Ondergewaardeerde Liedjes


Hahahaha….de humor-battle

Ik wou dat ik een vulkaan was, dan kon ik de hele dag roken en zou iedereen zeggen: Kijk, hij werkt!
Je zou het niet zeggen wanneer je de eerste zin leest, maar deze battle gaat over humor…..in de muziek. Het simpelste is een parodie maken op een bestaand lied. Weird Al Yankovic heeft er al decennia een gigantisch succes mee: Eat It behaalde zelfs de #1 positie. Of je geeft de titel een grappige of suggestieve naam: Touch My Tooter.

De Ondergewaardeerde bloggers pakken het (iets) subtieler aan. Desalniettemin adviseren we een bezoekje aan de kleinste kamer voor het lezen en luisteren van onze bijdragen. Want voor je het weet glipt er wat naar buiten van het lachen en krijgen liedjes als Smells Like Teen Spirit, Oops I Did It Again of Don’t Stand So Close To Me een heel andere betekenis.

Keuze Martijn Vet: C. W. McCall – Convoy (1973)

Bewuste parodie of onbewust grappig?

Grappig of plat? Humoristisch of serieus? De scheidslijn is soms dun. Toen ik Convoy voor het eerst hoorde, was ik ervan overtuigd dat het een parodie was. Een soort Star Trekkin’ (kent u die nog?). In het met vet accent aangezette truckerslied verhaalt een zekere Rubber Duck over het konvooi dat door de Verenigde Staten trekt, op de vlucht voor ‘bears’, ofwel agenten. Tolheffing en de voorgeschreven rijtijden zijn onderwerpen waar de bears en de truckers over van mening verschillen. Ondertussen converseert Rubber Duck met zijn maatjes Pig Pen en Sodbuster via de radio in truckersjargon over allerhande truckersdingen. Geen touw aan vast te knopen voor wie geen Henk Wijngaard heet.

Hoewel het lied allesbehalve serieus is, ligt het ingewikkelder. Zo vormde Convoy de basis voor de gelijknamige actiefilm over een protestkonvooi tegen politiegeweld. Bovendien wordt het alom beschouwd als een country-classic. Hoe serieus is dat!

Om het nog complexer te maken, Convoy is meerdere keren geparodieerd (hier en hier).

Ingewikkeld, humor!

Keuze Ronald Eikelenboom: Van Kooten & De Bie – De Nee-Reggae (1976)

Maar of u dat nou humor noemt?

Ik heb een hele week nagedacht over een bijdrage aan de humor battle, maar lastig, lastig. Ik voel mij net die boer uit een Jiskefet scene aan wie gevraagd wordt wat humor is. Ja… Humor… Dat hebben wij hier op het platt’nland niet nodig, hè? Da’s zo al hard werken genoeg.

Frank Zappa vroeg zich ooit af: Does Humor Belong In Music? Een antwoord geeft het live album niet. En ja, er wordt genoeg gelachen, maar of dat nu humor is? Carnavalskrakers zijn grappig bedoeld. Ik heb hele grote bloemkolen, oh wat zijn ze groot. En persiflages, Weird Al Yankovic bijvoorbeeld. Knap gemaakt maar ik kan er niet om lachen, dus of dat nu humor is?

En dan is er nog cabaret. Het eerder genoemde Jiskefet, of Koot en Bie om een paar voorbeelden te noemen. Daar moeten mensen om lachen. Maar of dat nou van de humor komt, dat kan ik niet zeggen.

Keuze Hans Dautzenberg: Randy Newman – Short People (1977)

Pardon…Reeds!

Helaas werd mijn jeugdige genoegen om naar Toppop te kijken nogal verstoord door het afkeurende commentaar van mijn vader, die zich niet eens aan de muziek, maar vooral aan de drukke beelden vol in- en uitgezoom, geflits en snelle wisselingen stoorde. Prioriteit nummer 1 werd voor mij al snel een eigen TV. Eenmaal in bezit van een 30 cm zwart/wit toestel kon ik op mijn eigen kamertje in alle rust de wereld van de televisie-popmuziek ontdekken. En die wereld zat medio jaren 1970 vol humor, zo bleek. Terwijl buiten mijn toenmalige wereld echte liefhebbers zich met hun koptelefoon onderdompelden in rock met een grote R van Genesis of Pink Floyd, bestond de popmuziek op de zenders, die ik kon ontvangen op mijn witte Erres uit melig plat vermaak. Het bloedserieuze The Old Grey Whistle Test van de BBC ontdekte ik pas jaren later.

In Toppop probeerden in die tijd al veel bands (zoals Dizzy Man’s Band) zo gek mogelijk te doen. Maar het hoogte(?)punt werd  bereikt met van Oekel’s Discohoek (waar ik nèt enkele afleveringen van heb meegepikt) en de Duitse evenknie Plattenküche, allebei programma’s waarin de muziek het onderspit delfde in een mèlee van flauwe sketches. Sommige artiesten wisten dit heel goed te doorstaan (zie diverse optredens van Donna Summer bij Van Oekel), maar anderen tonen zich zeer ongemakkelijk (Captain Beefheart bijvoorbeeld).

Maar de humor was niet altijd zo plat. Mijn favoriet Short People van Randy Newman stond in diezelfde tijd ook in de top 40. Gelukkig trad hij op in The Old Grey Whistle Test en niet in de discohoek. Heel verstandig. Zo kon hij het liedje met een uitgestreken gezicht brengen en aldus de prachtig ironische tekst nog meer cachet geven. Heerlijke humor van hoog niveau. De échte ironie was trouwens dat er ook nog mensen waren die de tekst serieus namen.

Had hij toch maar bij Van Oekel gezongen.

Keuze Eric van den Bosch: Y&T – Barroom Boogie (1982)

Testosteronhumor

Humor en muziek, in mijn muziekcollectie is het een veel voorkomende combinatie: Tom Waits (Frank’s Wild Years), Deep Purple (Space Truckin’), King Crimson (My Oyster Soup Kitchen Floor Wax Museum), Ween, Frank Zappa, Primus, Geggy Tah, Flight Of The Conchords en de onder muziekliefhebbers chronisch onderschatte ‘Weird Al’ Yankovic Word Crimes).

De combinatie humor en muziek – waarbij bovendien de muziek niet ondergeschikt was aan de humor – was er voor mij het eerst in 1982, met Y&T’s Barroom Boogie. Onderschatte band, onderschatte gitarist, onderschatte zanger, dus buitengewoon geschikt voor een stukje alhier.

In 1982 bestond Y&T (voorheen Yesterday & Today) nog uit de klassieke line-up van drummer Leonard Haze, bassist Phil Kennemore, slaggitarist Joey Alves en gitarist/zanger/klassiek-Amerikaanse gitaarheld Dave Meniketti. Sinds eerder dit jaar Joey Alves overleed, is Meniketti de enig overlevende van dit viertal. Nou was hij altijd de belangrijkste van de vier qua geluid, maar de drie anderen waren niet te onderschatten, zoals bleek uit de albums Earthshaker (1981), Black Tiger (1982) en Mean Streak (1983), door velen gezien als de klassieke albums van Y&T. Barroom Boogie stond op Black Tiger.

Dat de song me destijds aansprak zal ook wel te maken gehad hebben met de hitsige-puber-hormonen die door mijn lijf raasden. Daarnaast was het me natuurlijk volledig ontgaan dat de tekst nogal seksistisch is, in de beste Amerikaanse Spring Breaktraditie. Het seksisme wordt enigszins getemperd doordat de mannelijke hoofdpersoon nou niet bepaald als een stoere of gladde Casanova met weloverwogen beslissingen wordt afgeschilderd.

Wat ik tot op de dag van vandaag heel knap vind is dat de vorm heel erg is toegespitst op het verhaal en dat het tegelijkertijd wel degelijk muzikaal vernuftig in elkaar zit. Drums, bas, ritmegitaar, ze hebben allemaal repetitieve partijen die desondanks heel herkenbaar en markant zijn. Dave Meniketti’s ad libs á la David Lee Roth maken het verhaal helemaal af.

En zo worden regels als

Asked another sweetie, Can I buy you a drink?
Well, she ordered everything but the barroom sink
So, I figure I got me an investment here
When, oh oh, King Kong’s double appears
And he don’t share

hoewel verre van subtiel toch best lollig.

Classic rock is – en was zeker toen – testosteronrock. Robert Plant zei ooit dat hij niet zo veel Led Zeppelin-tracks wilde spelen, omdat hij destijds als twintiger heel anders tegen het leven aankeek. Op dezelfde manier moet je Barroom Boogie denk ik ook zien. Met dien verstande dat het zo tongue-in-cheek is dat het tot op de dag van vandaag door Meniketti gespeeld kan worden. En door mij gedraaid.

Keuze Freek Janssen: Faith No More – I Started A Joke (1995)

Een van de beste grappen uit de muziekgeschiedenis

Het succes van een mop valt of staat bij het doorvertellen ervan. Daarom kies ik er vandaag voor om een van de beste grappen in de recente muziekgeschiedenis (zeker voor zover deze voorbij zijn gekomen op Ondergewaardeerde Liedjes) te hervertellen. Als je liever het origineel hoort, dan moet je hier even klikken.

The Battle: Faith No More

De gitarist van Faith No More, Mike Patton, vond zijn andere band (Mr. Bungle) eigenlijk veel toffer. Toen bleek dat Faith No More veel populairder werd, besloot ‘ie de fans van deze band af en toe te fucken, door War Pigs te spelen van Black Sabbath. Maar het publiek gruwelde helemaal niet bij deze heavy metal uit de jaren zeventig. In tegendeel: War Pigs werd één van de grootste live-hits van Faith No More.

Tijd voor plan B. Om de fans van Faith No More toch nog een lesje te leren, kondigde Patton tijdens een concert aan: Here is a cover of seventies song. Publiek wild; jeuj, War Pigs. Gaan die gasten van Faith No More Easy van The Commodores spelen, ontzettende zoetsappige soul. Haha, sukkels!

Maar wat denk je: Easy werd een enorme hit, de grootste van Faith No More zelfs. De les voor Patton was dat hij zijn fans niet in de maling kon nemen, want de grap zou zich altijd tegen hem keren. Omdat hij toch nog wel wat zelfspot over had, nam hij met de band I Started A Joke op van de Bee Gees. Als je dan toch al op het bedenkelijke niveau van The Commodores bent, dan is het nog maar een kleine stap naar de Bee Gees.

Keuze Erwin Herkelman: The Mike Flowers Pops – Wonderwall (1996)

Heen en weer

Wat was ik blij met ze begin 1996: The Mike Flowers Pops. Oasis stond op dat moment hoog met Wonderwall in de hitlijsten. De plaat waarmee de band haar naam definitief vestigde. De plaat waarmee Brit-pop op de kaart werd gezet. Een plaat die door de culturele elite van Nederland helemaal de hemel in werd geprezen.

Een gruwel. Ik vond de zeikstem van zanger Liam Gallagher een ware pijniging voor het oor. En daarbij gedroegen de bandleden zich ook nog eens als een stel kleuters. Maar negeren was er niet bij, want de culturele elite bepaalde wat er gedraaid werd. En dat was niet míjn eurodance of míjn happy hardcore, maar Wonderwall van Oasis. En ja, zonder een afstandsbediening op mijn stereosetje was ik genoodzaakt om telkens wéér naar de radio lopen om het geluid uit te zetten.

En toen hoorde ik de versie van The Mike Flowers Pops en mijn wereld fleurde op. Het klonk als een plaat uit een ver, ver, vér verleden. Mijn stille hoop was dan ook dat de broertjes van Oasis het nummer gejat hadden en dat hun versie daarom nóóit meer op de radio gespeeld zou mogen worden. En zo werd het in eerste instantie ook gebracht door de BBC.

Maar helaas… het bleek een grap. En hoewel de cover van The Mike Flowers Pops hoog in de Engelse hitlijsten kwam kon het in Nederland geen potten breken. Het kwam niet verder dan de Tipparade. En hoe het afliep met het origineel weten we. Nog steeds staat de hit van Oasis hoog in werkelijk alle lijstjes die aan het eind van het jaar voorbij komen. Maar gelukkig heb ik nu een afstandsbediening.

Keuze Richard Rombouts: Brad Paisley – Celebrity (2003)

Rare vogels

Rare jongens (en meisjes), die sterren. Alhoewel, over de échte sterren lees je nauwelijks iets in de roddelbladen. Het zijn altijd die pseudo-gevalletjes en wannabees, die denken dat al het nieuws over hen interessant is. Zo lang hun naam maar goed gespeld wordt. Neem die vogel met Vink in zijn achternaam. Een model, een DJ en een ‘TV-persoonlijkheid’ en volgens eigen beschrijving met een onbevangen karakter. Dat blijkt wanneer hij zich schuldig maakt aan juwelenroof, het heimelijk maken en verspreiden van een seksfilmpje en heling. Er werd 240 uur taakstraf geëist, maar daar is meneer het niet mee eens. Uiteindelijk was 150 uur het oordeel van de rechter, maar diep in zijn hart vindt hij dit onrechtvaardig. Je vraagt je af hoe de verbindingen in zijn bovenkamer werken. Een grote jongen zou naar de rechtszaal gekomen zijn om zijn straf aan te horen beseffende dat hij over de scheef gegaan is, maar hij schitterde in afwezigheid. De slapjanus was overigens geen enkele keer aanwezig. Hij gaat zijn taakstraf in een bejaardentehuis vervullen, maar vond het noodzakelijk dit via RTL Boulevard de wereld in te helpen. Kijk mij eens, ik heb toch een gouden hartje!

Gelukkig zijn er ook artiesten die de waanzin van dit gedrag niet als normaal beschouwen. Ik heb al eens eerder (hier) over Brad Paisley geschreven. Een leuke gast, want hij neemt zichzelf niet al te serieus en weet dit op originele wijze te vertalen in zijn muziek. Tekstueel én visueel. In Celebrity kijkt hij naar de showbusiness en neemt hij de shows en allen die op zoek zijn naar hun vijf minuten bekendheid op de hak, zoals in Fear Factor en American Idol met William Shatner als een pseudo Simon Cowell. Shatner heeft de gave door met zijn aanwezigheid al leuk te zijn. Michael Jackson’s alter ego Wacko Jacko komt ook nog even voorbij.

‘Cause when you’re a celebrity
It’s adios reality
You can act just like a fool
People think you’re cool
Just ‘cause you’re on TV
I can throw a major fit
When my latte isn’t just how I like it
When they say I’ve gone insane
I’ll blame it on the fame
And the pressures that go with
Being a celebrity

Maar de mooiste rol is die van George Constanza uit Seinfeld, die volledig uit zijn plaat gaat omdat hij de verkeerde koffie krijgt. Het is niet eens echt ‘over the top’, want de meesten denken dat ze in eigen universum leven. Rare vogels, die sterren!

De clip helemaal uitkijken, hoor!

 
 

1 Comment

  1. Eddy

    In de jaren ’90 van de vorige eeuw had André Manuel een Feestband met de naam Fratsen. Met scherpe humoristische teksten. Het nummer “Legging” was niet bepaald een ode 🙂 aan dit kledingstuk. Misbruik zou een betere omschrijving zijn. Als je dit liedje eenmaal beluisterd hebt, zal je blik op de wereld voorgoed veranderd zijn. :D.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *