Ieder jaar duikt er wel een muziekdocumentaire op die helemaal in mijn straatje past. Vorig jaar was het zelfs twee keer raak: aan het begin van de zomer bezocht ik met collegablogger Remco het even hilarische als ontroerende Swamp Dogg Gets His Pool Painted. Hoe obscuur deze songschrijver, producer en artiest ineen ook moge zijn, zijn levenswandel biedt universele aanknopingspunten. Ontheemde bandleden die hij in huis opnam, een sterke vrouw op de achtergrond, controverses over zijn albumhoezen, ondankbare protégés… Een al even bijzondere docu was Pavements. Een schizofrene productie, waarin het instuderen van een musical, audities voor een biopic en de onthulling van pop-up museum voor de beste alternatieve band uit de jaren negentig samenvallen.
Pavement-fans zijn een typisch volkje. Ik kan erover meepraten: al sinds mijn kennismaking met de band via de EP Watery, Domestic (1993) zweer ik bij deze indiehelden tegen wil en dank. Voor de rommelige, stekelige indiepop met referenties naar de Velvet Underground zwoer ik terstonds de quasi-grunge van Smashing Pumpkins en de Stone Temple Pilots af. Maar noem ze geen lo-fi! Hoewel Pavement indertijd beschouwd werd als boegbeeld van deze door critici bij mekaar gefantaseerde stroming (waartoe ook Sebadoh, Guided By Voices en Beck werden gerekend), was de band zelf van mening dat ze minstens medium-fi waren. En hoorbare liefhebbers van classic rock. Ze ergerden zich mateloos aan al die door de majors gesponsorde bands die zich nadien een lofi-maatpak aanmaten.
Met hun derde plaat Wowee Zowee zouden ze doelbewust de opgaande lijn in hun carrière hebben onderbroken. Waar de Engelse muziekcritici smulden van voorganger Crooked Rain, Crooked Rain en MTV geen genoeg leek te krijgen van de huis-tuin-en-keuken video’s bij de van dat album getrokken singles – Cut Your Hair, Gold Soundz en Range Life, vaste waarden in onze Snob 2000 – zou Wowee Zowee uitgroeien tot de onbetwiste fan-favorite. Uitgesmeerd over drie plaatkanten (de vierde liet de band opzettelijk leeg), in het oog springend artwork en singles die meanderden van slackerrock naar country; makkelijk maakten ze het zichzelf niet. In de zomer van 1995 was Pavement in Paradiso de headliner op het verjaardagsfeestje van hun label Big Cat en viel ik er ter plekke voor als een blok.
Een scene uit de docu Pavements focust op een beruchte gebeurtenis, die twee maanden later plaatsvond op het rondreizend festivalcircus van Lollapalooza. De inwoners van Charles Town, WV waren op die onfortuinlijke dag gekomen voor de moshpit, de muziek van Pavement was hen iets te obscuur. Terwijl modderkluiten, afval en stenen door de lucht vlogen, werkte de band manmoedig zijn set af. Totdat zanger Stephen Malkmus – in de docu gespeeld door Joe Keery aka Djo aka Steve The Hair Harrington uit Stranger Things – vol in de buik wordt getroffen. Waarop zijn ziedende metgezel van het eerste uur Scott Kannberg aka Spiral Stairs zijn broek laat zakken en het publiek trakteert op de aanblik van zijn achterste. That’s how you fight this generation, moet hij hebben gedacht!
