Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De Songfestival battle 2.0

Sommigen gruwelen ervan, anderen zien er elk jaar weer reikhalzend naar uit: het Eurovisie Songfestival. Jarenlang vonden wij Nederlanders het een schertsvertoning waar de meest idiote verschijningen hun moment of fame wilden pakken. Sinds 2013 durven we er echter weer rond voor uit te komen dat we kijken.

En inmiddels heeft het zelfs weer de muzieksnobs bereikt, want een Songfestival-battle deden we al eerder. Maar nu –  met een Nederlandse inzending die door de bookies tot de absolute favoriet is gebombardeerd – is er bijna geen mooier moment denkbaar om op herhaling te gaan met oude inzendingen en een aantal liedjes met een andere invalshoek.

Keuze Tricky Dicky: The Shadows – Let Me Be The One (1975)

Is het lang geleden…

In 1975 won Nederland voor de laatste keer een songfestival met Teach In (Ding-a-dong). In alle eerlijkheid was het in dat jaar niet zo vreselijk moeilijk. Er deden (maar) 19 landen mee en toen ik de lijst der uitvoerenden doorlas heb ik nooit meer iets van deze deelnemers gehoord. Met uitzondering van degenen die op de tweede plek eindigden: The Shadows. Persoonlijk vond ik dit lied beter.

The Shadows hadden al een muziekleven achter zich en in 1967 behoorden de commerciële successen tot het verleden. Gitaristen Hank Marvin en Bruce Welch vragen John Farrer en tezamen vormen zij Marvin, Welch & Farrar, maken tot 1974 twee studioalbums en hebben met twee singles, Lady Of The Morning en Faithfull, marginaal succes. Tussentijds treden ze nog op als backing voor Cliff Richard.

Eind 1974 hergroeperen The Shadows mét John Farrar en ze nemen deel aan het songfestival. Let Me Be The One is ongelofelijk Beatlesque; de stem van Farrer en de tweede stem van Marvin doen aan die van Paul McCartney denken. Ook het muzikale arrangement geeft gewoon een Fab4-gevoel. Kijk maar niet naar de clip, maar doe je ogen dicht en luister. Zonder de wetenschap dat dit The Shadows zijn zal je niet de eerste zijn die denkt dat dit een onbekend lied van The Beatles is.

Een tweede plek dus, maar in de hitlijsten doet het beduidend minder. In Engeland is de 12de plek het hoogte haalbare en in Ierland is 10 het eindpunt. In Nederland helemaal geen notering. Ondanks een korte opleving in 1978 met Theme From The Deer Hunter is het daarna over en sluiten voor The Shadows. Ze maken tot eind jaren ’80 nog wel platen met voornamelijk covers, maar dan trekken ze de plug uit de gitaar. Farrar was eind 1977 al vertrokken.

Marvin maakt nog diverse albums en met Farrar hoeven we geen medelijden te hebben, want hij richt zich op het componeren en produceren van liedjes. Dat legt hem geen windeieren, want hij is verantwoordelijk voor een enorm aantal hits van met name Olivia Newton-John (die ooit de verloofde van Welch was): Long Live Love, Have You Ever Been Mellow, Hopelessly Devoted To You, You’re The One That I Want, A Little More Love, Magic, Suddenly en Physical.

Keuze Remco Smith: Wind – Lass die Sonne In Dein Herz (1987)

Engelse drop…… of spekkies

Het Songfestival. Bij wel meer bijdragen zal de beschrijving ‘guilty pleasure’ wel vallen. Zo’n avond is een fascinerende zit met een wanstaltige parade van muzikale troep met een enkel parel er tussen.

De kwaliteit gaat er door de jaren heen niet op vooruit. Dat steeds meer landen over gaan op Engelstalige liedjes, is wat dat betreft geen verbetering. Het maakt de liedjes eenvormiger. Wonderlijk eigenlijk, want zo ingewikkeld is het niet om een goed Songfestivalliedje te maken. Mijn allereerste battle op dit onvolprezen forum ging over Moi Lolita van Alizee. Dat had in de jaren nadien kunnen fungeren als blauwdruk voor het perfecte Songfestivalliedje. Franstalig, Italo-beat er onder, vrolijk makend en klaar.

In de jaren ’80 zal de kwaliteit van de liedjes niet veel beter zijn geweest, maar voor mij sprong er meteen een aantal topliedjes in mijn herinnering. The Bobbysocks, The Herreys. Onweerstaanbaar, maar waak voor overconsumptie. Net als bij Engelse drop, of spekkies, ligt het risico van misselijkheid op de loer.

In 1987 had Duitsland een geweldige inzending met Wind, Lass Die Sonne In Dein Hertz. Eigenlijk klopt het van geen kant, dat hobbelende reggaedeuntje, Duitstalig, die al te blanke en blonde leden van Wind inclusief houterig dansje, met een soort van EO-tekst erbij. Zoals een Songfestivalliedje behoort te zijn. Onweerstaanbaar, als Engelse drop….of spekkies.

Keuze Martijn Vet: Michelle – Out On My Own (2001)

Te vroeg, te goed

In 2013 gingen we het helemaal anders doen. Niet alleen stuurden we een credible en gevierde artiest naar het circus, ook waagden we het om een sobere ballad in te zenden. Anouk was er verrassend succesvol mee. Reden om een jaar later door te pakken, met opnieuw een van opsmuk ontdaan liedje. Dat leverde ons warempel bijna de hoofdprijs op.

Maar twaalf jaar vóór Anouk deden we gewoon ook al mee met een ballad. En ook al is Out On My Own honderd keer beter dan Birds, in Europa maakte het geen indruk.
Was het de wat statische presentatie van Michelle Courtens, zittend zonder schoeisel aan?
Was het de, eerlijk is eerlijk, bepaald niet loepzuivere zang die ons de das omdeed?
Of was Europa er gewoon nog niet klaar voor?

Na de winst van Duncan Lawrence stel ik voor dat we Michelle volgend jaar weer afvaardigen, gewoon weer met Out On My Own. Mag dat?

Keuze Peter van Cappelle: Yellow Pearl – For You And Me (2006)

De inzending die zo’n 9 jaar te vroeg kwam

Ooit, niet eens zo heel lang geleden, waren er nog nationale voorrondes om te bepalen welke inzending uiteindelijk naar het Eurovisie Songfestival mocht. Maar uitgerekend in die jaren behaalde dat weinig succes. Soms onterecht, want zo slecht was Out On My Own van Michelle bijvoorbeeld niet. Blijkbaar is het comité nogal zoekende geweest naar een juiste oplossing, want daarna werd opeens rechtstreeks een artiest aangewezen die Nederland mocht gaan vertegenwoordigen. Ook dat was in het begin van een bedenkelijk niveau (met de Toppertjes en Sieneke werden we niet bepaald heel sterk vertegenwoordigd), totdat in 2013 Anouk met een sober nummer als Birds meedeed. Dat was een omslag, want daarna ging er blijkbaar een lampje branden bij het comité dat je ook gewoon met goede liedjes Nederland kunt vertegenwoordigen. Met uitzondering van Trijntje Oosterhuis hebben we daarna eigenlijk alleen maar nummers gehad waar we als Nederland ons niet meer voor hoefden te schamen.

Een band die daarvoor een aantal jaren te vroeg waren was de Apeldoornse band Yellow Pearl. Ze deden in 2004 mee de voorronde van het Nationale Songfestival met het Coldplay-achtige For You And Me. Een uitstekend liedje, maar blijkbaar voor die tijd niet spannend genoeg om Nederland te vertegenwoordigen. Hoewel de uiteindelijke inzending van dat jaar veel gezapiger was: Without You van Re-Union.

Waarschijnlijk als Yellow Pearl een aantal jaren later was benaderd door het comité en ze hadden alsnog meegedaan met For You And Me, dan hadden ze – denk ik – wel hoge ogen kunnen gooien.

Keuze Marco Groen: Apocalyptica – Medley: Worlds Collide, Faraway & Life Burns (2007)

Blonde langharigen met oversized violen

Wie denkt dat het Eurovisiesongfestival een aaneenschakeling van gesubsidieerde treurigheid is, komt bedrogen uit. Er is meer te vinden dan bands die een kinderlijke blijheid tentoonspreiden, zangers die hun hun zorgvuldig ingestudeerde emoties van het beeldbuis doen spatten, aandachtstrekkers wier enig talent is dat ze hun voorkeursseksualiteit benutten om een boodschap over te brengen en kakelende kippen met een digitaal pianootje. In 2007 was er namelijk in Finland een pauze-act die zeer goed te pruimen was. Tussen de bovenstaande onzin dook opeens een band op die redelijk tot zeer goed bekend is binnen de metal-scene: de vier cello-virtuozen van Apocalyptica.

Eicca Toppinen, Paavo Lötjönen,Max Lilja en Antero Manninen zaten op het Finse equivalent van een conservatorium toen ze – puur voor de lol – besloten om met hun cello’s wat nummers van Metallica te gaan spelen. Dit werd dusdanig goed ontvangen dat er een heus album van werd uitgegeven, dat op zijn beurt ook nog eens enorm populair werd. Geheel per ongeluk hadden de vier muzikanten met onuitspreekbare namen iets gedaan wat niet vaak voorkomt in de muziekwereld: men had een volkomen ontgonnen gebied aangeboord. Het legde de heren geen windeieren. Een tweede album kwam uit met werken van (opnieuw) Metallica, Faith No More, Sepultura en wat eigen composities. Finland, en zelfs Scandinavië werd veel te klein; Europa en  rest van de wereld zaten met smart te wachten op een band die volkomen de maling had aan platgetreden paden. Bovendien kon een breed publiek het eigenzinnige viertal wel waarderen.  De band bleek tevens erg productief en nam nog zes studio-albums op. Het langharig, cello-minnend tuig kon definitief de krantenwijk opzeggen. Een lange, vaak erg goede, reeks met optredens volgde, waarbij het concert in Carré te Amsterdam er voor ondergetekende bovenuit stak.

Na de winst van de kostuumrockers van Lordi trok het Eurovisiecircus naar de Finse hoofdstad Helsinki. Een uitgelezen kans om de muzieksnobs kennis te laten maken met de genoemde cross-over van klassiek en metal. Aldus geschiedde (sprak hij met een plechtig gezicht). Na de standaard-optredens van dwergen, elven, orks en andere sprookjesfiguren die we gewend zijn te zien bij het songfestival, bracht Apocalyptica een medley van Worlds Collide, Faraway en Life Burns ten gehore, dit in harmonisch samenspel met een leuk dansgroepje. Het pauzenummer werd veruit het mooiste moment uit de geschiedenis van het Eurovisiesongfestival.

Keuze Erwin Herkelman: Alexander Rybak – Fairytale (2009)

Ongekende energie

Ik zie hem in 2009 nog zo over het podium stuiteren met zijn blije bakkes. Een jochie nog. In zijn giletje, viool in de hand, driftig strijkend… Er zullen maar weinig Nederlanders geweest die het óók live zagen. Na vier keer achter elkaar gestrand te zijn in de halve finale wisten ‘wij’ dat jaar wederom de eindronde niet te halen dankzij De Toppers. Het grootste deel van mijn landgenoten haalde inmiddels dan ook behoorlijk de neus op voor dat ‘rariteitenkabinet’ dat bol stond van de ‘vriendjespolitiek’.

En dat sentiment zou zéker nog een paar jaar voortduren. Maar toen ik die avond namens Noorwegen Alexander Rybak met zijn Fairytale op TV zag, werd ik gewoon blij. Er knalde een energie van het scherm, ongekend. Het melodietje was aanstekelijk, het tempo lag hoog en de performance op het podium was vurig.

Het liedje won overtuigend en de Nederlanders díe het gekeken hadden was het kennelijk óók bij gebleven. Voor het eerst sinds jaren wist de winnaar van het Eurovisie Songfestival namelijk een hit te scoren in ons land. En dat werd gelijk een nummer één-hit.

Is het dan ondergewaardeerd? Misschien niet, maar ik heb het destijds al zelden en nadien eigenlijk nóóit meer gehoord op de radio. Het zal ongetwijfeld met dat labeltje ‘Songfestival’ te maken hebben gehad. Een labelt dat – zeker toen – funest was voor de airplay. En wanneer je niet gedraaid wordt, verdwijn je langzaam in de vergetelheid. Wachtend tot jouw liedje misschien óóit weer een keer wordt opgerakeld door een willekeurige blogger.

Keuze Joop Broekman: Firelight – Coming Home (2014)

Maltese folkpop scoorde niet best

Mijn favoriete Europese eiland. Wat kom ik er elk jaar graag. Nog steeds. Het is maar drie uur vliegen naar het onderste stukje van Europa. Er ligt veel geschiedenis, het lokale eten en drinken is erg goed, ze houden er van voetbal, maken hun eigen vuurwerk, maar op sommige gebieden blijven nog een beetje achter. En daar is muziek er een van. Zingen en muziek maken doen ze graag op Malta. Je kan geen tv-zender voorbij zappen, of er is een concert te zien van een lokale artiest. Of een talentenjacht. Vaak worden deze ook nog live uitgezonden.

Malta doet sinds 1971 mee aan het Eurovisie Songfestival. En dat begon niet best. De eerste twee keren eindigde het land met liedjes in de eigen taal roemloos op de achttiende en laatste plaats. In 1973 deed men niet mee. En tussen twee keer een terugtrekking volgde nog een verdienstelijke twaalfde plek. Daarna deed het eiland tot aan de editie van 1991 niet mee. De resultaten waren vanaf toen erg wisselend.  Mooie plekken in de top-10, of ergens onderaan. Of in de halve finale blijven steken, toen dat systeem werd ingevoerd. Inderdaad, nog geen enkele keer gewonnen. Al vonden ze die twee tweede en derde plekken heel wat.

Eigenlijk is Malta best wel saai, als het om muziek gaat. Weinig vernieuwend. Platenzaken vind je er niet. Ooit was er een filiaal van Virgin Records in Sliema, de stad waar mijn hotel staat. Maar die was binnen twee jaar weer weg. Oh ja, in de hoofdstad Valletta, weggestopt in een zijstraatje, vind je nog wel d’Amato Records, een familiezaakje sinds 1885. Ze verkopen alle genres, oud en nieuw, en je kunt er ook vinyl scoren. Op de radio hoor je veel moderne pop. En die ene keer dat ik een slecht bezocht nu-metal optreden zag in een half open hok aan de boulevard was echt een one off.

Als ik dan weer eens goed ga zitten voor een avondje songfestival, dan gaat mijn aandacht altijd uit naar de Maltese bijdrage, omdat ik een speciale band heb met dat (ei)land. Ik word er meestal niet zo vrolijk van, het is meestal niets bijzonders. Behalve in 2014, toen Firelight meedeed. Een pop/folkband, een jaar eerder opgericht door Richard Edwards Micallef. In Kopenhagen komt de band niet verder dan plek 23 met het leuke en aanstekelijke Coming Home. Later, in oktober van datzelfde jaar komt het debuutalbum Backdrop Of Light uit, en daarna blijft het stil. Af en toe een optreden, of een nieuw nummer. Maar voorlopig nog niks nieuws onder de (Maltese) zon, volgens de Facebookpagina van de band.

Keuze Ronald Eikelenboom: Pertti Kurikan Nimipäivät – Aina Mun Pitää (2015)

Mensen met mogelijkheden

In een ver arbeidsverleden was ik werkzaam als begeleider van mensen met een verstandelijke beperking. Het was in de tijd dat je deze mensen niet langer verstandelijk gehandicapten mocht noemen, maar dat de term ‘mensen met mogelijkheden’ in zwang was, afkomstig uit Amerika waar men sprak van people with possibilities. Oude wijn, nieuwe zakken.

Maar wat voor naam je ook aan deze mensen geeft, alles valt en staat met vooroordelen. En een van die vooroordelen was, en is misschien nog wel zo, dat mensen met een verstandelijke beperking van Hollandse muziek hielden. Ik heb zelden zo vaak Johnny Jordaan en Tante Leen langs horen komen als die paar jaar daar in Amsterdam.

Een van die mensen die ik mocht begeleiden was Jan. Begin vijftig, syndroom van Down en voorzien van een gehoorapparaat. Maar ook een muziekliefhebber en dol op zingen. Enigszins monotoon, maar dat mocht de pret niet drukken. Jan was nieuwsgierig waar ik naar luisterde en zo leerde hij Ramones kennen. Uiteindelijk belande Jan en ik tijdens een vakantie in Parijs op het podium van een karaoke bar alwaar we Rock ‘n’ Roll High School ten gehore brachten.

Vijftien jaar later geeft Finland vier verstandelijk gehandicapten de mogelijkheid om deel te nemen aan het Eurovisie Songfestival 2015 met een liedje over wat je allemaal moet als je in een instelling woont (ik moet altijd naar een dokter, ik moet altijd voldoende drinken, ik moet altijd gaan slapen). Het eerste punkliedje ooit en met 1 minuut 27 tevens het kortste liedje ooit. Een laatste plaats met slechts 13 punten in de eerste halve finale is het resultaat, terwijl het zichtbare spelplezier alleen al goed zou moeten zijn voor douze points.

En ergens vind het dan toch jammer om te lezen waar de leden van Pertti Kurikan Nimipäivät zelf het liefst naar luisteren: Finse schlager, disco en kinderliedjes. Al die mogelijkheden en er dan geen gebruik van maken.

Keuze Erwin Tijms: Jamala – 1944 (2016)

Geopolitiek

Het is een moeizame relatie, die tussen het Eurovisie Songfestival en mij. Als 8-jarige hield ik veel van muziek en wilde ik de kans om lang op te blijven zeker niet laten lopen. Dus mocht ik na wat aandringen de gouden schoentjes van The Herreys zien, maar helaas moest ik wel bij de puntentelling naar bed. Sindsdien heb ik veel edities gezien, later gelukkig ook met puntentelling. Muzikaal is er maar weinig blijven hangen: echt spannend vond ik het toen al niet. Uitsluitend de Italiaanse en Franse inzendingen maakten in die jaren indruk op me en zijn blijven hangen. Als tiener moest ik niets meer van de muziek op het songfestival hebben; daar was alleen truttige muziek te horen. Wel was het stemmen altijd een razend interessante inkijk in geopolitiek. Wie zijn er bevriend, wie juist niet? Toen al en tegenwoordig is het dat nog veel meer. Ik bleef dus wel kijken.

De laatste jaren waardeer ik het Eurovisie Songfestival weer iets meer. Misschien komt het door de hilariteit op twitter, misschien wel doordat Nederland en veel andere landen muzikaal een nieuwe koers zijn gaan varen. Mijn inzending is dan ook een recente en heeft alles te maken met geopolitiek. In 2014 viel Rusland de Krim binnen en ontstond er een burgeroorlog in het oosten van Oekraïne. Deze situatie bestaat anno 2019 nog steeds. In 2016 leek het Oekraïne – na afwezigheid in 2015 – een goed idee om eens te breken met de traditie van gouden schoentjes, wilde dansers, tandpasta-glimlachen en niets-aan-de-handliedjes. In plaats van een nummer over euforie stuurde Oekraïne een nummer in met een tekst over de deportatie van de Krim-Tataren door de Sovjet-Unie in 1944. Een persoonlijke tekst voor zangeres Jamala, wiens grootmoeder indertijd gedeporteerd werd naar Centraal Azië. Rusland was woest. Oekraïne zou het festival politiseren, Rusland willen beledigen en een vals beeld willen schetsen van de geschiedenis.  Het nummer zou eigenlijk een verwijzing zijn naar de situatie op de Krim en de Donbas.

Kijk, dan weet je dat het spannend kan worden. En dat werd het ook. Allereerst het liedje zelf. Voor een songfestivalnummer is het een bijzondere tekst en muzikaal is het modern. Ritmisch zit het goed in elkaar en er hangt een Oost-Europese sfeer overheen.

Where is your mind?
Humanity cries.
You think you are gods.
But everyone dies.
Don’t swallow my soul.
Our souls…

We could build a future
Where people are free
to live and love.
The happiest time

Het is niet direct Woody Guthrie natuurlijk, maar bedenk wel dat dit een inzending is voor het Eurovisie Songfestival van 2016. En het gaat over de deportatie van Tataren uit het beladen gebied de Krim.

Jamala scoorde er goed mee bij de vakjury. Maar het echte hoogtepunt kwam bij de punten van de publieksjury. Uitgerekend Oekraïne en Rusland waren de twee landen met de hoogste score. Eerst werd de score van Oekraïne bekend gemaakt. Jamala kreeg 323 punten bij haar 211 punten. Vervolgens kwamen de punten van Rusland. De Russische inzending had de meeste punten van het publiek gekregen. Dat waren er 361. Bij de 130 die zanger Sergey Lazarev al had, was dat niet genoeg om Jamala te verslaan. Oekraïne won en versloeg Rusland met een liedje over deportatie. Het festival dat altijd zo zijn best deed om zo apolitiek te zijn als het maar kan, was juist het strijdtoneel geworden.

Keuze Freek Janssen: Blanche – City Lights (2017)

Live zingen was niet echt haar ding

Met muziek heeft het Eurovisiesongfestival natuurlijk niks te maken. Het is een jaarlijks theater waarin opvallen beloond wordt, en dat gebeurt zelden met behulp van muziek.

Als er dan eens een uitzondering op die regel is, dan word ik altijd blij verrast. Dat gebeurde onder meer in 2017 met de Belgische inzending: een liedje dat (hoewel niet helemaal mijn stiel) gewoon heel erg leuk was. Dat je hoorde op de radio en dacht: hmm, lekker deuntje. De zangeres, Blanche, was bekend geworden dankzij The Voice – wat trouwens ook al niks met muziek te maken heeft.

Helaas bracht Blanche het er op het podium iets minder goed vanaf: live zingen is – zeg maar – niet echt haar ding. Dat ze het toch tot een vierde plek schopte, had ze dan ook te danken aan het sterke liedje.

Vandaar dat ik hier de officiële clip deel, en niet de live-versie.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.