Twee jaar geleden hielden we een battle over muziekjaar 1994. Dertig jaar waren verstreken en NRC stelde onverbloemd: beste muziekjaar ooit. Dummy, Troublegum, Grace, Worst Case Scenario, Ill Communication: verdomd weinig tegenin te brengen. Wat collegaplanner Remco betreft aanleiding om de bloggers ook de ondergewaardeerde uithoeken in kaart te laten brengen. De resulterende battle bevatte bijdragen over Sinead O’Connor’s onderschatte Universal Mother, het onbetwiste meesterwerk Orange van de Jon Spencer Blues Explosion en het connaisseursbandje Ween met hun doorbraakalbum Chocolate & Cheese. Toch zou ik eerder een lans willen breken voor 1996, met DJ Shadow, 16 Horsepower, Tool, Underworld en Daryll-Ann in de top 30 van OOR’s befaamde eindlijst.

Bij het opstellen van mijn jaarlijstje voor Free Record Shop kwam ik destijds ruimte te kort. Sinds de nazomer van 1995 had ik daar een bijbaantje. Een kleine 10 jaar voor het bedrijf ten onder ging, waren de filialen van deze keten niet weg te denken uit de centrale winkeladers van iedere (middel)grote gemeente. Tegenstrijdig aan de reputatie werd er door de inkoopafdeling redelijk wat alternatief ingekocht. Dat liep natuurlijk voor geen meter in een winkelformule, drijvend op Disney-video’s en TMF Hitzone-verzamelaars, maar daar wist collega Arnée wel raad mee. Hij nam me in vertrouwen over het fenomeen Knakendagen. Twee keer per jaar werden cd’s afgeprijsd op een veelvoud van die goede oude rijksdaalder en gingen al die niet-verkochte parels in de uitverkoop.

De slimmigheid zat hem erin, dat je ruim voor het grote afprijscircus begon, alvast de interessantere cd’s achterhield in een la onder de toonbank. La Mia Vita Violenta was een van de vele kleinoden, die ik in die drie-en-een-half jaar onder Hans van Breukhoven wist te behoeden voor een zieltogend bestaan in de knakenbakken. Blonde Redhead’s tweede album stamde weliswaar uit 1995, maar vond pas in 1996 zijn weg naar mijn collectie (ik deed alsof mijn neus bloedde en smokkelde hem doodleuk mijn jaarlijstje binnen). Het kerntrio van de Japanse Kazu Makino en de Italiaanse tweelingbroers Amadeo en Simone Pace is nog altijd springlevend en bracht vorig jaar zijn twaalfde album uit. Hoewel Spring And By Summer Fall (2007) in de Snob 2000 te vinden is, was er niet eerder over hen geblogd.

In pakweg dertig jaar wisten ze een eigen stijl te ontwikkelen, laverend tussen noiserock en dreampop (en af en toe neigend naar shoegaze). In de begindagen kreeg Blonde Redhead nog het verwijt te veel te klinken als hun leermeesters Sonic Youth. Terwijl hun hommage aan regisseur Pier Paolo Pasolini iets volstrekt unieks herbergt: met hun buitenlandse tongval verlenen Kazu en Amadeo onbedoeld een vleugje mysterie aan La Mia Vita Violenta. In het openingsnummer Eurotrash klinkt Kazu aanvankelijk alsof ze je in slaap wil wiegen, om je vervolgens geëxalteerd uit je droom te halen. Achter een smeulend vuurtje van breekbaarheid blijkt een vulkaan op het randje van uitbarsten te schuilen. Komende zondag doet de band de Ronda van Tivoli aan: wie durft de vulkaan wakker te maken?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.