Social
  • RSS feed
  • Twitter
  • Facebook
 

Ondergewaardeerde Liedjes


Dance-battle

Dance, het zal niet direct het genre zijn waar de gemiddelde Snob aan denkt bij het woord ‘ondergewaardeerd’. Opgekomen aan het eind van de jaren ’80, populair geworden in de jaren ’90 en inmiddels niet meer weg te denken uit de hedendaagse hitlijsten, is het een genre dat in een razend tempo de wereld heeft veroverd.

En dat ondanks, maar misschien ook wel juist dánkzij alle criticasters die zeker in de beginjaren over elkaar heen buitelden om te verkondigen wat voor inhoudsloze rommel dit wel niet was. Maar inmiddels heeft het haar plekje veroverd in het collectieve geheugen, getuige de toenemende hoeveelheid dance-nummers in de Snob 2000.

Het werd dan ook hoog tijd voor een ‘dance’-battle, waarin onze bloggers de degens kruisen over wat nu het meest ondergewaardeerde dance-nummer is. Swingt u met ons mee?

Keuze Alex van der Meer: Loose Joints – Is It All Over My Face? (1980)

Invloed

Het is ronduit fascinerend om de overgangsfase van disco naar house eens onder de loep te nemen. In de jaren ‘80 ontstond house en de nummers die daar direct aan ten grondslag liggen ontstonden uiteraard vanuit de disco. De periode van eind jaren ‘70 tot en met begin jaren ‘80 is op dansmuziek-gebied een interessante. En nu ook voor iedereen te herontdekken. Zelfs de minder gangbare nummers zijn tegenwoordig zo makkelijk te vinden – dankzij YouTube en Spotify – dat je met terugwerkende kracht direct toegang hebt tot fascinerende tussenvormen die lang onder de mainstream-radar zijn gebleven.

Eén van de voorlopers van de house begint nu steeds meer erkenning te krijgen: Arthur Russell. Hij is geen hele grote bekendheid. En daar kan hij zelf nu geen werk meer van maken. Want hij is al in 1992 overleden. Echter zijn naam wordt wel steeds vaker genoemd vanwege zijn invloed. De muziek die hij maakte was zijn tijd namelijk vaak ver vooruit. Zelfs in dien mate dat sommige muziek nu nog steeds erg vooruitstrevend te noemen is. De enige logische verklaring die ik daarvoor kan verzinnen is dat de heer Russell stiekem gewoon een tijdreiziger was die af en toe zijn oor in de toekomst te luister kon leggen.

Onder de naam Loose Joints bracht hij in 1980 een aanstekelijk avant-gardistisch dansnummer uit: Is It All Over My Face? Je herkent duidelijk de disco, maar hier weerklinkt ook de echo van house uit de toekomst. Met name naar het einde toe.

Is it all over my face?
You caught me love dancing

Het dansplezier is duidelijk aanwezig. En het is meer dan dat. Dat dit voor mij een favoriet nummer is is duidelijk van mijn gezicht af te lezen wanneer ik het bij herhaling beluister.

Keuze Roland Kroes: Opus III – It’s A Fine Day (1992)

Sample

Wat zijn er toch veel slechte covers en veel voorbeelden van slecht samplegebruik. Met name uit de dance en house hoek. Luchtige, dertien-in-een-dozijn nummers, vooral bedoeld om te cashen op de herkenning. Je zou bijna denken dat het niet kan. Maar gelukkig zijn er genoeg bewijzen dat het wel goed kan. Zo blijft Eric Prydz met Proper Education nét aan de goede kant van de streep, liet The Prodigy in Out Of Space horen dat inspiratie uit de reggaehoek toch nog iets kan opleveren en verdienen Charly Lownoise & Mental Theo absoluut een eervolle vermelding met hun Wonderful(l) Days

Begin jaren ’90 waren er twee nummers die goed gebruik maakten van a capella nummers. De bekendste van de twee verdient óók vermelding: Tom’s Diner van Suzanne Vega in de DNA remix was natuurlijk een hele grote hit. Maar mijn favoriet uit begin jaren ’90 is een Engelse top-5 hit, die in de VS tot nummer 1 reikte in de Billboard Hot Dance Club Play Chart, maar die in Nederland niet verder is gekomen dan nummer 51…

Opus III was een collectief muzikanten dat voortkwam uit de rave scene eind jaren ’80, begin jaren ’90. It’s A Fine Day maakte gebruik van het eerste couplet en het refrein van Fine Day van Jane en maakt daarmee een duidelijke link naar de Britse indiescene van begin jaren ’80. Dáár voelde zangeres Kirsty Hawkshaw zich helemaal senang bij. Net als het gebruik van de sample van Opus III in Halcyon van Orbital. De gebroeders Hartnoll waren vrienden van Hawkshaw en een zondagavond fröbelen leidde tot een sample van de Opus III cover. En een optreden van Hawkshaw in de video bij het nummer. Later zou Hawkshaw zich afscheiden van Opus III – het commerciële succes stond haar tegen. Ik denk dat ik dan wel weet wat ze vindt van al die Miss Jane versies van It’s A Fine Day die later in de jaren ’90 verscheen. En die je fijn zelf mag opzoeken op YouTube.

Keuze Tricky Dicky: Michael Jackson – Tabloid Junkie (1995)

Massahysterie

Eigenlijk had ik een ander lied gekozen voor deze dance-battle. Waarom dan toch Michael Jackson? Om verschillende redenen. Ik erger mij al weken aan de subjectieve en ongenuanceerde protesten en verdachtmakingen in het algemeen. FvD met Baudet wordt de grootste partij en salon-socialistisch Nederland gaat uit zijn dak. En nee, ik heb niet op hen gestemd, maar men doet alsof de grote verdelger is opgestaan; de personificatie van het kwaad. Waar hebben we het over? Winst in een Provinciale Statenverkiezing; niet een poging tot een coupe. De pers noemt hem populistisch, maar vrijwel niemand stelt dat zijn opkomst het gevolg is van het niet willen luisteren door de gevestigde orde met hun inmiddels ontelbaar aantal blunders, continu stijgende belastingen en afkalvende senioren- en gezondheidszorg, (klimaat)gedram en de afschaffing van het referendum (Hans van Mierlo draait zich om in zijn graf). Zelfs Moody’s doet een duit in het zakje, want ze zijn bang dat de keurige financiële huishouding van ons kikkerlandje in gevaar komt. Keurig? 400 miljard in het rood is keurig? Dik € 23.000 per inwoner (en daarmee behoren we desondanks tot de braafste jongetjes van de klas). En dan die afschuwelijke misselijkmakende oproep voor een nieuwe Volkert door een docent geestwetenschappen (alhoewel ik persoonlijk sterk aan zijn geestelijke vermogens twijfel) en tuig van de richel, die heel dapper hun gezicht verstoppen achter maskers en hoodies.

Het lijkt wel of de beschaving geen handrem meer heeft. Iedereen roept vanuit de onderbuik ongenuanceerde dingen en post het zonder nadenken op de sociale media. We schieten helemaal door in onze beoordeling van de medemens. We zijn inmiddels bijna zover dat we de Lombroso-theorie weer omarmen, want elke man met een baard is verdacht en iedereen die brede kaken, diepliggende ogen, doorlopende wenkbrauwen, een asymmetrisch gezicht, hoge jukbeenderen, afwijkende oren, haviksneus of vlezige lippen heeft moet wel misdadig zijn.

#MeToo is ook volledig doorgeslagen. Natuurlijk moet machtsmisbruik aan de kaak gesteld worden, maar niet iedere hand op een schouder is een poging tot machtsmisbruik of seksuele intimidatie. Het is daar aan tegen verrassend stil over bijvoorbeeld de vele geestelijken die zich aan kinderen vergrepen. De kerk probeert het binnenshuis af te handelen. Persoonlijk stel ik castratie met twee stenen voor, maar veel verder dan een tikje op de hand zal het niet worden. Wanneer grijpen regeringen in en arresteren en veroordelen ze deze viespeuken? Ooit werd ik in een winkelcentrum staande gehouden door een Amnesty International-vertegenwoordiger. Of ik een petitie tegen martelen wilde ondertekenen. Nee, zei ik tegen de hoogst verbaasde man. Stotterend vroeg hij mij waarom niet. Luister, zei ik, ik ben tegen martelen, maar wanneer bijvoorbeeld een kind ontvoerd wordt en de dader weigert te vertellen waar het kind verborgen is mag je het van mij uit hem/haar slaan. Blijf met je poten van kinderen af.

Terug naar het heden. In alle commotie (of misschien wel massahysterie) vergeten we kennelijk het principe dat iemand onschuldig is tenzij het tegendeel onomstotelijk bewezen is. En dan bedoel ik niet vormfoutjes. Natuurlijk is het verschrikkelijk indien Michael Jackson zich aan kinderen vergreep, maar er is niets bewezen. Dus waarom ineens besloten wordt geen MJ meer op de radio te draaien is mij een raadsel. Of denken de programmamakers en DJ’s soms dat iedere keer wanneer een Jackson-nummer voorbij komt ik aan kindermisbruik moet denken? Wat is dit voor waanzin? Hebben ze nooit gehoord van een knop op de TV of radio? Doe Maar! Je hoeft namelijk niet te luisteren. Stop jullie mening aan anderen op te dringen onder het mom van correctheid. Wat wordt het volgende? Decennia geleden werden Beatles-platen verbrand, omdat Lennon ooit zei dat ze groter (= populairder) dan God waren. Is dat de volgende stap? En plein publique platen van MJ verbranden?

En daarom dus vandaag mijn keuze voor Michael Jackson met wel heel toepasselijke Tabloid Junkie. Niet omdat ik een enorme fan ben, maar als een soort proteststem tegen de hedendaagse waanzin.

Keuze Carlo Deuten: Faithless – Salva Mea (Epic Mix) (1995)

Voetstuk

Een zaterdagavond in de jaren  ’90. Ik bereid me na het avondeten voor op een avondje stappen. Douchen, flinke klodder gel/wax in het haar, radio luisteren en nog wat muziek draaien.  Ik kijk door het raam naar buiten. Boven het bos zie ik in de verte een felle lichtstraal in de lucht schijnen. Een baken van licht dat de eindbestemming van die avond markeert. De eindbestemming die overigens pas rond middernacht  wordt bereikt. Vanuit Zuid-Oost Drenthe bij Coevorden de grens over om na een ritje van zo’n 30 kilometer aan te komen in het Duitse Uelsen. Bekend terrein voor de jeugd uit de grensstreek. Dat is allemaal te danken aan discotheek Zak. Een megadiscotheek waar in de hoogtijdagen op een avond duizenden bezoekers op af komen. Das Biergarten, Route66, das Glashaus maar vooral  der Grosse  Mainhall. The place to be. Een enorm grote hal met een, voor mijn gevoel, enorme dansvloer. Een indrukwekkende DJ-booth, een muur vol stroboscopen, een loepzuiver geluidssysteem, een enorme lasershow en in elke hoek een rookmachine.

De opmars en ontwikkeling van de house en dance was in allerlei opzichten hoor-  en voelbaar op de zaterdagavonden in Zak. Van Eurodance tot hardcore en van elektro tot de eerste trance-klanken. Van heinde en ver kwamen dance-liefhebbers naar Uelsen om uit hun dak te gaan. Ik kwam daar vanaf begin jaren 90 tot vlak na de millennium-wisseling. Urenlang op de dansvloer gestaan. Figuurlijk opgaan in de muziek. Letterlijk opgaan in de rook en het geflits van de stroboscopen. Eventjes pauze tijdens Die Verrückte Halbe Stunde waarbij de dansvloer werd omgetoverd in een muzikaal walhalla voor de liefhebbers van Y.M.C.A. en aanverwante klanken. Ik kan mij herinneren dat Shout van Lulu steevast voorbij kwam. Nu weet je overigens ook waar Evers door geïnspireerd is met zijn half uurtje Verrückte Musik auf 538.

De fijnste muzikale herinneringen komen uit de periode waarin ik Faithless voor het eerste hoorde met nummers als Insomnia en Salva Mea. Insomnia in de Monster mix uitvoering of Salva Mea in de bijna 12 minuten durende versie. In gedachten zie ik  flitsen en laserstralen  en hoor ik harde maar loepzuivere klanken.

Just below my skin I’m screaming!!!

Ik moet daarbij zeggen dat ik hier ook op de superkleine dansvloer van De Kar in Groningen  van heb genoten. Dat was echter niet zo intens als in Zak. Het ‘afscheidsconcert’ van Faithless in mijn achtertuin, Martiniplaza Groningen(2011), was dan ook een ware trip down memory lane.

Maar …  ik kan Faithless onmogelijk als ondergewaardeerd bestempelen. Insomnia en God Is A DJ staan ruim 20 jaar na dato hoog in de Top 2000. En Maxi Jazz en consorten waren natuurlijk niet voor niks met enige regelmaat op de Nederlandse festivals en podia te zien. En het feit dat Salva Mea niet in de Top 2000  staat wil niet  zeggen dat het een ondergewaardeerd liedje is. Het wist zelfs twee keer de Nederlandse Top 40 te bereiken. Maar misschien moet ik op mijn onderbuikgevoel afgaan. Ik plaats Salva Mea ‘gewoon’ op hetzelfde voetstuk  als de eerdergenoemde klassiekers Insomnia en God Is A DJ. Misschien zelfs wel op het erepodium. Een gouden plak!  Het gaat per slot van rekening  om het muzikale gevoel en de associatie die het thema dance bij mij oproept. Hopelijk zorgt deze niet ondergewaardeerde keuze niet voor slapeloze nachten.

Pick up my pen and start to write
I struggle, I fight dark forces in the clear moonlight
Without fear

Insomnia

I can’t get no sleep

Duitse nachten zijn lang weet ik uit ervaring.

Zaterdag 6 april 2019. Ik ga nog even snel douchen. De gel/wax behoren trouwens al jarenlang tot het verleden. Dat geldt overigens ook voor de dansvloertaferelen. Gewoon lekker op tijd met muziek- en radiovriend Gerard een hapje eten in Stad. Ruim voor middernacht weer thuis. Dochters met chips en drinken voor de buis. Ik ga nog even naar mijn muziekhok. Licht uit, blauwe sfeerverlichting aan, koptelefoon op, vu-meters in het rood en genieten maar. Silent disco in mijn muziekhok. I Can’t Dance, maar dat is weer een ander muzikaal verhaal.

Keuze Willem Kamps: System 7 – Interstate (1996)

Stay with your thing

Mijn eerste danspassen zette ik ooit op een klassenavond. Je moet ergens beginnen en voor iedereen was het wat onwennig, het gelijktijdig bewegen van benen, heupen en armen, en dat bedoeld op een zwierige manier. Zo stond ik met andere twaalfjarige houten Klazen te stuntelen. Linkervoet naar voren, daarbij iets doorbuigend met het rechterbeen en de rechterschouder naar achteren bewegend, rechterarm mee. Vervolgens andersom: rechtervoet naar voren, links doorbuigen, schouder achterwaarts, arm omhoog. De blik vooral op de voeten – gaan ze eigenlijk wel op het ritme van de muziek? – en niet naar het meisje dat tegenover je stond. Te schijterig. Hooguit af en toe een schuchtere oogopslag; was zij ondertussen niet bij de bar een lekker glas Fanta gaan drinken?

Gaandeweg werd het wat natuurlijker, vanzelfsprekender en meer uitgelaten. De benauwde maar overzichtelijke halve vierkante meter werd de halve dansvloer. Vervolgens ga je uit, leer je onder invloed van pils en Rode Libanon ‘swingen’ en met de komst van de punk je eerste stijldans: de pogo. Het zijn andere dansen dan bij dance, al past swingen er denk ik het beste bij. Ervaring heb er niet in en het moet gek lopen wil ik die nog opdoen. Doe mij maar een band. Toch heb ik wat dance in mijn verzameling, al zoek ik het dan meer in de Big Beats van bijvoorbeeld The Chemical Brothers. Maar, met System 7’s Power of Seven kom ik aardig in de buurt. Ooit gekocht omdat het duo bestaat uit de levenspartners Miquette Giraudy en Steve Hillage, beiden voorheen van het compleet geschifte gezelschap Gong, één van mijn favorieten.

Zij leerden elkaar kennen via Daevid Allen, oprichter van Gong. Nadat Hillage toetrad kwam ook Giraudy erbij. Sindsdien zijn zij samen muziek blijven maken. In ’79 brachten zij onder Hillages naam Rainbow Dome Musick uit. Drie kwartier ambient. Als System 7 voegden zij tien jaar later de beats eronder en werd het ambient house. Ambient of electronic music, daar was ik wel van. Tangerine Dream, Klaus Schulze, Brian Eno: synthesizers en repeterende sequencers. Soms aangevuld met gitaar. Daar sluit System 7 mooi op aan. En Steve Hillage herken je uit duizenden met zijn echoënde gitaar. Dat deed ie al bij Uriel, dat deed ie bij Khan en Gong en dat doet ie nu nóg bij System 7. Luister maar naar Interstate. Indachtig de wijsheid die Jimi Hendrix ooit uitsprak richting Daevid Allen: Hey man, stay with your thing, stay with your thing. En zo tript Steve én zijn dance door….

Keuze Joop Broekman: Dave Clark – No One’s Driving (1996)

Compromisloos. Lomp gemaakt. En tóch lekker

Eerlijk gezegd, ik ben allang geen dance-liefhebber meer. Een heel enkel nummer nog. Alhoewel, een avondje stuiteren zou ik nog wel trekken. Maar vraag me niet voor trance. Dat vind ik weer slappe hap. Gaapwerk, echt. Verder gaat mijn persoonlijke voorkeur uit naar de dansmuziek van de jaren ’70, ’80 en ’90. Vooral uit de middelste periode heb ik nog veel in de kast staan, het meeste op vinyl. Heerlijk jeugdsentiment. Maxi-singles, en zo. Een zaterdagmiddagje vullen met lange versies is een heerlijk tijdverdrijf, en werkt zalig ontspannend.

Eind jaren ’80 werd mijn muzieksmaak erg divers, en een paar jaar later ontspoorde dat echt. Er moesten keuzes gemaakt worden. Rock, metal, hiphop, alternative, dat was nog makkelijk, maar er begonnen ook subgenres te ontstaan. Een stroming waar je al heel gauw de bomen door het bos niet meer zag, was dance. Dat ging vrij simpel. House kwam vanuit de Verenigde Staten overgewaaid, en voor je het wist ontstonden er nieuwe varianten. Waar je bijstond. Hippe dj’s en een volgzaam publiek vol alcohol en/of pillen in de grootste steden deden de rest. Sneller, melodieuzer, monotoon, alles kon.

In de jaren ’90 kwam Kink FM in de lucht. Voor mijn portemonnee niet zo goed (ik ging steeds meer cd’s kopen), maar voor het ontdekken van nieuwe dingen des te beter. Zo stuitte ik op Dave Clarke. Deze Engelsman was een van de eerste internationale techno-dj’s in Nederland, en deed niet erg graag concessies aan zijn muziek. Ook niet om op de radio te kunnen komen. Dave heeft een voorliefde voor het verwerken van breakbeats en elektronica in zijn muziek. Hij breekt door na een serie EP’s (Red), en verschijnt al gauw op de radar van acts als Underworld en Chemical Brothers, die hem vragen voor remix-werk. Het duurt niet lang voor hij zijn eerste album (Archive One) uitbrengt. De tracks Thunder en Storm stonden ook al op de derde Red-EP, No One’s Driving is na Southside de volgende stamper die op single verschijnt. Het is geen typisch dansnummer. En menig goedkope speaker begeeft het als de bass drum tijdens dit nummer er in komt. Bij de betere speakers bewegen er onderdelen, zonder dat de volumeschuif vol richting het noorden hoeft. Probeer maar eens uit.

Een goede rocksong heeft pakkende riffs, in dance werken ze met hooks. En er wordt nog wel eens wat ‘geleend’. In dit geval twee regels uit  The Devil Made Me Do It van Paris (een zalige hiphopclassic uit 1991).

Just the way the devil had planned it
Rape then pillage everyone on the planet

Voor wat, hoort wat? Ed Simons en Tom Rowlands doen wat terug en gaan op hun manier aan de slag met No One’ s Driving. De track wordt compleet verbouwd tot een lompe versie. Als een té zwaar beladen vrachtwagen die veel te snel rijdt, en nog maar net op de weg kan blijven. Met twee ontsnapte misdadigers er in. Aan het einde raakt het vehikel dan toch van het asfalt, waarna de twee delinquenten zich uit de voeten maken.

Keuze Erwin Herkelman: Gigi D’Agostino – Sweetly (1996)

Een luisterliedje van een party animal 

Wie aan Gigi D’Agostino denkt, ziet waarschijnlijk heftig feestende jongeren voor zich, op vakantie in een of ander warm oord. Hevig zwetend, zich bezattend aan veel te duur bier, beide handen in de lucht, driftig zwaaiend van links naar rechts, terwijl dat ene nummer door de speakers schalt: L’Amour Toujours. Het stond in 2001 vier weken op nummer één in de Top 40.

De associatie is niet zo gek, want de bijbehorende clip staat er bol van. En bij veel van mijn leeftijdsgenoten zal het ongetwijfeld ook exact dát soort herinneringen naar boven halen. En het zijn ongetwijfeld ook die herinneringen die eraan bij hebben gedragen dat het liedje inmiddels al vier jaar in de Top 2000 terug te vinden is.

Voor deze dance-battle gaan wij echter naar het begin van de jaren ’90. Gigi D’Agostino staat aan het begin van zijn carrière. Hij is vastberaden om door te breken als DJ en begint clubfeesten te organiseren in de omgeving van zijn geboortestad Turijn. Hij valt op en mag na enige tijd voor een van de godfathers van de eurodance, Gianfranco Bortolotti, een plaat opnemen. Maar het is uiteindelijk Sweetly waarmee hij definitief een platencontract afdwingt. Gek genoeg werd de single alleen in ons land een hitje. Zelfs in zijn thuisland haalde het de hitparades niet. Hier bereikte het, op de vleugels van de destijds populaire dreamhouse van Robert Miles, een 19de plaats in de Nederlandse Top 40.

Voor wie alleen bekend is met zijn latere werk is het waarschijnlijk moeilijk voor te stellen dat dit óók van de hand van de Italiaanse producer komt. Dit heerlijk relaxte, dromerige nummer met dat zachte getokkel en die ontspannende beat is een juweeltje, een oase van rust… Een plaatje dat je lekker kunt draaien, bijvoorbeeld als je… uitgefeest bent.

Keuze Marco Groen: Junkie XL – Billy Club (1997)

Zolderkamerdance

Stel, je bent een ventje uit Lichtenvoorde, het is 1998 en opeens zijn er wat werkjes van je te vinden op een nep-album van The Prodigy. Het overkwam Tom Holkenborg, onder het grote publiek beter bekend als Junkie XL of (internationaal) JXL. Hoewel die naam tegenwoordig inderdaad op Holkenborg slaat, begon Junkie XL als een band, met een focus op dance. Een van de bandleden die acte de précense geeft op de eerste twee albums was Patrick Tilon, iemand die op zijn beurt weer bij het grote publiek bekend staat als Rudeboy, ooit de oogvanger en leadzanger van Urban Dance Squad.

Het was de tijd toen The Chemical Brothers, Fatboy Slim en eerdergenoemde The Prodigy aan de weg timmerden met crossovers van ska, beat, dance en rock. Een Nederlands alternatief hierop kwam van het eerste album van Junkie XL: Saturday Teenage Kick. Een album dat niet iedereen goed zal smaken, maar gelukkig verschillen smaken nog al eens. Eerlijk is eerlijk; Saturday Teenage Kick heeft niet de finesse van Dig Your Own Hole van The Chemical Brothers (die zelf, zo heb ik gehoord, het een en ander hebben gepikt van The Beatles) en niet overrompelt zoals Music For The Jilted Generation van The Prodigy. Maar dat hoeft natuurlijk ook helemaal niet.

Holkenborg kwam net uit een Devo-achtige band (Weekend At Waikiki) en had een uitstapje gemaakt naar de metal-scene. Een zoekende geest is vaak een creatieve geest. Het was echter wel het album dat -uiteindelijk- zou leiden naar een absolute wereldhit en een succesvolle carrière als filmmuziekproducent/componist. En hoewel het totaalbeeld van de album een nogal opgepompte versie van -wederom- The Prodigy lijkt te ziijn, zitten er enkele nummers meer dan te pruimen zijn. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het confronterende Underarchievers, Metrolike, No Remorse en Billy Club. Dit laatste nummer werd een bescheiden hitje en is tevens een mooie samenvatting van het album: de beat is doordringend, de gitaren zijn waanzinig ‘distorted’ en de rap van Tilon zweeft tussen irritatie en het gevoel dat een konijn moet hebben wanneer hij twee koplampen van een auto met een noodvaart op zich af ziet komen.

Het leverde Holkenborg een Zilveren Harp en de Nationale Popprijs van het Noorderslagfestival op. Echte bekendheid kreeg hij met een gewaagde remix van Elvis’ A Little Less Conversation, waarbij de erfgenamen van de ‘King’ wel voor elkaar kregen dat Junkie XL zijn naam veranderde in JXL. Men was namelijk van mening dat de naam van de – waarschijnlijk dankzij drugsgebruik – vroeggestorven junk niet aan drugs gerelateerd mocht worden.

Tegenwoordig componeert Holkenborg voornamelijk soundtracks, iets dat hem goed af lijkt te gaan. Zo mocht hij zijn kunsten loslaten op films zoals The Amazing Spiderman 2, Mad Max; Fury Road, Deadpool en Brimstone, voor die laatste ontving hij een Gouden Kalf. Maar het begon allemaal met Billy Club.

Keuze Erwin Tijms: Laurent Garnier – The Sound Of The Big Babou (1999)

Vliegbeweging

Fransman Laurent Garnier begon zijn muzikale carrière terwijl hij assistent was op de Franse ambassade in Londen. Die baan gaf hem mooi de kans om de ontluikende Engelse clubscene te ontdekken. Als deejay in Londen en later in Manchester, waar hij huis-DJ was in de beroemde Hacienda. Vervolgens draaide hij over de hele wereld en produceerde hij ook eigen werk. Zijn stijl was en is een amalgaam van techno, deep house, trance en dat lastig vast te pakken coole melodieuze dat Franse technomuzikanten altijd lijken te hebben. Garnier’s klassieke albums zijn 30 en Unreasonable Behaviour, waar ook zijn grootste hit The Man With the Red Face op te vinden is. Zo rond 2000 was Garnier zo succesvol dat hij zelfs op de meer mainstream festivals zoals Pinkpop speelde.

Uit die zeer succesvolle tijd rond Unreasonable Behaviour komt ook The Sound Of The Big Babou, een van mijn favoriete dance-nummers. Vooral de opbouw is fraai: een redelijk rustig begin met de synth die je nog 7 minuten achtervolgt, gevolgd door de introductie van de bas. Na 2½ minuut barst het spektakel los. Een dikke minuut knallen op een stevige beat met de overspannen synth uit het begin eroverheen. Cool als hij is, laat Garnier dit tempo na een minuut weer los, zodat je voeten bij kunnen komen en je je beste trancey hand-, arm- en bovenlijfbewegingen kan oefenen. Nog een minuut verder is het de hoogste tijd om weer te knallen, dus gaat de beuk er opnieuw in. Langzaamaan gaat de bas naar de achtergrond en wordt het weer rustiger met trancesynths. Ontzettend effectief.

De officiële video van The Sound Of The Big Babou is een vermakelijk filmpje, dat afleidt van de muziek. Het is juist de bedoeling dat je dit nummer hard draait en er op danst, niet dat je naar een filmpje kijkt met muziek op de achtergrond. Daarom vind je hieronder de kale versie. Stamp met je voeten op de four to the floor en maak de mooiste vliegbewegingen op de trancegeluiden! Dansez!

Keuze Der Webmeister: Superfunk – The Young MC (2000)

Keuzestress

Ja hoi Rik, met Web hier. Het Battle-thema voor komende week op Ondergewaarde Liedjes is Dance. Ik dacht zelf aan Rozella’s Everybody’s Free, daar heb ik nog mooie herinneringen aan uit mijn studententijd.

Gast! Au!!

Hmm oké. Duidelijk. Gelukkig ik heb intussen een lijstje van wel 10 Dance-nummers waar ik uit kan kiezen. Wat moddervette Classic 70’s Disco, Madonna’s Ray of Light of van die obscure France electro-pop, de Happy Mondays of Dee-lite. Ik ga haast geloven dat ik Dance stiekem een leuk genre vind.

Elk genre heeft toch zijn charmes?

Wat dacht je trouwens van Superfunk’s The Young MC. Oud Kink FM hitje.

Jaaaa, die is leuk!!! Kan er niet bij stil zitten.

Haha dan moet het wel Dance zijn. ja lekker is deze.

Was trouwens ook een 3FM hitje.

Daar luister ik niet meer naar sinds Ronflonflon is gestopt. De zang uit The Young MC is trouwens gesampeld uit Pass The Dutchie.

Ja uiteraard, wat overigens ook weer een cover is van Pass The Kouchie. En een kouchie is natuurlijk een lelgrote jonko, vandaar Dutchie want dat was commercieel niet zo handig met die jonge mennekes. Gezien in de reacties trouwens? ‘Musical Youth lost their lawsuit for their royalty-claims in 2012, because of this original version of the song. Musical Youth only changed the word Kouchie; the rest was a complete cover’.

Wat een lutsers. Nou, ik geloof dat ik wel genoeg heb zo. Dan ga ik dit gesprek maar copy-pasten en dan moet het dat maar zijn.

Deze post schrijft zichzelf gewoon!

Nou bedankt maar weer, Rik. Ik zal kijken of je naam ergens kan laten vallen. Laters!

Keuze Freek Janssen: Yeah Yeah Yeahs – Heads Will Roll (A-Trak remix) (2009)

De remix als broodnodig stukje peper in de reet

De remix die bekender en misschien ook wel gewoon toffer is dan het origineel; het is een terugkerend dingetje hier bij Ondergewaardeerde Liedjes. Hele volksstammen brulden rond 2009 mee op festivals en in de kroeg: Off with your head! Dance till your dead!

Het duurde bij mij een tijdje voordat ik erachter kwam dat het hier ging om een remix. Als ik het origineel nu beluister dan denk ik: misschien heeft A-Trak dit liedje net dat stukje peper in de reet meegegeven die het nodig was. Eigenlijk was Heads Will Roll gewoon al een dance-nummer, de remix heeft het zijn volledige potentie gegeven.

Keuze Stefan Koopmanschap: Gatto Nero – Kool Kat (2017)

De bas die je voelt in je broekspijpen

Goede dance heeft opzwepende beats, wat mij betreft. Je moet er lekker op kunnen dansen en de tijd kunnen vergeten. Naast de vele commerciële dance hits is er ook een levendige underground-scene. Luister voor de gein eens naar de KLUB KINK podcast om goeie dansmuziek te horen die uit die underground voortkomt. Maar zelfs in de underground is er nog underground. Dingen die je niet snel op de radio of in een dance-podcast zal horen, maar die daar eigenlijk best thuis horen.

Zo ook Gatto Nero. De muziek komt voort uit de industrial techno scene die al jaren in bepaalde kringen heel populair is in Duitsland, Belgie en Nederland. Het is het geesteskind van Herman Klapholz, al jaren actief als onder andere Ah Cama-Sotz.

Kool Kat combineert die opzwepende beats met bezwerende ritmische melodie-elementen. Het is de muziek die het beste werkt op een groot soundsystem in een donkere, zwetende ruimte waar je met 500 personen de tijd compleet aan het vergeten bent doordat je constant aan het dansen bent. Een feest in een oude industrie-hal of, zoals we vroeger bij Maschinenfest jaren deden, een oude Duitse bunker. Met ritmes die je om de oren vliegen en de bas die je voelt in je broekspijpen.

Heerlijk.

Keuze Ronald Eikelenboom: Jon Hopkins – Luminous Beings (2018)

Dansen, ho maar

Ze noemen het dance maar je kan er niet op dansen, ik zou niet weten hoe. De tango, een wals of een quickstep, het is er niet op doen. Pogoën of headbangen? Vergeet het maar. Een beetje dom springen, lijkt het enige mogelijke als ik tijdens het zappen iets van een dancefestival op televisie voorbij zie komen. Ik moet er dan ook niets van hebben, van muziek die onder de noemer dance verkocht wordt. Lottoballenmuziek, boenkeboenk of pokkeherrie zijn benamingen die ik er doorgaans voor gebruik. Maar heel af en toe weet zelfs een plaat uit dat genre mij te verrassen.

Singularity van Jon Hopkins is zo’n album. Door een recensie, religieuze luisterervaring!, en vervolgens een interview in de Volkskrant besloot ik toch eens naar dit veel bejubelde album te luisteren. En bijna een jaar later doe ik dat nog steeds met enige regelmaat. Misschien omdat Jon Hopkins geen DJ is maar een echte muzikant, pianist van origine en bestemd tot een carrière als solist.

Het album is voor mij een ideale laat-op-de-avond-plaat, eigenlijk echte luister muziek, of in de woorden van Hopkins zelf: mijn plaat is echt gemaakt om in zijn geheel te beluisteren. En als de plaat goed werkt, zou je je na afloop moeten voelen als na een verkwikkende meditatie: opgeruimd, helder en fris. En in een interview met NRC voegt hij er aan toe dat het album bedoeld is om zittend en in een keer te beluisteren. Er op dansen? Ho maar.

De plaat kreeg overal lovende recensies en eindigde hoog in de jaarlijsten van diverse media vorig jaar, het valt dus wat mij betreft nauwelijks onder de noemer ondergewaardeerd. En toch. Wie net als ik niks met lottoballenmuziek op heeft zou deze plaat eens een kans moeten geven.

 
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.