Het mooie van muziek is dat het een therapeutisch effect kan hebben, zowel op artiesten als hun luisteraars. De mooiste liedjes zijn geschreven om af te rekenen met intens verdriet of verzengende woede. Smachtende gelukzaligheid kan natuurlijk ook, maar dat wordt al snel klef. Nee, geef mij maar vooral woede en verdriet, dat is veel mooier.
Iemand die van zijn hart nooit een moordkuil heeft gemaakt, is John Grant. Deze Amerikaanse singer-songwriter met ook een IJslands paspoort schrijft uitgesproken teksten waarin hij diep graaft in zijn eigen ziel. Prachtig, maar tegelijk soms ook extreem ongemakkelijk. Dat geldt zeker voor de ballad GMF van zijn tweede soloplaat Pale Green Ghosts uit 2013, die volgde drie jaar na zijn intieme debuut Queen of Denmark – een stiekeme favoriet van veel muzieksnobs.
GMF staat voor Greatest Motherfucker en was in de puriteinse Verenigde Staten logischerwijs lastig te vertolken tijdens Grants promotour. Tijdens radio- en tv-optredens maakte hij er daarom Greatest Living Creature van, met de belofte dat je bij zijn concerten wel de echte tekst te horen zou krijgen. Gelukkig maar, want als tekstschrijver is Grant fenomenaal, als een eigentijdse Oscar Wilde.
Wat GMF als nummer zo bijzonder maakt, is het voortdurende geschipper tussen eigendunk en onzekerheid, tussen eigenliefde en zelfhaat, tussen sociaal wenselijk en asociaal gedrag. Grant begint met een opsomming van zijn slechte eigenschappen, waarbij narcisme de boventoon voert. Tegelijk klinkt in alles grote weerzin door voor zijn eigen gedrag, maar belooft hij ook weer dat er voldoende tijd om te lachen overblijft.
Half of the time I think I’m in some movie
I play the underdog of course
I wonder who they’ll get to play me
Maybe they could dig up Richard Burton’s corpse
I am not who you think I am
I am quite angry, which I barely can conceal
You think I hate myself
It’s you I hate, because you have the nerve to make me feel
De conclusie dat Grant zijn geliefde haat omdat die het lef heeft om gevoelens bij hem los te maken, is even openhartig als hartverscheurend. Het is knap hoeveel gevoelens de Amerikaan in één liedje weet te stoppen. Tijdens een studio-optreden in IJsland op oudejaarsdag 2013 legde hij uit dat GMF gaat over het vinden van de balans tussen een laag zelfvertrouwen en de overcompensatie daarvan. Hij zong het nummer die avond samen met Sinéad O’Connor, een geestverwant van hem die evenmin moeilijke thema’s uit de weg ging in haar getroebleerde muzikale leven.
Ik vind het dapper hoe Grant over lastige gevoelens durft te zingen. Met zijn grote talent had hij een commerciële crowdpleaser kunnen zijn, maar hij kiest ervoor om dicht bij zichzelf te blijven, ook als dat schuurt. We weten allemaal dat zulke rücksichtslose authenticiteit leidt tot de mooiste kunst. GMF is zo’n ongepolijste parel. Koester hem, stelletje fuckers.
