I’ve said it before, a national treasure, there’s no question about it. When I die, I want them to be buried with me. Als smaakmaker bij BBC Radio 1 had wijlen John Peel er een neus voor. Britser dan Half Man Half Biscuit krijg je het niet: hun debuutalbum Back In The DHSS – in 1986 de bestverkochte indieplaat van de UK – blonk uit in een staaltje namedropping, waar voor niet-Britten geen touw aan vast te knopen viel. Over de plas waren Fred Titmus (Cricket-legende), Bob Todd (komiek, Benny Hill show), Nerys Hughes (actrice uit Wales, televisieserie The District Nurse) en Len Ganley (Noord-Ierse scheidsrechter bij snooker) echter stevig verankerd in de nationale identiteit. HMHB gingen in 2004 niet mee het graf in met Peel, integendeel: afgelopen jaar verscheen zowaar hun zestiende (!) album.

Ondanks dat de bandleden al in 1986 uit elkaar gingen vanwege musical similarities en het nog eens tien jaar zou duren eer zich een enigszins stabiele line-up zou vormen rond zanger-gitarist Nigel Blackwell en bassist-zanger Neil Crossley, treden ze in Engeland nog geregeld op. Ze staan daar al veertig jaar bekend om hun vlijmscherpe en spitsvondige teksten over maatschappelijk leed en doorgeschoten trends. In een betere wereld was hun grootste verdienste Joy Division Oven Gloves ook een vaste waarde in onze Snob 2000. Dankzij een lobbypoging op Facebook om radiozender BBC 6 Music in de lucht te houden, bereikte deze hilarische aanklacht tegen een paar New Balance-sneakers met het logo van Joy Division’s Unknown Pleasures de 56ste plek in de reguliere hitparade.

Beter een half koekje dan helemaal niks, hoor ik Koekiemonster denken. Waar recente albums steevast de top 10 bereikten was HMHB ten tijde van de eerste postpunkrevival in een dalletje beland. Twintig jaar na het succesvolle Back In The DHSS – de titel is een verwijzing naar de Beatles en het Britse UWV – lonkte de uitkering ook in het echt. Het moederalbum met de geniaal grappige titel Achtung Bono (2005) met daarop voornoemde ovenwanten had de indie-albumlijst namelijk volstrekt onberoerd gelaten. Het hielp waarschijnlijk niet dat HMHB verre van een vaandeldrager van welke revival ook wilde zijn. Rond hun ontstaan waren ze al eens ingedeeld bij C86: een gemakzuchtig etiket van muziekblad NME voor rammelende gitaarpop die zich lastig liet categoriseren.

Dat uitgerekend zij van al die C86-bands zoveel jaren later nog volop actief zouden blijken, is dan ook niet een beetje ironisch. Zelf ontdekte ik HMHB pas vrij laat, via een opvallend getitelde Kersthit op het album Trouble Over Bridgewater. (Post)punk of rammelpop is in dit geval ver te zoeken: It’s Clichéd To Be Cynical At Christmas is een nostalgisch aandoende folkballade in de stijl van de Pogues. In de coda zingt een kinderkoor het zeventiende eeuwse I SawThree Ships, waarmee de band een poging uit hun begindagen met verve overtreft (b-kantje All I Want For Christmas Is A Dukla Prague Away Kit). 

See how we yawn
At your bile and your scorn
It’s a beautiful day
Peace on Earth has been played
Make a noise with your toys
And ignore the killjoys
‘Cos it’s cliched
To be cynical
At Christmas

It’s Clichéd To Be Cynical At Christmas stijgt dit jaar met superstip van 27 naar 19 in mijn persoonlijke Kersttop 50 #49Ballen1Piek die ik zoals gebruikelijk rond deze tijd aanprijs op Bluesky. Fijne dagen!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.