Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: The Doors

Jim Morrison, drugs, Light my Fire, Riders on the Storm. Als The Doors een vraag zouden zijn in de quiz De Slimste Mens, dan waren dat waarschijnlijk de trefwoorden.

Maar The Doors waren zó veel meer. Van hun doorbraak in 1966 tot Morrison’s mysterieuze dood in 1971 heeft de band een enorme stempel gedrukt op de popmuziek.

De belangrijkste bijdrage is van The Doors is het groot maken van de psychedelische muziek: de uitspattingen van nummers als The End en When The Music’s Over. Maar The Doors waren ook van de rauwe, onversneden blues (Back Door Man, Cars Hiss By My Window). En van de verhalende, melodieuze luisterliedjes (zo’n beetje heel de cd Waiting for the Sun) en mysterieuze pop (Strange Days).

Onze bloggers hebben elk een nummer gekozen dat volgens hen het meest ondergewaardeerde liedje van The Doors is. Lees mee, luister, en oordeel.

Keuze Erik Molkenboer: Take It As It Comes

Ondergewaardeerd. Waar meten we dat tegenwoordig aan af? Spotify is een goeie graadmeter. Zo moet je een héél eind scrollen om Take It As It Comes tegen te komen. Ook op geen enkele verzamelaar is het nummer te vinden. Niet zo heel gek ook, bij een band die amper een slecht liedje heeft opgenomen. Maar toch: Take It As It Comes is mijn favoriet, eigenlijk al vanaf het begin dat ik me in The Doors ging verdiepen. Ik begon bij het begin, met debuutplaat The Doors, het beste album van de band en sowieso een van de beste debuutplaten ooit.

Het titelloze album is een plaat vol met klassiekers, zoals Light My Fire en natuurlijk het epische slotstuk The End. Maar vlak voor dat epische slotstuk hoor je Take It As It Comes. Het liedje daar weer voor, End of the Night, heeft je net langzaam in hogere sferen gebracht, als Jim Morrison de zin ‘Time to live’ inzet. En dan, na 12 seconden, gaat het los: TAKE IT EASY BABY! TAKE IT AS IT COMES. De stem van Jim knalt, het orgelspel van Raz Manzarek is herkenbaar en fijn (maar niet zo ellenlang als in Light My Fire) en na 2 minuut 15 is het alweer voorbij. En begint The End, waarvan de kalme introgitaar nog fijner is na zo’n potje orgelpunk.

Sowieso kunnen die echt korte liedjes van The Doors me stiekem het meest bekoren. Break On Trough, People Are Strange en Spanish Caravan, om er maar wat te noemen. Maar Take It As It Comes, dat liedje wat niemand schijnt te kennen, is het allerbeste.

Keuze Barry: Hyacinth House

Bij het horen van de bandnaam denk ik terug aan ruim 15 jaar geleden. Dansend in de Boortoren, volledig in trance, op L.A. Woman, onder anderen met een niet nader genoemde tegen-/medestander uit deze battle. Maar ja: L.A. Woman is een bekend nummer, dus daar ga ik niet voor in deze battle. Net als dat ik ook niet ga voor een ander nummer met persoonlijk tintje: Soul Kitchen. Toen ik nog in militaire dienst zat, een eeuwigheid geleden, was het vaste prik om op de vrijdag tijdens de laatste corveetaken net voordat het weekendverlof begon even het nummer Soul Kitchen door de speakers te laten klinken in de barak: We really want to stay here all night.

Yeah right, NOT! 😉

Ook denk ik terug aan mijn middelbare schooltijd, toen ik heel vaak een bootleg opname op mijn koelkastcdman afspeelde van een optreden in de New Yorkse club The Scene. Daar speelden onder meer Jimi Hendrix en Johnny Winter, toen ineens Jim Morrison het podium opkwam en ladderzat door de microfoon begon te praten/zingen.

Maar ik ga voor iets volledig anders. Mijn keuze is gevallen op Hyacinth House. Ik wil dat nummer in het zonnetje zetten door het te nomineren als mijn keuze voor deze battle. Hyacinth House, wordt door velen gezien als het slechtste nummer van het laatste studio-album L.A. Woman. Ik werd bij mijn keuze voor dit nummer er dan ook nog even fijntjes door iemand erop gewezen dat de Doors dit nummer zelf helemaal niks vonden. Is dat zo? Mijn tegenargument: Maar ja, er zijn juist veel muzikanten die hun eigen songs niks vinden, maar die wij als luisteraars juist met veel enthousiasme omarmen. Maar oordeel zelf:

Keuze Martijn Vet: Peace Frog

Ook al lag er twintig jaar tussen, The Doors horen voor mij thuis in het rijtje Pixies, Living Colour, Stone Roses. En het zou me niet verbazen als ze nu, wéér twintig jaar later, voor veel negentienjarigen moeiteloos een plek vinden in het rijtje Cloud Nothings, Black Keys, Skrillex. Als snotneus weet je het heus wel: de kans dat je over vijf jaar dagelijks met je aktentasje een muf kantoor binnenloopt is ongeveer een miljoen keer groter dan de kans dat je kronkelend op een podium je zelf geschreven poëzie voor staat te dragen aan gewillige meisjes. Maar wat zou je graag Jim Morrison zijn!

En ja, ze gaan er in als koek, zinnen als Indians scattered on dawn’s highway bleeding / Ghosts crowd the young child’s fragile eggshell mind. The Doors is zo’n band die je gewoon nódig hebt om je studietijd fatsoenlijk door te komen.

Het mooie is dat veel Doors-nummers ook muzikaal prima aansloten op de meer Zeitgeisty bands van begin jaren ’90. Zo liet de dj in een uitgaansgelegenheid waar ik veel kwam Fools Gold van The Stone Roses moeiteloos overgaan in Peace Frog. En wat een goddelijk intro heeft dit nummer. Die vervormde gitaar, het baslijntje, nét op het juiste moment het herkenbare orgeltje. De poëzie in het gesproken middenstuk mag dan behoorlijk studentikoos zijn, het blijft een van mijn favoriete Doors-nummers. Op het album Morrison Hotel loopt het overigens weer mooi over in de schitterende ballad Blue Sunday.

Keuze Freek Janssen: Yes, The River Knows

Yes, The River Knows komt niet uit de beste periode in de carrière van The Doors. Maar misschien wel de meest interessante.

Hun hoogtijdagen vielen eigenlijk samen met hun eerste én hun laatste album. Het naamloze eerste album wordt nog steeds gezien als één van de beste debuutalbums aller tijden (en terecht, in my humble opinion). Vier jaar later, op L.A. Woman, hoor je dat de vier leden van de band heel wat hebben meegemaakt. Vooral de rauwe stem van Jim, een paar tonen lager geworden door drank, drugs en sigaretten.

Het verval van The Doors begon een beetje met Waiting for the Sun in 1968. Daarna volgde The Soft Parade (1969), wat commercieel (en ook artistiek) het minst succesvolle album was. Op Morrison Hotel (1970) slaat de band een nieuwe weg in (de weg omhoog), weg van het experimentele van The Soft Parade, en meer in de richting van de blues – die op L.A. Woman nog sterker aanwezig is.

Maar goed, Waiting for the Sun dus. Een album dat vol staat met melodieuze, bijna poppy liedjes, zonder al te veel samenhang. Het één-na-laatste nummer, bijna verborgen op de cd, is uitgegroeid tot mijn favoriete Doors-liedje.

Yes, The River Knows kabbelt, van melancholisch couplet, tot dramatisch refrein met zwaar aangezette piano-akkoorden en een jazzy tussenstuk. Morrison wordt eens niet begeleid door het orgel, maar door de piano van Ray Manzarek. Over de betekenis van de tekst is eigenlijk weinig bekend. Moord of zelfmoord liggen voor de hand (breath under water ’till the end). The Doors zelf hebben er nooit te veel over kwijt gewild. Iedereen moet er maar in horen wat hij wil.

Keuze Geert-Jan de Moet: When the Music’s Over

De meesten zullen het werk van de Doors kennen, afhankelijk van de leeftijd, van top 40 hits uit de jaren 60 en 70, dan wel uit de toppers die gedraaid worden in de TOP 2000 van Radio 2.

De echte albumkenners zullen dan ook dit ondergewaardeerde liedje, dat vanwege zijn lengte altijd uit de commerciële boot valt, weten te waarderen.

We hebben het hier over When the Music’s Over, afkomstig van het album Strange Days. Initieel is het nummer 10:58 minuten uitgebracht op 7 October 1967. Op het album Absolutely Live van de Doors 1970 is dit opgerekt tot 16:16 minuten.

Hier horen we de Doors waar ze erg goed in waren, nummers uitrekken met eindeloze zachte maar ook snoeiharde gitaar solo’s van Robby Krieger, het zeer karakteristiek orgel geluid van Ray Manzarek, de strakke echte vellen drum solo’s John Densmore en het niet te evenaren stemgeluid van Jim Morrison

De baspartij werd ook door het orgel opgevuld.

Keuze Vanessa: The Crystal Ship

Mijn kennismaking met The Doors kwam ergens in 1991. Ik was een derdejaars scholier op de Mavo en de grote The Doors-revival werd ingeluid door de gelijknamige film van Oliver Stone. Een bijzondere verfilming met Val Kilmer die schitterde als Jim Morrison. Door het succes van de film werd veel muziek van de band opnieuw op cd uitgebracht en Light My Fire kwam zelfs weer in de Top 40 te staan! Voor broekies als ik de perfecte kennismaking met deze toch wel legendarische band.

Mijn oudere broer Barry (zie ook zijn bijdrage aan deze battle) draaide eind jaren ’80 al veel muziek uit de sixties en seventies. Zo ook bandjes van The Doors. Natuurlijk vond ik het als brugsmurf op dat moment dat het maar takkeherrie was (of: tingel-tangel-muziek, zoals mijn moeder het zo fijn wist te verwoorden). Uiteindelijk viel bij mij ook het kwartje en steeds vaker pikte ik de cd’s van broerlief in en kon ik al snel de liedjes woord voor woord meezingen (dank je, broer!). Ik begreep de vaak ingewikkelde teksten voor geen meter, maar de zoetgevooisde stem van Jim maakte indruk. Het soms prominent aanwezige orgel en het soms wat overdreven geïmproviseerde gekrijs en gegil werkte me dan af en toe op de zenuwen, maar de melodieën waren prachtig en de teksten poëtisch.

Buiten alle bekende hits zijn ook vele b-kantjes de moeite waard, zoals The End (een tergend langzaam maar indrukwekkend nummer vol drama). Het door mij gekozen nummer The Crystal Ship is afkomstig van hun debuutalbum (!) en is de B-kant van wereldhit Light my Fire. Het zachtaardige nummer begint a capella met de donkere stem van Jim (hallo!). De eerste zin is ook meteen prachtig. Zo ook de eerste zin: Before you slip into unconsciousness I’d like to have another kiss. Another flashing chance at bliss. Het zet de toon en ondanks dat ik het lied nog steeds niet helemaal begrijp, laat het me nog steeds meevoeren in het bijzondere brein van Morrison.

Het orgel is in dit nummer wat meer op de achtergrond en deels vervangen door een prachtige pianomelodie. Onderdanig aan de stem van Morrison, die eens niet van de schreeuwende uithalen en krijspartijen is, maar laat horen dat hij echt een goede zangstem heeft. En hoera: een nummer met een kop en staart binnen de drie minuten! Zonder ellenlange solo, maar met een keurig bescheiden maar kippenvel bezorgende instrumentale passage.

Wonderlijke tekstschrijver, begenadigd zanger en intrigerende persoonlijkheid, die Morrison. Daar hadden we er wat mij betreft wel wat meer van kunnen hebben!

N.B. Voor de liefhebbers: er is een buitengewoon goede Nederlandse The Doors-tributeband. Ik heb ze een aantal keren live gezien en zijn écht de moeite waard! Meer info hier.

Keuze Robert Arnold: Roadhouse Blues

Ladies & Gentlemen, from Los Angeles, California… The Doors

Ik werd fan van The Doors na het zien van de gelijknamige film van Oliver Stone (1991). Voor die tijd kende ik wel al wat liedjes (Light my fire, Riders on the Storm), maar het verhaal van The Doors en met name die van de charismatische leadzanger Jim Morrison zette mij als puber er toe al hun albums en de biografieen uit de plaatselijke bibliotheek te halen. Iedereen denkt bij The Doors aan Jim Morrison, aan overvloedig drank- en drugsgebruik, aan zijn door mysteries omhulde dood op 27 jarige leeftijd. Het heeft niet veel zin om hier iets over te zeggen, het enige wat ik kan zeggen is dat het me altijd geintrigeerd heeft. Misschien wel omdat het zo ver van me af staat. Als ik The Doors luister, voel ik altijd wat melancholie, en dat kan soms erg lekker zijn.

Roadhouse Blues heb ik gekozen omdat het uptempo is (dus niet te melancholisch), maar alles bevat wat The Doors goed maakt.

When I woke up this morning I got myself a beer
The future’s uncertain and the end is always near

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *