Ondergewaardeerde Liedjes


Bob Dylan coverbattle

Elston Gunnn, Zimbo, Elmer Johnson, Blind Boy Grunt, Jack Frost, Lucky Wilbury, Robert Milkwood Thomas, Sergei Petrov, Jack Fate, Tedham Porterhouse. Kennelijk was de bard niet tevreden met zijn echte naam, want hij heeft wel erg veel bijnamen (gecreëerd). Toegegeven, zijn officiële naam, Robert Allen Zimmerman, klinkt niet echt ‘rock’ of zelfs ‘folksy’ en hijzelf verwachtte dat zijn Joodse naam een doorbraak zou kunnen bemoeilijken. En dus Bob Dylan, omdat hij in zijn jeugdjaren een grote fan was van Matt Dillon; de sheriff uit Gunsmoke. Dat valt tegen, niet? Geen naam van een dichter, maar van een televisiester met een grote neus.

Sinds 1962 heeft hij meer dan 35 studioalbums uitgebracht en de lijst met artiesten, die zijn liedjes cover(d)en is gigantisch lang. Vorige week haalde hij eindelijk zijn Nobel-prijs op en kwam zijn nieuwe album Triplicate op de markt: 3 CD’s vol met Sinatra-covers. Dus een mooi moment de coverversies van Dylan’s oeuvre eens onder de loep te leggen.

Keuze Willem Kamps: Manfred Mann’s Earth Band: Father of Day, Father of Night (1973)

Huh, Bob Dylan!?

Bob Dylan behoort al decennia tot de echt grote namen in de popmuziek. De man heeft een gigantisch oeuvre opgebouwd en is nog steeds actief op zijn 75ste. Ik waardeer hem, maar een fan kun je mij niet noemen. Naast prachtige klassiekers heeft hij ook draken van liedjes afgeleverd. Zo vind ik het totaal overgewaardeerde Hurricane niet om door te komen. Er komt geen eind aan dat relaas over die Rubin Carter, weer die viool, weer een couplet. Je zou graag naast de strijkstok ook de viool rectaal bij Bob inbrengen. Gelukkig is hij na zijn dwaling bij de Pinkstergemeente wedergekeerd op aarde en al kan Dylan inmiddels met zijn stem een glasplaat doormidden snijden, hij maakt nog steeds bijzondere muziek, al zijn dat tegenwoordig bewerkingen van standards.

Veel muzikanten zijn door hem beïnvloed en velen spelen hem na. De lijst met covers is eindeloos. Daar is niks mis mee, want vaak klinkt de variant beter dan Bob’s versie. Hendrix’ All Along The Watchtower is daar het ultieme voorbeeld van. ‘Huh, is dat van Bob Dylan!?‘, stond ik zelf op zeker moment perplex. Zo werd ik vaker verrast, met Wheels on Fire bijvoorbeeld, van Julie Driscoll, Brian Auger & Trinity. En ook verbazing bij Father of Day, Father of Night van Manfred Mann’s Earthband: Dylan? Echt?

Dylan’s Father of Night staat op het album New Morning uit 1970. Het klinkt aanvankelijk als een niemendalletje, vlotte pianobegeleiding, een oehoe-zangeres en Bob met zijn bekende dictie. In krap anderhalve minuut jaagt hij het er doorheen. Op het eerste gehoor klinkt het als een idee, een probeersel, maar in al z’n eenvoud: het staat. Vervolgens heeft Manfred Mann het opgepikt en in ’73 bewerkt tot epische proporties, een bewerking die in mijn ogen op dezelfde hoogte zou moeten staan als Stairway To Heaven of Child In Time (beiden tot op de dag van vandaag verdacht van jatwerk. Mann zette gewoon Dylan’s naam erachter).

De opening met feeërieke zang, dan crasht de band erin, neemt het in akkoorden aflopende vette orgel het over en pakt een wonderschone mellotron het kippevelthema op. Baf. Jézus. Nou ja, Jezus? Waarschijnlijk diens vader. Z’n biologische, de Father Of Day And Night, de father die de duisternis wegneemt, de bouwer van regenbogen. Net als bij Led Zeppelin en Deep Purple ook hier een prachtige en krachtig opgebouwde gitaarsolo (Mick Rodgers), waarna de father opnieuw wordt aangeroepen. Richting het einde laat baas Mann nog zijn synthesizer op zijn kenmerkende wijze scheuren – een soort teruglopende touch – en knalt Mick er nog even overheen. Het is in verkorte versie uitgebracht als single maar die schiet tekort. Ga er even voor zitten, die 9.52 minuut en geniet van deze father. Je gaat ‘m vast prijzen.

Keuze Freek Janssen: Pearl Jam – Masters of War (1992)

Tegen niemand zeggen, maar eigenlijk vond ik die versie van Pearl Jam altijd al beter

Ik vind Bob Dylan een prima gozert, daar niet van… Maar het komt vaak voor dat ik de covers beter vindt dan het origineel. Vorig jaar noemde ik nog When I Get My Hands On You van de New Basement Tapes, en dat All Along The Watchtower van Jimi Hendrix beter was, daar kon zelfs Dylan niet omheen. En ik bedoel: heb je het origineel van Make You Feel My Love al eens gehoord?

Masters of War bracht ik ruim vier jaar gelden al eens naar voren in de protestsong-battle. Want ja, als je protestsong zegt, dan zeg je Dylan. Maar eigenlijk kende ik dit nummer eerst van Pearl Jam en eigenlijk vind ik die versie ook beter.

Zo venijnig, zó scherp… Komt ie.

Keuze Martijn Janssen: Joan Osborne – Man In The Long Black Coat (1995)

Ook de duivel is een van ons

Ergens eind jaren negentig haalde ik het Joan Osborne album Relish uit de uitverkoopbakken. Waarom, dat weet ik niet meer. Ik bedoel, haar hit One Of Us vond (en vind) ik een erg fijn nummer. Opvolger St. Teresa, dat natuurlijk niets deed na zo’n wereldhit, klonk ook fijn. Maar dat was al weer een paar jaar geleden, dus waarom dan wel? Het zal wel erg goedkoop zijn geweest.

Ik ben blij dat ik het toen heb gekocht, want het is een erg lekker album. Het is bluesier, rauwer, aardser dan One Of Us doet vermoeden, dat ik nu één van de mindere nummers op het album vind. Volgens mij zou het prima thuishoren in de collectie van de muzieksnobs, die het waarschijnlijk links lieten liggen vanwege de poppy hit.

Het album liet me ook kennismaken met Dylan’s nummer Man In The Long Black Coat. Ik vond het een intrigerend nummer. Spannend, duister. Wie het ook is, die man in de lange zwarte jas is niet te vertrouwen. Het origineel kende ik toen nog niet. Hoewel mijn interesse in Dylan stijgende was, had ik het album Oh Mercy nog niet in mijn bezit. Het zou nog een aantal jaren duren voordat ik dat meesterwerk, waar ik al eens over heb geschreven hier, zou ontdekken.

Opvallend genoeg vind ik Dylan’s originele versie een van de minste nummers op zijn album. Osborne’s cover is in mijn oren vele malen beter. Nee, het is ditmaal niet Dylan’s stem dat het grootste struikelblok is, maar zijn dictie. Zijn hakkelende zang zorgt voor een gehaaste sfeer, wat mij tegenhoudt om het nummer op zijn volle waarde te schatten.
Joan Osborne laat het nummer gelukkig wel tot zijn recht komen. Door de spaarzame instrumentatie heeft haar stem de ruimte om te schitteren. En dan niet door als een gladde popzangeres uit te halen, maar juist door het bij de grond te houden. Het nummer vereist namelijk geen engelachtig gezang, maar duivels gegrom. Het gaat tenslotte over hem. God is misschien één van ons, maar het blijft verleidelijk om met de duivel mee te gaan.

Keuze Martijn Vet: Ministry – Lay Lady Lay (1996)

Niet minder goed, wel ánders

Als de cover al zo sterk is, hoe goed moet het origineel dan zijn. Over de koude kermis waar je van thuis kunt komen als je zo redeneert, schreef ik al eens.

Dat het origineel van Lay Lady Lay wat anders zou klinken dan de versie van de industrial-metalband Ministry, kon ik op mijn klompen aanvoelen. Maar oei, als zo’n bak gruizige power je referentiekader wordt bij een nummer, is het wel even slikken wanneer blijkt dat de schrijver het oorspronkelijk had bedoeld als een zoete ballad.

Niet minder goed natuurlijk. Wel ánders.

Keuze Hans Dautzenberg: The White Stripes – Love Sick (2003)

Stoner Dylan

Covers zijn zo oud als Bob Dylan’s muziek. Waarschijnlijk is er geen muzikant die meer gecoverd is. En niet een enkel liedje, maar de breedte van zijn oeuvre en door een enorme variëteit artiesten. Van Joan Baez tot Pearl Jam, van Ed Sheeran tot Frank Sinatra, tot Rage Against The Machine. Bob Dylan is een inspiratie voor talloze muzikanten en schrijft ijzersterke liedjes, die hun kracht of schoonheid niet zelden pas tonen als ze worden gecoverd. Meer dan eens waren de covers dan ook grotere hits dan het origineel. Van The Byrds met Mr. Tambourine Man, Peter Paul & Mary met Blowin’ in the Wind tot Adele met Make You Feel My Love.

Bijzonder is dat Dylan zelf, mede onder invloed van de covers, zijn eigen liedjes steeds opnieuw interpreteert en zo dus zijn eigen werk ‘covert’. Zo speelt hij tijdens zijn ‘comeback tour’ in 1974 voor het eerst All Along the Watchtower live en doet dat in versie die dichter bij de interpretatie van Jimi Hendrix staat dan bij zijn eigen origineel. Aan de andere kant is het ook weer zo dat Dylan’s cover van House Of The Rising Sun model staat voor het arrangement van de hit van The Animals.

Een keuze maken voor deze battle is dan eigenlijk ook niet moeilijk, want er is voor elk wat wils. Houd je van folk, van heavy metal, van reggae, van nu-metal, van Bryan Ferry, van country, van rap? Pik gewoon je eigen-smaak-Dylan-cover eruit. In dat persoonlijke kader vraag ik graag aandacht voor I Shall Be Released van The Band. Ja, ik weet het, je zou het bijna niet tellen als cover. Toch is het nummer voor het eerst, en wat mij betreft definitief, opgenomen door The Band. Richard Manuel weet een gekwelde huil in zijn stem te leggen die je altijd bij blijft. Kippenvel. Ik moet bekennen: dit mag op mijn uitvaart klinken.

Maar voor de Dylan cover battle kies ik toch iets anders: een fantastische versie van Love Sick door The White Stripes. Jack White heeft zich altijd getoond als muzikant met een groot historisch muziekbewustzijn. Met uitvoeringen van oude bluesknarren en Jolene bijvoorbeeld en ook een fraaie vertolking van Dylan’s One More Cup of Coffee. Met Love Sick zet hij een relatief nieuw (1997) Dylan lied neer als een ware stoner rock klassieker. Zo uitgekleed en toch zó veel power. Dat zegt veel over de kwaliteiten van Jack White. En nog meer over die van Bob Dylan.

Keuze Richard Rombouts: Tommy Castro – Gotta Serve Somebody (2009)

Van kutliedje naar toppertje

Dit was geen gemakkelijke opgave, want oom Bob wordt nog wel eens gecovered. Vaak voegen de nieuwe uitvoeringen niets of weinig toe. Maar wanneer ik naar When I Paint My Masterpiece van The Band, Emotionally Yours van de O’Jays of With God On Our Side van de Neville Brothers luister, vind ik deze versies vele malen beter dan het origineel.

In 2012 werd het album (4 CD’s) Chimes Of Freedom uitgebracht met als subtitel The Songs of Bob Dylan Honoring 50 Years of Amnesty International. Artiesten die een lied van Dylan zingen; het is een magere verzamelaar. Persoonlijk vind ik dat er voor de meeste liedjes wel een betere coverversie te bedenken is. Met uitzondering van Johnny Cash (One Too Many Mornings), Patti Smith (Drifter’s Escape), Bettye LaVette (Most Of The Time), Joe Perry (Man Of Peace) en Lucinda Williams (Tryin’ To Get To Heaven); zij gaven hun lied een nieuwe identiteit. Beter dan het origineel ook, want het nasale en soms wat zeurderige geluid van Dylan kunnen een lied eentonig maken. Ik ben dan ook erg kieskeurig met de aanschaf van zijn albums. Desalniettemin heb ik er toch 15 in de kast staan, want vaak valt het niet te overtreffen.

In 1979 kwam het eerste album van zijn ‘Christian’ trilogie op de markt: Slow Train Coming. Ik heb het altijd een bijzonder matig album gevonden (evenals de twee latere albums). Prima dat je de Heer gevonden hebt, maar val mij er niet mee lastig. De enige uitzondering op de elpee was het titelnummer. Pakkend, slepend en een Dylan, die als het ware van de kansel predikt. Het openingsnummer Gotta Serve Somebody daar aan tegen was slaapverwekkend. Het kabbelt en Dylan’s nasale geluid irriteert binnen een minuut. Dat moet toch beter kunnen?

Inderdaad. Tommy Castro pakt het in 2009 op voor zijn album Hard Believer en geeft het lied ballen. Vijf minuten funk, rock, blues en soul. De stem van Castro tilt het naar grote hoogte en geeft Gotta Serve Somebody een compleet ander gezicht. Weg van de gospel en in de hedendaagse realiteit. Af en toe heb je de indruk dat eerwaarde James Brown op de achtergrond aanwezig is en grijnzend zijn goedkeuring geeft.

Zo zie je maar….een beetje bezieling en Bob’s your uncle.

Keuze Ronald Eikelenboom: Mariachi El Bronx – Love Sick (2012)

Niemand klinkt zoals Bob Dylan klinkt

Ik heb een Spotify afspeellijstje getiteld Nobody Sings Dylan Like Dylan, vol met Bob Dylan covers. Er is ook CD vol met covers te koop onder die titel, en een website die reeds meer dan 55.000 Dylan covers heeft vastgelegd. Maar over één ding is iedereen het eens: niemand zingt zoals Bob Dylan zingt. Ga er dan maar aan staan om een liedje van de beste man te coveren. Wat toe te voegen aan iets wat blijkbaar zo uniek is? Iets wat tegelijkertijd door iedereen, 55.000 covers benaderd aardig iedereen, geprobeerd wordt.

De Amerikaanse punkband The Bronx, uit L.A., nam onder haar alter ego Mariachi El Bronx ter ere van 50 jaar Amnesty International een cover op van Love Sick, afkomstig van het album Time Out Of Mind uit 1997. Punkbands die Bob Dylan spelen zijn er wel meer, de Ramones bijvoorbeeld namen My Back Pages op (al is dat nummer haast al protopunk an sich) en Me First And The Gimme Gimmes spelen onder andere Blowin’ In The Wind van Dylan (maar die maken overal punk van).

Uitgebreid met een violist, blazers, extra percussie en een batterij aan coole akoestische gitaren, de leren jasjes omgeruild voor geborduurde jasjes, spelen ze een mariachi cover van dit liedje over een man wiens relatie op zijn einde loopt.

I’m sick of love; I wish I’d never met you
I’m sick of love; I’m trying to forget you
Just don’t know what to do
I’d give anything to be with you

Eigenlijk net als de stem van Dylan zelf, you love it or hate it, een tussenweg lijkt niet mogelijk.

Keuze Peter van Cappelle: Bettye LaVette – Most Of The Time (2012)

Niet persé beter dan het origineel, maar op z’n minst even sterk

Er wordt vaak gezegd dat de covers van nummers van Dylan beter zijn dan het origineel. Iets waar ik het persoonlijk niet altijd mee eens ben. Natuurlijk heeft Jimi Hendrix van All Along The Watchtower het nummer zich volledig eigen gemaakt, maar het origineel heeft ook wel iets. Veel liefhebbers lopen weg met de hitversie van Guns ‘N’ Roses’ Knocking On Heaven’s Door, maar persoonlijk vind ik dat juist een draak van een cover. Vaak wordt er dan bij gezegd dat de covers beter zijn vanwege de kraakstem van Dylan, maar dat gaat wat mij betreft zeker niet op bij deze versie van Knocking On Heaven’s Door. Ik hoor het liever door Dylan zelf gezongen worden dan door die krijsstem van Axl Rose.

Maar voor deze ronde heb ik gekozen voor een veel minder bekend nummer van Dylan. Uit eind jaren ’80. Een periode die (net als bij veel generatiegenoten van hem) wordt gezien als zijn zwakste periode, maar waar veel ondergewaardeerd en mooi materiaal tussen zit. Ik heb het over mijn meest favoriete nummer van Dylan: Most Of The Time. Afkomstig van het album Oh Mercy. Dat na een advies van Bono van U2 werd geproduceerd door Daniel Lanois. Het werd zijn meest positief ontvangen album in jaren. Wat mij betreft is het één van de mooiste nummers over liefdesverdriet. Of eigenlijk gaat het meer over de ontkenning ervan. Doen alsof je het meest van de tijd niet eens aan die persoon hoeft te denken.

Dylan’s versie is typisch in de stijl van Lanois met een typische jaren ’80 productie. Maar dat het eigenlijk een soultrack is bewees soullegende Bettye LaVette. Voor de compilatie Chimes Of Freedom uit 2012, waarop artiesten nummers van Dylan coveren voor Amnesty International, nam zij het nummer onder handen, en gaf er volledig haar eigen soulvolle draai aan. Niet persé beter dan het origineel, maar op z’n minst even sterk als de versie van de meester zelf.

 
 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *