Vandaag verschijnt bij Excelsior All Good Things van Bertolf & Nomden. Het is hun eerste gezamenlijke album, ondanks dat zij elkaar al meer dan twintig jaar kennen en meerdere keren samen hebben gespeeld. Het album is als één van de goede dingen in het leven: een goede whisky. Die moet je eerst doorgronden om alle smaaktonen te kunnen plaatsen en waarderen. Het blijkt een rijke blend te zijn van wat Bertolf & Nomden de afgelopen 25 jaar hebben gedaan (spelen bij o.a. Ilse de Lange, Her Majesty, Johan, Daryll-Ann en The Analogues plus hun soloproducties). Zo is All Good Things een groeiplaat – vervolgens is het genieten.
Diederik Nomden, net terug van een vakantie in Mexico, spreekt honderduit over die samenwerking, de plaat en het muzikantenbestaan, met een uitstapje naar de situatie in de wereld.

De eerste keer dat ik het album hoorde moest ik wennen, zat misschien teveel met jouw albums in mijn hoofd, maar naarmate ik ‘m meer draaide werd ie steeds lekkerder. Er staan twaalf ambachtelijk gecomponeerde liedjes op, met kop en staart en alles erop en eraan. Voor je het weet zitten ze in je hoofd. Hoe doen jullie dat toch?
We zijn gewoon gaan zitten. We hebben het vermogen met elkaar dat de ene iets begint en dat de ander het afmaakt. Het gaat organisch. We kennen veel muziek, Beatles, Beach Boys-stijl, zie dat als scholing, als basis. Het gaat zonder nadenken. Niet van ‘en nu moet er een moeilijk akkoord komen’. Bertolf heeft er geluidsmatig het meest aan gedaan, qua arrangementen en zo. We hebben het ook bewust laten mixen door Guido Aalbers omdat die ook veel voor radio heeft gedaan. En de strijkers en blazers? Ja, die hadden al met Bertolf gewerkt. Op een gegeven moment heb je een soort van pooltje van muzikanten die je kent. Ik zelf ben meer van het intuïtieve, daarom klinken mijn platen ook anders. Dit is meer doordacht. Ik heb het ook meer aan hem gelaten omdat hij dat goed kan, arrangeren en zo. Is Bertolf daarin geschoold? Nou ja, hij heeft conservatorium in Zwolle gedaan, niet arrangeren maar jazzrichting. Zelf heb ik het eerste nummer gearrangeerd, maar de muziek die wij maken bestaat al een jaar of zestig, dus dan weet je op zeker moment wel hoe het volgens jou moet klinken.

Ja, dat was eigenlijk mijn eerste vraag die ik had opgeschreven: hadden jullie niet in de jaren vijftig geboren willen worden, dan had je de sixties en seventies bewust meegemaakt.
Ja, dat was wel leuk geweest, maar dan waren we nu dik zeventig of tachtig geweest. Ik denk dat ik ook voor Bertolf mag spreken: wij vinden dat in die jaren de beste muziek is gemaakt. Ik heb me al vanaf m’n twaalfde op The Beatles gegooid en Bertolf had dat ook. Het is wat het is, wat er in je zit komt eruit. Ik ben eind jaren negentig in bandjes gaan spelen. Toen moest alles dwars zijn, je moest je bijna verontschuldigen wanneer je Beatlesachtige muziek maakte.

“Ik ben eind jaren negentig in bandjes gaan spelen. Toen moest alles dwars zijn, je moest je bijna verontschuldigen wanneer je Beatlesachtige muziek maakte”.

Jullie kennen elkaar al zo’n 23 jaar. Waarom heeft het zo lang geduurd om samen een album te maken?
Ja, het lag altijd al op onze weg. We deden al veel met elkaar, meespelen op albums en onder andere Her Majesty. We hadden altijd wel plannen om iets te gaan doen, en uiteindelijk is het dit geworden. Het heeft er ook mee te maken dat we niet bij elkaar in de straat wonen. Je ziet elkaar niet veel, ook omdat we allebei naast alle andere dingen met onze solocarrière bezig zijn.

Er staan twaalf liedjes op en aan het eind keert All Good Things weer terug. Het is toch geen conceptplaat?
Jezus, conceptplaat, eh, moeilijke vraag. Voor mij niet. We vonden het leuk en logisch om het terug te laten komen. Er zit wel een overkoepelend verhaal in. Alle liedjes gaan over zaken die ons bezighouden, zoals controle willen houden, niet teveel emoties uiten, de maakbaarheid van het eigen bestaan. Bij Tell It To The Kids denk ik meteen aan een scheiding. Klopt, dat gaat over iemand in de omgeving van Bertolf. Dat is ook echt een Bertolf-song. Die is ook wat jazzier, met die trompetsolo. Ja, Bertolf kent ook wat meer akkoorden dan ik, haha.

Jullie zingen heel veel samen, niet echt een tweede stem. Af en toe doe jij volgens mij de leadvocals, al vind ik dat moeilijk te onderscheiden.
Klopt, unisono, soms wel een tweede stem. Bertolf zingt van nature een tertsje lager, zoals John bij Paul. Hij doet bij een paar nummers de lead net als ik. Maar wat je zegt, veel samen. Dan ben jij de McCartney van de twee. Ja, haha, dat klopt wel, hetzelfde timbre. Hier valt het nog mee, maar op je eigen platen denk ik wel eens, is hij het nou of Paul McCartney? Als je vanaf je twaalfde zingt zoals je voorbeeld, ja dan sluipt dat erin.

De plaat is er straks. Om ‘m te promoten gaan jullie de theaters in. Met z’n tweetjes of met band?
Met z’n tweeën. Budgettair gezien is dat gewoon de beste optie. Wel zullen we waarschijnlijk bij sommige nummers banden laten meelopen met de strijkers en de blazers. We zijn nog aan het oefenen. Tussendoor vertellen we over de liedjes maar ook wat ons bezighoudt. Die oranje narcist zal ongetwijfeld genoemd worden en mogelijk ook de verrechtsing. Mensen worden alleen maar gevoed met denkbeelden die allesbehalve links zijn. Links staat nu voor radicaal en dat is natuurlijk grote onzin. Nu hopen dat de mensen naar jullie gaan luisteren, uiteraard vooral voor de muziek, maar wie weet, hebben ze ook oor voor de politieke kant. Succes alvast. Dank je.

Ain’t No Running Around It is de derde single en het tweede nummer van het album All Good things. Vanaf 4 februari gaan Bertolf & Nomden meerdere theaters af. De tourdata vind je hier.

Afbeelding: Dirk Schreuders

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.