Afvalheld, wat een mooi woord. Bedacht als blijk van waardering voor de mensen die in weer en wind de rommel opruimen die wij achterlaten. Ongeacht of die rommel netjes in een container zit of ronddoolt als zwerfafval. Van 2 tot en met 8 maart was het de Week van de Afvalhelden. Een schone buurt lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Daarom staan we er bij stil.
Ook muziek staat vaak stil bij harde werkers die niet de steun krijgen die ze eigenlijk gewoon keihard verdienen. Denk in algemene zin aan Working Class Hero van John Lennon. Vandaag eren de bloggers van Ondergewaardeerde Liedjes speciaal onze afvalhelden met een battle over dit schone thema.
Keuze Annemarie Broek: Spirit – Fresh Garbage (1968)
Een milieubewuste band
In 1968 kwam er voor het eerst een goedkoop verzamelalbum uit van platenmaatschapij RCA. Dat bracht ik mee uit Engeland toen ik voor het eerst in mijn eentje op reis ging. Op die manier promootte RCA allerlei opkomende artiesten en bands. Sommige van die artiesten brachten het tot wereldfaam, zoals The Byrds, Bob Dylan en Simon & Garfunkel. Andere brachten het niet verder dan één elpee, zoals The United States of America.
In de middencategorie viel de Californische groep Spirit, die actief was tussen 1968 en 1997.
Op hun eerste elpee stond het nummer Fresh Garbage, dat ook terechtgekomen was op deze verzamelaar. Jarenlang heb ik mijn hoofd gebroken over de tekst, maar Jay Ferguson, de componist en zanger van dit nummer, zingt gewoon: “Look beneath your lid some morning, See those things you didn’t quite consume. The world’s a can for your fresh garbage”. En dat nog voordat de Club van Rome uit de startblokken was gekomen! Ook in later werk van de groep zou de zorg voor het milieu terugkomen (Nature’s Way, 1970).
Overigens kan ik het niet laten om nog even het volgende te memoreren. Led Zeppelin heeft enige tijd getourd met de groep Spirit. Ze namen zelfs het nummer Fresh Garbage op in hun repertoire. Ook pikten zij Taurus in, een instrumentaaltje van Spirit. Het diende als intro voor hun Stairway to heaven. Helaas vond de hoogste rechter in 2014 dat er geen sprake was van plagiaat. Heaven is voor 100% gepikt van Taurus, een instrumentaal nummer van het eerste Spirit album.
Keuze Ed van Nunen: Steely Dan – Dirty Work (1972)
Lekker prikken met Aart
Sinds een aantal maanden staat er een wekelijkse activiteit in de agenda: Lekker prikken met Aart. Dan gaan we met een man of vier, met Aart dus, met grijpers alle teringzooi opruimen die mensen hier maar gewoon op straat flikkeren. Het is soms dirty work en het is ook vechten tegen de bierkaai, want de week erop kan je weer, maar het maakt toch ook echt een enorm verschil, als je dan in andere buurten kijkt waar dat niet gebeurt. Een mooi bijpassend nummer tijdens dat troepgrijpen is Dirty Work van Steely Dan:
I’m a fool to do your dirty work, oh yeah
De afgelopen jaren heeft er muzikaal ook wel wat Dirty Work in m’n hoofd plaatsgevonden, door wat aangekoekte rommel op te ruimen. Ik vond Steely Dan, de naam komt overigens van een gigantische dildo uit William Burrough’s Naked Lunch, tientallen jaren lang echt verschrikkelijk. De ultieme veel te gladde yachtrock-band. Daar ben ik een beetje van teruggekomen. Mede door het draaien en recenseren van alle albums in het 1001 Albums You Must Hear Before You Die-boek, een meerjarenproject, heb ik vier albums van Steely Dan eens goed beluisterd. Die vielen me eigenlijk, tegen mijn verwachting in, nog best mee. Waarschijnlijk ben ik met de jaren wat milder geworden en durf ik nu de afvalgrijper te gebruiken om wat jeugdige dogma’s en stellige standpunten op te ruimen. Steely Dan zal nooit mijn all time favorite band worden, maar een nummer als Dirty Work vind ik nu toch wel erg goed.
Keuze Quint Kik: Roxy Music – Trash (1979)
Tussen provoceren en paraderen
Iedereen dacht dat ze met de band waren gekapt. In de voorgaande drie jaar hadden de leden afzonderlijk en niet onverdienstelijk het solopad verkend. Toch waren ze plotsklaps weer van de partij, met als startschot van hun zesde album Manifesto een single die het midden hield tussen glamrock en postpunk: Trash. Op het eerste gehoor een niemendalletje; dachten de artrockers van Roxy Music nou echt dat zie hiermee de punkstorm zouden helpen luwen? Wel als het aan vaandeldragers van het eerste uur de Sex Pistols lag. Die hadden een broertje dood aan Pink Floyd, maar Roxy Music stond bij hen in hoog aanzien. Heel eventjes had de band overwogen zichzelf The Strand te noemen; een eerbetoon via een van de vroege singles van Bryan & co.
Moeilijk te geloven? Welnee: in de hoogtijdagen van Roxy Music voorzag Pistols-manager Malcom McLaren de New York Dolls van (kleding)advies. David Johansen & co staan weliswaar te boek als protopunk, maar wie goed luistert, ontwaart in hun debuutsingle Trash sporen van glamrock. De verkleedpartijen hadden daarnaast een belangrijk aandeel in hun imago; waar de uit de as herrezen versie van Roxy Music Mach 3 paraderend de aanval opende op pop’s wegwerpcultuur, hulden de Dolls zich in door McLaren speciaal ontworpen red patent leather outfits met provocerende Sovjet-symbolen. Wie had dat gedacht: de Sex Pistols als de missing link tussen trash van de straat van de New York Dolls en de gemanicuurde trash van Roxy Music?
Keuze Henkjan Olthuis: The Cramps – Garbage Man (1980)
Snappie?
3 april 1986. Veel weet ik niet meer van die dag. Ik ben die dag op een of andere manier vanuit Enschede in Amsterdam terechtgekomen. En ergens daarna ook weer thuis. Ik denk per trein, maar ‘t kan ook met de duim zijn geweest. Werkelijk geen idee meer. Maar de avond staat in m’n geheugen gegrift. M’n eerste keer in Paradiso. The Cramps. Samen met Cees. En een paar honderd anderen in een grote pogonaise, met de rest van de zaal op enigszins veilige afstand. Zanger die een skinhead met de microfoon van t podium mept. Een spirituele ervaring met de band van het album Songs The Lord Taught Us in een kerk, ja dit was voorbestemd om nooit vergeten te worden.
You ain’t no punk, you punk
You wanna talk about the real junk?
Toen het onderwerp van deze battle werd aangekondigd, moest ik het wel over The Garbage Man gaan hebben, een van de vele iconische Cramps songs. The Cramps die uitstraalden wat later White Trash is gaan heten. Met zoals het hoort een tekst met minstens een dubbele laag. Gaat het nou over posers? Of over een huisdealer? Of toch over sex? Lux vraagt meerdere malen in het lied of we het nou begrijpen. Uuhhh…. We zetten ‘t maar op repeat, misschien komt ‘t besef eens.
Keuze Gerlof du Bois: The Birthday Party – Big Jesus Trash Can (1982)
Puin ruimen na je verjaardagsfeestje
Voordat Nick Cave groot werd met de Bad Seeds was hij de frontman van de post-punk band The Birthday Party. De van oorsprong Australische band verhuisde in 1980 van het creatieve Melbourne naar Londen. Overlevend in niet verwarmde appartementen namen ze begin ’80 twee albums up, Prayers on Fire en het voor deze blog zeer toepasselijke Junkyard. Legendarische nummers op deze albums zijn King Ink en Dead Joe. Helaas heb ik de live concerten zelf niet meegemaakt maar de vele recensies laten een duidelijk beeld zien – de concerten waren angstaanjagend, grof en werden verreikt met het nodige geweld in de zaal én op het podium. Drugs voedde de veelal chaotische, rauwe optredens. Het gevolg, een aantal concertzalen weigerden The Birthday Party, ze hadden geen zin om de ochtend erna puin te ruimen. Als je dit allemaal beter wil bevatten check dan eens de documentaire Mutiny in Heaven.
Big Jesus Trash Can is één van meest chaotische nummers op het album Junkyard. Het klinkt alsof ze het verfrommelde papiertje waarop een eerste versie van het nummer stond weer uit de prullenbak hebben gehaald. Geschreven onder invloed van alles wat God verboden heeft en ze zijn het zonder aanpassing gaan spelen. Een optreden in de befaamde John Peel sessies zorgen voor een groter publiek voor de band en gelukkig is daardoor een geweldige opname van dit nummer bewaard gebleven.
Keuze Marco Groen: Hole – Garbadge Man (1991)
KCA als inspiratiebron
Nee, de titel Garbadge Man is geen dom spelfoutje van mij. Zelfs Courtney Love weet heus wel dat je garbage schrijft zoals drie woorden geleden, dus is het een bewust ‘foutje’. Badge kan worden vertaald als onderscheidingsteken en vermoedelijk moeten we het in dat geval ook zo zien. Een ode aan een zekere vuilnisman. Garbadge Man staat op het allereerste (lekkere rauwe) album van Hole, waarbij de compositie voor rekening werd genomen door gitarist Erlandson en frau Love de songteksten schreef. Kim Gordon deed de productie. Jullie kennen haar wellicht als bassist van The Pixies.
Een zieke geest (als ik) zou de tekst van Garbadge Man kunnen uitleggen als een niet subtiele hint naar de bijslaap, wat -gezien de reputatie van Love- wellicht niet eens zo’n gekke gedachte is. In werkelijkheid ligt dit anders. Garbadge Man gaat over het gemis van een geliefd persoon. In dit geval is dit zelfs specifiek: in het lied wordt de voormalige stiefvader van Love bezongen. Iemand die vuilnisman van beroep was en niet alleen puin ruimde in de stad, maar hetzelfde deed bij een probleemgezin. Nadat Love’s biologische vader uit de ouderlijke macht werd gezet kwam namelijk deze Frank Rodriguez in beeld. Dichterbij een normaal gezinsleven is Love nooit gekomen. Rodriguez was de vader die zij nooit eerder gehad had. Dat hij jaren later het gezin Love in de steek liet voor een andere vrouw liet diepe sporen bij haar na. En dat is handig, want dat zorgt ervoor dat je muziek een emotionele basis heeft die nét wat intenser is dan ik hou van jou, ik blijf je trouw.
Aan de andere kant is het natuurlijk ook wel weer rot voor Courtney Love.
Keuze Erik Stam: Neil Young – Piece Of Crap (1994)
De titel dekt niet de lading
Neil Young wordt ook wel de “Godfather of Grunge” genoemd. De plaat Sleeps With Angels uit 1994 kwam midden in die grunge tijd uit. De plaat zelf is meer Neil Young dan Grunge maar Piece Of Crap is hierop een uitzondering. Dit nummer lijkt een opmaat naar Mirrorball, de plaat die Young het jaar erna in samenwerking met Pearl Jam zou uitbrengen.
Het nummer gaat niet zozeer over vuilnis maar meer over een van de grote oorzaken daarvan: het gemak waarmee wij spullen (troep) tot ons nemen. Een plastic zak die je (toen nog) kreeg bij de winkel en die direct scheurt, een cadeau met een stekker dat niet blijkt te werken. 6 coupletten met 6 voorbeelden van weggooimaatschappij. Kort, krachtig en puntig maar vooral met een duidelijke boodschap (pun intended). Zoals we Neil Young kennen.
Keuze Jeroen Mirck: G. Love & Special Sauce – Garbage Man (1994)
Groet me gewoon even!
Ik ben jouw vuilnisman en kom wekelijks naar jouw straat. Dus kom van je luie reet, zet die bak buiten en groet me gewoon even. Met deze glasheldere boodschap opent het nummer Garbage Man van de (g)rappende bluesrocker Garrett Dutton, beter bekend als G. Love & Special Sauce. Ik brak hier al eens eerder een lans voor zijn luchtige muziek, die even makkelijk over een biertje op de veranda kan gaan als over de zelfkant van de samenleving. Zo zingt hij op zijn titelloze debuut uit 1994 onder meer over zwervers en vuilnismannen. Mensen die we vaak negeren, maar die ook best eens een blijk van waardering verdienen. Bij deze dan!
Keuze Michiel Borst: Suede – Trash (1996)
Hulde aan de subcultuur
De band Suede kon een aantal jaren geleden wel bij het vuilnis wat mij betreft. Teveel britpop 90’s, weinig goede nummers en oude wijn in nieuwe zakken. Echter sinds hun album Autofiction uit 2022 zijn de heren weer helemaal terug, en hoe! Sterker, komende week (we schrijven maart 2026) treden ze in Nederland op voor een vrijwel uitverkochte 013. Bepaald geen afval dus, eerder circulaire muziek om maar in het thema te blijven.
In hun tweede leven midden jaren ‘90 schreven ze het nummer Trash. Het was na het vertrek van gitarist en componist Bernard Butler zoeken naar een nieuw geluid. Het donkere, ietwat vervreemdende geluid van de eerste twee albums maakte plaats voor een melodieuzer en energieker sfeerd. Trash was de eerste single van die nieuwe richting, kwam van het album Coming Up uit 1996 en werd een grote hit.
De afval in het nummer beschrijft niet letterlijk het vuilnis maar is een metafoor voor buitenstaanders. Mensen die anders zijn, door anderen als waardeloos of nutteloos worden bestempeld maar wel hun plek vinden in hun eigen subcultuur. Daarmee worden ze gezien, we’re trash but we’re together. Iedereen herkent dit gevoel vast wel vanuit een moment in zijn of haar leven. Of zoals zanger Brett Anderson het bezingt; “we’re trash, you and me”. We zijn afval maar samen maakt dat niets uit. We zijn het zwerfafval in de wind, de geliefden van de straat!
Keuze Johan Hol: Low Roar – Friends Make Garbage (Good Friends Take It Out) (2011)
Afval vol zachte weemoed
Een nieuwe battle is voor mij een nieuwe kans om ondergewaardeerde artiesten (opnieuw) onder de aandacht te brengen. Voor Low Roar wordt het de tweede keer en keer ik terug naar het begin van de band en hun gelijknamige debuutalbum.
Het nummer Friends Make Garbage (Good Friends Take It Out) gaat over spreekwoordelijk afval maar past daardoor niet minder binnen het thema. Al is het maar om te voorkomen dat Low Roar op de afvalberg van vergeten muziek belandt.
Het nummer ademt jeugd, verlies, verlangen en de stille rommel die achterblijft wanneer iets moois eindigt. Het is muziek die je even laat stilstaan bij wat je onderweg hebt laten vallen — en bij wie.
Maar er zit nog een diepere laag onder dit nummer. Ryan Karazija, de drijvende kracht achter Low Roar, overleed in 2022 op veel te jonge leeftijd. Juist daardoor voelt Friends Make Garbage (Good Friends Take It Out) intenser dan ooit: het is een liedje dat niet alleen terugkijkt op wat verloren ging, maar nu zelf ook een herinnering is geworden.
De laatste zin van het nummer – I will hold you till I die – krijgt daardoor een bijna pijnlijke schoonheid.
Keuze Remco Smith: Tyler, The Creator – Garbage (2013)
Vernieuwing
Vroegah was alles beter en was muziek beter en spannender en weet ik veel allemaal niet. Onzin natuurlijk. En toch, is er in de rockmuziek niet veel vernieuwing die beklijft en die een hele mensenmassa op de been brengt. Snobs kunnen wel denken dat Fontaines D.C. en Geese razend vernieuwend zijn en ontzettend groot maar dat is natuurlijk niet zo. Dat bij de grote festivals de headliners nog steeds acts als Foo Fighters en Nick Cave zijn, spreekt boekdelen.
Lowlands heeft Tyler, The Creator als headliner en dat is dus wel een spannende keuze. Sowieso, vernieuwing vinden we in de hiphop wel natuurlijk. Luister met aandacht naar CHROMAKOPIA, de plaat van Tyler uit 2024, en je weet niet wat je hoort aan muzikale weelde. De productie, het geluid, de experimenteerdrift, voor vernieuwing moeten we bij hiphop zijn. Garbage van Tyler, The Creator stond op de soundtrack van Grand Theft Auto, uit 2013. Luister ernaar en je hoort al een voorproefje van zijn latere meesterwerk.
Keuze Patrick Schellen: Clean Pete – Alles Moet Kapot (2014)
Opruimwoede
Clean Pete, de bandnaam klinkt gelijk al schoon en opgeruimd. En dan hebben de zussen Wijnhoven (met Anne Soldaat op drums) ook nog eens een nummer waarin het huis aan kant gemaakt wordt. Of is van kant een betere woordkeus? Want er wordt ons verteld niet op het zwavelzuur en lek in het gasfornuis te letten. En dan zijn de borden ook nog eens kapot gegooid en is de goudvis in de blender gegaan… Het is misschien toch niet zo netjes en opgeruimd allemaal.
Wat deze destructieve ravage veroorzaakt heeft, horen we in het nummer niet. Is het een stukgelopen relatie of ander leed geweest? Zeker is wel dat het allemaal anders moet en niks meer aan vroeger mag herinneren. De woede en destructiviteit die daarmee gepaard gaat is behoorlijk heftig maar bedrieglijk lief vastgelegd. Enfin, de vuilnisman zal het druk gehad hebben toen hij daarna langs kwam…
Keuze Jan-Dick den Das: Oscar’s Vuilnisband – Liedje (2018)
Het heet wel vuilnis maar voor mij is het goud
De vuilnisman als leverancier van instrumenten. Wie heeft het eigenlijk niet gedaan, een doos als drumstel, een tennisracket als gitaar. Vuilnis een inspiratiebron voor nieuwe muziek. Oscar met zijn vuilnisband brengt de ultieme ode aan de vuilnis wat gebruikt kan worden om heerlijke muziek te maken. Er schuilt muziek in oud vuil en het levende bewijs is Oscar’s Vuinisband. Je hoeft geen Fender of Gibson te bezitten om lekker muziek te maken. Zoals Oscar het al bezingt er gaat niets boven muziek op oud vuil. Loop je dus langs het afval kijk of er niet een mooi instrument ligt en ga lekker los, Oscar zal je dankbaar zijn.
