Ondergewaardeerde Liedjes


Reggae Battle

Reggaemuziek is opvolger van het snellere ska en rocksteady. Tegenwoordig zijn er veel soorten reggae: roots, dub, raggamuffin en dancehall. In de volksmond vallen allen onder de noemer reggae. Door de decennia heen waren er in Nederland enkele grote ska en reggaehits: Israelties, Only A Fool, Wild World, Double Barrel, Black And White, Cocaine In My Brain en Sweat. Maar dé exponenten van de Jamaicaanse reggae zijn natuurlijk Bob Marley & The Wailers; kijk hier en hier maar.

We hebben een paar riddims bij elkaar gesprokkeld. Everybody Irie?

Keuze Richard Rombouts: Andy & Joey – You’re Wondering Now (1964)

Wie is de componist?

Tegenwoordig is het ska-lied beter bekend in de uitvoering van mevrouw Winehouse. Een aardige uitvoering, maar van mij krijgt ze slechts een mager zesje als rapportcijfer. Liefhebbers van misdaadseries zullen het liedje herkennen als het intro van Death In Paradise en oudere jongeren zullen zich de reggae uitvoering van The Specials nog herinneren.

Het origineel is van Andy & Joey zijnde Reuben Anderson en Joanne Dennis. Althans dat zeggen de websites, maar het lied is in 1960 al opgenomen door The Skatalites. De opnamen zijn alleen niet meer terug te vinden; een singletje is een collector’s item. The Skatalites waren een Jamaicaanse ska-band die officieel tussen 1963 en 1965 bestaan heeft, maar de meeste bandleden speelden al sinds 1955 met elkaar. Ze waren onder andere sessiemuzikanten voor Prince Buster, Desmond Dekker, Lee Perry, Toots & The Maytals en The Wailers. Ze hadden als groep succes met de single Guns Of Navarone. Begin jaren ’80 kwamen ze weer bij elkaar en sindsdien treden ze weer op en maken ze albums. In 1994 én met zangeres Doreen Shaeffer nemen ze You’re Wondering Now opnieuw op.

Rechten van liedjes waren in die dagen schimmig, want de compositie wordt op de single van Andy & Joey toegeschreven aan Reuben Anderson. En misschien is hij uiteindelijk de componist. Wie zal het zeggen? Het verklaart alleen niet waarom hij het lied dan pas vier jaar later opgenomen heeft met de toestemming van én met The Skatalites als backing-groep. Of is het een gevalletje van het inpikken van royalties, wat in de vijftiger en zestiger jaren heel veel artiesten overkomen is. Bij de uitvoering van Amy Winehouse en The Specials staat namelijk de naam Clement (Seymour) Dodd als componist; de producer van het plaatje en de oprichter en eigenaar van Studio One; één van de toonaangevende opnamestudio’s.

Tekstueel is het allemaal lekker simpel: het aloude ska-thema van goed en fout wordt bezongen. Ondersteund door een vrolijk geluid.

You’re wondering now
What to do
Now you know this is the end
You’re wondering how
You will pay
For the way you did behave

Curtain has fallen
Now you’re on your own
I won’t return
Forever you will wait

De opname is duidelijk low-budget gedaan: vrijwel geen opsmuk en met gekraak van de analoge opnameapparatuur, hetgeen tegelijkertijd een rauwe charme heeft. Hoe dan ook. De uitvoering van Andy & Joey wordt gezien als dé beste.

Keuze Willem Kamps: Inner Circle – Mary Mary (1979)

Welgemeend advies: wiet, no coke

Mocht u, beste lezer, gitaar spelen of misschien piano – kan ook – pak dan even die gitaar uit de standaard of neem even plaats op uw pianokruk en beroer de snaren of de witte en zwarte toetsen. Begin met het volgende akkoord: Bm, vervolgens Fis, en speel dan A en E. Klinkt bekend, niet?

Yep: u denkt aan Don Felder, die Hotel California inzet. Maar, ook Mary Mary van Inner Circle klinkt zo door dezelfde reeks en wordt, zeker het intro, niet echt heel anders gespeeld. Het nummer is dan ook bekend als de Hotel California Reggae. Met die wetenschap luister je anders naar het nummer, maar probeer dat los te laten. Het is gewoon een lekker, wat steviger reggaenummer met al dan niet toevallig dezelfde akkoorden. Deels sowieso, want de Eagles zetten er nog een ander rijtje achteraan: G, D, Em, Fis.

Je ontkomt er bij reggae haast niet aan: marihuana. Ook hier niet. De song is een welgemeend advies van de Jamaicaanse heren: het is beter om welke wiet dan ook te roken dan cocaïne in je neus te stoppen. Neem Columbian Red, beter dat dan het bekendste exportmiddel in poedervorm uit datzelfde land:

Columbian Red, straight to your head
Miss Mary, you strike again
Sensimelia, Thai sticks too
and some good lumps raaayah
Smokin’, smokin’, smokin’ Is good for the brain
I don’t want no more of that there cocaine

Het is heel goed denkbaar dat de heren, ietwat onder invloed van Sensimelia of Thai sticks, een beetje Hotel California zaten te pielen, de reggaebeat eronder zetten en zo tot Mary Mary kwamen, inclusief aardige en op het Hotel geïnspireerde gitaarsolo. Wie zal het zeggen? Zo vind ik het accent op die voortdurende afterbeat wel te pruimen, want om heel eerlijk te zijn: mijn genre is reggae niet. Ja, een paar nummertjes. Liever geen hele plaat, laat staan een concert. Misschien weer eens aan de cannabis, al ben ik lang geleden gestopt met roken. Koppie thee dan maar of die goeie ouwe spacecake?

Yo, gimme some positive vibration, sistah (Mary).

Keuze Hans Dautzenberg: Peter Tosh & Mick Jagger – (You Gotta Walk) Don’t Look Back (1979)

Relletje

In 1979 spelde ik, net als altijd, in de krant de pagina’s die verslag deden van Pinkpop en Jazz Bilzen. Beide festivals waren volop lokaal nieuws. Bilzen, een plaats in België op ca. 12 km van Maastricht, was van 1965 tot 1981 de Europese pionier op festivalgebied. In de loop van die periode hebben onder meer Deep Purple, Procul Harum, Black Sabbath, Cat Stevens, MC 5, Elvis Costello, The Clash, James Brown,  Blondie, Japan, Lou Reed en The Jam op het podium gestaan in het Limburgse plaatsje. Het was het eerste festival in Europa waar jazz, pop en rockmuziek op het programma stond. In alle opzichten zette Jazz Bilzen de trend voor andere Europese festivals.

Dat jaar, 1979, speelden onder meer The Cure, AC/DC en The Police in Bilzen op de 15de jaargang van het festival. Lang had het er naar uitgezien dat het festival de jubileumeditie niet zou halen, nadat het jaar ervoor flinke rellen waren geweest. Ook Pinkpop beleefde een jubileum, met de 10de jaargang. In Geleen waren onder andere Rush, Elvis Costello en Dire Straits te bewonderen, naast – ook hier – de witte reggae van The Police. Reggae was nogal een dingetje dat jaar. Het verslag in de krant was nog uitgebreider dan anders, want er was een V.I.P.-relletje. Mick Jagger was backstage aanwezig in verband met de komst van zijn protégé Peter Tosh, maar hij weigerde het podium op te gaan om met Tosh hun reggaehit (You Gotta Walk) Don’t Look Back te vertolken. Jan Smeets was in alle staten. Ik geloof dat het pas enkele jaren geleden is goed gekomen tussen hem en Mick.

Tosh kende ik toen alleen van zijn hit. Pas later ontdekte ik dat hij één van de oprichters van The Wailers was. Hij leerde, volgens de overlevering, Bob Marley gitaar spelen maar verliet de band vóór diens grote doorbraak medio jaren ’70. Met verschillende albums, die nog steeds tot het beste van de reggae worden gerekend, toonde Tosh zijn muzikale talent én zijn politieke standpunten. Titels als Legalize It en Equal Rights, zeggen genoeg. Maar bekend werd hij met een nummer van The Temptations, geschreven door Smokey Robinson, gezongen met Mick Jagger.

Keuze Richard Rombouts: UB40 – The Earth Dies Screamin’ (1980)

Struisvogels

Het lijkt wel alsof de mens steeds gekker wordt naarmate de wereldbevolking toe neemt. Er gaat geen dag voorbij of er gebeurt ergens wel iets ingrijpends. Oorlogen, aanslagen, moorden, verkrachtingen, mensenhandel en machtsmisbruik zijn dagelijkse kost geworden. En dan zijn er nog de ongelukken die plaatsvinden zoals met het flatgebouw in Londen, omdat iemand een euro wilde besparen. Misschien wordt het tijd om een week lang alleen maar goed nieuws in de kranten en op het journaal te brengen.

De mens schijnt niet te willen begrijpen dat we allen slechts deze wereld in bruikleen hebben en we blijken slechte huurders. We wonen de boel uit en spenderen geen geld aan het in stand houden of renovatie. Het kan eigenlijk niet anders dat we hard op weg zijn naar het moment dat de kruik barst. Of dit nu het vernietigen van de ozonlaag is, overstromingen doordat de ijskappen smelten, of de start van een nieuwe wereldoorlog met voedsel en drinkwatertekorten. Het helpt ook niet dat we ‘wereldleiders’ hebben die de kop in het zand steken vanwege hun verering van de god Ammon. Of toch een bezoekje van buitenaardse wezens, die een einde maken aan het mislukte experiment?

In de reggaemuziek worden veel politieke en sociale problemen bezongen. Bob Marley wist door zijn internationale bekendheid het vizier op veel van deze misstanden te richten, maar evenzo UB40 . The Pretenders’ zangeres Chrissie Hynde ontdekte hen in een pub en gaf hen de kans als support-act met haar rond te reizen. De naam van de band kwam voort uit de Engelse werkeloosheidsuitkering: Unemployment Benefit, Form 40.

In 1980 kwam hun debuutalbum Signing Off op de markt en deze stond vol van sociaalkritische liedjes, zoals Food For Thought, King, Tyler, Burden Of Shame, Little By Little en Madam Medusa. Eén van hun beste albums (zo niet de beste), maar overtroffen door hun single The Earth Dies Screamin’. Het lied was gecomponeerd naar aanleiding van de gelijknamige film uit 1964, die het uitsterven van het mensdom door een buitenaardse aanval onder de loep neemt in een wereld die sterke gelijkenis vertoont met de televisie-serie The Walking Dead.

A warm dry wind is all that breaks the silence,
The highways quiet scars across the land.
People lie, eyes closed, no longer dreaming,
The earth dies screaming.
Like scattered pebbles, cars lie silent waiting,
Oil less engines seized by dirt and sand.
Bodies hanging limp, no longer bleeding,
The earth dies screaming

Overigens werd de kwaliteit van de UB40-albums in een rap tempo minder naarmate ze commerciëler werden en internationaal succes kregen.

Keuze Ronald Eikelenboom: Early B – History Of Jamaica (1985)

De geschiedenis van Jamaica in een notendop

Saint Row IV is misschien wel de meest vage videogame die ik ooit gespeeld heb. Het spel lijkt op Grand Theft Auto, maar dan compleet verknipt. In deel vier is de hoofdpersoon, de leider van een streetgang, opgeklommen tot president van Amerika. Vervolgens wordt de wereld aangevallen door aliens en de president opgesloten in een computer simulatie. En daar moet je je dan weer uit vechten met behulp van slagwapens als een reuze dildo en vuurwapens in de vorm van een dubstep gun.

Onderweg van de éné naar de andere missie rijdt je rond in auto’s, motoren, helikopters en vliegende schotels. Allen voorzien van een autoradio met meerdere zenders. De zender waar ik tijdens het spelen zelf het meest naar geluisterd heb is Four-20 103.6, het reggae station. Een geweldige playlist met 14 reggae nummers uit de jaren 1970-2013. Geen voor de hand liggende liedjes maar echte ondergewaardeerde pareltjes.

Eéntje springt er wat mij betreft bovenuit: History Of Jamaica van Early B. De titel zegt het al, de geschiedenis van Jamaica, oraal overgeleverd. De ontdekking door Columbus in 1494, de afschaffing van de slavernij in 1833, de onafhankelijkheid in 1962, het bezoek van Haile Selassie in 1966, alles komt voorbij in drie minuten. Je hoort nu eenmaal de geschiedenis van je land te kennen aldus de man die zich ook wel The Doctor noemt.

Keuze Erwin Herkelman: Freddie McGregor – This Carry Go Bring Come (1993)

Een stukje ontspanning tussen al het eurodance-geweld

Ik heb altijd een zwak voor reggae gehad. Zelfs in mijn diepste, donkerste hardcore-dagen kon ik genieten van die heerlijke, zomerse muziek. En daar had ik echt geen pretsigaret voor nodig. De relaxte sfeer die eromheen hing, de zon die het uitstraalde… ik werd er altijd blij van.

En dus viel mij in 1993 óók This Carry Go Bring Come (Chatty Chatty Mouth) van Freddie McGregor op en kreeg het een plaatsje op mijn cassettebandje. Voor een stukje ontspanning tussen al dat eurodance-geweld. De samenwerking met Snagga Puss topte overal ter wereld de reggae-charts. Een ééndagsvlieg dacht ik destijds. Maar daarmee deed ik de werkelijkheid echt geweld aan. Freddie McGregor vonden we namelijk al eerder terug in de hitlijsten. In 1987 schampte hij de Nederlandse Top 40 met Just Don’t Want To Be Lonely.

Maar dat was lang niet het enige. Buiten ons land was hij al véél langer succesvol. In 1963, op zevenjarige leeftijd, werd – toen nog – ‘Little Freddie’ onderdeel van de ska- en rocksteady-groep The Clarendonians. Hij moest op een kratje staan om bij de microfoon te kunnen, maar de band schreef in thuisland Jamaica wel even vijf nummer één-hits op haar naam. Ook solo was Freddie McGregor echter succesvol. Eind jaren ’70, begin jaren ’80 had hij zijn hoogtijdagen en scoorde hij een aantal grote hits aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.

Helemáál geen ééndagsvlieg dus, maar een grote meneer in reggae-land. Ik vind dan ook dat we hem in ons koude kikkerlandje tekort hebben gedaan met als hoogste notering een 26ste  plaats voor This Carry Go Bring Come. En dus grijp ik deze battle graag aan om alsnog een podium op te richten voor Freddie McGregor.

 
 

1 Comment

  1. Alvin

    Leuke inzendingen. Reggae blijft moeilijk. De bijdrage van Andy & Joey blijft leuk. Zeker met ondersteuning van Youtube, en de houterig ogende dans. Eerder de mooie voorganger in de vorm van ska.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *