Ondergewaardeerde Liedjes


De funk-battle

Toen de Snob 2000 eindlijst van 2014 bekend was gemaakt viel niet te ontkennen dat de lijst – en met name de Top 100 – onbedoeld toch wel een behoorlijk witte-mannen-lijst was geworden. Is dat erg? Ja en nee. Op zich weerspiegelt de lijst simpelweg waar het meeste op gestemd is. Aan de andere kant is het zonde dat pareltjes uit de blues, reggae, R&B, funk en soul niet echt boven zijn komen drijven.

Die schuwen we als muziekliefhebbers natuurlijk niet; integendeel! Daarom gooien we het vandaag over een andere boeg. Blanke mannen met baarden zul je vandaag niet als bijdrage tegenkomen. In plaats daarvan besteden we aandacht aan muziek die zijn oorsprong vindt in de rhythm & blues: de funk!

Funk zou je kunnen typeren als een soort dansbare en ritmische variant op soulmuziek. Uit de sixties en seventies zijn James Brown, The Meters, Sly and The Family Stone en Herbie Hancock de klinkende namen uit de funk. Maar ook hedendaagse grootmeesters als Prince, Lenny Kravitz en Red Hot Chili Peppers zijn sterk door de funk beïnvloed.

Maar wat maakt funk nou eigenlijk zo bijzonder? In april 2014 publiceerde de Volkskrant een interessant artikel over de uitkomsten van Brits wetenschappelijk onderzoek naar waarom we op funk wel moeten dansen. Volgens de muziekwetenschappers is de verklaring te vinden in syncopatie; de perfecte mate van onvoorspelbaarheid van het ritme. 

Het is dus de perfect getimede beat die ons op de dansvloer brengt. In deze blog doen we een dappere poging om het gevoel van onvoorspelbaarheid in de Funk onder woorden te brengen!    

Keuze Edgar Kruize: James Brown – Mother Popcorn (1969)

Hoe Foxy Foxtrot met zijn elastieken beentjes de funk uitvond

Geen battle in de funk-categorie zonder de man die ietwat onterecht als Godfather Of Soul te boek staat. Want hoewel een fabelachtig soulzanger (zijn Live At The Apollo uit 1963 is een standaardwerkje, gaat dat luisteren!) is James Brown vooral de grondlegger van de gortdroge funk. Terwijl hij als een ware Foxy Foxtrot met elastieken beentjes zijn onnavolgbare dansjes stond te doen, was hij onderwijl een meedogenloos dirigent. Met vinger- en handgebaren, vlugge blikken en afgesproken kreten waar zijn gevolg op diende te reageren, hield hij zijn bandleden ongekend strak in het gareel. Met Brown viel niet te spotten. Voor elke fout gespeelde noot werd een geldboete op het salaris van het blunderende bandlid ingehouden.

Juist doordat Brown zijn band al oefenend bepaalde segmenten keer, op keer, op keer, op keer, op keer opnieuw liet spelen om door middel van eindeloze repetitie de perfecte uitvoering af te dwingen, vond Brown gaandeweg de funk uit. Browns nummers werden niet langer meer standaardliedjes met couplet en refrein, kop en staart. In de plaats kwamen langgerekte, repetatieve en relatief kale jams, waarover Brown volledig los kon gaan met nonsensteksten en zijn kenmerkende gekrijs. Singles moesten soms in meerdere stukken geknipt worden, omdat het anders niet paste. Later ging de funk een veel uitbundigere kant op, onder leiding van kleurrijke funketeers als George Clinton met zijn Parliament Funkadelic. Ook te gek en ook genoeg materiaal om een battle mee te vullen. Voor vandaag kies ik voor de basis met het spartaanse en daardoor magistrale Mother Popcorn (You Got to Have a Mother for Me) Part 1.

Keuze Martijn Janssen: The Bar-Kays – Dance, Dance, Dance (Part 1) (1972)

Wat nu originaliteit? Gedanst zal er worden!

Funk moet je niet horen, je moet het voelen. Het gaat om de groove. Als die ervoor zorgt dat je niet stil kan blijven zitten, dan is het goed. Het maakt dan niet uit als een liedje wel erg veel op nummers van andere artiesten lijkt. Op de dansvloer vergeet je het toch, als je uit je bol gaat.

The Bar-Kays hebben een grote staat van dienst. Ze waren naast Booker T. & The MG’s zo’n beetje de huisband van het Stax-label in de late jaren zestig. In die hoedanigheid zijn ze te horen op veel nummers van soul-grootheid Otis Redding. En een groot aantal leden van The Bar-Kays ging ook samen met hem ten onder, want ze zaten in hetzelfde vliegtuig als Otis toen dat neerstortte.

Na deze tragedie ging de band door onder dezelfde naam en met nieuwe leden. Naast sessie-werk voor Stax-artiesten brachten ze ook singles uit onder hun eigen naam. Soul Finger was een grote hit voor dat dramatische ongeluk, later zouden ook nog nummers zoals Son Of Shaft en Shake Your Rump To The Funk volgen.

En ja, een titel als Son Of Shaft getuigt inderdaad niet van originaliteit. Het leent opzichtig van Theme From Shaft van label-genoot Isaac Hayes. Niet echt verwonderlijk, want de band speelt ook op het origineel. Dat ze zelf ook wel weten dat ze hits uitmelken voor wat ze waard zijn blijkt onder andere uit de titel van een andere single van ze, Copy Kat (dat voortborduurt op Soul Finger).

Ook Dance, Dance, Dance is sterk beïnvloed door andere nummers. Het geluid van Sly & The Family Stone hoor je in elke noot, vooral de nummers Dance To The Music en I Want To Take You Higher. Dus nee, The Bar-Kays zullen niet de originaliteitsprijs krijgen hiervoor. Maar ze komen ermee weg. Zoals in het intro al wordt gefluisterd “I’m gonna groove my way out of this.” Dus laat commentaar en analyses maar achterwegen en dansen met dat lichaam!

Keuze Richard Rombouts: The Commodores – Slippery When Wet (1975)

Zo mogelijk nog beter opgenomen in 1993, zónder Lionel Richie

De Commodores… ondergewaardeerd? Natuurlijk niet! In 1978 leerden we hen in Nederland kennen met de live-versie van Brick House, waarna we twee jaar lang vergast werden op mierzoete ballads. Lionel Richie vertrekt in 1982 waarna de kwaliteit van de Commodores (ondanks 2 grote hits) beduidend minder wordt. Richie zelf gaat op de oude voet verder, wisselt uptempo met stroperige ballads af en wordt een wereldster. Zo, genoeg intro!

Onze marineofficieren zijn namelijk veel interessanter in de voorafgaande periode. In 1968 is de groep opgericht en de groepsnaam werd gekozen door het woordenboek open te slaan en blind een woord te kiezen. “We got lucky; we almost became the commodes” vertelde William King. Nu is de ladenkasten geen spannende naam, maar in Engeland hadden ze in een deuk gelegen, want daar is het ook een synoniem voor de toilet (crapper). Ineens krijgen liedjes als Too Hot Ta Trot en Slippery When Wet een heel andere (ont)lading.  Afijn, we kunnen maar beter terug gaan naar de muziek, want er spoken nu allerlei Monty Python-achtige sketches door mijn hoofd.

In 1974 scoorden de Commodores hun eerste hit met Machine Gun (no poop joke intended). Mijn keuze Slippery When Wet werd in 1975 #1 in de Amerikaanse R&B (a.k.a. black singles) chart. Ik weet niet meer in welk programma, maar ik kan mij wel herinneren dat in een soort Toppop-achtige uitzending de heren hun danspasjes lieten zien. Steriel, terwijl Slippery… qua ritme toch heel andere bewegingen zou moeten oproepen. Ongeacht, het lied behoort tot mijn favoriete funk samen met liedjes van Parliament, de Ohio Players en Prince (of hoe hij zichzelf denkt te moeten noemen).

Zonder Lionel Richie (vanwege contractuele verschillen) werd anno 1993 een nieuwe clip opgenomen met Walter Orange als zanger. Wellicht zelfs beter dan het origineel. De clip begint met een hele aantrekkelijke dame, die wulpse bewegingen maakt en waar het klamme zweet onmiddellijk van uitbreekt. Iets over de onderkant van Tina Turner zou Raymond van ’t Groenewoud zeggen. De dames in de blazerssectie verhogen de bloeddruk nog een beetje en de heren kunnen overduidelijk hun lol niet op. De hele clip straalt rauwe sensuele energie uit die past bij de dubbele bodem van Slippery When Wet.

If you ain’t takin’ care of business
This you can expect
Love gets slippery when it’s wet

De letterlijke vertaling van funk is bangerd of lafaard. Dat zijn we niet, dus kom op nou… kijken!

Keuze Marèse Peters: Marcus Miller – Teen Town (1977)

Hoe funky wil je het hebben?

Funk! Het zou mij niet verbazen als het idee voor deze battle is ingegeven door Uptown Funk van Mark Ronson en Bruno Mars. Wat een heerlijk nummer is dat. Van alle kanten schaamteloos bij elkaar gejat natuurlijk, maar dat mag de funky pret van dit nummer niet drukken. Hot damn!

Voor de wortels van de funk (dat oorspronkelijk ‘stank’, lichaamsgeur’ of ‘de geur van seks’ betekende!) moet je ver terug. Naar de jaren zestig en zeventig. Eén van mijn funky favorieten stamt uit mijn geboortejaar: Head Hunters van Herbie Hancock (1973). Wat gaan die mannen daar uit hun dak! Je ziet ze helemaal staan in hun polyester paars-met-gele hipsterpakken en hun uitgekamde afro’s.

Voor 21ste-eeuwse oren doen die synthesizers misschien wat gedateerd aan. Luister je liever naar ‘echte’ instrumenten? Dan ben je vast onder de indruk van de bas van Jaco Pastorius. In 1977 mocht deze basgod een mopje meespelen op Chameleon van Hancock.

Pastorius is een verhaal apart. Hij was een genie op de basgitaar. Maar hij had, net als veel genieën, ook een getroubleerde kant. Hij leed aan manische depressiviteit en kon (daardoor?) moeilijk van drank en drugs afblijven. Hij werd onhandelbaar en leefde wekenlang op straat. In 1987 overleed hij, 35 jaar oud.

Zijn gloriejaren lagen toen al ver achter hem: in 1975 debuteerde hij met zijn solo-album Jaco Pastorius, waaraan jazzgrootheden als Herbie Hancock, Wayne Shorter en David Sanborn meededen. Van 1976 tot 1981 maakte hij deel uit van jazzrock/fusion-supergroep Weather Report. Heavy Weather werd Weather Reports beroemdste en meest geliefde album, en dat heeft ongetwijfeld te maken met de invloed van Pastorius.

Op dat album staat Teen Town, een compositie van Pastorius. In deze live-versie van Teen Town hoor je waartoe hij in staat is. Helaas zijn er weinig echt goede live-opnames van Pastorius te vinden op YouTube. Daarom trakteer ik je op een eigentijdsere versie van Teen Town door Marcus Miller, ook al zo’n basheld. Hoe funky wil je het hebben?

Keuze Eric van den Bosch: F.F.F. – Marco (1991)

Geen funk, maar fonck

Eigenlijk had ik dit stukje willen schrijven over de band La Lupa uit Kampen. Die band is echter zo ondergewaardeerd dat er online behalve de entry in de Muziekencyclopedie alleen nog films en pizzatenten naar boven komen. Maar ook Frankrijk kent een schandalig ondergewaardeerde funkband. Voor binnenlands gebruik heetten ze Fédération Française de Fonck, voor buitenlands gebruik de French Funk Federation. In beide gevallen volstond de afkorting F.F.F.

De drie bandleden die altijd onderdeel uitmaakten van F.F.F. waren zanger Marco Prince, gitarist Yarol Poupaud en bassist Nicolas “Niktus” Baby. Het debuut Blast Culture leverde hun volgens mij enige hitje hier te lande op, “Marco”. Er volgden nog drie studio-albums, Free For Fever, FFF en Vierge en het live-album Vivants. Na Free For Fever kwam er een beetje de klad in en na Vierge uit 2000 was het afgelopen, op een reünietourtje in 2014 na.

De cd’s staan hier allemaal in de kast en zeker de eerste twee komen er ook nog regelmatig uit. “Marco” laat precies horen waarom: ondanks soms serieuze teksten was het muzikaal altijd ongelofelijk feestelijke funk, met een zanger die een ritmiek in zijn zang had waar menig rapper nog een puntje aan kan zuigen.

En o, wat is dat Frans een prachtige taal voor funk!

Keuze Frans Kraaikamp: Jamiroquai – God Made Me Funky (1993)

De invloed van funk zal altijd blijven doorwerken

Funk, daar kun je niet bij stil blijven zitten. Denk aan James Brown – Get Up (I Feel Like Being A Sexmachine) en je begrijpt wat ik bedoel. Het is ook een genre dat springlevend is gebleven in de harten van muzikanten en muziekliefhebbers. Om dit te onderstrepen heb ik gekozen om een gave cover uit te lichten waarmee – een aan het begin van zijn loopbaan staande – Jamiroquai de funk de eer bewijst die het toekomt!

Het nummer dat Jamiroquai speelt is de cover van God Made Me Funky van het album Survival of The Fittest (1975) van The Headhunters (met toetsenist Herbie Hancock en bassist Paul Jackson). Bekijk hier een live-versie van het origineel van The Headhunters (ook te gek, alleen live niet zo vet opgenomen als de cover). Trouwens: ook tof dat samples van het nummer ook weer gebruikt zijn in hiphop-tracks van Pooh-Man en Fugees ’s song The Beast!

Terug naar de versie van Jamiroquai. Deze cover heeft alles wat funk in zich hoort te hebben. Een moddervette baslijn en drumsectie die de eerste tel van de maat stevig benadrukken, een funky gitaar en een eenvoudige doch doeltreffende repeterende tekst:

God Made Me Funky… Yeah Yeah!

Het geheel swingt de pan uit en laat zien dat funk nog steeds springlevend is en ook een belangrijke invloed heeft gehad op de muzikale stijl die Jamiroquai zelf heeft ontwikkeld. Ik kan alleen maar hopen dat de invloed van de funk op muzikanten altijd zal blijven doorwerken!

Keuze Freek Janssen: Beyoncé – Work It Out (2002)

Die stotter in het gitaarriffje: groovy!

Een zwaar ondermaatse acteerprestatie in een hele matige film. Bij uitstek de meest geflopte single in haar prille carrière. Het is geen wonder dat Work It Out van Beyoncé Knowles niet de tand des tijds heeft doorstaan.

Achttien solo-singles van haar hebben het beter gedaan in de Nederlandse hitlijsten. Sterker nog: Work It Out bereikte niet eens de Billboard Hot 100.

En toch: nog steeds vind ik de groove van Work It Out on-weer-staan-baar. Dat zit hem voor een deel in het funky basje, maar nog meer in dat gitaarriffje, dat, hoe zal ik het uitdrukken, een beetje stottert? Alsof er elke keer een trilling in de eerste toon zit, waardoor hij nét iets te laat inzet. Juist dát maakt Work It Out superfunky. Ook in 2002 wist Pharell al hoe je moest produceren. Helaas is het grote publiek Work It Out vergeten….

Hoofdafbeelding: The Bar-Kays

 
 

4 Comments

  1. Martijn Janssen

    Toevallig is vandaag ook de stembus geopend voor de Zwarte Lijst van Radio 6. Van 20 t/m 28 maart wordt deze uitgezonden en je kan zelf de inhoud van die lijst bepalen! Dus naast deze funky tracks kan je er nog veel meer soul, blues, jazz, hiphop, etc. kwijt!
    http://www.radio6.nl/tekst/zwartelijst

  2. Eric van den Bosch

    Ik had mijn stukje over F.F.F. geschreven en bedacht me direct daarna dat er nog een schandalig onderbelichte funkband was in de Lage Landen: het Belgische Wizards Of Ooze. Drie prima platen, maar vooral debuut The Dipster is zóóó lekker…

  3. Eddy

    Mijn favoriete band is waar eigenlijk alle Funkrockers/Funkmetallers schatplichtig aan zijn. Mother’s Finest. Met een zeer funky ritmesessie, maar vooral met Joyce “Baby Jean” Kennedy, een zangeres die me nog steeds kippenvel bezorgd. De overweldigende indruk op Pinkpop 1978 laat nog steeds zijn sporen na. Luister maar naar Baby Love. Eigenlijk is Glenn Murdock met zijn wijze van zingen één der eerste rappers. 🙂
    Dit is na al die jaren nog steeds een dijk van een liveband. En helaas zwaar ondergewaardeerd.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *