Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De België Battle

Er zijn weinig landen die een behoorlijk lange grens met elkaar delen en toch zo van elkaar verschillen als Nederland en België. Dat verschil is ook voelbaar – nee, hoorbaar, in de muziek. Het enige wat we op muzikaal gebied gemeen hebben met onze Zuiderburen, is de Nederbelg Novastar.

Het voelt verleidelijk om hier de loftrompet te steken over het niveau van de Belgische muziekscene, maar laten we dat maar niet doen. Muziek is een kwestie van smaak, en soit, ook Kane is een smaak.

In plaats daarvan bezingen we de meest ondergewaardeerde liedjes uit België. Eén bijdrage is trouwens van een Belgische blogger. Raad maar welke!

Keuze Roland Kroes: Gorki – Mia (1992)

Het B-kantje dat ooit de Tijdloze 100 aanvoerde

België. Land waar mensen steeds giecheliger over doen naarmate ze verder van de Nederlands-Belgisch grens wonen. Natuurlijk ten onrechte. Zeker in de jaren ’90, toen België veel meer fatsoenlijke bands had, die ook nog eens hits opleverden. Alleen meestal alleen in België. Gorky is een lichtend voorbeeld daarvan. Mia stond op de B-kant van de single Soms Vraagt Een Mens Zich Af. Die A-kant is een leuk nummer, maar niet baandoorbrekend. Mia raakt een gevoeliger snaar. In heel Vlaanderen, trouwens. Want Mia is een vaste waarde in de Tijdloze 100 en voerde de lijst zelfs 3x aan, midden in de 00’s.

Wie Mia precies is, wordt niet helemaal duidelijk. Maar ze haalt de ik-persoon uit de put. Staat hem bij. Een moeder Theresa-achtige figuur, misschien. Dat doet ze zonder veel opsmuk: “Mensen als jij moeten niet moeilijk doen. Geef ze een kans voor ze stom gaan doen”. Die aanpak klinkt door in het nummer. 3 coupletten, waarvan er 1 nog een keer terugkomt en 3 keer het refrein. Intussen gaat de bezwerende gitaar gewoon door.

Niet moeilijk doen.

Keuze Edgar Kruize: Moondog Jr. – Shall I Let This Good Man In (1995)

De man van het rauwe kantje die met zijn zijprojectje nog nét iets verder ging

Een creatieve stoelendans met artiesten. Zo kan je de Antwerpse muziekscene van midden jaren ’90 wel omschrijven. Zo’n beetje iedere artiest had naast een ‘hoofdband’ nog talloze zijprojecten en als er een band was die even een bandlid te kort had, dook er altijd wel weer een collega uit een andere band in dat gat.

De absolute goden van die scene waren (wat wil je, met zo’n bandnaam) de mannen van dEUS. Met toen nog onder meer Stef Kamil Carlens in de gelederen. Carlens vertegenwoordigde binnen dEUS het wat rauwere kantje, de gekte in de muziek werd door zijn toedoen verder versterkt. Hij wist op de populariteit van dEUS prima mee te liften door tegelijkertijd zijn ‘bijproject’ Moondog Jr. onder de aandacht te brengen. Een band die – voordat Carlens dEUS definitief verliet en zijn band verder ging onder de naam Zita Swoon – nog net even iets rauwer en gekker was, maar ook goeddeels dezelfde doelgroep aansprak met prima nummers als Moonsong, TV Song en  Ice Guitars. Ach, waarom slechts een paar noemen. Heel het album Everyday I Wear A Greasy Black Feather On My Hat is te gek. Gaat dat horen. Nu!

En zet ‘m dan even harder zodra track 10 in zicht komt; Shall I Let This Good Man In. Een track die met een gospelorgeltje start en waarover een iets verwarrende tekst wordt gekalkt die lijkt te gaan over het onvermogen van een kluizenaar om nieuwe mensen te ontmoeten. Maar het is nogal cryptisch allemaal. Dat maakt het zo’n 18 jaar later nog steeds intrigerend om naar te luisteren.

Keuze Freek Janssen: dEUS – Instant Street (1999)

Komt live prima uit de verf. En het piept, wringt, kraakt en schuurt.

dEUS kan iets wat geen enkele andere band kan. Of althans, niet zo goed. dEUS is de yin in de yang en andersom. Als je wilt begrijpen wat ik bedoel, luister eens naar Gimme The Heat en houd je adem in rond 4:02 minuten. Wat een melancholisch en zelfs wrang liedje was, breekt ineens open en de zon gaat schijnen.

Die tegenstrijdigheid zit in élk dEUS-liedje. Vroeger ging ook in bijna elk liedje een keer de knop om, al was het maar voor even. Dat een middle-of-the-road-achtig liedje als Little Arithmetics ontaarde in complete chaos. Sinds hun comeback in 2005 is die paradox in de muziek van dEUS subtieler geworden. Het zit nu niet meer in een onverwachte wijziging van majeur naar mineur, maar in een onheilspellende ondertoon in een zomers liedje, zoals bij The Soft Fall.

Hoewel dEUS in België een godenstatus heeft, komen ze in Nederland niet versie dan een cultstatus. Ik denk dat ik daar vrede mee heb. Het is nu eenmaal geen band die hits scoort – als ze ooit één kans hebben gehad, dan was het met het prachtige en toegankelijke Nothing Really Ends.

dEUS is zelfs geen live-band. Voor een stadion of een festival is hun muziek te intiem, voor een poppodium zijn Tom Barman en zijn vrienden iets te afstandelijk. Er is één liedje waarvan ik tijdens een concert van dEUS altijd volledig van uit mijn plaat ga. Bovendien belichaamt het perfect de tegenstrijdigheid in de muziek van de band uit Antwerpen.

Instant Street gaat over de kleine irritaties in een relatie. Het liedje begint als een country-song, met een dito gitaartje. In het refrein wordt het een beetje zalvig, maar dat komt vooral door de stem van Craig Ward, die veel zang op het album The Ideal Crash voor zijn rekening neemt.

Maar waarom ik vind dat Instant Street deze battle moet winnen, is die gitaarriff na het tweede refrein. Een riff die begint alsof er niks aan de hand is en prima in een country-liedje past. Opeens gebeurt er iets, en dat is typisch dEUS – en zooo briljant. Die riff begint te wringen, piepen, schuren en kraken. Ondertussen zwelt de rest van de band (drum, bas, slaggitaar) aan en wordt dreigend. This time I’ll goooo, zingt Tom Barman. Het is voorbij met de relatie.

Er is één dEUS-liedje dat ik live beter vindt dan ‘op de plaat’, en dat is Instant Street. Zelfs in de nieuwe bezetting, met Mauro die de plek van Craig Ward heeft ingenomen. Instant Street is een feest bij elk optreden.

Luister naar het beste live-liedje van de beste band van België.

P.s.: U moet weten dat ik:

  1. Al een groot dEUS-fan ben sinds Worst Case Scenario uit ’94
  2. Daarover al iets te vaak heb geschreven op Ondergewaardeerde Liedjes
  3. De keuzes van de verschillende bloggers voor deze battle al weken nauwgezet volg. Minstens drie hebben overwogen om voor dEUS te gaan, maar kozen uiteindelijk toch iets anders.

Als je 1 en 3 bij elkaar optelt en daar 2 van aftrekt, dan blijft er nog een positief stemadvies voor dEUS over. Anders gezegd: ik zou het niet over mijn hart kunnen verkrijgen als er een battle over België verschijnt waarin dEUS niet voorkomt. Ook al zou ik ook graag de keuze hebben gehad voor een ander liedje. Zoals Silver van Metal MollyI Lie Myself To Sleep van Sir Yes SirTV Song van Moondog JrMy Heroics, Part One van Absynthe Minded en The World Is Gonna End Tonight van School Is Cool.

Zo. Heb ik ze toch genoemd :).

Keuze Els Lamberts: Millionaire – Champagne (2001)

Lekker vuil. Meer moet dat niet zijn.

Belgische bands… Hmmm. dEUS of Evil Superstars, denk je dan. Of Triggerfinger misschien? Stuk voor stuk groepen die al minstens één keertje de revue passeerden en die je bovendien ook niet meteen ‘ondergewaardeerd’ kunt noemen. De muzikant waarover ik het vandaag wil hebben, is dat wat mij betreft wel. Je hoeft niet gek veel verder te denken dan Tom Barman of Mauro Pawlowski, om uit te komen bij Tim Vanhamel. 36, maar al een eeuwigheid in de Belgische rock scene. Lid van Evil Superstars: check! Lid van dEUS: check!

Vanhamel is Limburgser dan fruitvlaai, maar ademt rock & roll. Hij is cool as f*ck en tegelijk immer sympathiek. Maar hij is bovenal een supertalent. Ik heb even getwijfeld. Zou ik gaan voor één van de ingetogenere, melancholische nummers uit zijn solo-album ‘Welcome to the Blue House’? Het heerlijk retro Until I Find You misschien? Of toch het hardere werk?

Uiteindelijk kwam ik uit bij Champagne van Millionaire. De groep die hij in 1999 oprichtte, na zijn passages bij bovengenoemde bands. Ja, Champagne is het bekendste nummer uit hun debuutalbum Outside the Simian Flock. Je zou het zelfs hun grootste hit kunnen noemen. En toch hoor ik het bijna nooit voorbijkomen op de radio. Zonde eigenlijk, want het is een steengoed nummer. Vanhamel hoor je pas na een minuut of twee, maar tegen dan heb je al zijn heerlijk vet gitaarwerk achter de kiezen. Het is een lekker vuil nummer, met een fantastische riff. Een nummer dat net op tijd stilvalt om dan weer verder te knallen.

Meer moet dat niet zijn.

Nog niet helemaal overtuigd? Geloof dan die andere rockheld, Josh Homme genaamd. Hij producete ‘Paradisiac’, de tweede en (voorlopig?) laatste Millionaire-plaat, én vormde samen met Vanhamel en Jesse Hughes de oorspronkelijke ‘Eagles of Death Metal’. Als dat geen referentie is!

Keuze Karin de Zwaan: Eva de Roovere & Gerry de Mol – Op Een Hoopje (2004)

Klein en bloot

Eva de Roovere kennen we in Nederland voornamelijk van haar hit Slaap Lekker (Fantastig Toch) met Diggy Dex, een rapbewerking van haar eigen nummer Fantastig Toch. Dit nummer komt van haar eerste eigen album De Jager. Twee jaar voor dit album verscheen Kleine Blote Liedjes, een albumsamenwerking tussen Eva en Gerry de Mol. Een album dat je eigenlijk in zijn geheel ondergewaardeerd zou kunnen noemen. Het staat vol prachtige kleine liedjes. Voor deze battle nodig ik jullie uit om Op Een Hoopje te beluisteren.

Waarom juist dit nummer? Het is het enige nummer van heel het album dat op YouTube staat, op Spotify vind je het ook niet terug. Op Een Hoopje was in België een radiohit, hier hebben we het amper gehoord. Een luisterliedje met kleinkunstbodem.

Keuze Eric van den Kieboom: Arid – Words (2007)

Een nummer dat niet eens een gitaarsolo nodig heeft

In 2007 werkte ik een half jaar in Bladel. De zender die in die regio het beste ontvangst had was Studio Brussel, en elke woensdagmiddag op weg naar huis luisterde ik De Afrekening. De plaat die sinds die tijd altijd is blijven hangen en onmiskenbaar het beste wat onze zuiderburen ooit gebracht hebben, is Words. De zuivere stem van Jasper Steverlinck en dat loopje maken deze plaat tot een topper. En dan heb ik het nog niet over die openingszin gehad,

I know how you feel. You’re still hopeful for something real.

In al zijn eenvoud is het gewoon een prachtig nummer, geen gitaarsolo of wat dan ook heeft dit nummer nodig. Dit is gewoon zo’n nummer dat je pakt en nooit meer los laat.

Om de een of andere reden moet ik bij het horen van dit nummer altijd hier aan denken.

Keuze Erik Molkenboer: Girls In Hawaii – Sun of the Sons (2008)

Walen die niemand kent

Eindelijk verdedig ik weer eens een bandje dat ondergewaardeerd is om de beste reden: omdat niemand het kent in Nederland. En dan komt dat bandje ook nog eens uit Wallonië. We hebben het hier over Girls In Hawaii, een sympathiek indiebandje, dat vijf jaar geleden een heel fijne plaatje uitbracht, bomvol sterke popliedjes: Plan Your Escape. Ik zag ze indertijd in een half lege kleine zaal van de 013, met in het voorprogramma een nog volledig onbekende Blaudzun. Een optreden dat naar meer smaakte, maar sindsdien bleef het stil rondom de Girls (waarschijnlijk omdat de drummer drie jaar geleden overleed).

Tot dit jaar, toen er een nieuwe single verscheen in de vorm van Misses (zo te lezen ook een ode aan diezelfde drummer). Één ding maakt dat liedje duidelijk: qua stijl zijn ze niets veranderd in vijf jaar. Luister maar eens naar Sun Of The Sons, het liedje dat ik koos voor deze battle.

Keuze Robin Wollenberg: Novastar – Making Waves (2009)

Vanwege dat exclusieve concert, waar ik bij was dankzij mond-op-mond-reclame

Bij België en muziek doemen er vele mooi bands op, denk alleen al aan dEUS, Triggerfinger of K’s Choice. Maar ook aan veel pulp zoals Eddy Wally, K3, Clouseau en velen anderen. Menigeen zal mij die laatste opsomming wellicht moeilijk kunnen vergeven. Maar hey, dat is een kwestie van smaak hè.

Het gekke is dat ik ook gelijk denk aan Novastar; de artistennaam van singer/songwriter Joost Zweegers. En dat is raar. Want eigenlijk is Joost een beetje van ons, van Nederland dus. Geboren in Sittard woonde hij van zijn derde tot zijn zeventiende in Neerpelt (België) om daarna weer naar Eindhoven te verhuizen. Inmiddels woont Joost weer in België en daar komt waarschijnlijk mijn associatie vandaan. Gezien zijn lange verblijf bij onze zuiderburen, word Novastar (al dan niet terecht) door de velen als Belgisch bestempeld. Wat mij betreft verdient hij daarom een plek in deze battle.

Ik ben al langer fan van de muziek van Novastar, maar werd echt echt gegrepen bij een try-out voor zijn destijds nieuwe tour voor het album Almost Banger. Het verscheen in 2008 en de enige en grootste hit was Because (hoogste notering nummer 24 in Nederland en 14 in België). Voor zijn tour gaf hij een try-out in de Ekko in Utrecht op een druilerige zondag. Geen voorverkoop, geen grote affiches, slechts door mond-op-mond reclame van de medewerkers van de Ekko kon ik dit unieke concert bijwonen. Uitverkocht was het niet, maar zo’n 150 vrienden en bekenden vulden de zaal. Het gaf een unieke en ontspannen sfeer, die tot een prachtige muziek avond leidde.

Het mooiste nummer van het album Almost Banger is helaas nooit op single verschenen, maar wat een pareltje is dit!! Ik heb het over Making Waves. Prachtig, mooi en eenvoudig nummer dat je bij de keel grijpt en je niet meer lost laat… luister en beoordeel vooral zelf.

En voor wie Novastar iets te soft vindt en meer into dance is, deze toegift:
Ferry Corsten featuring Novastar – Because

Keuze Marèse Peters: Triggerfinger – All This Dancin’ Around (2010)

Heerlijke herrie waarvan de vullingen uit je kiezen schieten

Zijn Belgen sexy? Nee. Slaan Belgen met hun vuist op tafel? Nee. Dragen Belgen strakgesneden maatpakken en Italiaanse schoenen? Nee. Des te verbazingwekkender is het dat Triggerfinger uit België komt.

Het driemanschap, bestaande uit Mario Goossens (drums), Paul van Bruystegem (bas) en Ruben Block (zang/gitaar), staat bekend om zijn waanzinnige live-optredens. Met zijn drieën maken ze zo veel heerlijke herrie dat de vullingen uit je uitgeboorde gaatjes schieten. Over met de vuist op tafel slaan gesproken.

Frontman Ruben Block is de enige man ter wereld die een baard draagt en tegelijk sexy blijft. En dat heeft alles te maken met zijn strakke pakken, zijn fraaie stemgeluid en de manier waarop hij zijn gitaar bespeelt: beestachtig en gracieus tegelijk.

Dat ze faam verwierven met hun fenomenale uitvoering van een middelmatig discohitje, moge bekend zijn. Maar als je nooit hebt geluisterd naar wat er nog meer uit de koker van Triggerfinger komt, dan doe je jezelf tekort.

Voor deze battle had ik elk willekeurig nummer van dit drietal kunnen kiezen. Ze zijn namelijk allemaal even goed. Dit fabuleuze nummer  komt live wat langzaam op gang en is dus minder geschikt om jou als lezer van deze battle ervan te overtuigen dat je erop moet stemmen. Daarom kies ik voor All This Dancin’ Around, op Lowlands 2012 goed voor een memorabel crowdsurfmomentje.

 
 

4 Comments

  1. Niet zelf gekozen, maar wel gestemd op Gorki. Machtig! En prachtig!

  2. Je bent niet de enige, volgens mij heeft Roland dit liedje in een klap op de kaart gezet in Nederland. Zullen we de platenmaatschappij zo ver proberen te krijgen dat ze het alsnog op single uitbrengen in Nederland :)?

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.