Er zijn maar weinig artiesten die zo duidelijk hun brede liefde voor muziek laten doorklinken in hun eigen werk als James Murphy en zijn LCD Soundsystem. Punk, disco, electro en new wave, eigenlijk alles dat zo floreerde in thuisbasis New York in de jaren ´70 en ’80. Maar ook de invloed van bijvoorbeeld Bowie en Roxy Music is aanwezig. Het leverde drie uitstekende studioalbums op voordat de band ermee stopte. Het was tijd voor iets anders en James Murphy werd zelfs even de eigenaar van een wijnbar. Maar het was toch nog niet klaar: de band kwam weer bij elkaar en leverde een prima vierde studioalbum af. Ze stopten weer, maar een reünie volgde voor een concertreeks. Het vijfde studioalbum schijnt nog altijd in het vat te zitten. In afwachting daarvan zetten onze bloggers hun favoriete werk van LCD Soundsystem op een rij.
Keuze Walter van Pijkeren: Yeah (Crass remix) (2004)
Hemelbestormers
We gingen de hemel bestormen! Het is niemand gelukt! De wereld was onze oester, precies rijp genoeg om op te rapen. Allemaal maakten we zes jaar lang compromisloos kunst.
Overdag driftig in je eentje aan het werk in je atelier. Werken aan je volgende, nog betere, project. Ik ga het maken; Ja!
In de avond pakte je de hele boel op. Samen met je medestudenten je creaties bespreken in de academie. Nee niet medestudenten. Zielsverwanten! Even radicaal aan het werk. Die het proces waarin je zat hélemaal begrepen. Of, totale rotzakken. Die niets begrepen van waar je mee bezig was en je duidelijk maakten dat je kop alle kanten op ging. Verhitte discussies, die eindigden in de kroeg. Samen met de docent die het gesprek in banen had moeten leiden maar de zaak alleen maar meer ontregelde. Het bier bracht ons op het weer op het spoor. We gaan het maken; Ja! Jaah!
’s Nachts met z’n allen dansen in een kraakpand. De draaikont de dansvloer op. We konden de hele nacht door. Licht werd het niet. We plakten we de ramen af. Het bleef voor altijd nacht. Wij bleven met z’n allen door dansen; Ja, Ja, Jaah!
Keuze Joris van der Aart: Tribulations (2005)
Ik krijg zin in een feestje
Bij Ondergewaardeerde Liedjes proberen we muziek onder de aandacht te brengen waarvan we vinden dat het meer waardering verdient. Ik heb zelf regelmatig dat ik besef dat ik bepaalde artiesten te weinig aandacht heb gegeven. Neem nu LCD Soundsysteem. Mijn eerste gedachte bij deze battle was: Ja, leuk! Vervolgens dacht ik: Hoe goed ken ik ze eigenlijk? Toen ik naar hun oeuvre ging kijken, twijfelde ik of ik ze eigenlijk wel zo goed ken. Maar toen ik het luisterde, was het toch vooral: Oh ja, dit is fijn!
Zo’n bandje dus dat je te weinig hebt gevolgd, maar toch wel kent, en ook leuk vindt. Het is namelijk erg aanstekelijke muziek. Neem Tribulations. Als single van het debuutalbum stond het natuurlijk in de schaduw van Daftpunk Is Playing At My House, maar het is wel kenmerkend voor LCD Soundsystem. Alternatieve, maar heerlijk dansbare elektronische muziek. En een nummer dat je niet meer uit je hoofd krijgt. Nu vind ik het jammer dat ik ze nooit live gezien heb. Dat moet een feestje zijn.
Keuze Erwin Tijms: Someone Great (2007)
Het requiem dat de doden oproept
Ooit schreef LCD Soundsystem de track 45:33, voor de Nike + Original Run serie. Dat het nummer 45 minuten en 58 seconden duurt, vind ik van die typische James Murphy-ironie. Het derde deel van 45:33 is een fraai stuk elektronica, waarin diepe, lage synths het voortstuwende ritme voorzien van een zware en melancholische sfeer. Het heeft op 45:33 nog geen tekst, enkel het klokkenspel is te horen. Later zou dit stuk de muziek vormen van Someone Great.
Een jaar na 45:33 kwam het album Sound of Silver uit. Het is een bejubeld meesterwerk, waarin Murphy zich van een andere kant laat zien dan op het debuut. Waar hij op het debuut vol ironie en soms sarcasme de wereld becommentarieert vanuit zijn eigen veilige spreekwoordelijke torentje, zijn de teksten op Sound of Silver meer persoonlijk en kwetsbaar. Hij gaat de diepte in. En hoewel Murphy bij mijn weten nooit heeft verteld waar Someone Great precies over gaat, lijkt het vrij duidelijk dat het verlies van een dierbare het thema is. De dierbare in kwestie schijnt hier therapeut dokter George Kamen te zijn, overleden in 2006.
Voor mij roept het nummer altijd weer de gedachten op aan overledenen uit mijn omgeving. Het gemis is voelbaar. Maar ook de verwondering dat het leven zonder hun doorgaat. I’m stunned it’s not raining. Terwijl het gemis blijft en er altijd de vrees is dat er weer iets gebeurt met mensen uit je omgeving, want it keeps coming till the day it stops. Gelukkig zijn daar altijd weer de bezwerende woorden als conclusie aan het eind: we’re safe, for the moment. Saved for the moment (al zijn die laatste woorden alleen te horen in de albumversie).
Keuze Martijn Janssen: Get Innocuous! (2007)
Grensverleggend
Ik ben meestal niet de snelste als het om nieuwe hypes gaat. Dus hoewel ik de single Daft Punk Is Playing At My House aardig briljant vond, verdiepte ik me toch niet echt verder in die hippe groep uit New York met hun kruising tussen dance en Talking Heads-achtige new wave.
Nee, echt overdonderd werd ik pas toen ik in 2007 op Lowlands de tent binnenliep waar LCD Soundsystem stond te spelen. Ik was wat aan het zwerven over het terrein en kwam een beetje bij toeval bij hun optreden binnengevallen. Maar eenmaal binnen kon ik niet meer ontsnappen en begon de transformatie. Want deze jongen zonder goed ritmegevoel merkte ineens dat hij wilde dansen! De opzwepende klanken misten hun doel niet. Het blijkt dat iedereen kan dansen, je hebt alleen de juiste muziek nodig.
De opener van hun tweede album Sound Of Silver is een goed voorbeeld dat mij niet stil laat staan. Het is niet direct je standaard beat, met de standaard keyboard-lijntjes en idem vocalen. Het piept en schuurt een beetje, maar het weet je meteen te pakken. Of het nu de drums zijn, of de synths of wat dan ook, deze combinatie van New York en je favoriete smaak uit de punk-dance-new wave mix maakt het gewoon onweerstaanbaar.
Keuze Remco Smith: Us vs Them (2007)
Vroeoeoeoeeoeoeoeoem!
Ik ben een suffe chauffeur. Aan het einde van de dag haal ik het meeste voldoening uit een hoog aantal kilometers per liter brandstof, het is ontzettend bevredigend om in het schermpje te zien dat ik zuinig aan het rijden ben. Snelheidsbonnen heb ik vrijwel nooit. Soms loop ik tegen een bon op door een grote, doorgaande weg waar je 50 mag, maar die uitnodigt tot harder rijden, dan kan ik me niet altijd bedwingen. Mensen in Nijmegen kennen in dit licht de Graafseweg.
Zo’n beetje de enige muziek die mij meermalen een bon heeft laten pakken, is Sound of Silver van LCD Soundsystem. De eerste keer baalde ik ervan, toch zondegeld. Inmiddels verzoen ik mij met mijn lot. Draai ik in de auto LCD Soundsystem, dan is het risico groter dat ik een bon pak. Het is niet anders.
Keuze Klaas Kloosterman: All I Want (London Sessions) (2010)
Enossification
Ik weet niet eens meer of het nu net voor, of net na corona was, in ieder geval: op een van de edities van Into The Great Wide Open deed dj St. Paul een middagsessie op het podium ‘De Kuil’. Het idee was dat het aanwezige publiek steeds mocht kiezen uit twee nummers die hij voorstelde, waarna hij die publieksfavoriet oplegde.
Zo won All I Want (London Sessions) van LCD Soundsystem van een concurrent (welke weet ik niet meer). Naast dat het een fantastisch nummer is, viel me de invloed van Roxy Music en Brian Eno op. Het nummer had zo op Here Come The Warm Jets kunnen staan. Je hoort de gitaar van Phil Manzanera, ge-enossificated door Eno. Ik zei er wat over op Twitter (toen nog een leuk medium), herkenning alom, ook bij de dienstdoende dj. Het gaat nergens over, maar het zijn ook weer de krenten uit de pap.
Keuze Walter van Pijkeren: Dance Yrself Clean (2010)
Laten we dansen
Prettig gezelschap. De beste die je kunt vinden. Het is altijd fijn om je dichtbij te hebben. Het is 4 mei 2010. Samen zitten we in de auto onderweg naar de hoofdstad. James Murphy speelt vanavond in Paradiso. Ons eerste kind is net een half jaar oud. Voor het eerst genieten we weer zorgeloos van elkaars gezelschap.
Verwacht het ergste. We hadden kunnen bedenken dat er mooiere manieren zijn om prettig gezelschap te vieren. Aangekomen in Amsterdam gaan wij eerst naar de Dam om de dodenherdenking bij te wonen. We murwen ons de menigte in.
Dan. Een schreeuw. De gillende massa spat uiteen. Binnen een tel ben ik je kwijt. Alsof ik in een mui ben terechtgekomen word ik meegesleurd en sta ik plots alleen op het Rokin. Godverdomme! Waar ben je?! In paniek denk aan ons kind thuis. Om me heen staat iedereen radeloos. Een paar enorme mannen trekken trekken de gek met de voeten omhoog een bus in.
Dan vang ik je blik. Stress zakt naar opluchting. Gelukkig, je bent okay! Wat de fuck gebeurde er?! We pakken elkaar vast. Zonder woorden besluiten we dat we hier wegmoeten. We moeten naar een kerk om ons schoon te dansen. Weg van ontsteltenis terug naar pornografische pietluttigheid.
Keuze Jeroen Mirck: Gaël Faure – I Can Change (2014)
Hoe je een danshit kunt laten smelten
In mijn soundtrack van de zeroes horen James Murphy en zijn geluidsmannen zonder twijfel thuis. Niet dat LCD Soundsystem één van mijn favoriete bands was, maar je kon gewoon niet ontsnappen aan de aanstekelijke ritmes van hits als All My Friends en I Can Change. Aangezien ik verder geen groot kenner ben van het Murphiaanse oeuvre, heb ik deze battle anders ingestoken: welke artiest bewijst met een originele cover de universele kwaliteit van die dansvloerkillers?
Welnu, dat is wat mij betreft Gaël Faure het beste gelukt. Deze jonge Fransman deed in 2005 mee aan Nouvelle Star, de Franse versie van Pop Idol. Sindsdien heeft hij zich ontwikkeld tot een verdienstelijke singer-songwriter die evengoed uit de voeten kan met Franse als Engelse teksten. Stoere vent met baard en mooie stem. Op zijn tweede album De silences en bascules uit 2014 waagt hij zich aan I Can Change. Faure hervormt de danshit tot een akoestische gitaarballad van maar liefst zes minuten. Wie had gedacht dat je die disco-kneiter kunt laten smelten? Gaël Faure dus. Onthoud die naam. Voorwaar een nouvelle star!
Keuze Quint Kik: i used to (2017)
Definitie van punk
Ooit las ik in Mojo Magazine over James Murphy’s favoriete Kraftwerkplaat: Radio-Aktivität. Samen met Bollocks van de Pistols kreeg hij die als 13-jarige in zijn handen gedrukt van een vriendje op de middelbare school. Nu ik into Venom ben, kan ik niets meer met ‘die punk’, zou die hebben gezegd. Sinds die betekenisvolle dag beschouwde Murphy Kraftwerk als dé definitie van punk.
Het is de warmst klinkende en tegelijkertijd verdrietigste van alle Kraftwerkplaten. Ik zet hem op als ik alleen wil zijn, van sommige passages breekt mijn hart gewoon: Na het lezen van deze nieuwsgierig makende aanbeveling móest ik zelf op zoek naar een exemplaar. Later snapte ik hoe een nummer als Radioland kon uitgroeien tot het rolmodel voor de ingetogener nummers van LCD Soundsystem.
Toen in 2017 het album America Dream verscheen – verbazing alom: had Murphy zes jaar tevoren niet zijn band definitief opgedoekt? – rekenden velen op een logisch vervolg van het trio vloervullers waarmee hij eerder school had gemaakt. Nu viel er heus wel wat te dansen, maar als geheel bleek het ook een tikkeltje claustrofobischer; Murphy leek bijkans bevangen door existentiële angst.
Sommige passages op Radioactivity bleek hij als puber namelijk best beangstigend te hebben gevonden. Iets daarvan lijkt door te schemeren in een nummer als i used to; het type statige electropopballad waar Eurythmics (Here Comes The Rain Again) en A Flock of Seagulls (Wishing) in de jaren tachtig patent op hadden. In handen van Murphy wel nèt even iets meer (post)punk.
Photo by The Cuillivo from Madrid, Spain – Hyde under CC BY 2.0
