Mijn cd-kast is een bonte verzameling van smaken. De soundtracks, verzamelaars en ep’s staan door ruimtegebrek een etage hoger. In de huiskamer staan de artiesten alfabetisch gerangschikt en hun albums op volgorde van release. Toch ontkom ik niet aan wat merkwaardige rijtjes. De letters L, M en vooral S zijn ruim aanwezig. Ook de D is goed vertegenwoordigd. En het is puur toeval dat daartussen 3 bands met zwaar versterkte gitaren broederlijk naast elkaar staan. Dat zijn Deftones, Deicide en DevilDriver.
Vóór DevilDriver was er eerst Coal Chamber. Ze bestaan al 5 jaar als in 1997 hun heerlijke gelijknamige debuutplaat verschijnt. Ze wilden alleen niet Ross Robinson als producer, uit vrees dat de plaat teveel als Korn zou gaan klinken. Toch heeft hun sound veel overeenkomsten met de eerste twee albums van van de band uit Bakersfield. Donker, groovy en die gejaagde, soms hysterische zang. Maar met een opener als Loco weet je dat het goed zit. En dat je in mijn bijzijn nooit meer Linkin Park als top nu metal act moet noemen. Er zijn minstens 10 veel betere bands in dat genre en Coal Chamber staat zeker in die lijst.
Twee jaar later komt opvolger Chamber Music uit. Er is meer variatie in de sound en met een cover van Peter Gabriel’s Shock The Monkey (Ozzy Osbourne zingt mee) scoort de band hun eerste radiohit. Bij derde schijf Dark Days (2002) is de sfeer (mede door heftig drugsgebruik) niet meer zo best. Zanger Dez Farfara en gitarist Miquel Rascón vinden elkaar steeds minder aardig en tijdens een optreden barst de bom. Het suddert nog even door maar niet veel later is het einde van de band een feit. En daarna heeft Farfara een andere band opgericht.
DevilDriver is van een andere orde. Deathmetal met melodie en een groove. Maar vooral veel loeistrakke riffs. Ook hier een debuut zonder naam (in 2003) dat meteen indruk maakt. Gevolgd door puike albums zoals The Last Kind Words en Pray For Villains. In 2012 richt Farfara zijn aandacht weer op Coal Chamber, daar komt zelfs nog een album van (Rivals). Maar in 2017 gaat dat boek dan voorgoed dicht (volgens Farfara). En je voelt ’em al aankomen, er volgt niet veel later weer nieuw werk van DevilDriver. Een pandemie zorgde voor een onderbreking, maar de band bestaat nog steeds. Dit voorjaar kwam nieuwe single Dig Your Own Grave uit, als voorbode van de volgende maand te verschijnen elfde studioplaat. Die gaat Strike And Kill heten.
Intussen blijkt het hoofdstuk Coal Chamber toch nog niet helemaal afgesloten. Farfara overleefde ternauwernood een covid-besmetting. Tijdens zijn ziekte belde zijn vrouw met de overige bandleden en na Farfara’s herstel werd er zelfs even getourd. Wat hem betrof waren er geen problemen meer uit het verleden en behoorde een nieuw album zeker wel tot de mogelijkheden.
Nog even terug in de tijd, eind 2006 om precies te zijn. DevilDriver zit in de afgelegen Sonic Ranch studio, in de buurt van El Paso, Texas. Door het vele touren is er nogal wat spanning tussen de bandleden onderling. Toch wordt er uiteindelijk een dijk van een derde plaat opgenomen. The Last Kind Words trapt af met 4 snelle tikken op de hi-hat en in no time ben je meegesleurd. Pas in de laatste minuut van afsluiter The Axe Shall Fall gaat het gas er af.
Het betekent de doorbraak van Devildriver. Farfara had eerst een flinke hoeveelheid Jack Daniels nodig voordat de vocals van Clouds Over California er in slechts vier takes op stonden. De fans kregen er een metal anthem bij. Eentje die nooit meer op de setlist ontbreekt.
