Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: 2012

Wat een jaartje, he.

Als we van de Top 40 moeten uitgaan was 2012 het jaar van de hits uit exotische landen: BraziliëZuid-Korea en nog eens Brazilië. Maar bij Ondergewaardeerde Liedjes laten we ons niet veel gelegen liggen aan de Top 40 – dat zit een beetje in de aard van het beestje.

Hoe wordt er over pakweg twintig jaar teruggekeken op 2012? Wat waren de belangrijkste stromingen? Door de enorme versnippering is het moeilijk om te generaliseren. Toch waren er wel een paar opvallende trends: zo had je de minimalisten, de elektronische experimentalisten en de mannen met baarden.

Minimalisten zijn er al sinds Damien Rice en The XX, maar dit jaar was het uitgeklede liedje populairder dan ooit tevoren: denk aan I Follow Rivers van Triggerfinger of Michael Kiwanuka.

De elektronische experimentalisten zorgden ervoor dat dubstep eindelijk mainstream werd in 2012 (Skrillex), of dat samplen weer net zo populair is als ten tijde van Fatboy Slim (Alt-J, Django Django).

De mannen met baarden, tenslotte, grepen terug op oude stromingen als bluesrock (The Black Keys, Alabama Shakes) of folk (Of Monsters And Men, Mumford And Sons).

Maar wij hebben ons nooit een reet aangetrokken van trends, dus dat doen we nu ook niet. Voor deze blog is maar één vraag belangrijk: wat was het meest ondergewaardeerde liedje van 2012?

Lees, luister en stem (huiveren zal niet nodig zijn).

Keuze Tim Veerwater: Japandroids – The Nights Of Wine And Roses

Je vuist in lucht en en zo hard schreeuwen dat de mevrouw op de loopband naast je van schrik omtuimelt

Het meest ondergewaardeerde liedje van 2012? Ja jemig, weet ik veel. Wanneer is een liedje ondergewaardeerd? Wie bepaalt dat? Afijn, daar gaat dit hele blog over geloof ik. Dus dacht ik: dan schrijf ik gewoon iets over het beste liedje van het afgelopen jaar. Alle muziek die ik tof vind, is sowieso ondergewaardeerd. Bleek nog niet zo makkelijk te zijn. Mijn favoriete album van het jaar is On The Impossible Past van The Menzingers, een band die zo ondergewaardeerd is dat ze in de Winston in Amsterdam moesten spelen. Wel een van de leukste shows van het jaar, maar in een veel te kleine zaal voor zo’n geweldige band. Toch breek ik hier geen lans voor één van hun nummers. Nee, ik draai het eens om: dit stukje gaat over een nummer van een band die dit jaar wel is omarmd door allerhande liefhebbers en kenners. Het rare is alleen: de mensen die dit tof zouden moeten vinden, heb ik niet gezien bij hun shows.

Rustig maar, ik leg het uit.

Ik heb het over Japandroids, de tweemansband van Brian King en David Prowse uit Vancouver. Normaal heb ik een gezonde grafhekel aan duo’s. Hebben jullie niet genoeg vrienden om een bassist en tweede gitarist te zoeken of zo? Weet je wat er nog erger is dan duo’s? Bands met vijf of meer leden die zulke saaie muziek maken dat je je afvraagt waar al die extra bandleden voor nodig zijn. U snapt, ik heb het over Arcade Fire en dat soort uitwassen. Ik dwaal af. Japandroids. Geweldige band die met Celebration Rock een van de meest opwindende platen van 2012 afleverde. Maar op één of andere manier werd Japandroids hip. Of eigenlijk: bleven de twee hip, want ook full-lenght debuut Post-Nothing werd al omarmd door Pitchfork en daarmee natuurlijk door al die slappe aftreksels van dat vervelende blog. Alles wat ik haat aan Pitchfork komt overigens mooi samen in een zin uit de recensie van de site over Celebration Rock: ‘As a very untrendy band in a city with little support for live music, the odds were stacked against them’. Een ‘untrendy band’, hoe durven ze het op te schrijven.

Het grappige is: Japandroids maakt simpele muziek. Smerige muziek. Muziek voor mannen met lang haar. Muziek voor onhippe mensen, inderdaad. En toch vond Pitchfork het nodig om een recensie van 1592 (!) woorden te besteden aan Celebration Rock. Echt waar, 1592 woorden om een plaat te beschrijven die makkelijk in een paar woorden is te beschrijven: hard maar cathcy, smerig maar poppy, vol noise en toch rijk aan melodie.  En teksten doorspekt met teenage angst. Een plaat voor mensen zoals u en ik dus, mensen die liever naar een punkshow in een krakershol gaan, dan met een moeilijke blik  twee uur naar Radiohead gaan staan luisteren. Maar nee, juist dit soort mensen luisteren niet naar Japandroids. Ondergewaardeerd in de eigen scene. Totaal ten onrechte, want ook al vinden de Pitchforken van deze wereld dat Japandroids een van de beste platen van het afgelopen jaar heeft gemaakt, Japandroids heeft toch echt een van de beste platen van het afgelopen jaar gemaakt. Ja, lees die zin nog maar eens.

Vergeet ik bijna het liedje: The Nights Of Wine And Roses. Opener van het album. Samen met The House That Heaven Built de twee beste nummers van deze eigenlijk foutloze plaat. Misschien is laatstgenoemde als liedje nog wel een stukje beter, maar The Nights Of Wine And Roses begint met de volgende geniale zinnen:

Long lit up tonight and still drinking
Don’t we have anything to live for
Well, of course we do, but until it comes true
We’re drinking
And we’re still smoking
Don’t we have anything to live for
Well, of course we do, but until they come true
We’re smoking

Ik noem het poëzie. Soort van. Vanaf de eerste seconde van dit prachtnummer voel je de opwinding, gaat je vuist als vanzelf de lucht in en schreeuw je zo hard mee dat de mevrouw op de loopband naast je in de sportschool van schrik omtuimelt. Echt gebeurd. The Night Of Wine And Roses is – zoals de hele plaat eigenlijk – een feestelijke ode aan het goede leven.

Keuze Robert Arnold: The Maccabees – Pelican

Of…

Het leuke van dit soort lijstjes is dat je muziek oppikt die je net effe had gemist. Ik ben zo’n droeftoeter die in December alle jaarlijstjes afstruint in de hoop op eerder gemiste pareltjes. Bij deze battle hoop ik dus vooral op de inzendingen van de andere bloggers. Het liedje dat ik gekozen heb leek me in eerste instantie geen ondergewaardeerd liedje. Ik dacht dat ie weken in de top 40 had gestaan, en dan had hij wat mij betreft nog niet de waardering gekregen die het had verdient, maar in werkelijkheid bleek bij nader onderzoek dat piekpositie 99 in de top 100 was behaald. Geen hitje dus. Obscuur is het liedje zeker niet, volgens mij is ie vaak genoeg gedraaid op 3FM en waren The Maccabees goed vertegenwoordigd in het festival seizoen. Als ik een lijstje van 2012 zou maken, en  – zoals het een droeftoeter betaamt – die maak ik, dan zou dit mijn nummer 1 zijn.  Althans vandaag. Morgen is het waarschijnlijk Alt-J. Of Django Django. Of toch Glen Hansard. Of Savages. Misschien Cloud Nothings. Of…

Keuze Martijn Koetsier: Chris Robinson Brotherhood – Rosalee

Hét nummer voor de ongeduldige scepticus

Tranen met tuiten jankten we allemaal, toen we hoorden dat The Black Crowes vorig jaar voor het laatst naar Nederland kwamen en opnieuw uit elkaar gingen. De twee avonden die de band in Paradiso bracht waren snel uitverkocht en ook op de Zwarte Cross stond het veld vol. Blijkbaar had de band na al die jaren nog steeds een trouwe aanhang. Je zou verwachten dat die fans dolgelukkig zouden zijn met de Chris Robinson Brotherhood, het nieuwe project van de frontman. Maar ondanks dat Robinson met zijn nieuwe band dit jaar maar liefst twee platen uitbracht, hoorde ik er maar weinig mensen over.

Zonde, want Big Moon Ritual en The Magic Door zijn echt de moeite waard. Weliswaar wat minder recht toe recht aan dan het werk van zijn oude band, maar er is genoeg te vinden voor fans van The Black Crowes. De soulvolle zang, het heerlijk soepele gitaarspel en specifiek voor de Brotherhood ook prachtige psychedelische jams. Daar neemt de band overigens flink de tijd voor, want op beide albums klokken de nummers slechts zelden onder de zes minuten. Rosalee is daarbij hét nummer voor de ongeduldige scepticus. Oké, het duurt ruim negen minuten maar bevat eigenlijk alles wat deze twee platen moeite waard maakt.

Direct na de brutale intro valt de band terug in een relaxte flow, waarin je in de drie akkoorden zoveel plezier en liefde voor de muziek hoort dat je direct met een grijns op je gezicht begint mee te knikken. Robinsons stem valt als warme honing over de muziek en direct heb je weer dat gevoel te pakken wat de Crowes zo onweerstaanbaar maakte. En ook die eerste slidesolo, gelijk raak. Op 4:20 wordt je even voor de gek gehouden als het nummer op zijn einde lijkt te lopen. Maar de doorpingelende gitaar verraadt het al, we zijn er nog niet. Een prachtige bluesy, gospelachtig tussenstuk volgt, inclusief psychedelisch gedwarrel. Op 6:27 zet Robinson het refrein weer in en mag je nog drie minuten genieten van de heerlijke vibe van Rosalee.

Keuze Freek Janssen: dEUS – The Soft Fall

Ik heb getwijfeld over België

Waar kan ik heen?

Ik kan niet naar Engeland. Daar herhalen ze zichzelf inspiratieloos, of ze herhalen anderen. Anderen hebben wel een eigen sound gevonden, maar zijn toch iets te fifties of sixties om de Meest Ondergewaardeerde Award 2012 te pakken. Ik heb getwijfeld over Django Django.

Ik kan niet naar Amerika. Daar maken ze of prachtige albums zonder echte uitschieters (1, 2, 3), of prachtige liedjes zonder sterk album. Anderen zijn weer zo bejubeld dat ze niet eigenlijk niet meer in aanmerking komen (1, 2, 3).

Ik kan niet naar Nederland. Niet dat er dit jaar geen legendarische muziek is gemaakt, maar daar is genoeg over geschreven. Nog meer werd er geschreven over overgewaardeerde muziek.

Ik kan zelfs niet naar Australië. Mooie muziek genoeg (1, 2, 3), maar weer meer album-muziek dan liedjes die meer aandacht hadden verdiend.

Ik heb getwijfeld over België. Zo dichtbij en ook dit jaar is daar weer veel geweldige muziek uitgekomen die (god weet waarom) niet is doorgedrongen tot Nederland (1, 2, 3). Of het werd wel een nummer 1-hit als het Sky Radio-fähig was, maar als het steviger werd lied 3FM het afweten.

Ik kán ook nu weer niet anders dan voor dEUS kiezen. En geloof me, ik had het graag anders gedaan. Ik raak niet over die band uitgepraat, maar dat heeft een reden. En dat hebben ze ook  dit jaar weer bewezen. Ik weet niet hoe, maar elk album krijgen ze het weer voor elkaar om me ondersteboven te blazen. Follow Sea was een verrassingsactie van de helden uit Antwerpen. Deden ze er vroeger nog wel eens zes jaar (!) over om een nieuw album uit te brengen, nu hadden ze maar tien maanden nodig na het ook al geweldige werk Keep You Close.

dEUS maakt groeimuziek. Dat als je een album de eerste keer luistert, je over het algemeen denkt ‘leuk, maar ze hebben beter werk geleverd’. De verrassing van Follow Sea zat hem voor mij in de opgewekte nummers. Na Suds & Soda heeft dEUS weinig glimlachen meer weten te produceren. En dat hoeft ook niet.

Maar Follow Sea is (voor de helft) een ongekend zomers, opgewekt, luchtig album. Mijn soundtrack van de zomer van 2012. Het Franstalige probeersel Quatre Mains heeft nog de keuzelijst van de 3voor12 Song van het Jaar verkiezing weten te halen, de opvolgsingle The Soft Fall niet.

The Soft Fall is een liedje voor op het strand. Over het goede leven, 25 graden, zon op je mik en een Gin Tonic in je rechterhand. Dit mag nooit meer voorbij gaan:

It’s my intention to not let the good life and good times pass me by

Dat pianodeuntje, die violen: zo catchy, dat is bijna geen dEUS meer, maar The Cure. Net als Crazy About You trouwens.

dEUS heeft zijn vrolijke kant herontdekt en heeft me mij in zijn enthousiasme meegesleurd.

Keuze Robin Wollenberg: Bill Fay – Never Ending Happening

Kippenvel van een 70-jarige zanger

Recht in het hart…

Bloggen over liedjes is niet altijd makkelijk. Als de deadline nadert ga je toch twijfelen, zeker als je het meest ondergewaardeerde liedje van 2012 moet gaan benoemen, beschrijven en vooral kiezen! Deadline stress dus. De ene te bekend, de andere net niet goed genoeg, de twijfel slaat toe. Tot dat… je wordt getroffen, recht in het hart, goosebumps all over! Dat gebeurde mij 5 december, toen Dolf Jansen zijn ideale muziekavond mocht presenteren bij De Wereld Draait Door. Hij sluit zijn avond af met Bill Fay en ‘wauw’ wat een prachtig nummer is dit. The Never Ending Happening, ik word de TV in gezogen, krijg kippenvel en word diep geraakt door het prachtig fragiele nummer van een 70-jarige zanger. Bill Fay is net herontdekt, nadat hij in de jaren zeventig twee platen heeft gemaakt en verdwenen is van de muzieklijstjes, geen platenlabel hem nog contracteerde en niemand wist waar hij gebleven was.

In 2012 is hij herontdekt en brengt hij onder het label van Dead Oceans zijn eerste nieuwe album in 40 jaar (!) uit: Life is People. Op dit album staat een briljant mooie song, Never Ending Happening, dat hij op 23 november live speelt bij On Later… With Jools Holland. Een prachtige, emotionele en fragiele tekst over het voorbij gaan van de dagen, de seizoenen en het leven… ik ben geraakt door het gevoelige piano spel, de prachtige stem en de oudere man, die helemaal op gaat in zijn liedje. Het raakt me, recht in het hart.

Keuze Victor Romijn: Madeon – Finale

Climax na climax, en dan: de verlossende drop

Het was niet makkelijk om een goede keuze te maken voor de eindejaarsbattle. Ik had drie artiesten in mijn gedachten.
Bastille stond dit jaar op het iTunes festival en imponeerde op BBC1 met mooie subtiele elektronische liedjes als Flaws en Laura Palmer. The 1975 bracht een paar EP’s uit en begint met het radiohitje Sex zachtjes aan airplay te winnen. Ook zij zullen niet lang meer wachten op een doorbraak in Engeland. Maar om de juiste keuze te maken zocht ik naar degene die het nummer maakte waarvan ik over een paar jaar nog denk: damn, wat goed.

Madeon is het pseudoniem van Hugo Leclercq. Deze inmiddels 18-jarige Fransman zette zijn eerste schreden in de dance twee jaar geleden door een remixcompetitie van Pendulum te winnen. Hij kan zo’n beetje alles met de Ableton Launchpad, zoals hij eerder al liet zien in Pop Culture, en heeft inmiddels een paar goede remixen achter zijn naam staan. Yelle, Deadmau5, Martin Solveig en The Killers zijn artiesten die hem al om een gunst hebben gevraagd, en hij heeft ook een nummer op Ellie Goulding’s nieuwe album geproduceerd.

Maar het nummer van het jaar is voor mij toch Finale. Supervet opgebouwd, met climax na climax. Ondanks (of misschien wel dankzij) zijn leeftijd weet hij precies wat er werkt en wat niet, kent hij alle trucjes en legt hij break na break neer. Je voelt je hartslag pompen, de adrenaline begint te stromen omdat je voelt dat de beat na de break gaat komen. En als de verslossende ‘drop’ er dan is, dan kan je niet anders dan meegaan in het nummer. Slim ook, om een massa-vriendelijk mee te schreeuwen melodie in het nummer te zetten. Nu al produceert hij nummers die in een grote sporthal en met een puike lichtshow het beste tot zijn recht komen.

Ja, Madeon is een blijvertje. Uiteindelijk was de keuze toch niet zo moeilijk als ik vooraf dacht.

Keuze Martijn Vet: Matthew Dear – Her Fantasy

Het Blue Monday van 2012

Ieder jaar hoop je toch op minstens één Blue Monday, één Smells Like Teen Spirit, één Jesus Fever. Een liedje dat de dag waarop je het voor het eerst (en voor de twintigste keer) hoort compleet beheerst.

Een warme donderdag in augustus 2012 werd beheerst door zo’n liedje. Een nummer dat zich in de eerste minuut ten onrechte als een niets-aan-de-hand-deuntje presenteert. Bij een luchtig intro met een zich eindeloos herhalend fluitsampletje verwacht je dat op ieder moment een zwoele, wat hese vrouwenstem je lieve woordjes gaat toefluisteren. Even wennen dus als op 1 minuut 10 een uiterst nors klinkende gedubde mannenstem de aandacht vraagt.

It’s just one in a million hearts
That feel the way, the way I do

Ah, deze meneer heeft gevoel in zijn donder, al zou je dat aan de kille zang niet afhoren. Waar gaat het om? Hebben we hier te maken met een staaltje onvervalst luduvudu? Of is het juist een beginnende verliefdheid die zijn hart voelt? De zanger lijkt het zelf ook niet te weten en verwoordt zijn twijfel in fantastische, monotoon gedeclameerde volzinnen als:

Am I one heartbeat away from receiving a damaging shock to my life and believing that love was a cost worth a witness and seeing a larger machine?

Kortom de Amerikaanse DJ/artiest Matthew Dear worstelt en het is een waar genoegen getuige te zijn van die worsteling. Die stem! Dat contrast met de voortkabbelende muziek! Die avantgardistische video, die het allemaal nog raadselachtiger maakt!

Er kwamen in 2012 verschrikkelijk veel ondergewaardeerde liedjes uit, maar er is er maar één dat even bekend had moeten worden als het even kille en ongrijpbare Blue Monday.

Keuze Jos Govaart: Tim Christensen – Happy Ever After

Waarom draait 3FM wel The Script, maar niet de kwaliteitsmuziek van Christensen?

2012 was het jaar waarin ik gehoopt had dat Tim Christensen zou doorbreken in Nederland. Nuja, doorbreken. Ik had het al mooi gevonden als hij regelmatig zou worden voorgedragen bij Praatje Plaatje van Coen en Sander op 3FM. Dat is helaas niet gelukt. Terwijl de voortekenen toch zo gunstig waren. Tim Christensen stond in een klein tentje op Lowlands, hij mocht bij Giel zowel in de ochtend als nacht spelen. Wie luisterde was enthousiast.

Ik maakte kennis met Tim Christensen toen hij nog de voorman was van Dizzy Mizz Lizzy. Dat was een Deense rockband die redelijk stevig tekeerging maar áltijd melodieus bleef. Toen al waren de Beatles-invloeden bij Christensen overduidelijk. Dizzy Mizz Lizzy was wereldberoemd in Denemarken én Japan. Het bleef helaas bij twee studio- en één live-album. In 2000 kwam Tim Christensen met zijn eerste soloalbum Secrets on Parade. In 2003 kwam hij met het album Honeyburst, wat mij betreft het beste werk dat hij maakte. Door liefdesverdriet en andere ellende duurde het tot 2008 voordat zijn volgende album uitkwam: Superior. Een album met vooral veel mooie kleine liedjes. Dit jaar besloot Tim Christensen weer met een band te werken: The Damn Crystals. En dat is te horen. Het is een band die je vooral live moet aanschouwen. Dit jaar waren ze onder andere in De Melkweg, de Mezz, Paard van Troje én op Lowlands te bewonderen. Voor slechts 15 euro. Voor één kaartje voor Sting kun je dus met zes mensen naar Tim Christensen. Ik weet wel wat mijn keuze is.

Voor deze rubriek heb ik het liedje Happy Ever After gekozen. Hier luister je puur vakmanschap en speelplezier. Het is een liedje waarvan ik dus dacht en hoopte dat hij veel gedraaid zou worden op tenminste 3FM. Waarom scoren bandjes als The Script wel en blijft de kwaliteit van deze sympathieke Deen maar niet écht bovendrijven?

Keuze Dorien de Boef: Robin Block – Jump From The Fence

Waarom werd dit geen hit in de kwakkelzomer van 2012?

Zo’n zaterdagmorgen in augustus. Je staat in de badkamer, klaar om lekker te gaan badderen. Muziekje erbij zou fijn zijn. Je start de luisterpaal-app op en je ziet Robin Block – Comfort Zones. Een rustige hoes. De omschrijving singer-songwriter. Sounds good. Je begint te luisteren en – maar dat kán toch helemaal niet? – je ként het gewoon al. En je kunt ook niet meer stoppen met luisteren. Een week lang draai je niets anders. En je zingt mee alsof je al jarenlang fan bent en alle teksten uit je hoofd hebt geleerd (dat laatste is waar). Je vindt het echt helemaal te gek.

Toen de aankondiging voor deze battle kwam, wist ik dan ook meteen: dat moet Robin Block worden. Enerzijds omdat ik me eerlijk gezegd nooit echt verdiep in nieuwe muziek en simpelweg niet veel anders briljants (en ondergewaardeerds) voorbij heb horen komen. Anderzijds – en vooral – omdat ik me er oprecht over verbaas dat dit album niet echt is opgepikt door een wat breder publiek.

Robin Block (1980) (iemand op Twitter zei: ‘je bedoelt zeker Ruben Block?’ ha!) is een Amsterdamse singer-songwriter die al tijden aan de weg timmert. In 2008 heeft hij de Grote Prijs van Nederland gewonnen (Beste Muzikant) en in de pers wordt hij goed ontvangen. Dat geldt ook voor dit album, dat afgelopen zomer werd uitgebracht (en waar overigens onder meer ook wat ouder werk van Block op staat).

Mijn favoriete liedje is Jump From The Fence, omdat het zo lekker vrolijk en ontzettend verliefderig lief is. Het getokkel, de fijne opbouw, piano erbij, fijne zanglijnen en de heerlijke tekst – om bij weg te dromen.

Heart, let me return into your arms, your arms
Once, always a child in the twilight of your stars

Block wordt wel vergeleken met – niet schrikken – Jeff Buckley, Sufjan Stevens en Bon Iver. Misschien een beetje te hoog gegrepen? Who knows. De nummers zijn dromerig, catchy en opgewekt-treurig (just right). Steeds een goede opbouw met een verleidelijke en heldere stem. Het is on-Nederlands goed en daarmee ambitieus. En als je nog niet verliefd bent, wordt het dan gewoon op dit album.

En ik blijf me maar afvragen: waarom werd dit geen hit in onze kwakkelzomer?

Ik zou je graag willen overtuigen met slechts één nummer, maar daarmee doe jij jezelf als muziekliefhebber tekort. Luister dat hele album en weet: Robin Block is – met zo’n fijn album onder z’n arm – de meest ondergewaardeerde artiest van 2012. Ik gun hem nog heel veel mooie albums.

Keuze Marco Derksen: The Black Atlantic – The Aftermath (Of This Unfortunate Event)

Na 2008 werd het even stil. Maar dan…

Het is februari 2008 en samen met onder anderen Erwin Blom, Marco Raaphorst en Jan Douwe Kroeske ben ik als ‘expert’ te gast bij de Lopend Vuur Pitch in de Academie voor Popcultuur in Leeuwarden. Uit meer dan honderd aanmeldingen zijn vijf artiesten geselecteerd die mee mogen doen aan de pitch: Believe is a Doubt, Audiotransparent, The Black Atlantic, Them Apples en Krause.

Ik wordt gekoppeld aan de Groningse band The Black Atlantic en samen met de zanger en de andere bandleden heb ik die dag gewerkt aan hun marketingstrategie. Ben inmiddels vergeten wat voor geniaals we hadden bedacht. Wat me wel is bijgebleven is de gedrevenheid van songwriter Geert van der Velde. Na het debuutalbum Reverence for Fallen Trees heb ik echter weinig meer van ze gehoord.

Tot begin dit jaar. Op Eurosonic Noorderslag in Groningen wordt hun langverwachte EP Darkling, I Listen gepresenteerd. De muziek is wat minder ruw dan in de beginjaren en doet in de verte denken aan Fleet Foxes. Rustig en melodieus.

The Aftermath (Of This Unfortunate Event) is het meest ondergewaardeerde nummer van 2012 en verdiend een herkansing!

Keuze Roland Kroes: San Cisco – Awkward

Is het een break-up song? Gaat het over een gestalkt meisje? Hebben ze het bijgelegd?

Het meest Ondergewaarde Liedje van 2012. Tja, wat zou dat nou zijn. Rekbaar begrip blijft het. Want in deze snobistische omgeving zou ik héél goed een uitgebreide loftuiting kunnen doen op We’ll Be Coming Back van Calvin Harris & Example. Tien tegen één dat het door de lezers van dit blog ondergewaardeerd wordt. Ook ondergewaardeerd door de Top-40 goegemeente, overigens. Hoewel Calvin hits scoort, doet hij dat mijns inziens ten onrechte in veel mindere mate dan David Guetta.

Maar goed, die wordt het dus niet. Ook niet Andy Burrows’ Hometown of Michael Kiwanuka’s Home Again. Hoewel deze heren voor 2013 een belangrijke trendbreuk laten zien: de colonne singer-songwriterinnen die in de slipstream van Adèle en Amy Winehouse als paddestoelen uit de grond schieten loopt op haar laatste benen. Gelukkig. Niet voor de oorspronkelijke klinkende dames als Adèle of zelfs Lana del Rey. Maar wel gelukkig omdat hopelijk de Birdyficering van de muziek nu ook ten einde loopt.

Maar goed, WAT DAN WEL, KROES!?

Nou, Awkward van San Cisco. Die band kort samengevat: the White Stripes gaan op een meer elektronische manier aan de slag, volgens de door Belle & Sebastian geperfectioneerde vertel-een-verhaal-tijdens-het-liedje methodiek. Waarom dit liedje? Vanwege het niet-uit-het-hoofd-te-krijgen deuntje dat losbreekt op gegeven moment. En vanwege de geweldige thematiek. Is het een break-up song? Is het een liedje over een gestalkt meisje? Hebben ze het nou bijgelegd? De EP van San Cisco is inmiddels uitgegroeid tot een album (NU op de Luisterpaal). En ik hoor ze weer regelmatig op de radio. 2013 wordt dus misschien een goed jaar voor San Cisco. Voor 2012 blijven ze vooralsnog ondergewaardeerd. Daarom mijn pleidooi op deze plek!

Keuze Roel Kramer: Jonathan Wilson & Graham Nash – Isn’t It A Pity

Dankzij een cover ontdekken dat All Things Must Pass van George Harrison fantastisch is

Schrikken zeg. Als ik mijn lijstje albums en songs doorblader die dit jaar zijn verschenen, kan ik niet anders dan tot de conclusie komen dat dat een erg kort lijstje is. Zestien albums, waarvan er één ook nog een reïssue is. Eigenlijk maar vijftien albums om uit te kiezen dus, plus een handjevol losse nummers. Het lijstje albums de ik in 2012 heb gekocht of gedownload laat zien dat ik dit jaar vooral oudere muziek aan de collectie heb toegevoegd: Shocking Blue, Best of Blur, de reïssue van R.E.M.’s Document (want die kun je best een vijfde keer bezitten). Word ik dan toch langzaamaan mijn vader, die na mijn geboorte vrijwel geen nieuwe muziek meer kocht? Als hij dat al deed, was het Eric Clapton Unplugged, of de soundtrack van The Bodyguard of iets dergelijks. Ik had mezelf voorgenomen om – óók als ik kinderen zou krijgen – altijd naar nieuwe muziek te blijven luisteren. Het eerste goede voornemen voor 2013 ligt er dus alvast.

Cloud Nothings maakten een goede kans om genomineerd te worden voor meest ondergewaardeerde liedje van het jaar. De eerste helft van Attack on Memory is briljant, en ze gaven in Vera het beste concert dat ik dit jaar zag. Maar het liedje waarvan ik wil dat iedereen het hoort is niet van Cloud Nothings. Ook niet van The Chris Robinson Brotherhood, die dit jaar met maar liefst twee platen verrasten. Het liedje dat volgens mij meer aandacht verdient dan het heeft gekregen is Isn’t It A Pity van George Harrison, in de uitvoering van Jonathan Wilson samen met Graham Nash. De EP Pity Trials and Tomorrow’s Child verscheen eerder dit jaar ter ere van Record Store Day – alleen op vinyl. Een magistraal nummer, op een geweldige manier uitgevoerd en geproduceerd door Wilson zelf. Luister maar.

Tot mijn schande moet ik bekennen dat ik het origineel van George Harrison helemaal niet kende. Het staat op All Things Must Pass, zijn eerste soloplaat na het uiteenvallen van The Beatles. Daarvan kende ik alleen My Sweet Lord. Door de geweldige cover van Jonathan Wilson ontdekte ik dat die hele plaat – in al zijn driedubbele glorie – fantastisch is. Dat All Things Must pass niet in mijn collectie zat mag met recht een omissie van epische proporties heten. Isn’t It A Pity is hét nummer van 2012 dat door de hele wereld gehoord zou moeten worden. Gelukkig is de EP nu ook verkrijgbaar in iTunes, wat het een heel stuk makkelijker maakt.

 
 

4 Comments

  1. Discussie op Twitter tussen Tim Veerwater en Atze de Vrieze: http://storify.com/freek_janssen/japandroids-en-hipsters

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.