Remco: Gefascineerd ben ik door de “Wat Als” gedachte. Wat als het bed van Alamo Race Track-zanger Ralph Mulder in Leeds of Boston had gestaan, of in Liverpool, in plaats van in Winschoten? Was dan Northern Territory of Black Cat John Brown de hele wereld over gegaan? Hoeveel meer moeite moeten Nederlandse bands, zangers en zangeressen doen om door te breken? En hoe oneerlijk is dat eigenlijk, dat wereldberoemde popmuziek toch vooral een Angelsaksische aangelegenheid is? In de dancemuziek lukt het natuurlijk wel: Nederland is daarin toonaangevend. In de rock- en popmuziek is het een stuk lastiger. En dat is best oneerlijk. Je hoeft niet een begaafd pleiter te zijn om de argeloze muziekluisteraar te overtuigen dat Urban Dance Squad beter, interessanter en muzikaler is dan Rage Against the Machine, om maar wat te noemen.
Al snel vormde zich een lijstje Nederlandse muziek met internationale allure in mijn hoofd. Vitesse en Boom Boom Mancini waren de eersten op dat lijstje, dus het zou een reeks worden over kneitergoede maar helaas ondergewaardeerde Nederlandse muziek. Zeker voor Rosalyn geldt: wat een geweldig liedje. Het bravoure om met vingerknippen te beginnen. Dan die riff uit duizenden. Vrolijkmakend. In je hoofd nestelend als een virus. Ik was en ben ervan overtuigd: als zanger en drummer Herman van Boeijen uit Cleveland of Boston of noem maar op was gekomen, in plaats uit Amsterdam, dan had iedereen uit Australië, Groot Brittannië, Japan en Scandinavië dat liedje gekend. Het idee van On-Nederlands Goed was in mijn hoofd gaan zitten en kwam er niet meer uit. Ik dropte mijn idee bij mede-blogger Quint en zo ging het plan, om hiervan een reeks te maken, rijpen.
Quint: Zo landde Remco’s idee vorig jaar zomer op mijn vakantieadres. Hoewel Rosalyn direct een no-brainer was – tot dat moment was er bij ons nog nooit over Vitesse geblogd – zagen we ons genoodzaakt haar te parkeren toen collegablogger Jan-Dick het bluesy Whole Lot Of Travellin’ uitkoos voor de battle over zingende drummers. In het voorjaar van 1980 waarde deze prachtige, bluesy ballade rond in de onderste regionen van de tipparade. Daar konden Remco en ik onmogelijk overheen. Bloed kruipt echter waar het niet gaan kan, dus vormt Vitesse nu alsnog de aftrap van een nieuwe reeks ONG.
Travellin’ was afkomstig van het tweede album Rock Invader. Met een andere single van dat album – Rock And Roll Band – had de band voor het eerst mogen ruiken aan Top 40; het reikte tot een 29ste plek. Na een derde (live) album nam drummer en zanger Herman van Boeyen niet voor het laatst afscheid van bandleden met een sleutelrol; de opkomst en ondergang van Vitesse ligt bezaait met bezettingswisselingen. Gitaristen Peter van Straten en Jan van der Meij richtten Powerplay op, hun single Make It Alone zou in de toekomst zo maar nog eens voorbij kunnen komen in deze rubriek.
Boeyen maakte een doorstart met Vitesse en belandde in de zomer van ’82 eindelijk in de top 10 met het de extatische powerpop van Rosalyn. Een nummer waar je als 10-jarige van op de bank ging springen, wanneer het nummer voorbijkwam op Toppop (als mijn ouders even niet keken). Voor mij synoniem met verliefheden op de basisschool, al heette ze bij mij Nicole en niet Rosalyn. Een paar maanden later zou Vitesse met Good Lookin’ nog veel hoger eindigen, maar het hoogtepunt zou eenmalig blijken. Dit jaar viel Rosalyn na 24 jaar uit de Top 2000. Tot over drie jaar in de Snob 2000?
