Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


The Battle: U2

Weer een unicum op Ondergewaardeerde Liedjes. Niet alleen battlen acht liefhebbers om het meest het liedje van één band, maar ze strijden ook om een artiest die we al eens langs hebben zien komen. Please werd al eens uitgeroepen tot het meest ondergewaardeerde van U2, maar nu zetten we de deuren van de arena open en mag Please zijn plekje in de Spotify-playlist verdedigen.

Waarom? Weinig bands kunnen terugkijken op zo’n lange en wisselende carrière als U2. In de ruim dertig jaar dat ze actief zijn, hebben ze een weg afgelegd van new wave-achtige rock, naar progressieve muziek met dance-invloeden, waarna ze rond de millennium-wisseling weer terugkeerden naar hun oude stadionrock-sound. Needless to say dat de meningen over hun muziek vaak uiteenlopen.

Daarom vandaag een super-mega-battle over U2. Dat de beste moge winnen.

Keuze Freek Janssen: Please

Na hun enorme succes in de jaren tachtig, maakt U2 begin jaren negentig een totaal onverwachte beweging: Achtung Baby en Zooropa zijn albums met enorm veel elektronische invloeden.

Het album Pop uit 1997 kan gezien worden als het derde en laatste deel in deze trilogie. De experimenteerdrift van U2 manifesteert zich dit keer als een soort van disco-muziek met gitaren. De eerste single Discothèque is zelfs wel eens vergeleken met The Village People.

Het album is een mengeling van pompende disco en hypergevoelige ballads, waaronder If You Wear That Velvet Dress en Wake Up Dead Man. De ballad Please (over het conflict in Noord-Ierland) wordt op single uitgebracht en krijgt best wel wat aandacht op de radio en MTV. Maar veertien jaar later lijkt het liedje totaal vergeten, net als zo’n beetje het hele album Pop.

Hoogtepunt: die baslijn, de roffelende trom, de opbouw, en dat prachtige einde (love is not what you’re thinking of, fade out).

Keuze Robert Arnold: Running to Stand Still

Natuurlijk is Please een mooi nummer. Het is een nummer met een politieke boodschap en met een prachtige – door Anton Corbijn gemaakte – videoclip. Please staat op het album Pop. Met Pop sloeg U2 een beetje door: de plaat werd geproduceerd door een hiphop-producer (Howie B), bevatte nummers waarop men geacht werd te dansen en het leidde tot een megalomane Wereldtour (Popmart) die meer geld kostte dan het ooit kon opleveren.

Ik ben een U2-fan. Volgens mij kan je met U2 maar 2 kanten uit: of je vindt het goed, of je vindt het niets. Ik vind het dus goed. Ik geloof dat ik dankzij U2 mijn muzieksmaak heb kunnen ontwikkelen. De eerste liedjes die ik luisterde die niet van Michael Jackson, Madonna en George Michael waren, waren U2 songs. Ik hoorde toen ik 12/13 jaar oud was als eerste de live-songs van Under a Blood Red Sky, en later het Nieuwjaarsconcert van 89/90 dat live op de radio was geweest. De eerste cd die ik kocht was Achtung Baby, het eerste concert dat ik bezocht was de Zooropa-tour in Rotterdam.

Het meest ondergewaardeerde U2-nummer is volgens mij niet Please (dat heeft wel de nodige aandacht gekregen), maar Running to stand still. Running to stand still staat op het album The Joshua Tree. The Joshua Tree is het beste U2 album ooit gemaakt, het is ook een typische U2 plaat door de politieke en sociale stellingname in de teksten. Volgens velen is The Joshua Tree zelfs het beste album ooit gemaakt (daar ben ik het overigens niet mee eens). Running to stand still wordt gedragen door piano en gitaar en vertelt over een aan heroine verslaafd koppel in de Ballymun flats ( I can see seven towers, but I only see one way out) in Dublin. Deze flats waren toen Bono nog een Paul Hewson-tje was een prima speelplek, maar midden jaren ’80 werd het een vervallen plek met slechte sociale condities. Er werd veel aandacht besteed aan de tekst van Running to stand still, maar de melodie ontstond uit een improvisatie en is feitelijk niets meer dan een variatie op een G- en een D-akkoord. Ondanks dat het liedje verhaalt over heroine verslaving wordt er geen oordeel uitgesproken en toont het liedje zelfs sympathie voor de vrouw.

Er zijn vele live-versies van Running to Stand Still te vinden, maar het mooist blijft de album versie…

Keuze Sander van Buuren: Staring at the Sun

Helemaal met Freek eens wat betreft het tekort aan aandacht voor het album Pop. Waar albums als The Unforgettable Fire, The Joshua Tree en Achtung Baby – overigens terecht – gezien worden als klassiekers, is Pop voor veel U2-liefhebbers klaarblijkelijk een tikkeltje te experimenteel geweest. Met dit album heeft U2 echter laten zien in staat te zijn nieuwe wegen in te slaan en te blijven vernieuwen, zonder aan kwaliteit in te boeten.

Hoewel Please absoluut een prima plaat is, is het een ander nummer op Pop dat me nooit heeft losgelaten: Staring at the Sun. Als tweede single van Pop, uitgebracht in 1997, heeft Staring at the Sun vrij weinig gedaan in de hitlijsten. In Nederland kwam de plaat niet verder dan een 19e plaats en heeft het geen blijvende herinnering achtergelaten bij het grote publiek. Bijzonder gegeven is dat U2 – en dan met name Bono – hier zelf actief aan heeft bijgedragen. Bono bleek bij de eerste live-uitvoering in Las Vegas moeite te hebben om het juiste tempo van Staring at the Sun te vinden en zette te snel in. Omdat poging twee ook niet geheel overtuigde, werd het nummer in het verdere verloop van de PopMart Tour akoestisch gespeeld. Bepaald niet vervelend, aangezien de fragiliteit van het nummer zonder elektrische versterking nog beter tot zijn recht komt.

Het mooie samenspel tussen Bono en The Edge in de live-uitvoeringen, gecombineerd met een sterke tekst (waarin wordt ingegaan op het gegeven dat mensen geneigd zijn hun gezicht van problemen af te wenden) zorgen ervoor dat Staring at the Sun een blijvende indruk achterlaat bij de gelukkigen die het nummer live hebben mogen aanschouwen. Staring at the Sun heeft in mijn ogen dan ook absolute eeuwigheidswaarde, oordeel zelf….

Keuze Bram Koster: Love is Blindness (live)

U2 is mijn band. Dat klinkt pathetisch en een tikkie mainstream en dat is het misschien ook wel. Maar zij waren de eerste band waarvan ik me fan kon te noemen, ergens in 1985. Waarvan ik uitkeek naar de lancering van hun nieuwe album, The Joshua Tree, een jaar later. En waarvoor ik voor het eerst naar een concert ging, weer een jaar later.

Dat bezegelde de liefde. Want live komt U2 pas echt tot z’n recht. En dan vooral in de nummers die ze net even anders spelen dan je gewend bent. Waarbij een variatie in het arrangement of de instrumentenmix een nieuw perspectief biedt. Alsof de band wil zeggen: “Kijk, eigenlijk bedoelden we dit nummer zó!”

Het mooiste voorbeeld hiervan is wat mij betreft ook gelijk U2’s meest ondergewaardeerde liedje. Niet dat het slecht gewaardeerd wordt, maar het kan gewoonweg niet hoog genoeg gewaardeerd worden: Love is Blindness, live. De albumversie was al fraai, met een donkere baspartij en een wanhopige gitaarsolo van The Edge, die tijdens de opnames ervan in scheiding lag (alsof je het er aan af hoort…). Maar in de versie zoals gespeeld tijdens de Zooropa-tour (1993) krijgt The Edge’s spel vanaf het begin nóg meer nadruk, als één grote aanloop naar die fantastische solo, die tijdens het concert bijna letterlijk door merg en been ging.

Sinds die tijd staat het vast: dit is het nummer waarmee mijn rouwdienst wordt afgesloten. Exit music for a life. Een leven waarin de liefde hopelijk blindelings is nagestreefd, met dezelfde intensiteit als die van deze versie van dit nummer.

Keuze Martijn Koetsier: Lady With the Spinning Head (UVI)

Een battle voor het meest ondergewaardeerde liedje van U2, is wat mij betreft vooral een mooie gelegenheid om weer eens duidelijk te maken waarom U2 nog steeds een van de grootste bands van deze wereld is.Natuurlijk laten hun megalomane en uitverkochte tournees daarover geen misverstand bestaan, maar onder mijn muziekliefhebbende vrienden moet ik mijn fascinatie voor U2 nogal eens verdedigen. Helaas gaan die discussies inhoudelijk vaak niet zo diep, waarbij vooral de al dan niet dubieuze handel en wandel van Bono vaak aangevoerd wordt als argument om de band af te schrijven. Eeuwig zonde en vooral vermoeiend, want als er een band is om je als fan in te verliezen dan is het U2 wel.

Niet alleen door de platen (ja, zelfs die laatste drie albums), maar vooral ook door het puzzelen in het oeuvre van de band. Even vier weken de studio in om twaalf liedjes op een band te knallen is er niet bij in het geval van U2. Waarom zou je ook natuurlijk, als je oneindige opnamebudgetten tot je beschikking hebt? Het resultaat is een enorme schatkamer aan alternatieve versies, vroege demo’s en onafgewerkte nummers. Af en toe mag de deur die schatkamer op een kier en wordt er weer allerlei moois uitgehengeld die ergens onopvallend op een B-kantje worden verstopt of een deluxe uitgave van een album verfraaien. En soms zijn dat soort pareltjes weer hits op zichzelf.

Zoals Lady With The Spinning Head, die in 1992 op de B-kant van de single One stond. Na de moeizame sessies in Berlijn ging U2 in februari 1991 verder in Dublin om Achtung Baby af te ronden. Lady With The Spinning Head bleek een harde noot om te kraken en haalde de plaat uiteindelijk niet. Het bleek echter de blauwdruk voor drie nummers die de plaat later wel zouden halen: Zoo Station, The Fly en Ultra Violet (Light My Way). Het gitaarslagje in het begin van het nummer is overduidelijk Ultra Violet, de solo van The Fly op 3:08 is ook niet te missen maar de referenties naar Zoo Station zijn veel moeilijker te vinden. Het levert al jarenlang discussie op onder de fans en is maar een enkel voorbeeld van wat het graven in de nummers van U2 zo mooi maakt. En als je dan uitgepuzzeld bent blijft er nog steeds een dijk van een nummer overeind, waarvan je je afvraagt waarom die de plaat nooit heeft gehaald.

Keuze Roland Kroes: Numb

Het heeft behoorlijk lang geduurd totdat U2 iets uitbracht waar ik iets aan vond. U2 muziek loopt bij mij het risico dat ik het te gezapig vind. Makkelijk in het gehoor liggend, maar echt bijzonder? Ja, het zit heel goed in elkaar en gezamenlijk vormen de heren echt een band. Maar pas bij Achtung Baby dacht ik “Hé, gaaf!”. Ok, ik was 15 en dus niet echt in de leeftijd om de heren de maat te nemen, maar toch. De periode Achtung Baby – Pop vormt voor mij het hoogtepunt in het U2 oeuvre. Misschien wel juist omdat het niet-typische U2 nummers opleverde.

Mijn hoogtepunt binnen dat oeuvre, zeker in het licht van ondergewaardeerde nummers, is Numb. Het nummer dateert al van de opnames van Achtung Baby, maar kwam uiteindelijk terecht op het minst-U2-erige U2-album: Zooropa. U2 nam het album tijdens het touren op, terwijl ze – vast en zeker gestimuleerd door producer Brian Eno – volop experimenteerden met dance, elektronica en samples. Numb bevat diverse samples, van het geluid van een terugspoelende Walkman, tot een trom uit Riefenstahl’s Triumph des Willens. Het levert een hypnotiserend nummer op, waarin The Edge mompelend zingt:

Don’t move / Don’t talk out of time / Don’t think / Don’t worry / Everything’s just fine.

Samen met alle samples, was het de bedoeling om het gevoel van ‘zintuiglijke overbelasting’ te creëren. Of hun vrees voor tevéél zintuiglijke overbelasting er voor zorgde dat de diverse supermodellen in de clip slechts voor een klein deel zijn te zien, weet ik niet.

Keuze Vanessa: Hawkmoon 269

Een band die bewezen heeft diverse decennia te kunnen domineren in hitlijsten, vele roerige tijden heeft overleefd zonder enige wisseling van bezetting, het is U2 allemaal gelukt. “Rattle and Hum”, het zesde studioalbum uit 1988, is in meerdere opzichten een vreemde eend in de bijt ten opzichte van de voorgangers. Live opnames worden afgewisseld met studionummers, covers werden niet geschuwd en de eigen nummers waren doorspekt van gospel, folk en blues. Wel degelijk een interessant album, omdat het daarom niet snel verveelt.

Het vierde nummer op het album, Hawkmoon 269, begint met een ietwat lullig Hammond-orgelmuziekje (bespeeld door niemand minder dan Bob Dylan). Maar vanaf de eerste drumbeat van Larry weet je dat er iets aan zit te komen. Dat wordt versterkt door de donkere stem van Bono die inzet met ‘Like a desert needs rain, like a town needs a name, I need your love’. De vaart komt er direct in, terwijl de vergelijkingen als mokerslagen uitgedeeld worden. He needs your love, zoveel is zeker.
Sterk in dit nummer is de opbouw. Het tempo, dat met de minuut voortgestuwd wordt door zowel het snerpende gitaarritme als de bombastische drums. Als dan Edge met de tweede stem invalt, en het orgel een voorbode blijkt te zijn van de ultieme hartenkreet van Bono, is de finale in zicht. En hoe: een gospelkoor brengt de lofzang terwijl de muziek tot uitbarsting komt. De luisteraar verpletterend achterlatend. Doe mij ook maar zo’n liefde!

Keuze Bart Nijman: Bullet the Blue Sky

1. Where the Streets Have No Name. 2. I Still Haven’t Found What I’m Looking For. 3. With Or Without You. De eerste drie nummers van The Joshua Tree (1987), tevens drie van U2’s meest bekende nummers. Maar het is nummer 4 op de plaat die het karakter van Bono draagt: het verwoordt zijn drang om wereldproblemen aan zijn publiek voor te leggen. Bullet the Blue Sky staat niet voor niets, ook nu nog, bijna altijd op de setlist als de Ieren ergens optreden.

Het nummer is weinig radiofähig. Staccato, militaristisch, boos: niets voor SkyRadio of Radio 2. Teksten over ‘burning crosses’, ‘fighter planes’ en de intrinsieke slechtheid van Amerika vloeken met de oudere rocksongs van U2 en de nieuwere popsongs van de band, maar ook met de ‘positieve protestsong’ Sunday Bloody Sunday. Jammer, want Bullet the Blue Sky is rauwer, gloedvoller, échter. Het nummer gaat officieel over de Amerikaanse interventie in de burgeroorlog van El Salvador (1980-1992), maar spreekt vooral boekdelen over Bono’s afkeer van Westerse oorlogszin, die in zijn ogen zo veel leed veroorzaakt en die vooral vanuit het Witte Huis wordt aangevoerd.

Het mooiste aan de song is de titel van het opvolgende album. Rattle and Hum (1988) is een ode aan Amerikaanse muziekstijlen, meer nog dan Joshua Tree, en bevat een met verstokte adem vertolkte live-uitvoering van Bullet the Blue Sky. Maar het is de albumtitel die verraadt dat Bono niet onverdeeld enthousiast is over het land waar hij de muziekstijlen van leent: Rattle and Hum is afgeleid van het zinnetje In the locust wind comes a rattle and hum, een regel uit de tekst van Bullet the Blue Sky – en maakt daarmee van Bullet een doorlopend thema in het oeuvre van U2.

Dat ene lied van Joshua Tree zegt meer over de toekomstkoers (vol wereldverbeterende idealen die steeds grootser worden gepresenteerd) van U2 en haar frontman, dan de drie (liefdes-) liedjes met nationalistisch-historische ondertoon waar Joshua Tree mee opent.

 
 

2 Comments

  1. Tom

    Helaas te laat, maar alvast voor de volgende keer en om om jullie oren te plezieren hierbij mijn bijdrage. Net als Bram vind ik U2 het beste tot zijn recht komen wanneer ze een nummer net even anders spelen. Er zijn vele voorbeelden, maar wanneer ik de DVD van Slane Castle weer aanzet en bij dit nummer de volumeknop maximaal open draai, krijg ik direct kippenvel, met als ultiem hoogtepunt het gedeelte vanaf 4:00 minuten. Dus doe ramen, deuren en gordijnen dicht en luister, geniet en ween wanneer – All I want is you – uit je luidsprekers knalt. Ik hoor graag hoe hoog de bultjes kippenvel bij jou zijn geworden!

    http://youtu.be/hAQhrD6ek4k

  2. Ben

    Als the Edge begint te spelen vanaf de vijfde min kippevel

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.