Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


De al dan niet verrockte battle van de klassieke muziek

Bach en von Beethoven zijn bekende namen, maar tegelijkertijd is er heel veel (semi) klassieke muziek die bij het ‘grote’ publiek minder of niet bekend is terwijl de meesten wel een ‘aha’-gevoel oproepen.

Klassieke muziek wordt in alle soorten en vormen gecovered en is – net zoals jazz en blues – een voedingsbodem voor de (hedendaagse) populaire muziek. Soms worden uitvoeringen gepopulariseerd en in deze vorm een wereldhit (Waldo de los Rios, Apollo 100, Ekseption, Procol Harum, Walter Murphy). Anderhalf jaar geleden hadden we al een battle over liedjes gebaseerd op klassieke muziek, maar er is zo veel meer.

Vandaag een iets andere invalshoek. Ga rustig zitten en laat je verrassen.

Keuze Kees-Jan van der Ziel: Deep Purple – April (1969)

Aprilletje zoet…

Als het aan Ritchie Blackmore had gelegen, die samen met John Lord Deep Purple oprichtte, dan was het imposante epos Concerto For Group And Orchestra er nooit gekomen. Hij was niet voor niets een rockgroep begonnen. Gitaar spelen in een band waar de mogelijkheid bestond om af en toe wat te improviseren, dat wilde hij. Maar ja, je bent samen de band gestart, dus moet je soms concessies doen. John Lord hield van klassieke muziek en wilde dolgraag klassiek combineren met rock. Het leidde tot een geweldig driedelig muziekstuk, die op plaat is gezet met op de voorkant een lege Royal Albert Hall. Dit idee is veel later door Opeth briljant gejat, toen zij als eerste death metalband in dezelfde concertzaal mocht spelen. Nadat Lord het stuk gecomponeerd had in 1969, is het in eerste instantie slechts twee keer opgevoerd, totdat de band de partituren kwijtraakte. Nooit zijn ze meer teruggevonden. Jammer vond Marco De Goeij uit Gouda, die in 1999 de partituren opnieuw schreef, door het stuk grondig te bestuderen. Daarna is het nog meerdere malen uitgevoerd.

Toch is dit niet de eerste keer dat de jonge band klassieke muziek gebruikte. Voordat Lord Concerto For Group And Orchestra schreef, nam de band, met een andere bezetting, de zogenaamde Mark 1 bezetting, hun derde titelloze album op, waar ook het nummer April op staat. Ook dit was een idee van John lord, met als doel om rock en klassiek te combineren.

Het nummer begint met orgel, akoestische gitaar, elektrische gitaar en drums. Na een minuut of 5 volgt echter een puur klassiek instrumentaal gedeelte, waarin twee fluiten, twee hobo’s, een Engelse hoorn, twee klarinetten, twee violen, een altviool en twee cello’s worden gebruikt. Het klassieke gedeelte begint vrij opgewekt, zoals je misschien zou verwachten bij de maand april, maar word na een paar minuten een stuk minder vrolijk. Ook april heeft zijn donkere kant. Mensen die last hebben van een winter-dip vinden juist de maand april moeilijk, omdat het de welbekende laatste loodjes zijn. Vooral door het wisselvallige weer lijkt het alsof de lente er de ene dag is en de andere dag toch nog lang niet. In het laatste gedeelte van het nummer, wat lijkt op een typische Deep Purple rocksong, beschrijft Jon Lord, die de tekst schreef, het als volgt:

April is a cruel time
Even though the sun may shine
And world looks in the shade as it slowly comes away
Still falls the April rain
And the valley’s filled with pain
And you can’t tell me quite why
As I look up to the gray sky
Where it should be blue

Na een gitaarsolo, volgt een fade out, alsof de lentezon ondergaat.

Het is een weinig gehoord nummer en komt maar zelden voor in compilaties. Het is een van mijn favoriete Deep Purple songs. Blackmore zei na Concerto For Group And Orchestra in 1970, dat hij weer een rock album wilde maken. Zou dat geen succes worden, dan stemde hij in om in een orkest te spelen en had wellicht Deep Purple heel anders de geschiedenisboekjes in gegaan. Gelukkig voor hem was het eerstvolgende album, genaamd In Rock, een megasucces.

Keuze Tricky Dicky: Rogier van Otterloo – Help! De Dokter Verzuipt (1974)

Meester (aan het) werk

Ik kan klassieke muziek hoogst waarderen en kan zo tal van stukken opnoemen die meer aandacht zouden verdienen. Ook zijn er diverse composities die heel dicht tegen klassiek aan schuren, maar het feitelijk niet zijn. In eerste instantie dacht ik dus aan Clous van Mechelen met zijn geweldige Vakmanschap Is Meesterschap uit 1974. Een klassiek klinkend thema dat van Grolsch bier een nationaal merk maakte. Van Mechelen was zo wie zo van vele markten thuis, want hij speelde in The Sharks (met Tol Hansse), had een hit met De Chinees Doet Veel Meer Met Vlees (Butlers), schreef filmmuziek, was acteur, maar is bovenal bekend van het radioprogramma Ronflonflon waar hij Wilhelmina Kutje op de piano begeleidde.

Maar die wordt het dus niet, maar ik wilde hem niet onbenoemd laten. Uiteindelijk koos ik Rogier van Otterloo; een onderschat componist en dirigent. En zeker voor de jongere generaties. Zijn muziek laat zich het beste omschrijven als een mengeling van klassieke muziek, rock en jazz. Hij schreef in de jaren zeventig de muziek voor bekende films als Turks Fruit, Keetje Tippel, Soldaat van Oranje en hij werkte met Thijs van Leer aan zijn Introspection elpees.

Help! De Dokter Verzuipt was door hem gecomponeerd voor de gelijknamige film uit 1974 en verscheen datzelfde jaar op zijn meest succesvolle album Visions. Een meesterwerk in het verbinden van muziekstijlen en nog net zo goed als toen.

Veel te jong stierf hij in januari 1988 op 46-jarige leeftijd aan longkanker.

Keuze Willem Kamps: (Vivaldi) Canarios – Second Migration (The Next Abyss) (1974)

Vier onvergetelijke seizoenen in vijf kwartier

De Vier Jaargetijden van Antonio Vivaldi zijn allesbehalve ondergewaardeerd. In de klassieke lijstjes aller tijden – ja, ook die bestaan – circuleert dit tijdloze stuk van Antonio V. telkens in het linker rijtje. De vier seizoenen zijn onlosmakelijk verbonden met de mens en zo lijkt dit dus ook te gelden voor de muzikale interpretatie ervan. In sommige stukken met het van Vivaldi bekende deinende ritme hoor je eigenlijk al de rock erin doorklinken. Het was gewoon wachten op een band die ermee aan de slag zou gaan. Het waren Spanjaarden die dit alweer 45 jaar geleden deden: Canarios bracht Ciclos uit. Ciclos, in het Nederlands cycli, staand voor de eeuwig terugkerende stadia, lente, zomer, herfst en winter. Voor mij is Ciclos allesbehalve goed of slecht weer, het is een vijf kwartier durend warm bad.

Over de naam is vermoedelijk niet al te lang nagedacht, want de band komt van de Canarische Eilanden. Begonnen in 1964 als Los Idolos noemden zij zich kort daarna The Canaries. Ook zij wilden internationaal doorbreken en toerden onder andere door de States. Stijl: rock met soul en later jazz, meer richting Chicago, een band dus met een blazerssectie. In Spanje hadden zij enkele hits waaronder Get On You Knees. Bandleider Teddy Bautista vond het op zeker moment mooi geweest en besloot met de nog resterende bandleden (de blazers waren opgestapt) een prog-album te maken. Het resultaat: een waanzinnige cult classic én het einde van de band. Gestorven in schoonheid.

Ciclos is niet alleen een rockbewerking van de overbekende Vier Jaargetijden. Het is zoveel meer. Het is een adembenemende en overweldigende psychedelische en symfonische interpretatie. De oorspronkelijke partituur is op wonderbaarlijke en fantasierijke wijze bewerkt tot vier onvergetelijke seizoenen in vijf kwartier. Zo sluimert het, zo rockt het, zo komt een bombastisch koor voorbij en zo hoor je flarden jazzrock en dat alles gelardeerd met bizarre vondsten als een Mexicaans getinte aubade of een plots opdravende, diepe bariton. Ook de opening is prachtig met een sopraan die een krijsende baby (lees = het nieuwe jaar) aanmoedigt: go, go, góóóh.

Ooit gekocht – beter: gelukkig gevonden, want lastig te krijgen in Nederland, toen al – bij RAI-records in Amsterdam, nadat ik via een toenmalige vriend kennis had genomen van deze ultieme luisterervaring wist ik dat ik ‘m moest hebben. Deze plaat zet je niet zomaar op, daar ga je ouderwets voor zitten om je telkens weer te laten overrompelen door de complexiteit en schoonheid van deze mysterieuze uitvoering van een klassieke kraker. Omdat het over liedjes gaat beperk ik me tot The Second Migration, The Next Abyss. Mocht je er op de een of andere manier tegenaan lopen: blind aanschaffen. En bewaar ‘m goed. Al is het achter slot en grendel in een kanariekooi.

Keuze Marcel Klein: Alan Parsons Project – The Fall Of The House Of Usher (1976)

Edgar Allen Poe in muziek gevat

Anno 2019 kwam Alan Parsons met nieuw werk. Het album The Secret greep weer terug op het oude werk van de Alan Parsons Project en niet op de elektronische muziek die Parsons 10-15 jaar geleden maakte. De grootste verandering is weer een gebruik van een orkest. Overigens is dit 2019 album niet zo interessant, en de vraag is of die wat toevoegt aan het oeuvre van Parsons.

Hoe anders was dit in 1976. Alan Parsons en Eric Woolfson begonnen samen te werken aan een album wat gebaseerd was op de werken van Edgar Allen Poe. Op de A kant stonden nummers als The Raven en (The System Of) Doctor Tarr And Professor Fether. De B-kant echter was totale andere kost. Samen met klassiek geschoolde musicus Andrew Powell die al verantwoordelijk was voor de alles wat het met orkest te maken had werd een klassiek stuk geschreven gebaseerd op het verhaal van The Rise And the Fall Of The House Of Usher wat voor het eerst werd gepubliceerd in 1839. Het verhaal gaat over familie, gekte en eenzaamheid.

Ruim 16 minuten lang gaat het orkest in vijf delen dit verhaal langs. Zonder woorden, maar wel een indrukwekkend stuk, wat de beklemmende toon van het oorspronkelijke verhaal prima weergeeft. Het stuk neemt bijna de hele tweede plaatkant van Tales Of Mystery And Imagination in beslag.  Naast Eye in the Sky blijft dit een meesterwerk in het oeuvre van Parsons en Woolfson. Dan is natuurlijk wel de vraag of dit nummer echt goed is. Zelf heb ik het nummer lang links laten liggen en luisterde ik vaak naar de eerste plaatkant.  Later leerde ik ook dit nummer waarderen, zeker als je er ook de bijbehorende verhalen erbij leest.

In de eerste albums van de Alan Parsons Project gebruikte Parsons altijd een orkest. Niet meer zo prominent als op dit album, maar wel steeds aanwezig. Helaas moest (onder druk van de platenmaatschappij) dit stoppen, want het was te duur. De muzikale avonturen van de heren werden toen ook gelijk een stuk minder. Maar nooit is er weer een nummer als dit gemaakt. Wellicht jammer, maar het paste ook bij de tijd.

Wellicht dus niet het beste nummer, maar het album neemt een belangrijke plek in binnen de progrock. En daarmee ook dit nummer. Een mooie introductie tot klassieke muziek en het werk van Poe.

Keuze Alexander Honderd: Rainbow – Difficult To Cure (1981)

Lofzang aan de vreugde

Er is in de afgelopen 40 jaar menig woord geschreven over Rainbow na het vertrek van charismatische zanger Ronnie James Dio. De band werd commerciëler en ruilde de power metal sound, waarmee het zichzelf op de kaart zette, in voor een toegankelijkere hard rock sound. Frontman Ritchie Blackmore hoopte dat het de band meer airplay op zou leveren. Dat lukte: commercieel haalde Rainbow z’n grootste successen na Dio. Het leverde ze echter ook het stempel Foreigner Jr. van diezelfde Dio op, en waardering van recensenten bleef uit. Het album Difficult To Cure is wat dat betreft typerend voor Rainbow post-Dio. Nergens bijzonder, gewoon solide radio-liedjes met hit-potentie. Op de titeltrack na.

Die titeltrack is een bijna zes minuten durend power-metal arrangement op de finale van Beethoven’s 9de Symfonie, misschien wel het meest bekende en geliefde stuk klassieke muziek ter wereld, de Ode an die Freude. Je moet het maar durven. Ritchie Blackmore arrangeerde het samen met zijn Deep Purple collega Roger Glover en keyboard-speler Don Airey. Glover’s bas is de stuwende kracht onder het nummer, terwijl Airey een dijk van een keyboard-solo neerzet. De hoofdrol is echter weggelegd voor Blackmore en zijn gitaar. Ik heb er geen woorden voor wat Blackmore hier doet, wat laat hij dat instrument zingen!

Difficult To Cure is volledig instrumentaal, terwijl Beethoven’s 9de ook wel de Koorsymfonie wordt genoemd. Juist omdat Beethoven pionierde met vocalen en hoe hij die als instrumenten inzette in een symfonie. Toch wel een beetje apart juist deze dan in een arrangement weg te laten. Ik vraag me dan toch af hoe Difficult To Cure zou klinken met een zangpartij van Ronnie James Dio. Hoe dan ook, een lofzang aan de vreugde is het zeker.

Keuze Ronald Eikelenboom: (Varèse) Royal Concertgebouw Orchestra – Arcana (1994)

De gekke wetenschapper

Het blijft een van de mooiste fragmenten uit de autobiografie van Frank Zappa; de veertien jarige Frank die in een platenzaak een album tegenkomt met een zwart-wit foto van een man met grijs kroezig haar die er uit ziet als een gekke wetenschapper.

I thought it was great that a mad scientist had finaly made a record, so I picked it up.

Edgard Varèse, de gekke wetenschapper in kwestie, werd in 1883 geboren in Parijs. Alvorens muziektheorie te gaan studeren, deed hij op verzoek van zijn vader een studie wiskunde en werktuigbouwkunde. In 1915 verhuisd hij naar Amerika waar hij ook nog kort een carrière als acteur in stomme films heeft, waaronder de rol van aristocraat die zijn vrouw vermoord met een vergiftigde ring.

Vanaf de jaren dertig experimenteert hij met elektronische muziek en componeert hij onder andere het Poème Electronique voor het Philips paviljoen voor de wereldtentoonstelling in 1958. Zijn complete muzikale oeuvre beslaat zo’n drie uur aan muziek en heeft vaak wetenschappelijke benamingen. Zelf zegt hij over zijn muziek: Ik was niet op zoek naar de heilige graal, maar naar de bom die de muziekwereld zou doen ontploffen en daarmee alle geluiden zou binnenlaten, geluiden die tot op de dag van vandaag worden beschouwd als lawaai.

Arcana werd geschreven in de periode 1925-1927. Het is een ééndelige compositie met een moto uit de hermetische Sterrenkunde van Paracelsus: Er zijn zes gevestigde sterren. Naast deze is er nog een ster, de verbeelding, die de geboorte geeft aan een nieuwe ster en een nieuwe hemel.

Keuze Joop Broekman: Apocalyptica – Fade To Black (1998)

Een klassieke cover van een metalsong kan ook mooi zijn

Misschien sta je er niet altijd bij stil, maar klassieke muziek is de basis van veel muzieksoorten. En denk eens aan de tijd dat er niet veel anders was. Dat je alleen als vermogend persoon naar een gebouw ging om naar klassieke muziek te luisteren. Of te kijken, want een groot symfonieorkest was vroeger echt iets heel bijzonders.

Klassieke muziek hoort dan ook onderdeel te zijn van een goede opvoeding, vind ik. Of je het dan (blijvend) leuk gaat vinden, is weer een ander verhaal. Mijn ouders lieten me vrij in de muziekkeuze, gelukkig. Ze draaiden naast moderne muziek die ik leuk vond, ook muziek uit de periode toen ik er nog niet was. En met wat ik zelf aan het ontdekken was, werd het in de auto nog wel eens ‘vechten’ om wiens cassettebandje er in de speler mocht. Dit gold dan weer niet voor klassieke muziek. Dat draaide mijn vader meestal als er niemand thuis was, dan kon het redelijk hard uit de speakers knallen.

Er was een cross-over nodig, en je voelt ’em misschien al aankomen ….Ekseption met de 5th. Op die wereldberoemde testplaat die je ouders in de kast hadden staan. Met de nodige beroemde melodieën uit allerlei films (zoals Star Wars, Apocalypse now en Platoon) begon héél langzaam het muntje te vallen. En met sommige live-albums, zoals die van The Smiths (Rank), waar de band opkomt tijdens Romeo en Julia. Maar dat muntje viel nog niet hard genoeg om eens goed te gaan zitten voor een klassiek stuk in het geheel. Het kwam uiteindelijk wel goed. Mozart en Beethoven kon ik, wanneer de gelegenheid daar was, prima aanhoren. En het begon met flarden, om langzaam aan de nieuwsgierigheid naar méér op te wekken. Piano, viool, en uiteindelijk ook de grote, orkestrale lange stukken. Het hoefde niet altijd vrolijk te klinken. In de negende aflevering van de serie Band of Brothers zit bijvoorbeeld een schitterend stukje Beethoven (Strijkerskwartet no. 14). Op de puinhopen van wat eens een huis was, spelen vier Duitse mannen op een viool, gadegeslagen door de leden van de Easy-compagnie. Erg indrukwekkend.

En strijkers (niet alleen violen) zijn meer dan prima geschikt voor het coveren van muziek. Dan zeg ik met nadruk: het coveren van het hardere en stevigere gitaarwerk, als je dan wel cello’s  gebruikt. Vier jonge Finnen besluiten daar in 1993 wat mee te gaan doen. Drie jaar later debuteren ze met een album waar alleen maar Metallica-covers op staan. Het concept slaat aan, en in 1998 volgt album nummer twee, waarop ook songs van Sepultura, Faith No More, Pantera en eigen werk. De band heeft weinig tijd nodig om geliefd te worden door gitaarfans. Door de loop der jaren verandert er wel het nodige. Drums en zang doen hun intrede. En er doen steeds meer beroemde mensen mee op hun albums. Ze mogen mee als openingsact voor de Rammstein-tour van Reise, Reise. Ook aan de andere kant van de Atlantische Oceaan wordt Apocalyptica bekender.

Terug naar Inquisition Symphony (uit 1998). Het was lastig kiezen, met zoveel moois. Fade to Black, dat bekende zelfmoordnummer van Metallica, wint het van From Out Of Nowhere (Faith No More). De uitvoering heeft zelfs iets rustgevends, vergeleken bij het origineel. Tot ongeveer waar James Hetfield zingt wanneer hij definitief besluit om er een eind aan gaat maken, dan gooien ook de cello’s het tempo er in. Mocht je het willen draaien als er bezoek is, beluister het dan voor de zekerheid eerst even…..

Keuze Freek Janssen: (Satie) Daniel Varsano – Première Gnossienne (2000)

Nog altijd verrassend actueel

Mijn vrouw is klassiek geschoold en ik ben meer van de pop (met gitaren, liefst). Al sinds het begin van onze relatie wisselen we regelmatig muziek uit. En het lukt haar beter om mij mee te krijgen in haar muziek dan andersom. Met sommige klassieke stukken kan ik niet zo veel (Mozart kan bijvoorbeeld niet echt bekoren, met uitzondering van zijn Requiem), maar zo nu en dan valt er een kwartje.

Als dat kwartje geproduceerd is zo ergens eind negentiende, begin twintigste eeuw, dan valt het doorgaans wat nog wat dan de andere kwartjes. Sheherezade van Rimsky-Korsakov, The Swan of Tuonela van Sibelius; ik kan erin zwelgen. Die laat-romantische hang naar een fantasiewereld kan ook net over het randje gaan en neigen naar Efteling-kitsch, but I don’t mind. Het is klassiek op een manier die deze eenvoudige popliefhebber kan behappen.

Erik Satie schreef zijn Gnossiennes ook in die periode. Dit stuk is wat experimenteler dan de romantische werken uit de laat-negentiende eeuw; de Franse componist experimenteert er flink op los met wisselingen (of onbestendige) maatsoorten en toonsoorten. De Gnossiennes klinken, ruim 125 jaar later, nog erg actueel.

Keuze Der Webmeister: Tenacious D – Classico (2006)

Over the top

Klassiek vermengt met rock, dan kom je haast vanzelf uit bij Classic Rock. Tenacious D kunnen we zien als de laatste stuiptrekking van het Classic Rock genre uit de jaren ’60 en ’70. Heerlijk over the top, en met veel eervolle citaten van klassieke classic rock meesters.

Behalve klasse classic rock maakt Tenacious D ook klassefilms, zoals The Pick of Destiny (2006), het fictieve  verhaal over het ontstaan van de band. Op het ultieme moment, waarop de twee bandleden elkaar voor het eerst ontmoeten, speelt Kyle Gass een bonte medley klassieke muziek, waarop Jack Black deze van zang voorziet. Achtereenvolgens horen we een stukje Bourrée in E minor (from Suite in E minor, BWV 996) van Bach, Für Elise van Beethoven en Mozarts Eine Kleine Nachtmusik (Serenade in G Major, K. 525: I. Allegro). Klassiek èn Classic samengebracht! Het nummer staat onder de naam Classico op het album The Pick of Destiny, de Soundtrack van de film.

Keuze Marco Groen: (Vivaldi) Children Of Bodom – Summer (2008)

Kesä

Het was een nogal zware bevalling en we hebben er dan ook een kleine 300 jaar op moeten wachten, maar uiteindelijk is het dan toch zover: de Vier Jaargetijden van de Italiaanse meester Antionio Vivaldi is vervolmaakt. Oorspronkelijk was het werk geschreven als vioolconcert, maar componisten uit het achttiende-eeuwse republiek Venetië hadden er uiteraard geen weet van dat hun muziek pas écht goed tot zijn recht zou komen na het grensverleggende werk van  heren zoals Rickenbacker, Les Paul en en Leo Fender. Allen leverden ze een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van de elektrische gitaar. Nu pas kon – met name –  L’estate (Zomer) gespeeld worden zoals het oorspronkelijk bedoeld was: met een doordringende heftigheid, een maximale yang (het energieke broertje van yin) en gespeeld met een rauwheid zoals je eigenlijk alleen een ‘distorted guitar’ (dixit Mike Oldfield) kan bereiken.

De mensenkinderen die deze goddelijke taak op zich hebben genomen komen niet uit een van de historische klassieke muziekgekke landen (Italië, Oostenrijk, Duitsland…), maar uit een van de gebieden waar het heidendom nog een heel tijdje stand heeft kunnen houden tegen het abrahamistische geneuzel uit het zuiden (veel klassieke stukken zijn doorspekt met god’s glorie): Finland. Muzikanten met onuitspreekbare namen, die muziekstukken schrijven die niet zo gemakkelijk mee te zingen zijn. De Children Of Bodom komen uit Espoo en hebben zich vernoemd naar een mysterieuze moordzaak die zich bij hen om de hoek heeft afgespeeld. Alexi ‘Wildchild’ Laiho en Roope Latvala zijn de beide vervangers van het traditionele orkest in het geval van het opus magnum van Vivaldi.

Normaal gesproken vermaken de Finnen en hun aanhang (de Hate Crew) zich met iets dat we melodieuze deathmetal plegen te noemen. Hoewel.. zoals veel goede bands is het lastig om ze te labelen. Het zou ook zomaar een symfonische versie van black-metal genoemd kunnen worden. Ofschoon het grote publiek er waarschijnlijk geen enkele moeite mee zou hebben om ze in het vakje ‘pleurisherrie’ te stoppen. Want zo vergaat het veel onbegrepen en onbeminde muziek.

In de taal waarin Vivaldi is opgevoed heet de genoemde cyclus van vioolconcertten Le Quattro Stagioni. Voor zover bekend is deze titel niet geïnspireerd op de gelijknamige pizza.

Keuze Marjolein van Elteren: Jóhann Jóhannsson – Melodia (Guidelines For A Space Propulsion Device Based on Heim’s Quantum Theory) (2008)

Kippenvel-waardig

Is het klassiek? Nee. Omdat het gemaakt is door een componist die (onder andere) gebruikt maakt van een klassiek instrumentarium vind ik dit nummer toch op zijn plaats in deze battle. Er zijn weinig componisten die elektronica zo mooi kunnen verweven met klassieke instrumenten als Jóhann Jóhannsson. Ooit ontdekte ik zijn muziek via X-Rated, een programma dat hier elke zondagavond door de woonkamer schalt en ook één van de weinige programma’s waar we hier thuis nog echt de radio voor aanzetten. DJ Bob Rusche is verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van de muziek onze platenkast. ‘Wat is dit? Prachtig! Dit moeten we hebben!’ is hier tijdens X-Rated regelmatig te horen. Niet lang nadat er in X-Rated aandacht besteed werd aan het album Fordlândia belandde het hier op de mat. Een prachtwerk met Melodia (Guidelines for a Space Propulsion Device Based on Heim’s Quantum Theory) als melancholisch hoogtepunt.

Dit is wat Jóhann Jóhannsson zelf zegt over het nummer in een track-by-track commentary: The next to last track on the album is named after an actual research paper, “Guidelines for a Space Propulsion Device based on Heim’s Quantum Theory”, which seriously proposes a method of faster-than-light space travel. Burkhard Heim was a German physicist who dedicated much of his life to developing a method of space travel. He worked as an explosives expert during WWII and he was seriously handicapped in an explosion, leaving him without hands and mostly deaf and blind. He became a recluse and, despite his serious disability, worked tirelessly for the rest of his life searching for a unified theory of everything, which he thought possible by linking general relativity with quantum theory. His philosophy and ideas have a strong mystical character. His work, despite its considerable eccentricity, is slowly gaining acceptance in the physics community. The string orchestra was recorded in Prague and the percussion in Reykjavik and Tokyo. The percussion track is performed live by Matthias Hemstock with some editing and overdubs.

Het duurt even voor je echt merkt dat er wat gebeurt in dit nummer. De langzame opbouw zorgt er misschien voor dat je je interesse verliest, zeker als je niet zo bent van het ‘minimale’ in de muziek. Hou vol… het nummer neemt je mee en transformeert in een alles absorberend, hypnotiserend muziekstuk. Kippenvel-waardig.

Keuze Alex van der Meer: (Vivaldi) Max Richter – Summer 1 (2014)

Perfecte score

De overgang naar een andere school was onprettig. Irritant zo halverwege het schooljaar. Havo klas 2 was al een gevecht qua niveau maar nu liep alles ook nog finaal scheef. Op mijn nieuwe school was ik bij bepaalde vakken verder, maar voor sommige vakken moest ik ineens bijles hebben. De school werd een vervelende plek om te zijn. Nieuwe docenten die mij nog moesten leren kennen, en nieuwe klasgenoten die daar helemaal geen zin in hadden. Een andere stad, een ander gevoel. Geen tijd om te wennen of om even te settelen. Over het algemeen was het een rottijd, maar er was één les waar ik wel meteen een mooie aansluiting kon vinden. En dat was bij muziekles. Muziekles was mijn oog van de storm.

Ik vergeet haar naam nooit meer noch haar uiterlijk. Haar klaslokaal was rechts in de hoek op de tweede verdieping. Alle andere leraren en klasgenoten, ik ben ze vergeten, maar mijn muzieklerares niet. Die vergeet ik nooit meer. Niet dat ze briljant kon vertellen of dat haar uitstraling overweldigend was. Nee, dat niet, maar haar lessen gingen gewoon over mijn belevingswereld. Over In-A-Gadda-Da-Vida – en dat dan helemaal draaien – en over punk, soul, The Beatles, en nog veel meer. Bovendien rekte ze mijn belevingswereld op, want ze liet ons ook luisteren naar Ludwig von Beethoven.

En of dat wat was! Beethoven in de klas. Al mijn klasgenoten vielen weg, en alles viel in het niet. Dit was geen muziek luisteren meer. Dit was ineens muziek beleven. Mijn lerares liet ons luisteren naar de 5de symfonie van Beethoven. En ze vertelde hoe de diverse delen van de symfonie genoemd werden. Heel gek eigenlijk, ondanks het feit dat ik geen enkele noot kon lezen, kon ik alles uitstekend volgen. Ik leerde daar in die klas een hele belangrijke les. De les dat het nooit verkeerd kon zijn om van muziek te houden. En dat dat zelfs ook mocht gelden voor klassieke muziek.

De symfonie bleef niet alleen op school. Thuis luisterde ik er ook naar. Op mijn cassettedeck, op mijn kamertje, steeds weer opnieuw. Later, op het proefwerk over de 5de van Beethoven, had ik daarom ook een tien. Een echte tien! Het was voor mij niet alleen die perfecte score die van belang was. Het was voor mij de bevrijding dat ik wist dat ik toch zou kunnen slagen ergens in, zolang ik er de passie maar voor had. Mooi dat mijn docente mij dus enthousiast heeft weten te maken. En ik ben haar daar dankbaar voor.

Max Richter heeft ook iets moois gedaan, iets vergelijkbaars. Ook hij wil mensen enthousiasmeren voor klassieke muziek. Met name juist de popmuziek-liefhebbers. Hij heeft daarom het bekendste werk van Vivaldi – De Vier Seizoenen – bewerkt. Drastisch zelfs. Er is een her-compositie van gemaakt. Een nieuwe en moderne opbouw van een klassiek werk, teneinde het beste van modern en klassiek samen te ballen. Het is gelukt, want het is bevrijdend, overrompelend en fascinerend. Veel van de oorspronkelijke compositie is verdwenen, maar elk seizoen blijft herkenbaar. Wat mij betreft spreken we dan ook bij het album Recomposed by Max Richter: Vivaldi – The Four Seasons van een meesterwerk. Het nummer met de titel Summer 1 is wellicht binnen dat geheel nog eens de overweldigende overtreffende trap.

 

 
 

5 Comments

  1. Wat te denken van de Cavatina, geschreven door Stanley Myers, vertolkt door de Australische meestergitaristJohn Williams met orkest? Bekend geworden als Theme from The Deer Hunters en genadeloos verkracht door The Shadows?

  2. Eddy

    Voor mij staat Love Sculpture (feat. Dave Edmunds) met hun versie van de Sabre Dance van Adam Khatchaturian bovenaan. Nipt gevolgt door Toccata van de band Sky.

  3. Ja, die Toccata is ook wel heel mooi. Maar de Cavatina is een original!!!

  4. Willem Kamps

    Als Antonio dit toch eens mocht meemaken. Drie keer in de battle, drie keer anders. Drie keer mooi.

  5. Het Paracelsus-citaat intrigeert mij (“Er zijn zes gevestigde sterren. Naast deze is er nog een ster, de verbeelding, die de geboorte geeft aan een nieuwe ster en een nieuwe hemel.”). Uit welk werk is dit afkomstig?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.