in die video moet ergens vandaan komen, nietwaar?

Heerlijk is het, hoe heel veel Nederlanders totaal niet doorhebben waar veel liedjes over gaan. Ze zingen vrolijk mee met de lyrics, die ze op zich best begrijpen, maar waarvan het kwartje lang niet altijd valt. Een goed voorbeeld van zo’n liedje is Sledgehammer van Peter Gabriel. Degenen die wél registreren waarover het liedje gaat, zullen meteen DUH! roepen, maar hele volksstammen neuriën het vrolijke deuntje al even vrolijk mee:

You could have a steam train
If you’d just lay down your tracks
You could have an aeroplane flying
If you bring your blue sky back

Vervolgens het refrein:

I want to be your sledgehammer
Why don’t you call my name

Nee. Als je niet goed luistert haal je het dubbelzinnige van dit lied er niet meteen uit. En daarom is Sledgehammer geniaal in z’n geraffineerdheid. Peter Gabriel had zijn hit overigens vooral te danken aan de destijds baanbrekende stop-motion video. Die begin al met de grootste hint: een zaadcel gaat op zoek naar z’n eitje om het eens lekker te bevruchten. Wel, die zaadcel moet ergens vandaan komen, nietwaar?

Keuze Martijn Janssen: Red Hot Chili Peppers – Special Secret Song Inside (1987)

Niet lullen, meezingen!

Dit zijn de Red Hot Chili Peppers zoals de legende het dicteert! Oversexte funk-punk-rockers in overdrive! De beruchte optredens met alleen een sok om hun geslachtsdeel! En centraal staat natuurlijk I want to party on your pussy!

Want dat is waar het lied om draait. Sterker nog, dat was de oorspronkelijke titel van het nummer, voordat ze het op last van hun platenmaatschappij moesten aanpassen. Niks subtiliteit, gewoon meteen gaan. En stop met verder lezen, ga lekker feesten!

I want to party on your pussy

Keuze Edgar Kruize: Jill Jones – G-Spot (1987)

De zoektocht naar de G-plek blijkt een kutklusje

Als het over het vrouwelijk geslachtsorgaan gaat, heeft Prince muzikaal een volledige medische encyclopedie volgeschreven. Van liefkozend tot vunzig en van de meest wollige bewoordingen (Little Red Corvette) tot direct het beestje bij de naam noemen (Pussy Control). Een van de meest catchy liedjes in die categorie, G-Spot, gaf hij echter aan Jill Jones. Die er vervolgens een waar kutnummer van maakte.

G-Spot was in 1982 geschreven als onderdeel van het tweede album van Vanity 6 en een demo met Prince’ vocalen werd begin ’83 opgenomen. De track zou thematisch prima aansluiten op het nooit officieel uitgebrachte nummer Vibrator overigens. Hierin verliezen de batterijen van het speeltje uit de titel hun kracht, waarna Vanity langs diverse winkels snelt voor vervangende. Zodat ze op het eind van het liedje… Enfin, je snapt. Het hevige gekreun in combinatie met de als een roestige schroefboor klinkende vibrator op het eind van dat liedje zijn eerder grappig dan opwindend.

Anyway, Vanity verliet die band voor dat tweede album er ooit kon komen, stand-in Apollonia nam beide liedjes ook niet op en Prince overwoog op dat punt zijn eigen versie van G-Spot op het Purple Rain album te plaatsen. Darling Nikki kwam daar echter voor in de plaats en G-Spot verdween de archieven in, om er pas jaren later weer uit te komen.

De reden dat ik Vibrator net noem, is omdat een van de winkelbediendes in dat liedje wordt vertolkt door Jill Jones. De stem van de voor velen amper bekende zangeres is te horen op veel van Prince’ 80s-werk en dat van de vele satellietbands uit de koninklijke entourage. Jill Jones mocht echter pas in 1987 zelf een album opnemen op Prince’ Paisley Park label en daarop domineerde haar broodheer alsnog de boel, met een keur aan liedjes die bij hem al jaren op de plank lagen. Waar onder G-Spot.

De zoektocht naar de G-plek blijkt een kutklusje (al spellen de eerste letters van alle coupletten f.i.n.a.l.l.y., implicerend dat het speuren uiteindelijk de vruchten heeft afgeworpen) en Prince’ (onuitgebrachte) eigen versie klinkt daardoor tamelijk gefrustreerd. Daarin ligt de echte kracht van de track, die daardoor in die versie ijzersterk is. Jill Jones, die toch echt met een uiterst krachtige stem gezegend is, weet die frustratie echter niet te vangen. Sterker nog, van haar fletse zang gaat op deze track eigenlijk helemaal niks uit. Alsof het haar geen donder kan schelen waar die plek zit. Misschien is dat ook gewoon wel zo. Niks erg natuurlijk, maar het maakt wel dat van een in basis sterk nummer met catchy (typische 80s) arrangementen, niets meer dan een kutversie overblijft.

Keuze Frank Meeuwsen: De La Soul – Buddy (1989)

Zwetende handclaps over het vrouwelijk lichaam

Ik heb me wel eens afgevraagd wat een nummer eeuwigheidswaarde geeft. Of je dat al kunt beoordelen bij de eerste luisterbeurt. In 1989 verschijnt het iconische album 3 Feet High and Rising van De La Soul. Bekend van Me, Myself and I en Say No Go. De hits zijn klassiekers maar het drietal heeft er meer opgenomen. Ik heb dat op geheel niet-wetenschappelijke wijze onderzocht en geverifieerd door mijn oude vinyl exemplaar van het album van zolder te plukken. Grijsgedraaid. Van voor tot achter, kant A en kant B. Er zitten tikken op, hij slaat over en het kraakt. Je weet dat je een klassieker luistert als je hem nog een keer wilt luisteren. En nog eens. En elk jaar nog eens.

Een van die klassiekers is de posse track Buddy. Samen met hun eigen buddies The Jungle Brothers, A Tribe Called Quest, Monie Love en Queen Latifah vormt De La Soul het collectief The Native Tongues. Onder de spirituele leiding van hiphop godfather Africa Bambaata spelen ze mee op elkaars albums. En Buddy is zo’n track die je twintig jaar later nog met veel plezier opzet en opnieuw luistert. En opnieuw. En meeklapt. En de samples met je mond meescratcht en playbackt.

Het origineel op het album spelen ze samen met The Jungle Brothers en Q-Tip van A Tribe called Quest. Maar de 12“ is werkelijk fenomenaal met Phife, Monie Love en Queen Latifah. Als vijftienjarig gastje hoorde ik dit nummer en je voelt en hoort aan alles dat het écht niet over de letterlijke buddy gaat. De buddy is het vrouwelijk lichaam. Of een deel er van. Daar zijn de digitale hiphopduiders het nog niet helemaal over eens. Maar dat het iets met een geslachtsdeel is, dat is duidelijk. Zo duidelijk.

De vrolijke en goedlachse Native Tongues rappen op hun eigen manier over sex en het vrouwelijk lichaam. Terwijl aan de andere kant van de USA de gangstarappers van onder andere NWA het hadden over hun bitches and ho’s, rappen Pos, Mase and Trugoy het over Jennifa, Jimbrowski en Buddy. Een frisse wind in het hiphoplandschap en nog altijd een kneiter van een track voor elk feestje.

…You can be my buddy anytime…

Keuze Roland Kroes: Consolidated & The Yeastie Girls – You Suck (1992)

Typisch 90s-activisme: hemelbestormende ideeën, maar catchy? Ho maar

Sommige dingen zitten gewoon verkeerd in je hoofd. Zoals dat mijn bijdrage aan deze battle zou gaan om een nummer van L7 en Consolidated. Nee, blijkt om de Yeastie Girls te gaan. Wie dat precies zijn, geen idee. Ik houd me aanbevolen voor de verklaring dat het een speciale naam voor de L7 dames was.

Dit kutnummer heeft een dubbele bodem. Want de tekst is duidelijk. Het gaat om die daad ten aanzien van het vrouwelijk geslachtsdeel dat in bepaalde kringen tot ongemakkelijke situaties kan leiden. Zie bijvoorbeeld dit golffragment uit de Soprano’s, nadat is uitgelekt dat Uncle Junior deze bepaalde daad bij zijn vriendin heeft gedaan.

Precies over die instelling gaat dit nummer, waarin de Yeastie Girls zich als volgt beklagen

You say you want things to be even and you want things to be fair
But you’re afraid to get your teeth caught in my pubic hair

21 jaar geleden kon dit in Nederland dus gewoon nog een hit worden, zonder al te veel gedaan. Tien weken Top 40, hoogste notering: tiende plek. Alleen in Nederland, want in het land van herkomst deed dit niet veel. Of beter gezegd: helemaal niets.

Maar zoals gezegd: het kutnummer heeft een dubbele bodem. Want los van het controversiële onderwerp en dito tekst, is het een kutnummer. Een stereotype activistisch nummer zoals we dat wel meer kennen van bandjes uit de jaren negentig. Hemelbestormende ideeën, maar niet de brille om dat uit te venten op een catchy manier.

Waardoor You Suck de seksuele variant is van Tubthumping van Chumbawamba. Want die bleken na hun novelty hit ook heel aktievisties en tegen vanalles en nog wat. Wat dat betreft was Rage Against the Machine toch echt een uitzondering…

Keuze Robert Arnold: Primus – Wynona’s Big Brown Beaver (1995)

Of het nu over Wynona’s huisdier gaat of over haar euh… Het is in ieder geval een zorgwekkende situatie

Muziek is een serieuze zaak. Liedjes over piemels en de vrouwelijke equivalent van piemels passen daar toch niet in? (Wat is het piemelwoord voor het vrouwelijke geslachtsorgaan eigenlijk?)

Liedjes over geslachtsdelen zijn óf humoristisch bedoeld, of een soort van loflied. In beide gevallen levert het gegiechel op.

Toen de aankondiging van deze battle uit ging dacht ik weinig van dit soort liedjes te kennen. Een van die liedjes is Wees niet bang voor mijn lul van Doe Maar.

Wees niet bang voor mijn lul
dat is toch flauwekul
als is het soms een stijve pik
hij is net zo lief als ik
wees niet bang..

Doe Maar van voor Hennie Vrienten dus. Hennie zelf liep er alleen maar achteraan.

Goed, bij nadere studie bleek ik dus meer van dit soort liedjes te kennen. Liedjes waar je het niet van verwacht. Maar er zijn ook liedjes waarvan het wordt gesuggereerd, en waarvan je het niet verwacht.

Sammy van Ramses Shaffy is zo’n liedje bijvoorbeeld: 

Er wordt gezegd dat dit misschien wel over piemels gaat. Kromme, kromme Sammy.

Het zou kunnen.

Ik hoop het niet.

Mijn moeder zong dit vroeger voor me.

Maar goed, het aller-allereerste liedje waar ik aan dacht is een liedje van Primus.

En omdat het toch Primus is, twijfel je toch gewoon of Wynona niet gewoon een grote, bruine bever heeft.  Primus zing immers ook liedjes over vissen, puppies, pudding en Mr. Knowitall (They call me mr. Knowitall, I am so eloquent. Perfection is my middle name and whatever rhymes with eloquent).

Of het nu over Wynona’s huisdier gaat of over haar euh.., het is in ieder geval een zorgwekkende situatie

Wynona’s got herself a big brown beaver and she shows it off to all her friends
One day, you know, that beaver tried to leave her, so she caged him up with cyclone fence
Along came Lou with the old baboon and said “I recognize that smell
Smells like seven layers
That beaver eatin’ Taco Bell!”

Now Rex he was a Texan out of New Orleans and he travelled with the carnival shows
He ran bumper cars, sucked cheap cigars and he candied up his nose
He got wind of the big brown beaver
So he thought he’d take himself a peek, but the beaver was quick and he grabbed him by the kiwis
And he ain’t pissed for a week (and a half!)

Wynona took her big brown beaver and she stuck him up in the air
Said “I sure do love this big brown beaver and I wish I did have a pair”
Now the beaver once slept for seven days And it gave us all an awful fright,
So I tickled his chin and I gave him a pinch and the bastard tried to bite
Wynona loved her big brown beaver and she stroked him all the time
She pricked her finger one day and it occurred to her she might have a porcupine

Laat één ding duidelijk zijn, dit liedje gaat niet over Winona Ryder, echt niet. Want Winona schrijf je anders en je spreekt het anders uit. Maar het toenmalig vriendje van Winona Soul Asylum’s zanger David Pirner dacht van wel en gaf een van zijn oude liedjes een nieuwe naam, namelijk  Les Claypool’s A Big Fucking Asshole (Les Claypool- zanger/bassist van Primus)

Les houdt wel van de dubbelzinnigheid. In de bijbehorende clip is duidelijk een bever te zien, maar is de naam van de optredende band Buck Naked and the Bare Bottom Boys.

Keuze Freek Janssen: Bloodhound Gang – Three Point One Four (2000)

Domme puber zoekt vagina, en zal die (zo) nooit vinden

Ik kan dit niet eens voor mezelf goedpraten, laat staan voor jou, als lezer. Maar ik moet gewoon lachen van de puberale rotzooi van de Bloodhound Gang.

Het had weinig gescheeld of ik had The Ballad of Chasey Lain verdedigd in de meisjesnamen-battle, maar ik vond Mom and dad, this is Chasey, Chasey this is my mom and dad: now show ’em them titties niet passen tussen al die mooie odes aan mooie meisjes.

Maar kutliedjes, da’s een ander verhaal. Three Point One Four heette eigenlijk The Vagina Song, maar dat mocht niet van de platenmaatschappij. Dus noemden de eeuwige pubers het nummer Three Point One Four, oftewel 3.14, Pi, oftewel Pie, oftewel:

Kut.

De band heeft betere nummers gemaakt. Bekend is The Bad Touch, waarin je goed hoort dat Bloodhound Gang ooit begonnen is als… Depeche Mode coverband. Ja, echt. Sorry Depeche Mode-fans. Hetzelfde geldt voor Uhn Tiss Uhn Tiss Uhn Tiss: Depeche Mode written all over it. Kiss Me Were It Smells Funny is gewoon een goeie punkplaat, I Wish I Was Queer So I Could Get Chicks ook.

Three Point One Four gaat van begin tot het eind over vagina’s, vanuit de rol die de band het beste past: domme pubers die de grootst mogelijke moeite hebben er een te vinden.

I need to find a new vagina,
Any kind of new vagina,
It’s hard to rhyme a word like vagina,
Calvin Klein? Kind of North Carolina

Keuze Stefan Koopmanschap: Hecate – Agrippa (2001)

En die hoes…

Subtiel. Of misschien toch niet? Als je deze battle bekijkt zitten er echt nummers tussen waarvan je denkt “Gaat dat hier over? Echt?” Er zijn ook artiesten die eigenlijk niet echt van de subtiliteit zijn. Neem Hecate. Alleen al muzikaal is het nauwelijks subtiel. Sommigen zeggen dat het (technoide) industrial is, anderen noemen het powernoise, ik noem het (op z’n tijd) gewoon bijzonder fijn. Wat dat betreft is electronica in iedere vorm hier op Ondergewaardeerde Liedjes nog best ondergewaardeerd.

Maar goed, Agrippa. Het nummer is een combinatie van vele stijlen. Drum ‘n’ Bass, noise, industrial. Weinig subtiel, maar bijzonder energiek. Nee, het is geen happy hardcore en nee, het is niet toegankelijk. Maar als je net als ik in een oude Duitse bunker staat waar het zweet van het plafond druipt door het gebrek aan luchtstromen en dit soort muziek komt over de iets te grote speakers langs dan sta je ook te dansen. Al was het maar omdat door de vorm van de bunker de bas zo hard door komt dat je automatisch begint te bewegen.

Maar wat heeft dit met de kutliedjes-battle te maken? Nou, ik laat de albumhoes wel even voor zich spreken:

Hecate - The Magick Of Female Ejaculation

Subtiel toch?

Het album The Magick Of Female Ejaculation is een klassieker wat mij betreft. Dit album hoort zeker thuis tussen grootheden als Venetian Snares en Somatic Responses. En die hoes…

Keuze Gijs Moonen: Opgezwolle – Passievrucht (2006)

Rode oortjes met vieze woordjes

Hip hop, het genre van ‘brag ’n boost’. Opscheppen over geld, geweld, snelle auto’s en vrouwen. Dat het ook anders kan beweent LL Cool J al in de jaren negentig. Hij bracht met verve een genre op de markt waarbij rap ineens ook over liefde kon gaan. Dat we er allemaal rode oortjes van kregen, dat is niet zo’n probleem. Zijn nummers waren geslaagde en moderne opvolgers van klassiekers als I Heard It Through The Grapevine en Sexual Heeling.

In Nederland heeft het lang geduurd voordat we dat soort kut nummers hadden. Maar op een geweven moment gingen de mannen van Opgezwolle met Duvel de studio in en kwamen ze met een instant classic kut nummer; Passievrucht / Bosmuis.

Rode oortjes met vieze woordjes van Rico en Sticks:

Ze lip stikte me van me top tot me tipje dus ik dacht fok en glipte van haar rok in haar slipje
Ze tripte verluisterde in me oor knijp me keel dicht WAT? Uhm als jij dat wil

Keuze Marjolein van Elteren: Amanda Palmer – Map Of Tasmania (2011)

Niet kappen, af en toe een beetje snoeien is het advies. En daar kunt u het mee doen.

Een kutliedjes-battle, daar kan Amanda Palmer niet in ontbreken. Niet alleen omdat het een artiest is die niet bang is voor wat naakt, maar ook omdat ze nooit een blad voor de mond neemt en zonder probleem in de media praat over vagina’s, borsten, sex of..nou ja…alles eigenlijk wel.

Het is dan ook geen verrassing dat ook mevrouw Palmer een kutliedje heeft, genaamd map of Tasmania. Waarom ‘map of Tasmania’ als het over de vagina gaat? Laten we dat even toelichten met een plaatje:

Map of Tasmania

U snapt hem? Juist.

Het nummer is geschreven tijdens Amanda’s tour in Australie, waar ze vlak voor ze in Tasmanie het podium op moest besloot een nummer te schrijven. ‘Show us your map of Tasmania!’ schijnt in Australie wel eens geschreeuwd te worden naar mooie meisjes die langslopen.

Amanda Palmer greep die term aan om ook nog maar eens wat te zeggen over schaamhaar en het wel/niet kappen van de bossen in de vrouwelijke ‘map of Tasmania’:

Soft and sweet and shaped like a triangle
Some girls want no shape and they shave it all
That’s so whack, it hurts with the stubble
Walking ’round and look like an eight-year-old

I say grow that shit like a jungle
Give ‘em something strong to hold onto
Let it fly in the open wind
If it get too bushy, you can trim

Niet kappen, af en toe een beetje snoeien is het advies. En daar kunt u het mee doen.

 
 

3 Comments

  1. Ton Knol

    Robert Crumb – My girl’s pussy.

  2. Het is dan ook geen verrassing dat ook mevrouw Palmer een kutliedje heeft, genaamd map of Tasmania. Waarom ‘map of Tasmania’ als het over de vagina gaat? Laten we dat even toelichten met een plaatje

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *